vrijdag, juni 24, 2016

Levendig Spaarne debat biedt perspectief

Opleiding van de ouders mag kansen kinderen niet bepalen

Goed onderwijs met gelijke kansen voor alle leerlingen. Zij moeten hun capaciteiten en talenten kunnen ontwikkelen, ongeacht het opleidingsniveau van hun ouders. Dat is goed voor hen en de samenleving en biedt perspectief voor Nederland. Zo zou het moeten zijn. In werkelijkheid neemt de kansenongelijkheid juist toe. Om het tij te keren moeten onderwijs, overheid en ondernemers samen in actie komen, blijkt 14 juni tijdens het Spaarne debat. Leden van De Maatschappij luisteren in Haarlem naar deskundige sprekers om vervolgens onder leiding van Marlies Claasen zeer gemotiveerd mee te discussiëren. Wordt vervolgd, dat is duidelijk.

“We moeten meer vertrouwen hebben en veel meer investeren in docenten, op alle niveaus.” Dat levert, volgens voorzitter Luuc Mannaerts van De Maatschappij, de grootste effecten op als het gaat om het bestrijden van kansenongelijkheid in het onderwijs. “Ik hoop dat de inspiratie die we opdoen leidt tot concrete ideeën en onze 25 departementen dit centrale thema verder invulling geven.” In de richting van het aanwezige D66-Tweede Kamerlid (en voormalig wiskundedocent) Paul van Meenen zegt hij: “D66 heeft zich hard geweerd tegen bezuinigingen in het onderwijs, maar om politiek te scoren moet je eigenlijk de andere kant uitgaan en heel hard vechten voor meer investeringen in het onderwijs. En daarbij denken aan de leraar, want die heeft impact op jouw (klein)kind.”

Mannaerts sluit met deze mini-reflectie het boeiende debat af in het Hodson Huis, het prachtige gebouw aan het Spaarne van de in 1752 opgerichte Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, waaruit in 1777 de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel – “de doeners”, aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat, ‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’, komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholen, ook nadat de laatste bel is gegaan, hun taak overnemen, zo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publiek, en kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleiding, terwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”, zegt Van Meenen, die ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgeven, waardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.

Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis was, wist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonk, hoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijs, is eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opging, hebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQ, gemeten op 10-jarige leeftijd, is vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs), hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezen, hun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenleving, dus ook in het onderwijs, is de laatste vijf jaar verdubbeld.”

Voorschoolse educatie

Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fase, maar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechts, die spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs had, houdt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie, “waar we al twintig jaar mee bezig zijn”, niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eens, toch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherpt, waardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander punt, waar een groot deel van de zaal het mee eens is, is dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jong, het moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussie, zoals in Amerika, waar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.

Ondernemers

Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebben, want wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doen, maar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vinden, dus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werken, wat ze graag willen, een ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaats, maar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walraven, die mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeft, vindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakken, maar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleiding, omdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”

Emancipatiemachine

Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigen, maar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiek, maar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijden, maar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelen, door als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemers, die daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunning, sinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, spreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaan, terwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, ze hebben allemaal een vwo-diploma, maat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijn, waar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.

Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderen, die misschien best goed terechtkomen, maar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomst, maar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”

Petje af

Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje af, die al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaan, maar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijs, ondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurt, want eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting Kinderpostzegels, Oranje Fonds en De Maatschappij streeft Petje af naar een locatie in elke buurt. Een kleinschalige voorziening die het verschil voor kinderen maakt. Daarom rolt zij haar formule de komende jaren verder uit met als doel het vergroten van de landelijke impact voor kinderen. Leden van De Maatschappij kunnen met een kleine investering in tijd veel betekenen voor de lokale vestigingen, door bijvoorbeeld zitting te nemen in een bestuur of een gastles te verzorgen. Het netwerk van de leden is van groot belang voor de kinderen.

Roza heeft dan ook met veel plezier het voortouw genomen bij het organiseren van het Spaarne debat. “Onderwijs en gelijke kansen hebben al een prominente plaats in onze discussie over het Perspectief voor Nederland. Nu hebben we daar een uitroepteken achter gezet en kunnen we het thema vanuit verschillende hoeken aanscherpen en werken aan een breder vervolg.” Dat komt er zeker, gezien het enthousiasme en de belangstelling van de vele aanwezige leden van De Maatschappij, onder wie een flink aantal vertegenwoordigers van het onderwijs. Tijdens de hele bijeenkomst komen ze voortdurend met vragen en ideeën en vertellen ze presentatrice Marlies Claasen graag over de kansen die zij hebben gekregen van hun al dan niet hoog opgeleide ouders. Ze gaan daardoor zelfs later aan de borrel en ook daar laat het onderwerp hen niet los.

Nico van Grieken, lid Raad van Advies, was bij deze bijeenkomst aanwezig en heeft hierover een interessant blog geschreven.

De klasse van ons onderwijs

Juni 2016. Maand van de eindexamens. Geslaagden vieren hun feest. Vlag uit, schooltas in top. Althans, aan de gevels van huizen met een vlaggenstok. Er zijn ook vlaggenstokarme buurten waar geslaagde leerlingen minder de gelegenheid hebben tot uiterlijk vertoon van een vermoeid neerhangende rugzak.

Kansenongelijkheid

Hoe dan ook: Nederland behoort tot de beste landen ter wereld. Dat geldt evenzeer voor ons onderwijssysteem. Of misschien juister: mede dankzij dat onderwijs staan wij wereldwijd zo hoog aangeschreven. Toch sluimert er iets waarvoor wij ten behoeve van welzijn en welvaart waakzaam moeten zijn: ‘kansenongelijkheid’. Niet alle leerlingen en studenten krijgen de kans het onderwijs te volgen dat past bij hun niveau.
Een relevant thema dat terecht centraal stond in het Spaarne Debat op 14 juni in Haarlem van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (sedert 1752) en de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel (sedert 1777).

Gefeliciteerd!

De titel van het - hoogst interessante - debat gaf de lijn ervan fijntjes aan: ‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders!’ Lees: de klasse van het Nederlandse onderwijs moge gevarieerd en hoog zijn, de betekenis van klasse blijkt ook anders geduid te kunnen worden.
Of, zoals de inspecteur-generaal van het onderwijs, Monique Vogelzang, signaleert in haar verslag over de Staat van het Onderwijs in het schooljaar 2014/2015: ‘We zien dat de kansen van leerlingen in het onderwijs steeds meer uit elkaar lopen: door de toenemende invloed en sturing van ouders (of het ontbreken ervan), de toenemende verschillen tussen scholen en het sturen op gemiddelden in ons onderwijsstelsel’.
Haar vaststelling is dat het bij gelijke intelligentie voor de schoolkeuze en de schoolloopbaan steeds bepalender wordt uit welk gezin je komt. De opleiding van de ouders speelt daarin een hoofdrol. ‘Er waren altijd al verschillen in kansen, maar de verschillen worden de laatste jaren groter. Daar schrok ik van’.

Uitdaging

Keer de toenemende ongelijkheid tussen kinderen met en zonder hoogopgeleide ouders, vindt de onderwijsinspecteur. Dat is de komende tijd de uitdaging. ‘Zodat kinderen met dezelfde talenten ook dezelfde goede kansen krijgen’.
Zoals vaak is er niet één enkele oorzaak aan te wijzen voor de oplopende kansenongelijkheid. Hoogopgeleide ouders zijn bijvoorbeeld meer betrokken bij de schoolloopbaan van hun kinderen. Zij kiezen bewuster en ze kiezen voor betere scholen. Ook leraren en schoolleiders spelen een rol. Zij hebben, vaak onbewust, hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders.
Scholen met grote groepen leerlingen van lager opgeleide ouders hebben vaak een zwakkere kwaliteit, minder bevoegde leraren, een hoger ziekteverzuim en een hoger verloop van personeel, aldus de Staat van het Onderwijs. Beleid en toezicht zijn ook van invloed. Onderwijs, overheden en andere sectoren zullen de handen ineen moeten slaan om toenemende tweedeling te keren.

Meer kansen

Kortom, een belangwekkend Spaarne Debat. Ook omdat het debat illustreert hoe De Maatschappij, mede dankzij haar samenwerking met Petje Af, effectief en adequaat invulling heeft gegeven aan Perspectief voor Nederland, het landelijke en met de departementen gevoerde debat, waarin onderwijs is genoemd als een van de belangrijkste voorwaarden voor de verdere ontwikkeling van het verdienvermogen van ons land.
Als het Spaarne Debat iets duidelijk maakte, was het dit: kansarme kinderen worden niet geboren, maar kansarm gemaakt. Dat vereist een toekomstig onderwijsstelsel dat uitgaat van meer kansen, met meer schoolleiders die volhardend voldoen aan de kern van het onderwijs: mensen beter maken. Wij kunnen het ons niet veroorloven niet volop bij te dragen aan de ontplooiing van de talenten van nieuwe generaties. Zeker niet waar onze samenleving ook elders uiteenlopende ontwikkelingen vertoont.

Nico van Grieken

Lid Raad van Advies De Maatschappij

6 op de 10 Nederlanders verwacht over 5 jaar meer flex- dan vast werk

Zestig procent van de Nederlanders verwacht dat er binnen vijf jaar tijd meer flexibele dan vaste banen zijn.
Dat blijkt uit onderzoek van HR-bureau Tentoo onder 1048 mensen. Maar liefst één op de vier verwacht dat na verloop van tijd iedereen als zzp’er of flexwerker werkt.
Twintig procent van de Nederlanders vindt vaste contracten niet meer van deze tijd.

“Onze arbeidsmarkt staat aan de vooravond van een nieuw tijdperk: de arbeidsmarkt flexibiliseert en veel Nederlanders zijn zich bewust van deze veranderende situatie”, stelt Paul den Ronden, algemeen directeur van Tentoo.
“De volgende stap is je beseffen wat deze nieuwe arbeidsmarkt voor jou betekent. Het is slim om te investeren in je eigen ontwikkeling.
Een leven lang bij dezelfde werkgever werken lijkt steeds onwaarschijnlijker.”

Solidair met zelfstandigen

Zzp’ers zouden meer sociale zekerheid moeten krijgen. Dat geeft zo’n 75 procent van de ondervraagden aan. Ook is er opvallend veel draagvlak voor het verlagen van de belastingen voor zzp’ers. Er is bijna een meerderheid voor, met 43 procent. Opmerkelijk, want zzp’ers hebben al fiscale voordelen als de zelfstandigenaftrek, waar mensen die in loondienst zijn geen aanspraak op kunnen maken.

“Zekerheid wordt, juist in deze veranderende arbeidsmarkt, nog steeds als belangrijk ervaren. Het is mooi om te zien dat er in de Nederlandse samenleving sprake is van solidariteit met zelfstandigen. Ook bij zelfstandigen moeten de randvoorwaarden immers goed geregeld zijn, wil je onbezorgd kunnen ondernemen”, aldus Den Ronden.

Verschil in opleiding

Twee op de drie Nederlanders verwacht dat het merendeel van de banen over twintig jaar flexibel is ingericht. Laagopgeleiden verwachten in mindere mate dat arbeid flexibiliseert dan hoger opgeleiden. Zes op de tien respondenten met een vmbo of mbo-opleiding verwacht dat er in 2036 meer flexibele dan vaste banen zijn. Bij de hoger opgeleiden (havo, VWO en, WO) is dat zeven op de tien.

dinsdag, juni 21, 2016

Rotterdam innovatie plekken

NEXT ECONOMY HOTSPOTS

1 CGI Spark Innovation Center (J2) George Hintzenweg 89
2 Ateliercollectief DE FABRIEK (A3) Burgemeester Bosstr. 46
3 Rotterdam internet Exchange (A4) Schuttevaerweg 48
4 Van Nellefabriek (B5) Van Nelleweg 1
5 De WIJkcoöperatie (E5) Zomerhofstraat 71
6 Gele Gebouw (E5) Zomerhofstraat 76-90
7 Schieblock (E5) Schiekade 189
8 CIC (D5) Stationsplein 45
9 Marconia (A6) Marconistraat
10 SuGu Club (A6) Galileistraat 15
11 Rotterdam Science Tower (B6) Marconistraat 16
12 De Fabriek van Delfshaven (C6) Mathenesserdijk 418
13 De Machinist (D7) Willem Buytewechstr. 45
14 RDM Makerspace (A8) Scheepsbouwweg 8
15 IoT Academy (A8) Scheepsbouwweg 8
16 RDM Rotterdam (A8) Heijplaatstraat 23

NEXT ECONOMY CIRCULAIR

1 Gare du Nord (E4) Anthoniestraat 2
2 SCRAP (E5) Zomerhofstraat 71
3 Uit Je Eigen Stad (D5) Proveniersplein achter CS
3 Uit Je Eigen Stad (A6) Marconistraat 39
4 Buurman Materialen & Werkplaats (B6) Vierhavensstraat 56
5 BlueCity010 (F5) Maasboulevard 100
6 Rotterzwam (F5) Maasboulevard 100
7 Fenix Food Factory (E7) Veerlaan 19d

INNOVATIE IN KLIMAAT

1 Kleinpolderplein (B4) Kleinpolderplein
2 Benthemplein (E5) Benthemplein
3 Kruispleingarage (D5) Kruisplein
4 Bellamyplein (B6) Bellamyplein
5 Smog Free Tower (B6) Vierhavensstraat 52-54
6 Museumparkgarage (D6) Museumpark
7 Drijvend park Buizengat (G6) Buizenwerf
8 Gemaal van de toekomst (I5) Ringvaartweg

INNOVATIE IN BOUWEN

1 Dakpark (B6) Vierhavensstraat
2 HAKA-gebouw (B7) Vierhavensstraat 38
3 ICDuBo (A8) Directiekade 2
4 Aqua Dock (A8) Heijplaatstraat 23
5 Concept House Village (A8) Corydastraat
6 Timmerhuis (E5) Rodezand
7 Groene gevel Westblaak (E6) Hartmanstraat 35
8 De Rotterdam (E7) Wilhelminakade 179
9 Drijvend Paviljoen Rijnhaven (F7) Tillemakade 99

INNOVATIE OP STRAAT

1 Bruggen (J1) Gong
2 Glow in the dark ¬etspad (F4) Langepad Kralingse Bos
3 Regensensor voor ¬etsers (F4) Kruising Boezemlaan-Bosdreef
4 Brug (F4) Exercitiesingel
5 Rain(a)way Garden (E5) Heer Bokelweg
6 Big Belly (E5) Markthal
7 Brug (A5) Hoekersingel
8 Lab op Straat (A6) Marconistraat
9 Vulgraadmeters voor containers (F7) kruising Spoorweghaven-Vuurplaat
10 Bruggen (J8) Centrumpark
11 Brug (J8) Croystraat
12 Dynamische verlichting (H10) Havenspoorpad

INNOVATIE IN STADSLANDBOUW

1 Moestuinen Schiebroek-Zuid (D2) Blecourstraat
2 Ghandituin (D4) Gordelweg 131
3 Moestuin Bergwegplantsoen (E4) Bergwegplantsoen 2
4 Rotterdamse Oogstmarkt (E4) Noordplein
5 Voedselbos Kralingen (F5) Weteringstraat
6 DakAkker Schieblock (E5) Schiekade 189
7 De Pluktuin (C5) RFC-weg 190
8 Voedseltuin (B6) Keilestraat 9
9 Tuin aan de Maas (D7) Müllerpier
10 Rotterdamse Munt (F7) Brede Hilledijk 2
11 Wijktuin De Esch (G6) Dries van der Vlerkstraat
12 Educatieve tuin De Enk (G9) De Enk 18

maandag, juni 20, 2016

CNV Zorg en Welzijn zweert cao af

Vakbond CNV Zorg en Welzijn gooit het roer 180 graden om.

Het oude model van collectieve arbeidsovereenkomsten, levenslange lidmaatschappen en vasthouden aan gevestigde belangen wordt verlaten.
Hiermee stemde negentig procent van de leden afgelopen donderdag in.

De nieuwe koers betekent dat CNV Zorg en Welzijn afstand neemt van de traditionele cao’s.
‘Wij gaan veel meer naar individuele arbeidsvoorwaarden’, zegt voorzitter Suzanne Kruizinga.
‘Individuele pakketten waar je bij wijze van spreken modules ‘uit’ en ‘aan’ kan zetten, naar gelang je eigen persoonlijke situatie verandert.
Er zal weliswaar een collectief raamwerk afgesproken worden, maar dat zijn geen vuistdikke cao’s meer voor iedere individuele zorgfunctie.
Het is sowieso niet meer van deze tijd om iedere vorm van zorgverlening af te passen in van die nauwe functieomschrijvingen.
Zo werken we in een aantal gemeenten al met de ‘medewerker sociaal domein’.
Dat omvat al het werk in het sociale domein zodat je het niet meer over ‘thuishulp van niveau hh1 of niveau hh2 hoeft te hebben.’

Noodzaak

Kruizinga spreekt van een noodzakelijke stap.
‘Als we dit nu niet doen, bestaan we over vijf jaar niet meer.’
Ze trad vorig jaar aan als voorzitter en was voorheen medisch hoofd en arts op de spoedeisende hulp (SEH) in het ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede.
‘Sinds mijn aantreden zijn we in gesprek geweest met leden en bezig om plannen te maken voor de toekomst.
We zijn tot de conclusie gekomen dat we ver achter de feiten aanlopen in deze snel veranderende wereld.
Je kunt niet blijven trekken aan het behoud van vaste banen als de markt om je heen compleet flexibiliseert.
Je kan niet alleen maar afspraken maken met werkgeverskoepels als het straks juist burgerinitiatieven zijn die de zorg inkopen.
En je kan niet verwachten dat je nieuwe leden krijgt als je jonge medewerkers geen medezeggenschap biedt.
We komen juist ook voor die jonge zorgmedewerkers zonder vast contract op.
En dat doe je op een andere manier.’

Code voor goed werkgeverschap

Kruizinga wil met keurmerken voor goed werkgeverschap sluiten.
‘Daar zijn we nu al met Kiwa mee bezig.
We willen geen situaties meer zoals die van TSN, waarbij te laag wordt aanbesteed en vervolgens de mensen op straat staan.
We willen positief met werkgevers in gesprek om een antwoord te hebben op de almaar groeiende vraag naar zorgmedewerkers van alle niveaus.’

Leden
CNV Zorg en Welzijn zal op den duur geen traditionele ledenorganisatie meer zijn.
‘Ook dat model is hopeloos verouderd.
Contributie zal niet meer het enige verdienmodel zijn.
We worden een dienstverlener voor zorgmedewerkers en een netwerkorganisatie.
We adviseren bijvoorbeeld op ROC’s bij welk zorgberoep de beste banenkansen liggen.
Of we adviseren hoe je het zorgwerk kunt combineren met je mantelzorg.
We gaan dit ook niet allemaal zelf doen.
We zullen ook gebruik maken van organisaties binnen ons netwerk.
Stel dat je een slaapstoornis hebt gekregen van je  nachtdiensten.
Dan verwijzen we je door naar een slaapcursus.
’ De grote koerswijziging wordt per direct ingezet en vanaf januari 2017 moet de nieuwe organisatie staan, om de verandering vorm te geven.

Ruimtevolk

Expeditie Energie & Ruimte

10 november 2016 | Breda

De kennis over hoe de energietransitie in steden en regio’s goed en efficiënt kan worden georganiseerd staat nog in de kinderschoenen.
Net als hoe de energietransitie kan worden gebruikt als driver voor economische en ruimtelijke ontwikkeling.
Tegelijkertijd wordt er op verschillende plekken in Nederland ervaring opgedaan.
Om deze inzichten te delen en professionals van overheden en maatschappelijke organisaties én initiatiefnemers handvatten en handelingsperspectieven te geven, organiseren RUIMTEVOLK en BrabantKennis op donderdag 10 november 2016 in Breda Expeditie Energie en Ruimte.
Op het programma staan dan vele tientallen inspirerende praktijkcases en sprekers én interactieve werkateliers.
In het programma wordt nadrukkelijk een koppeling gelegd tussen maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen zoals onder andere: 
herbestemming van commercieel en maatschappelijk vastgoed,
aanpak van de sociale en particuliere woningvoorraad,
toekomst van de landbouw en vrijkomende agrarische bebouwing,
herontwikkeling bedrijventerreinen,
leefbaarheidsinitiatieven en uiteraard
de nieuwe samenwerkingen tussen bewoners, ondernemers, overheden en instituties.

De komende weken zal het programma worden ingevuld. De inschrijving is geopend.

CBS: Na drie jaar in de bijstand neemt lust tot werken af

CBS doet onderzoek naar mensen die uitkering ontvangen

Bijna de helft van de mensen die thuis zitten met een bijstandsuitkering wil niet werken of zegt dat niet (meer) te kunnen. Als reden noemen ze vooral dat ze daarvoor te ziek zijn of zich te ziek voelen. De groep van bijstandsgerechtigden die wel aan het werk wil, neemt in omvang snel af naarmate de periode in de bijstand langer duurt: na drie jaar bijstand is die groep werkwilligen geslonken tot rond de 40 procent.

Dit blijkt uit het vandaag verschenen onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bijstandsgerechtigden zijn verplicht werk te zoeken. Ze moeten bereid zijn tot drie uur per dag te reizen voor het verkrijgen en behouden van een baan. En ze moeten bereid zijn te verhuizen als pendelen tussen woning en aangeboden werk niet lukt binnen die drie uur. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld voor alleenstaande ouders die een kind hebben jonger dan 5 jaar. Maar wie zich niet aan de regels houdt, kan tot 100 procent worden gekort op zijn of haar uitkering.

Grote verschillen in werkbereidheid

In 2014 ontvingen 1,2 miljoen mensen een uitkering

De werkbereidheid verschilt sterk per regeling, blijkt uit het CBS-onderzoek.
Mensen met een WW-uitkering willen bijna allemaal weer aan het werk (93 procent).
Bij bijstandsontvangers is die bereidheid veel lager: iets meer dan de helft.
En voor ontvangers van een arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt dat nog maar één op de vijf aan het werk wil, de vier anderen zien dat niet meer voor zich.
Het CBS deed uitgebreid onderzoek onder personen die in 2014 een uitkering ontvingen.
Daarbij werden verschillende gegevensbestanden aan elkaar gekoppeld.
Vanwege de beschikbaarheid van die gegevens en de analyse daarvan zijn de uitkomsten over 2014 volgens het CBS de recentste.
In dat jaar ontvingen 1,2 miljoen mensen een uitkering.

Uitkering

Daarnaast onderzocht het CBS ook gegevens van personen die geen werk én geen uitkering hebben. Er blijkt een duidelijk verschil in werkbereidheid tussen mannen en vrouwen zonder uitkering in de groep tussen 25 en 55 jaar. In die leeftijdsgroep zijn mannen meer bereid om te werken dan vrouwen. Maar vaker dan vrouwen noemen mannen van 45 tot 55 jaar ziekte als de voornaamste reden om niet te kunnen werken.
De laagste werkbereidheid onder niet-werkenden zonder uitkering vond het CBS in de groep van 55 tot 65 jaar: ruim 85 procent van deze leeftijdsgroep wil niet (meer) aan het werk.
Het grootste deel geeft daarvoor als reden op dat zij inmiddels aan het genieten is van een (pre-)pensioen.

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/24/bijna-helft-bijstandsontvangers-kan-of-wil-niet-werken
 

vrijdag, juni 17, 2016

Arbeidsmarkt januari 2016, Zuid-Limburg

10 winnaars op de arbeidsmarkt

1. CROWDFUNDING EXPERT
Financiering buiten de geijkte paden is populair. Niet alleen startende maar zeker ook gevestigde ondernemers gaan minder naar de bank en zoeken naar alternatieve geldbronnen. Het opzetten van met name wat grotere crowdfundingacties is echter niet makkelijk en vraagt om de nodige expertise. Voor fondsenwervers gespecialiseerd in crowdfunding ligt dan ook een gouden toekomst in het verschiet.

2. PRIVACY-EXPERT
Privacy wordt een steeds groter thema. Niet alleen voor consumenten, maar vooral ook voor bedrijven en hun medewerkers. Een privacy-expert heeft een technische achtergrond en verstand van alle juridische facetten omtrent privacy. Hij of zij kan bijvoorbeeld mee kijken bij het ontwikkelen van een app, zodat die geen privacywetgeving overtreedt en zorgen dat organisaties op het gebied van privacy een positief imago houden.

3. INFORMATIEMANAGER
Informatie komt tegenwoordig sneller tot ons dan het licht. Informatiemanagers zijn in de toekomst nodig om orde te brengen in die ongebreidelde stroom info. Ze zorgen voor de broodnodige managementinfo, ontwerpen heldere managementinformatiesystemen en monitoren dagelijks dashboards vol kengetallen en statistieken. Door het kaf van het koren te scheiden helpen ze leidinggevenden om sneller te schakelen in een snel complexer wordende wereld.

4. BIG DATA ADVISEUR
Bedrijven kunnen producten en diensten met behulp van big data op een slimme wijze in de wereld zetten, bijvoorbeeld door één op één marketing. Big data spelen bij steeds meer organisaties een rol bij de marketing, de dienstverlening of vormen zelfs het product zelf. Technisch geschoolde adviseurs zullen op dit gebied in de toekomst dan ook veel gevraagd zijn én goed verdienen.

5. DE DNA-EXPERT
Tegenwoordig kan het complete genoom van een mens al voor een paar honderd euro in kaart worden gebracht. Uit die genenkaart kun je onder meer opmaken hoeveel risico je hebt op diabetes, hartafwijkingen, reuma of depressies. Zelfs is het mogelijk om er achter te komen welke kans je hebt om bijvoorbeeld aan kanker te overlijden. In de toekomst kan er nog veel meer met genentechnologie. DNA-onderzoek verandert dan ook de complete medische wereld. In de toekomst zal je huisarts vanuit jouw genenprofiel gaan kijken welke risico’s voor jou van belang zijn. Preventie door lifestyle en eventueel genetisch gestuurde medicatie heeft de toekomst, net als iedereen met grote kennis van zaken op dit complexe gebied.

6. 3D-PRINT CONSULTANT
De 3D-printer rukt op in het bedrijfsleven, maar begint ook met zijn opmars bij de consument en de klusjesman. In de winkel kun je al voor een paar honderd euro een fraaie 3D-printer kopen of met een bouwpakket een exemplaar eigenhandig bouwen. Als je straks een onderdeel nodig hebt, zakelijk of privé, kun je het dus gewoon even printen. Maar ook foodprinting en het printen van speelgoed wint snel in populariteit. Die ontwikkelingen
zullen op termijn een enorme impact hebben. In het onderhoud maar ook in de medische wereld zie je nu al wat zo’n printer allemaal vermag. In de medische wereld worden straks zelfs complete lichaamsdelen, huidweefsel, hartkleppen en zelfs totale benen geprint. Techneuten met verstand van 3D-printen zullen in de toekomst op de arbeidsmarkt dan ook zeer in trek zijn.

7. CITYFARMER & CITYMINER
Groentes, fruit, kruiden en tal van andere zaken kunnen prima op daken, rond openbare gebouwen en in parken worden verbouwd. De cityfarmer houdt het allemaal in de gaten en bedenkt nieuwe lucratieve manieren om ‘goed te boeren’ in de stad. Een cityminer is daarentegen iemand die waardevolle materialen, die steeds schaarser worden, uit elektronica haalt. Het is geen reparateur, maar iemand die expliciet herbruikbare materialen haalt uit afgeschreven apparaten zoals smartphones, dvd-spelers en laptops. Je ziet nu al steeds meer bedrijfjes die handig inspelen op deze trend en op slimme wijze zeldzame grondstoffen weten te recyclen.

8. DRONE-PILOOT
Drones worden nu vooral nog ingezet voor het leger of als speeltje gebruikt. In de toekomst zullen drones echter een grote rol gaan spelen bij beveiliging (surveillance) en bezorging. Drone-piloot zal in de toekomst een vrij gewoon beroep worden.

9. GEHEUGENCHIRURG
Toegegeven, geheugenchirurg is een droombaan die nog wel heel futuristisch klinkt. Toch is het goed mogelijk dat geheugenchirurgen jou over een jaar of vijftien extra herseninhoud bezorgen. Niet alleen kan er geheugencapaciteit in je brein bijgeplaatst worden, maar ook versterking van je visie of gehoor behoren in de toekomst mogelijk. De man van zes miljoen zal er bij verbleken….

10. VIRTUEEL ADVOCAAT
Juridische zaken zullen in de toekomst vaker op internet worden afgehandeld. Ondersteund door de nodige automatisering, big data en kunstmatige intelligentie zal de virtuele advocaat tegen een laag tarief ongelooflijk veel zaken per maand kunnen afhandelen.

10 verliezers op de arbeidsmarkt

1. ADMINISTRATIEF MEDEWERKER/BANKMEDEWERKER Een jaar of tien geleden kwam je met een administratieve mbo- of hbo-opleiding prima aan de bak. De traditionele administratiemedewerker is echter stilaan aan het verdwijnen. Banken lozen bijvoorbeeld al jaren tienduizenden medewerkers en het einde is nog lang niet in zicht. Automatisering en digitalisering zijn daar mede debet aan. Jammer is dat nog steeds veel jongeren kiezen voor een administratieve opleiding, terwijl andere sectoren zoals de techniek of agrofood aanzienlijk betere kansen op de arbeidsmarkt bieden.

2. ACCOUNTANT/NOTARIS
De traditionele notabelen krijgen het moeilijk. Deze hoogopgeleide professionals blijken met hun vrij rigide kennis in de praktijk prima te automatiseren te zijn. Inmiddels kun je al diverse standaardactiviteiten van deze beroepsgroep gewoon bij de Hema of op internet laten doen. Het pak kan in de toekomst waarschijnlijk gewoon in de kast blijven hangen…

3. PRODUCTIEMEDEWERKER
Eerst was er voor productiemedewerkers steeds minder werk vanwege de globalisering, waardoor werk verplaatst werd naar lagelonenlanden. Nu komen steeds meer bedrijven weer terug, maar pikken slimme robots het werk in van laagopgeleide productiemedewerkers. Met name goedkope tweedehands robots afkomstig uit de automotive vervangen razendsnel vele duizenden arbeidsplaatsen in de productie. Door het steeds fijnmaziger worden van de distributie zijn orderpickers nog steeds veel gevraagd. Maar de opkomst van zesassige- en achtassige robots die ‘kunnen zien’ dankzij vision zal dit soort werk binnen nu en tien jaar volledig overbodig maken. Snel uitkijken naar een nieuwe baan dus!

5. BELASTINGADVISEUR
De klassieke belastingadviseur heeft ook zijn beste tijd gehad. Automatisering en digitalisering maken de kennis van zo’n regeltjesfetisjist langzaam maar zeker overbodig. Uniformering van regelgeving op Europees niveau en digitalisering van kennis zal zorgen voor steeds minder werkgelegenheid voor dit soort hoogopgeleide professionals.

6. MANAGER
Organisaties worden platter en steeds vaker zelfsturend. Met name vele managers in middenlagen (ja, wederom vaak mbo’ers) worden dan ook weggesaneerd. Maar ook de positie leidinggevenden in hogere echelons staan onder druk. Over tien jaar kan het zomaar eens zijn dat een raad van bestuur niet meer uit vijf mensen bestaat maar uit één of twee aangevuld met kennis- en analyserobots die zonder emotie en aanziens des persoons altijd de juiste beslissingen nemen!

7. JURIST
Een meester in de rechten was vroeger nog een gewaardeerde studiebol, maar wordt door de moderne techniek steeds meer een tikje stoffige expert. Allereerst worden er te veel juristen opgeleid en ten tweede is al die mapjeskennis steeds makkelijker te vangen in intelligente systemen. Een scheiding laten doen door een computerprogramma of een stukje rechtspraak door een kunstmatig intelligente computer is al lang geen science fiction meer.

8. CHAUFFEUR
In Nederland hebben nog veel mensen een baan als taxichauffeur, vrachtwagenchauffeur of machinist op een trein. Al die banen staan enorm onder druk. Ten eerste zijn er initiatieven als Über die niet meer te stoppen zijn en natuurlijk de dood in de pot van de taxibranche. Ten tweede rukken de zelfrijdende auto’s op die het werk van vrachtwagenchauffeurs binnen tien jaar overbodig maken. In diverse landen zoals Japan zitten in metro’s en treinen inmiddels al geen levende mensen meer aan de stuurknuppel maar robots die nooit een rood sein missen!

9. WINKELMEDEWERKER
Langzaam maar zeker staan steeds meer winkelpanden leeg en is er steeds minder werk voor winkelpersoneel. Kijk maar naar het failliet van grote ketens zoals V&D en Scapino. Ook andere gerenommeerde merken zoals Blokker en Hema staan onder grote druk van de veranderende markt en kleine winkeliers vallen als dominostenen om. Oorzaak: de snel doorzettende neiging van consumenten om lekker op internet te shoppen. Die trend gaat écht niet weg en het aantal banen in de retail zal dientengevolge in hoog tempo minder en minder worden.

10. JOURNALIST
De waarde van nieuws is door de opkomst van internet steeds lager geworden. Iets wat je gratis krijgt, wordt als minder waardevol gezien. Iedereen gooit tegenwoordig met de snelheid van een tgv nieuwtjes, kennis en wetenswaardigheden op internet. Jongeren zijn al lang niet meer gewend aan het betalen voor content, laat staan dat ze een krantenabonnement nemen. De werkloosheid onder journalisten stijgt dan ook al jaren, en vermoedelijk zitten in 2016 plus minus 3000 pennenlikkers thuis met de handen in het haar.

maandag, juni 13, 2016

Rotterdam en sociale media kanalen

http://www.rotterdam.nl/socialmediarotterdam

Sociale onderneming met kantoor in Rotterdam

http://www.mama-taxi.com

zondag, juni 12, 2016

Onderwijs startpagina

http://www.onderwijs.startpagina.nl

vrijdag, juni 10, 2016

Info Intelligence groep

Van de Nederlandse beroepsbevolking heeft 49 procent op dit moment goede kansen op de arbeidsmarkt.
Dat is een verbetering met drie procent ten opzichte van het vierde kwartaal 2015 en zelfs een 23 procent stijging ten opzichte van twee jaar geleden (Q1-2014).
Tegelijkertijd bevindt 51% van de Nederlandse beroepsbevolking zich in ‘de badkuip’.
Een positie waar er meer aanbod is dan vraag en de arbeidsmarktpositie minder goed is. Eén op de zes (17%) is zelfs kwetsbaar.
Deze groep kwetsbaren is minder snel gedaald (-5%) dan de groep met een goede kans is gegroeid (+12%).
Dat blijkt uit onderzoek van Intelligence Group.

De beroepsgroepen die in het eerste kwartaal van 2016 ‘uit de badkuip’ zijn gekomen en een arbeidsmarktkans hebben van boven de 70, zijn:

1. Dienstleiders en coördinatoren (mbo)
2. Systeem- en applicatiebeheerders (mbo)
3. Network administrators (mbo)
4. Winkelverkoopleiders (mbo)
5. Kappers (mbo)

Eén op de zes personen op de Nederlandse arbeidsmarkt is kwetsbaar

In de afgelopen twee jaar is de groep kwetsbaren op de Nederlandse arbeidsmarkt afgenomen van 27% naar 17%.
Toch zijn nog steeds bijna 1,5 miljoen mensen te definiëren als kwetsbaar.

Dat betekent dat werkgevers meerdere alternatieven voor deze personen hebben op de arbeidsmarkt en daarmee is de kans op werk in het huidige beroepsveld/functie klein.
Bij- en omscholing evenals grotere reis- en verhuisbereidheid zorgt dat deze groep haar arbeidsmarktkansen kan verbeteren.
Met name bij laag- en middelbaar opgeleiden en met een leeftijd vanaf 44 jaar zien we dat de arbeidsmarktkansen afnemen.

De meest kwetsbare groepen op Nederlandse arbeidsmarkt

1. Beleidsmedewerkers (mbo)
2. Receptionisten (vmbo)
3. Verzorgenden (vmbo)
4. Financieel-administratief medewerkers (vmbo)
5. Administratief medewerkers (mbo)
6. Secretaresses (vmbo)
7. Conciërges en beheerders (mbo)
8. Sportinstructeurs (mbo)
9. Beladers en orderpickers (vmbo)
10. Sociaal, maatschappelijk, agogisch werkers (vmbo)

“Jonger kun je niet worden, maar couranter op de arbeidsmarkt wel. Vaak al heel eenvoudig, door het aanleren van veel gevraagde skills op de arbeidsmarkt” aldus Geert-Jan Waasdorp, directeur van Intelligence Group.
“Pak een markeerstift en print 20 interessante vacatures uit van jouw opleidingsniveau.
Markeer alles wat je niet kunt en als een bepaalde skill of vaardigheid vaker dan drie keer wordt gevraagd, weet je welke trainingen en opleiding je moet volgen om je kans op de arbeidsmarkt te vergroten”

Meer informatie

Geert-Jan Waasdorp, directeur Intelligence Group
T: 06-48337283

Geert-Jan@intelligence-group.nl

woensdag, juni 08, 2016

Artseninformatie

Thuisarts.nl geeft betrouwbare en onafhankelijke informatie van uw huisarts over gezondheid en ziekte.

http://www.thuisarts.nl/

De beste medische App van Nederland is hét hulpmiddel dat voor u de vraag beantwoordt óf en wanneer u naar de dokter moet. Goedgekeurd door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)

http://www.moetiknaardedokter.nl/


De Huisartsenpost is er voor spoedeisende medische klachten die niet tot de volgende werkdag kunnen wachten. Bel bij dergelijke klachten naar de Huisartsenpost

http://huisartsenpostenrijnmond.nl/

This is the first day of the rest of your life