zaterdag, september 20, 2014

TRENDBIJEENKOMST: DEELECONOMIE EN WIJKONTWIKKELING

WANNEER:WOENSDAG 8 OKTOBER 2014, 12.00-16.00U,

WAAR:BERLAGE MEET & WORKSPACE (BEURS VAN BERLAGE), AMSTERDAM

ORGANISATIE:RUIMTEVOLK I.S.M. SEATS2MEET

De deeleconomie is in opkomst. Ook op wijkniveau. Wat is de betekenis hiervan in de ontwikkeling van wijken? Hoe beïnvloedt dit het werken aan wijken en wie speelt daar welke rol in? Daarover gaan we tijdens de openingsbijeenkomst van de ShareWeek in gesprek. Gevoed door de visies van verschillende pioniers op zowel het gebied van de deeleconomie als van het werken aan wijken.

Deelplatforms
De deeleconomie is in opkomst, dankzij digitale deelplatforms die het delen van producten en diensten mogelijk maken.
Denk aan het deelplatform Peerby, dat het mogelijk maakt om bijvoorbeeld een boormachine van een buurtgenoot te lenen.
https://peerby.com/

En aan Snappcar, dat het delen je auto met anderen mogelijk maakt.
http://www.snappcar.nl/

Via Croqqer vind je buurtgenoten die je tegen betaling kunnen helpen met een klus.
http://www.croqqer.com/

Met Konnektid kan je vaardigheden leren van/aan mensen bij jou in de buurt.
https://www.konnektid.com/

WeHelpen faciliteert burenhulp en informele zorg.
https://www.wehelpen.nl/

Bij al deze deelplatforms speelt nabijheid van mensen en de schaal van de buurt of wijk een hoofdrol. Deze deelplatforms zorgen voor nieuwe contacten tussen buren en buurtgenoten, spelen een rol in het vergroten van de autonomie en zelfredzaamheid van bewoners én kunnen zelfs de fysieke ontwikkeling van een wijk beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan minder autobezit door autodelen waardoor er minder parkeerplaatsen nodig zijn.
Werken aan wijken
In het veld werken tegelijkertijd vele professionals aan goed functionerende en leefbare buurten en wijken. Gemeenten hebben gebiedsmanagers en participatiemakelaars rondlopen. Woningcorporaties werken met wijkbeheerders en kansenmakelaars. Voor welzijnsorganisaties zijn opbouwwerkers actief.
Deze partijen kennen al een lange traditie van werken aan wijkontwikkeling. Van de naoorlogse ‘stadsvernieuwing’, die zich met name op fysieke verbetering van wijken richtte, tot de ‘stedelijke vernieuwing’ die naast aandacht voor het fysieke ook oog had voor de sociale aspecten van de wijk. Momenteel is de wijkontwikkeling in een nieuwe fase beland. Het investeringsvermogen van deze ‘traditionele’ partijen is fors geslonken. Mede daardoor zijn al deze organisaties hun rol aan het herzien en nieuwe werkwijzen aan het ontwikkelen waarbij het uitgaan van de eigen kracht van mensen een centrale rol inneemt.

Nieuw is dat naast deze traditionele partijen zich ook andere partijen op het schaalniveau van de wijk richten. Zoals zorgverzekeringen en energiebedrijven. Zorgverzekeringen investeren mee in wijkgebonden activiteiten die gezondheid bevorderen en energiebedrijven in het energiezuiniger maken van woningen. Ook is de wijk op steeds meer plekken in het land werkgebied van door bewoners opgezette lokale coöperaties. Van energiecoöperaties tot bewonersbedrijven.
Nieuwe ideeën en praktijken
Hoe komen deze werelden bij elkaar? Hoe beïnvloedt de opkomst van de deeleconomie het functioneren van wijken? Hoe kunnen deelplatforms een bijdrage leveren aan de doelstelling van al die organisaties die met professionals in de wijk actief zijn? En andersom? Welke kansen biedt de opkomst van de deeleconomie voor het werken aan fijne wijken door professionals en bewoners zelf?

Deze vragen staan centraal bij de openingsbijeenkomst van de Sharing Week, georganiseerd door RUIMTEVOLK in samenwerking met Seats2Meet.

Met bijdragen van onder andere:

Ronald van den Hoff - Trendwatcher en oprichter Seats2Meet
https://www.seats2meet.com/

Daan Weddepohl – oprichter deelplatform Peerby

Luc Manders – mede-ontwikkelaar van De Zuiderling, lokale munt op Rotterdam Zuid
http://www.dezuiderling.nl/

Michel Vogler – initiatiefnemer lokaal deelplatform/netwerk Hallo IJburg/Kompas op IJburg, Amsterdam
http://www.kompasopijburg.nl/

Koj Koning – districtmanager Woonbedrijf Eindhoven

Martin van der Maas – wijkmanager voor gemeente Den Helder, RUIMTEVOLK-blogger

http://bottomup.ruimtevolk.nl/

Rotterdam Noord

Chef Francois Geurds’ innovative FG Food Labs opened in January in a converted railway station in North Rotterdam.

Where once the city center had been cut off from north Rotterdam, there’s now a link — a 1,280-foot-long wooden pedestrian bridge called the Luchtsingel (luchtsingel.org). The High Line-like project, crowd-funded and built by local architects, should be finished by the end of the year. And with each completed stage, all sorts of new things are popping up around it, including one of the city’s most exciting restos, FG Food Labs (fgfoodlabs.nl), which bowed in January. In a long, narrow, wood-lined space inside a converted railway station, the Michelin-starred chef Francois Geurds (this is his second, more casual spot) experiments with innovative flavors and presentations — and yes, a bit of molecular gastronomy. Not to be missed: the super-aged pata negra ($35), pork belly with pumpkin ($32) and a quirky “dessert” of macadamia nut, foie gras and vanilla ice cream ($19).

The vegan resto Gare du Nord has a unique setting: inside a refurbished railroad car.
It’s a short bike ride from the northern point of the Luchtsingel to the quite unorthodox Gare du Nord(restaurantgaredunord.nl), a vegan restaurant set inside a refurbished railroad car. The brainchild of Hans Kervezee (who collects old railroad cars) and chef Pinar Coskun, the bistro touts the benefits of fresh produce (it grows much of it in a garden out front) and vegan cooking to the local community — especially children. Bonus: all that do-gooding is both tasty and affordable (most dishes are under $12).

Uit Amerikaanse pers

De wijk van 6 miljoen

Je kunt het op Funda opzoeken.
Zoek een huis op dat in jouw buurt te koop staat.
Kijk bij ‘Kaart & Buurt’ naar het aantal inwoners en het ‘Gemiddeld persoonlijk inkomen algemeen’.
Vermenigvuldig dat met elkaar, dan weet je hoe veel geld er per jaar jouw wijk binnenkomt.
Ik heb het gedaan, op 24 mei 2014. Het aantal inwoners is 8720, het gemiddelde inkomen is 13.700.
Kortom, in de Utrechtse Rivierenwijk komt per jaar 119.464.000 binnen. Oftewel een kleine 120 miljoen.

De bewoners besteden een deel van hun geld binnen de wijk, en waarschijnlijk het overgrote deel buiten de wijk. Zeg, je gaat met de bewoners in gesprek en met elkaar besteden ze voortaan vijf procent van hun inkomen in de wijk. Dan komt er per jaar 6 miljoen de wijkeconomie binnen. Dat is bijna net zo veel als het nieuwe Lokaal Economisch Fonds dat het in het Utrechtse Collegeakkoord is afgesproken om de economie voor de hele stad aan te jagen. Ga je dat merken? Ja, natuurlijk ga je dat merken. Als mensen zich eenmaal realiseren hoe veel effect hun bestedingsgedrag heeft in de wijk gaan ze meer van het geld dat ze verdienen in de wijk uitgeven.

Er ontstaan dan tweede orde-effecten. In Engelse publicaties (pluggingtheleaks.org) wordt het verschil berekend tussen 20% van je inkomen binnen de wijk uitgeven en 80%. Nu lijkt dat laatste me veel te hoog – je huur, je energie, je ziektekosten, dat betaal je allemaal buiten de wijk. Maar toch, Als 80 procent van zes miljoen weer in de wijk wordt uitgegeven levert dat toch weer 4,8 miljoen op. Doe je het nog een keer, dan wordt dat 3,84 – 3,07 – 2,45 en zo verder. Na vier rondes heeft je 6 miljoen dus 14,16 miljoen aan bestedingen binnen de wijk opgeleverd. En als het 20% is zijn de getallen: 1,2 – 0,24 – 0,05 – 0,01 = 1,5 miljoen.

Meer geld lokaal besteden levert dus heel snel heel veel op. En als de gemeente niet al te krampachtig met bestemmingen in de wijk omgaat dan ontstaat er dus snel veel business in de wijk, met ook meer levendigheid: meer mensen op straat op veel meer verschillende tijdstippen en op veel meer plekken. En dat is weer goed voor de veiligheid.

Dat is nog lang niet alles. Als mensen in de wijk aan elkaar gaan verdienen gaan ze ook anders met elkaar om. Ze krijgen immers belang bij elkaar.
Jammer dat we wijken sinds WOII altijd zo monofunctioneel hebben benaderd. Het zijn nu wijken waar je eigenlijk weinig anders kunt dan wonen. Mensen hebben elkaar nergens anders voor nodig, bijna alles moeten ze buiten de wijk halen. Wijken zijn zo verworden tot een soort woonwoestijnen, bijna al het leven dat er in zit moet het hebben van financiering van buiten. En dat brengt kosten met zich mee: welzijnswerk, zorg, veiligheid, onderhoud van de buitenruimte.
We wijten dat vaak aan individualisering alsof dat een soort natuurfenomeen is. Maar we hebben het gewoon gestimuleerd – ook omdat het zoveel goede kanten heeft, laten we daarover duidelijk zijn. Je bouwt woonwijken waar mensen elkaar nergens voor nodig hebben.

Dan moet je niet gek kijken als ze onmachtig worden om elkaar te vinden als er collectieve oplossingen nodig zijn.

Als je aan elkaar kunt verdienen dan krijg je belang bij elkaar. Dan hebben jongeren voor hun vakantiebaantje belang bij een goede relatie met winkeliers. Dan kunnen winkeliers hun klantenkring vergroten. Als je een folder wilt laten drukken kijk je even of er een drukker in de buurt zit. En dat zijn allemaal sociale relaties. Dat geeft de buurt een verband. En zo kunnen mensen uit de buurt met elkaar hun eigen oplossingen voor allerlei vraagstukken ontwikkelen.
Kortom, een buurt kan zowel haar eigen welvaart als het leefklimaat en de vitaliteit een grote impuls geven als bewoners meer geld in de buurt besteden. Wij gaan dat doen, in de Rivierenwijk. Op 5 juni organiseren we een Wijktafel waar we het gaan hebben over de verhoudingen in de wijk en over de wijkeconomie. We gaan er de wijk van zes miljoen van maken.

http://keesfortuin.wordpress.com/2014/05/24/de-wijk-van-6-miljoen/

Negen ontwerp-regels voor complexe systemen.

” Verdeel ‘zijn’.

Een bijenkorf, een economie, een supercomputer en ‘leven’ zijn verdeeld over een groot aantal kleinere eenheden, die zelf ook weer kunnen bestaan uit kleinere eenheden. Wanneer de som van al die kleinere onderdelen in interactie samen meer vormt dan de som van de onderdelen elk apart, dan is dat extra ‘iets uit niets’. Als er ergens ‘iets uit niets’ is ontstaan, dan vloeit dat voort uit de interactie van een groot aantal kleinere eenheden.

Beheers van onderen op.

Wanneer alles met alles is verbonden in een gedistribueerd netwerk, gebeurt alles ook tegelijkertijd. Wanneer alles tegelijkertijd gebeurt, zullen systeembrede en zich snel ontwikkelende problemen zich een weg om centrale sturing heen banen. Daarom zal sturing moeten komen vanuit de vele plaatselijke parallelle activiteiten, en niet vanuit een centrale autoriteit. Een menigte kan zichzelf sturen, en in situaties van snelle, grootschalige en heterogene veranderingen kan alleen de massa sturen. Om ‘iets uit niets’ te krijgen moet de beheersing op het meest basale – simpele – niveau liggen.

Zorg voor meekoppeling.

‘Aan hen die hebben, zal gegeven worden’. Het principe: elke keer dat je iets doet, wordt je er beter in. Dan ga je het meer gebruiken en wordt je er nog weer beter in.
Iets dat zijn omgeving zodanig verandert dat die omgeving meer van dat iets gaat produceren, groeit. Alle duurzame – overlevende – systemen zijn hierop gebaseerd, in economie, biologie en psychologie.

Groei door te klonteren.

De enige manier om een werkend complex systeem te maken is om te beginnen met een eenvoudig systeem dat werkt. Pogingen om vanuit het niets complexe dingen als kunstmatige intelligentie of een markteconomie neer te zetten, dus zonder het stapsgewijs te laten groeien, leiden onvermijdelijk tot mislukking. Elk onderdeel moet worden getest tegen elk ander onderdeel en daar is tijd voor nodig. Complexiteit wordt gerealiseerd door het stukje bij beetje samen te stellen vanuit eenvoudige, onafhankelijke en werkende eenheden.

Optimaliseer de randen, investeer in diversiteit.

Homogene systemen veranderen door revoluties, en soms gaan ze erin ten onder. Heterogene systemen kunnen zich van moment tot moment aanpassen en kunnen zich blijven aanpassen. Evolutie neemt de plaats in van revolutie. Diversiteit betekent aandacht voor de randen van een systeem, de buitenwijken, de verborgen hoekjes, de momenten van chaos. Diversiteit vergroot het aanpassingsvermogen en de veerkracht en is vrijwel altijd de bron van innovatie.

Waardeer je fouten.

Iets werkt goed, tot iedereen het doet. Dan moet je weer wat anders bedenken. Uit het gewone stappen en iets nieuws doen kan niet worden onderscheiden van fouten maken. De meest briljante stap in het nieuwe is uiteindelijk ook gewoon trial-and-error. Wat blijkt te werken, blijft. Fouten, expres of per ongeluk, moeten een onderdeel worden van elk scheppend proces. Je zou evolutie kunnen zien als systematisch management van fouten.

Optimaliseer niet, heb meerdere doelen.

Eenvoudige machines kunnen efficiënt zijn, complex adaptieve systemen niet. Een complexe structuur heeft meerdere meesters en geen enkele ervan kan exclusief worden bediend. In plaats van het streven naar optimalisatie van één functie kan een complex systeem alleen overleven door net goed genoeg te zijn in een heleboel verschillende functies. Zo mag een systeem niet alleen maar het gebruik van wat er is optimaliseren – exploitatie – maar moet het ook energie stoppen in het zoeken van nieuwe mogelijkheden – exploratie.

Zorg ervoor dat systemen – net – uit evenwicht blijven.

Onveranderlijkheid is dodelijk, maar teveel verandering – ver van evenwicht – ook. Als ‘niets’ evenwicht en ver van evenwicht is dan is ‘iets’ blijvend-net-uit-evenwicht. Het vinden van de balans tussen evenwicht en uit-evenwicht in net-uit-evenwicht is de heilige graal van alles wat schept. Hier komt het begrip ‘on the edge of chaos’ vandaan.

Verander verandering.

Verandering kan gestructureerd plaatsvinden. Grote complexe systemen doen dat: ze coördineren verandering. Elk deelsysteem zal de organisatie van andere deelsystemen gaan beïnvloeden en veranderen. Mettertijd zullen de regels voor deze veranderingen worden veranderd, Evolutie gaat over verandering, diepere evolutie gaat over veranderingen in de manier waarop er veranderd wordt. Om het meest uit ‘niets’ te krijgen moet je zelf-veranderende regels hebben.”

De boodschap van ‘Tegenkracht organiseren’ is dus – vertaald in Kelly’s termen – dat we in veel systemen uiteindelijk niet kunnen voorkomen dat tegen de ontwerp-regel ‘optimaliseer niet, heb meerdere doelen’ wordt gezondigd.

Deze post is een aangepaste versie van een post op http://www.civilsociety010.nl, die met toestemming is overgenomen.

Kevin Kelly: Out of Control, the new biology of machines, social systems and the economic world. Perseus Books, 1994. ISBN: 0-201-48340-8

woensdag, september 17, 2014

trendrede 2015

http://www.trendrede.nl/

Het einde van de winkelbel

Vroeger was het simpel: je had bedrijven en klanten. Bedrijven maakten of verkochten spullen, klanten betaalden, klaar. Na een tijdje gooide de klant zijn product weg en kocht een nieuw. Zo verdiende de ondernemer een goed belegde boterham. Dit klassieke business model bestaat nog steeds, maar het is aan ernstige slijtage onderhevig. We zijn begonnen met nieuwe business modellen.
In snel tempo dringt het besef door dat oude spullen weggooien spullen ook grondstoffen vernietigen is. Nieuwe producten komen uit fabrieken die energie verbruiken, afval moeten lozen en tegen een zo laag mogelijke kostprijs moeten werken, desnoods ten koste van de arbeidsomstandigheden. Vervolgens wordt er op de spullen een ‘merk’ gestempeld dat eigendom is van anonieme hedgefunds, ergens op aarde. Deze lineaire, anonieme en onrechtvaardige inrichting van de economie is niet langer houdbaar, dat is inmiddels wel duidelijk. Maar hoe moet het dan wel? Hoe komen we naar een duurzame, circulaire en rechtvaardige economie? Dat is de hamvraag bij het werken aan Nieuwe Business Modellen (NBM).

Drie kenmerken

Een goed Nieuw Business Model moet beschikken over drie essentiële kenmerken: de winst zit niet alleen in financiële prestaties maar ook in sociale en ecologische meerwaarde (‘meervoudige waardecreatie’). De klant en het bedrijf vloeien langzaam in elkaar over: consumenten kunnen zelf ook producten maken en diensten leveren, zeker als ze samenwerken in netwerken (‘collectieve waardecreatie’). En: de voordelen komen terecht bij alle betrokkenen in plaats van uitsluitend bij een kleine groep vaak te veel betaalde managers (‘gedeelde waardecreatie’).
Op papier klinkt dat allemaal nog behoorlijk onschuldig, maar de economische en sociale gevolgen kunnen enorm zijn, zeker als je je realiseert dat het in heel Europa ritselt van de initiatieven om op lokaal niveau zélf energie op te wekken in plaats van het te kopen van grote, anonieme multinationals. Of van ondernemende groepen die zélf hun groente en fruit willen kweken in plaats van die te kopen bij een supermarkt. Hetzelfde speelt in de zorg (de wijkzuster komt terug) en in de financiële wereld (banken geven geen krediet, maar crowdfundingplatforms bloeien). Daarnaast gaan consumenten én bedrijven elkaar diensten en goederen leveren via AirBNB, Uber, Peerby, Floow2, Thuisafgehaald en vele andere websites.

Winkelbel

Niet verwonderlijk zijn veel van dit soort initiatieven nog wat knullig van opzet en komt het ondernemerschap nog niet helemaal uit de verf. Maar de trend is duidelijk. Delen, lenen, ruilen, samen kopen, samen maken en andere vormen van transacties zijn sterk in opkomst. Het is in dat spelen met transactievormen in de praktijk dat Nieuwe Business Modellen bedacht, getoetst, aangepast en aangescherpt worden. Met vallen en opstaan ontstaat er zo een nieuwe economie, eentje waarin de ouderwetse winkelbel vast nog wel ergens rinkelt, maar die zich steeds meer gaat kenmerken door nieuwe vormen van horizontaal samen met elkaar ondernemen.
In zo´n economie is dringend behoefte aan nieuwe terminologie, nieuwe bedrijfsmodellen en organisatievormen, nieuwe afspraken en zelfs aan nieuwe soorten geld. Niemand weet nog hoe het er uiteindelijk precies uit komt te zien, maar dat maakt dit juist zo´n spannende tijd. Daar wil je bij zijn!

Vliegende start

Jan Jonker van de Radboud Universiteit heeft de afgelopen jaren intensief onderzoek gedaan naar het ontstaan van Nieuwe Business Modellen (NBM). Over iets meer dan een maand verschijnt het boek Nieuwe Business Modellen, Samen Werken aan Waardecreatie waarin alle inzichten op dat gebied gebundeld zijn. Het boek bestaat uit twee delen: een theoretische toelichting op waarom juist nu nieuwe business modellen er toe doen en een werkboek voor mensen die zelf van plan zijn een NBM te beginnen.
Zeker dat laatste is nieuw. Meestal beginnen startende NBM-ondernemers met het opnieuw uitvinden van het wiel, maar dat hoeft straks dus niet meer. Aan de hand van checklists, kritische vragen en korte voorbeelden kunnen ze een vliegende start maken.

De komende weken geven we in een aantal columns in Duurzaamnieuws een voorproefje van het boek.
Op 13.11.14 vindt in de Domkerk te Utrecht het Symposium Nieuwe Business Modellen plaats. Tijdens dit Symposium wordt het boek dat Jan Jonker schreef met 40 auteurs over Nieuwe Business Modellen ten doop gehouden.

Jos Reinhoudt

zondag, september 14, 2014

Testen als activiteit

http://www.ultratesting.us/partners

Talenten ontdekken

http://investeerintalent.nl

donderdag, september 11, 2014

Antwoorden op vragen gesteld aan 1e jaars leerlingen Handel & Commercie Albeda Rdam 4 september 2014

Wat is het doel van onderwijs?

leren 6x
goede begeleiding geven
motiveren van leerlingen
geen antwoord gegeven 34x
formulier niet ingeleverd 20x

Wat wil je op school bereiken?

diploma halen 33x
beter worden in rekenen/wiskunde 7x
beter worden in engels 5x
beter worden in taal
ervaring opdoen 3x
goede cijfers halen 3x
stage goed afronden 2x
niveau 2 of 3 behalen 2x
zoveel mogelijk te weten te komen 2x
goede motivatie hebben
leren hoe een ondernemer te werk gaat
hoe je een bedrijf runt
ik wil niet thuis zitten
in de praktijk veel te weten komen
op tijd komen
slagen dit jaar
leren van een opleiding om daar later mee aan de slag te gaan
belangrijk om dingen van de handel te weten
bepaalde dingen uitvoeren op school

Wat is je doel op de langere termijn?

goede leuke baan/werk 6x
zorgen voor mijn toekomst 4x
verkoper worden 3x
ondernemer worden 2x
geld verdienen 2x
verder studeren en kijken hoever ik kan komen
alles over detailhandel weten
betaald voetbal halen
grondstewardess worden
richting toerisme gaan
na de opleiding in een winkel werken

zaterdag, september 06, 2014

Mbo-banen niveau 2,3 voorgoed verdwenen

Toegevoegd: dinsdag 2 sep 2014, 12:44

500.000 banen op mbo-niveau 2 en 3 (de lagere niveaus) zullen nooit meer terugkomen.

Ook niet na de crisis.

Daarvoor waarschuwt Jouke van Dijk, hoogleraar Regionale Arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als er niet snel actie wordt ondernomen ontstaat er volgens hem een “verloren generatie”.

Werkloos

Kenneth de Kraker fietst voor de zoveelste keer naar uitzendbureau Randstad. Het maakt hem niet uit waar hij kan werken, als hij zich maar niet elke keer weer bij een ander bedrijf opnieuw moet voorstellen. Kenneth, 24 jaar, heeft in 2011 zijn mbo-3 diploma allround audiovisueel medewerker gehaald en is nu al ruim 2,5 jaar werkloos.

Niet nodig

Kenneth is niet de enige. Mbo’ers met kwalificatie 2 en 3 komen moeilijk aan een baan. Dit is het gevolg van de ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie waardoor bepaalde banen en taken niet langer nodig zijn. Bovendien zijn de taken ingewikkelder geworden, waardoor er minstens een diploma op mbo-niveau 4 vereist wordt.

Arbeidsmonitor

Nieuwsuur reist af naar Zeeland, waar de provincie, het bedrijfsleven en het onderwijs het probleem proberen aan te pakken. Vandaag verschijnt de Zeeuwse arbeidsmarktmonitor. Ditrapport (.pdf) bevestigt het beeld dat mbo-banen op de lagere niveaus verdwijnen.
Dit ziet ook Erwin Berendsen, directeur van Wolter & Dros in het Zeeuwse Goes: “De techniek bij bedrijven op het gebied van veiligheid, milieu, comfort, beveiliging en bewaking is toegenomen. Dat vereist een hoog opleidingsniveau. Bovendien is communicatie, zowel in woord als geschrift, steeds vaker onderdeel van het beheer. We zien dat mensen op niveau 4 toch beter kunnen communiceren.” Bij Wolter & Dros nemen ze eigenlijk geen mensen meer aan onder mbo-niveau 4.

Groot probleem

Volgens hoogleraar Jouke van Dijk realiseert men onvoldoende dat er een groot probleem is met werkloosheid op de laagste niveaus. “Van de 1 miljoen mbo-banen op niveau 2 en 3, komt de helft niet meer terug. Dit wordt de komende 4-5 jaar een groot probleem.”

Vooral de zorg is daar een goed voorbeeld van. Dit weet ook Henny van Meerkerk van het ROC Scalda in Goes, afdeling Zorg & Welzijn. “We proberen leerlingen zo hoog mogelijk op te leiden, om de kans op werk te verbeteren. Maar niveau 4 is niet voor iedereen weggelegd. Het is het risico dat je een tweedeling krijgt. Daar kunnen wij als opleiding niets aan doen, daar moeten de werkgevers en de overheid iets aan doen.”

‘Investeer in jongeren’

Van Dijk vindt dat de overheid duidelijk moet kiezen voor jongeren en geen tijd en geld meer moeten steken in werkloze ouderen. Volgens van Dijk kan de overheid nou eenmaal niet iedereen helpen. “Bij mensen boven de 50 is het mooi meegenomen als ze nog een baan vinden, maar steek daar geen energie meer in. Laat de overheid zich focussen op het oplossen van de jeugdwerkloosheid. De overheid moet in jongeren investeren. Jongeren hebben nog een heel leven voor zich en het is essentieel dat zij connectie houden met de arbeidsmarkt. Voor 55-plussers is dat anders.”

Morgen opent premier Rutte het nieuwe mbo-studiejaar op het ROC-Horizon College in Heerhugowaard.

Op die dag geven Mirjam Sterk, ambassadeur jeugdwerkloosheid, en uitzendbureau Randstad ook het startsein voor “Jeugd op Zoek”. Het doel van het programma is om onder andere werkgevers op te roepen jongeren aan te trekken voor hun bedrijf.

Hoop

Kenneth blijft ondertussen hoop houden dat Randstad een baantje voor hem vindt. “Als beeldtechnicus, vakkenvuller of fietsenmaker; maakt niet uit, ik vind het overal leuk. Als jullie mij daaraan kunnen helpen, hoor je mij niet meer klagen.”

Vragen en/of opmerkingen? Mail: Yvonne.Roerdink@Nieuwsuur.nl of Linda.de.Groot@Nieuwsuur.nl

Trefwoordenzeeland, mbo, banen, jeugdwerkloosheid, niveau 2, niveau 3

This is the first day of the rest of your life