donderdag, juli 21, 2016

10 DINGEN DIE JE NIET DOET TIJDENS EEN SOLLICITATIE!

https://www.youtube.com/watch?v=g3pAdLrNkR0

woensdag, juli 20, 2016

Hoe word ik een held? - Matthew Winkler

https://youtu.be/Hhk4N9A0oCA

maandag, juli 18, 2016

Amsterdam - Er is weer hoop voor werkloze 50-plussers.

Amsterdam - Er is weer hoop voor werkloze 50-plussers. De tijd dat zij tot aan hun pensioen thuis moeten zitten lijkt voorbij. Telegraaf 14 juli 2016.

Voor het eerst sinds de economische crisis neemt het aantal 50-plussers met een WW-uitkering namelijk af. Uitkeringsinstantie UWV spreekt van een omslag en verwacht dat de trend de komende anderhalf jaar doorzet. In maart werden er nog 216.000 uitkeringen verstrekt aan ouderen, eind mei waren dat er 211.000. Het UWV komt in de week van 18 juli met nieuwe cijfers naar buiten waaruit zal blijken dat het aantal 50-plussers met een WW-uitkering verder is gedaald. ,,We hopen nog voor eind dit jaar onder de 200.000 uit te komen”, zegt Betsie Gerrits, programmamanager van het Actieplan 50pluswerkt.

Koudwatervrees

De werkloosheid onder vijftigplussers mag voor het eerst in jaren omlaaggaan, werkgevers hebben nog altijd koudwatervrees. „Nodig eens bewust een oudere uit voor een gesprek”, adviseert UWV’s Betsie Gerrits bedrijven. „Als de kwaliteit goed is, blijkt loon geen rol te spelen”, zegt de programmamanager 50-plus bij de uitkeringsinstantie. „Maar vaak komt het niet eens tot een gesprek. Werkgevers en oude sollicitanten moeten met elkaar om de tafel gaan.”

Maar 50-plussers zijn toch gewoon ontzettend duur?

„Ten eerste: als iemand kwaliteit levert, blijken bedrijven heus wel bereid daarvoor te betalen. Maar los daarvan zijn veel 50-plussers in een periode van hun leven aanbeland waarin ze minder vastgebonden zijn aan hoge vaste lasten. Er is ruimte om te onderhandelen.”

De regelingen voor ouderen staan op de helling in de strijd tegen de werkloosheid onder 50-plussers. Terecht?

„Die regelingen, zoals ouwelullendagen, zijn vaak in de cao vastgelegd. Wij zien echter dat er in alle sectoren weer ouderen aan de slag komen. Wel kan een mobiliteitsbonus van de Belastingdienst, of de proefplaatsing, op onze kosten, het beslissende zetje zijn voor werkgevers die nog twijfelen om een oudere aan te nemen.” „Maar de sleutel zit erin dat de vijftigplusser ook aan de sollicitatietafel komt. Ik hoor nog te veel verhalen van mensen die zich een ongeluk solliciteren, maar nooit op gesprek worden uitgenodigd. Bedrijven zouden dat bewust wél moeten doen. Tijdens een gesprek valt de leeftijd meteen weg.”

Moeten werkgevers iets aan hun mentaliteit veranderen?

„Dat denk ik wel ja. Al zijn er steeds meer bedrijven die naar ons toe komen en specifiek vragen om ouder personeel. Zo hebben we deze week bij Hotel New York een sollicitatie gehad voor vijftien 50-plussers. Het hotel ziet ze als de ideale portiers: ze vertellen de verhalen van de haven, hebben mensenkennis en zijn dienstverlenend ingesteld. Sinds dit programma begonnen is in 2013, zijn er steeds meer bedrijven gekomen die de kwaliteit van 50-plus zien.”

Eind dit jaar loopt het programma af.

„Het goede nieuws is dat een aantal belangrijke onderdelen van het programma volgend jaar reguliere UWV-diensten worden. Denk aan de scholingsvouchers – daar komt zelfs extra geld voor beschikbaar – maar ook de trainingen die we geven. Niet alleen voor ouderen, maar voor iedereen.”

Wat bereikt u met die trainingen?

„Mensen uit alle leeftijdsgroepen worden tijdens een economische crisis ontslagen, maar voor ouderen is het aantoonbaar moeilijker om aan de slag te komen. Inmiddels hebben 120.000 ouderen bij ons netwerktrainingen gevolgd. Met alleen sollicitatiebrieven schrijven, kom je er tegenwoordig niet meer. Je moet mensen kennen, contacten leggen.”

Lukt ze dat een beetje?

„Sommige mensen zijn blij dat ze eindelijk hulp krijgen, maar een deel zit er ook niet op te wachten. Die moeten hun schaamte overwinnen. Ze hebben nooit hun hand hoeven ophouden en nu ineens wel. Wie zijn baan verliest, zit ook niet in de fijnste periode van zijn leven. Bovendien is deze generatie helemaal niet gewend om over zichzelf te pochen. De eerste bijeenkomsten van die klasjes zijn nooit heel vrolijk.”
Maar daarna…? „Die klasjes worden hechte groepen, mensen hebben steun aan elkaar en profiteren van elkaars netwerk en contacten. We delen die groepen bewust niet in op sector of opleidingsniveau. Het is juist goed dat laag- en hoogopgeleiden elkaar wat kunnen bieden.”

Wat is de belangrijkste les voor die mensen?

„In sommige sectoren, zoals de financiële sector en het openbaar bestuur, is werk vinden moeilijk, maar belangrijker: de baan die iemand had komt nooit meer terug. Aan die baan moeten ze niet meer denken, maar aan het werk dat er nog is.”
’Schaamte is een groot probleem’

Rob van Gijzel: Een land bestaat niet. Steden bestaan. Door: Marten van de Wier − 06/07/16, 21:19

Landelijke wetten kunnen de snel veranderende werkelijkheid niet meer bijhouden. Het antwoord van vertrekkend burgemeester Rob van Gijzel: experimenteer. En dat kan het best in de stad.

Rob van Gijzel
PvdA’ er Rob van Gijzel is sinds 2008 burgemeester van zijn geboortestad Eindhoven en voorzitter van de slimme technologieregio Brainport, een samenwerkingsverband van bedrijven, kennisinstellingen en 21 gemeenten. Van 1989 tot 2001 zat hij in de Tweede Kamer. Hij kreeg de bijnaam ‘Bijlmerboy’, omdat hij zich inspande voor een parlementaire enquête naar de Bijlmerramp. In 2001 kreeg hij het aan de stok met PvdA-leider Ad Melkert, nadat hij zich in de media hard had uitgelaten over de bouwfraude. In september neemt hij afscheid van Eindhoven. Wat hij dan gaat doen, is nog niet bekend.
Of het nu gaat om milieu, voedselproductie of gezondheidszorg: het antwoord op de grote uitdagingen van de 21ste eeuw komt niet van de Haagse politiek of van de EU, maar uit de Europese steden. Daarvan is Rob van Gijzel (1954), vertrekkend burgemeester van Eindhoven, overtuigd - net als zijn inspirator Benjamin Barber, de politicoloog die de macht aan de burgemeesters wil geven. In steden zit de kennis, daar ontmoeten belangen elkaar, daar zitten de bestuurders met hun neus op de praktijk. Zij kunnen met alle betrokkenen aan tafel, en dan zoeken naar een oplossing.

Hoe dat in Eindhoven gaat? “Wij hebben voor de Brainport-regio platforms voor een aantal van die grote uitdagingen opgezet”, vertelt Van Gijzel. “Bij het platform voor gezondheid zijn tachtig partijen aangesloten. Ziekenhuizen, verzekeraars, cliëntenraden, bedrijven, de Technische Universiteit.”

Een ‘verticale wereld’, waarin de overheid van bovenaf zaken oplegt, is wat Van Gijzel betreft uit de tijd

Horizontale samenleving

Philips kwam tijdens een overleg met een deel van die partijen met een idee voor een proef met een apparaat dat bij ouderen thuis bloedwaardes kan opmeten, en ter plekke een preparaat maakt dat de juiste extra vitaminen en mineralen bevat. Maar ouderen wilden er niet aan: ze gaven de voorkeur aan een bezoekje van de wijkzuster. Aan tafel ontstond het plan om het machientje te koppelen aan een computerscherm met Skype, met een beperkt aantal contacten, zoals buren. Dat maakt een praatje bij de test mogelijk. Verzekeraar CZ, ook aan tafel, bood aan de proef te bekostigen.

De ‘horizontale samenleving’, noemt Van Gijzel dit, terwijl in de ‘verticale wereld’ de overheid van bovenaf zaken oplegt. Die is wat hem betreft uit de tijd. Tijdens zijn acht jaar in Eindhoven liep hij regelmatig aan tegen door Den Haag gedicteerde grenzen. De stad mocht niet experimenteren met gereguleerde wietteelt, en ook niet met de online amateur-taxidienst Uber. In het boek dat hij uitbracht voor zijn afscheid, ‘De stad die de toekomst maakt’, roept Van Gijzel op om steden wel te laten experimenteren.

De burgemeester heeft onrust in zijn lijf. Hij wiebelt op zijn stoel, verschuift de handgrepen, schuift aan en weer naar achteren. Soms beent hij gebarend door zijn burgemeesterskamer, dan weer concentreert hij zich met zijn ogen dicht op de lijn van zijn betoog.

“Wat ik mooi vind: steden bestaan”, zegt Van Gijzel. “Een land niet. Steden zijn fysieke plekken, met gebouwen, met veel mensen bij elkaar. Een land is een bestuurlijk-geografische aanduiding. De betekenis van een land neemt af. Na de eeuw van de nationale staten en de eeuw van de supranationale instituten wordt dit de eeuw van de steden.”

De wetten die Den Haag maakt, passen niet bij de praktijk die wij hier tegenkomen

Neemt het belang van natiestaat niet juist weer toe? Kijk naar de Brexit.

“Er is een verschil tussen generaties. Je hebt de generaties van voor de jaren negentig: die kijken terug op een periode van oorlog en vernietiging, van wederopbouw, de welvaartsstaat en de afbouw daarvan. Die generatie ziet de robotisering en migratie op zich afkomen. Zij hebben de Brexit mogelijk gemaakt. De generatie van na de jaren negentig heeft dat verleden niet. Die zeggen: ‘Wow, ik zie een wereld voor me, daar kunnen we fantastische dingen doen!’”

Wat is er volgens u mis met Europa?

“Ik was onlangs op het bureau van EU commissievoorzitter Juncker. De belangrijkste onderwerpen daar: de Grexit tegenhouden, de Brexit tegenhouden en de vluchtelingen tegenhouden - of opvangen. Dat is helemaal geen uitdagende agenda. Als wij de experimenteerruimte die ik wil, zouden doorvoeren in Europa, dan zijn we voor het bedrijfsleven in één klap de meest aantrekkelijke regio van de wereld.”

Volgens u kan ook het Rijk de ontwikkelingen niet meer bijbenen?

“Thorbecke heeft het tweehonderd jaar geleden in de grondwet vastgelegd: het Rijk maakt de wetten, de gemeenten voeren het uit. Dat was toen wel een handige gedachte. Maar de ontwikkelingen gaan nu te snel. Den Haag is bezig met een wet dataverkeer. Voor Nederland. Waarbij we er ook nog van uitgaan dat die twintig jaar houdbaar zal zijn. Voor Nederland? Hallo! Dit is iets dat gaat over de hele wereld. En de ontwikkelingen gaan zo snel, dat je die niet meer in wetten kunt vangen. De wetten die Den Haag maakt, passen niet bij de praktijk die wij hier tegenkomen.”

Als Den Haag ons had laten experimenteren, waren we eruit gekomen

Heeft u daar nu al last van?

“Heel erg. Wij wilden hier in Eindhoven met Uber aan de gang, op onze manier. Met alle belangen aan tafel: Uber, de bestaande taxiboeren, de gemeente, de burger. Toen wij een eind op weg waren stopten de Belastingdienst en de Inspectie Leefomgeving en Transport alle medewerking, omdat in de Taxiwet staat dat taxi’s een boordcomputer moeten hebben.

“Als Den Haag ons had laten experimenteren, waren we eruit gekomen. Wat het in Nederland voor taxi’s moeilijk maakt: elk uur zijn ze maar tien minuten bezig iemand te vervoeren. Als je de bezetting van taxi’s verbetert - en dat kan met de app van Uber - en de prijs met eenderde verlaagt, wordt het dan een interessante markt of niet?

“Het idee was om ook de huidige chauffeurs in Uber te zetten. De smartphone maakt de boordcomputer overbodig. Uber heeft toen gezegd: ‘Wij snappen dat de taxichauffeurs in die boordcomputers geïnvesteerd hebben, dus wij willen kijken of we hen schadeloos kunnen stellen’. Toen moesten we stoppen.”

Is het niet een risico dat in dat horizontale overleg van u alleen de grootste monden gehoord worden? In de representatieve democratie heeft iedereen een stem.

“O ja? Heeft iedereen een stem?” Van Gijzel speelt verbaasd.

Eén keer in de vier jaar stem je op iemand die jouw belangen behartigt.
“En, doet ‘ie dat?”

Van Gijzel beent naar een flipover, slaat een paar pagina’s om, en stopt bij een vel met cijfers. “Jij daagt me uit. Kijk, dit is onze democratie waarvan jij zegt dat ie zo mooi is.”

Je kunt beter je belangen definiëren, en met elkaar om de tafel zitten om ze pragmatisch op te lossen

Vindt u die niet mooi?

“Nee, ik vind hem namelijk helemaal niet van deze tijd. Twaalfduizend mensen in Nederland zijn actief voor een politieke partij. Je mag stemmen op wat zij jou voorhouden. In mijn regio, Zuid-Oost-Brabant, zijn 750 mensen politiek actief. We hebben 500 functies: burgemeesters, wethouders, raadsleden. Bijna iedereen die politiek actief is, krijgt een functie! Dat is slecht voor de kwaliteit. Ze zijn allang blij dat ze de gemeenteraad een beetje kunnen vullen. En dan noem jij dat een geweldige...”

Nu legt u mij woorden in de mond.

Van Gijzel lacht. “Kijk, in ons horizontale model mag iedereen meepraten die een belang kan benoemen. In de verticale samenleving leggen politici van alles met elkaar vast in een regeerakkoord, maar breekt er een crisis uit, dan moeten ze toch weer iets anders gaan doen. Dat maakt ze ongeloofwaardig.

“Je kunt beter je belangen definiëren, en met elkaar om de tafel zitten om ze pragmatisch op te lossen, dan ideologisch vooraf te beschrijven hoe de wereld eruit zal gaan zien.”

Hoe gaat u die inzichten inzetten? In een ministerspost bijvoorbeeld?

Van Gijzel maakt een wegwerpgebaar. “Nee, nee. Ik heb al dertien jaar in Den Haag gezeten. Het heroptreden van The Beatles lijkt mij geen goed idee. Je snapt wel, na mijn verhaal: de dynamiek komt voor mij niet uit Den Haag.”

http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/4333732/2016/07/06/Rob-van-Gijzel-Een-land-bestaat-niet-Steden-bestaan.dhtml

maandag, juli 11, 2016

zondag, juli 10, 2016

The Most Innovative Companies of 2016

01 BuzzFeed
For shaking up media across the globe

02 Facebook
For not letting size get in the way of acting like a startup

03 CVS Health
For becoming a one-stop health shop

04 Uber
For hustling corporate business

05 Netflix
For giving unexpected audiences exactly what they want

06 Amazon
For evolving from commerce to cool cloud services

07 Apple
For acing its China test

08 Alphabet
For finding a better way to bet big

09 Black Lives Matter
For turning the conversation about race into results

10 Taco Bell
For combining corn, beans, meat, and cheese into genius

11 Robinhood
For removing all the barriers to stock trading

12 Universal Studios
For breaking the box-office record with canny casting and marketing

13 Huawei
For taking the upper hand in the global mobile competition

14 Cyanogen
For offering a more open, customizable version of Android

15 InMobi
For making mobile ads you actually want to see

16 Novocure
For attacking tumors with electricity

17 Bristol-Myers Squibb
For treating tumors with T cells

18 Amgen
For making cancer therapy go viral

19 Spotify
For finding the beat in the data

20 GE
For leading the industrial Internet of Things

21 Warby Parker
For prescribing social good at home

22 Riot Games
For being in an e-sports league of its own

23 Farfetch
For putting the world’s best boutique-fashion retailers on a global stage

24 Everlane
For matching our clothes to our values

25 Kit and Ace
For designing luxe casual wear from next-generation performance fabrics

26 Slack
For becoming the creative home of our work lives

27 Rethink Robotics
For bringing precision to robotic automation

28 SoulCycle
For cultivating a nation of spinning enthusiasts

29 Sixteen String Jack Productions
For inspiring action along with comedic outrage

30 SANAA
For upping the ante on architectural biomimicry

31 Airbnb
For democratizing authentic, local travel experiences

32 Generator
For making hosteling hip

33 BeMyGuest
For taking Asian travelers off the beaten path

34 Social Capital
For building a 21st-century change agent

35 Hudl
For changing the game with mobile video

36 Box
For becoming the backbone of major businesses

37 Fitbit
For taking health tracking mainstream

38 Snapchat
For creating a vibrantly addictive alternative to traditional TV

39 Sama
For redefining what it means to be a not-for-profit business

40 Midroll Media
For transforming podcasting from passion to phenomenon

41 Affirm
For offering credit that doesn’t suck

42 Earnest
For building a better student loan

43 Aspiration
For using transparency to rebuild trust in banks

44 Vail Resorts
For creating the ultimate travel loyalty program

45 Noora Health
For improving the lives of surgery patients in India

46 Shyp
For eliminating the hassle from sending packages

47 Shopify
For enabling businesses to pursue retail everywhere

48 Babbel
For helping anyone hablar como un local

49 Jaunt
For becoming the first VR media company

50 Hasbro
For mastering the modern art of corporate storytelling

More info
http://www.fastcompany.com/most-innovative-companies?utm_source=mailchimp&utm_medium=email&utm_campaign=fast-company-daily-newsletter&position=1&partner=newsletter&campaign_date=02162016

dinsdag, juli 05, 2016

EU-2020-doel voortijdig schoolverlaten binnen bereik

dinsdag 05-07-2016 | 09:54

Nederland heeft in 2010 in EU-verband afgesproken dat eind 2020 niet meer dan 8 % van de 18- tot 25-jarigen voortijdig het onderwijs verlaat.
Dat onderwijsdoel is in zicht.
Een tweede onderwijsdoelstelling, dat minimaal 40 % van de 30- tot 35-jarigen hoogopgeleid is, was in 2010 al ruimschoots bereikt.
Dat meldt CBS.

De afspraken zijn onderdeel van de 2020-agenda van de Europese Unie (EU). Regeringsleiders hebben doelen vastgesteld op vijf kerngebieden, waarvan onderwijs er een is. Elke lidstaat heeft deze EU-doelen vertaald naar nationale doelstellingen.
Vergeleken met 10 jaar geleden is de groep jongeren die voortijdig het onderwijs heeft verlaten, dus zonder startkwalificatie, kleiner geworden.
In 2005 was 13,5 % van de 18- tot 25-jarigen voortijdig schoolverlater.
In 2015 ging het om 8,2 %.

De groep 30- tot 35-jarige hoogopgeleiden is in dezelfde periode gegroeid van 34,9 naar 46,3 %.

Meeste voortijdig schoolverlaters bij de jongens

Zowel onder jongens als onder meisjes is het percentage voortijdig schoolverlaters gedaald.
De meisjes hebben het afgesproken doel al gehaald. In 2015 was 6,4 % van hen voortijdig schoolverlater,
onder de jongens was dat 9,9 %.

Tussen 2005 en 2015 daalde dit aandeel met 6,0 procentpunten bij de jongens, tegen 4,7 procentpunten bij de meisjes.

Drie kwart heeft vmbo of mbo- 1-diploma

Ruim drie kwart van de voortijdig schoolverlaters heeft een diploma op vmbo of mbo -1.
Dit is lager dan het niveau van een startkwalificatie (minimaal havo, vwo of mbo-2).
Zij zijn na het behalen van hun diploma gestopt (45 %) of ze hebben voor een vervolgopleiding gekozen, maar vervolgens daar geen diploma voor gehaald (31 %).
Bijna een kwart van de voortijdig schoolverlaters heeft geen enkel diploma behaald.
Deze jongeren zijn vaak wel aan een vmbo-, havo- of vwo-opleiding begonnen, maar hebben deze niet succesvol afgerond.

Meer hoogopgeleide vrouwen

Voor zowel jonge mannen als jonge vrouwen geldt dat het percentage hoogopgeleiden in 2015 de doelstelling voorbij is gestreefd.
De groei was de afgelopen tien jaar het sterkst bij vrouwen.
In 2005 was het aandeel hoogopgeleiden onder beide seksen ongeveer gelijk.
In 2015 was echter bijna 50 % van de 30- tot 35-jarige vrouwen hoogopgeleid tegen 43 % van de mannen in deze leeftijdsgroep.

Hoogopgeleiden vaker werk en hoger inkomen

Wie het onderwijs heeft verlaten met een startkwalificatie heeft een grotere kans op een duurzame positie op de arbeidsmarkt.
Van de hoogopgeleide schoolverlaters van 15 tot 75 jaar heeft 81 % betaald werk.
Onder schoolverlaters zonder startkwalificatie in diezelfde leeftijdsgroep is dat 45 %.
Het inkomen van hoogopgeleiden is gemiddeld ook hoger dan van degenen die zonder startkwalificatie het onderwijs hebben verlaten.
Dit geldt ook als rekening wordt gehouden met het aantal uren dat men werkt.

Zo was het gemiddelde inkomen van hoogopgeleide voltijders 74.000 euro, terwijl dat van mensen zonder startkwalificatie 42.000 euro was.

maandag, juni 27, 2016

Dutch media innovators

A second screen is the perfect solution to engage and involve your TV audience.
http://www.angrybytes.nl/

The latest apps direct to the media
http://www.appromoter.com/

We are storytellers, filmmakers, music lovers, tech-geeks.
http://www.corrino.com/

MediaMonks is the biggest creative digital production company on the planet.
https://www.mediamonks.com/work

VIDEOLAND SVOD, TVOD, FILMS, SERIES, ONE APP
http://www.24i.com/

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid is het media-archief van Nederland en de grootste van zijn soort in Europa.
http://www.beeldengeluid.nl/over

vrijdag, juni 24, 2016

Levendig Spaarne debat biedt perspectief

Opleiding van de ouders mag kansen kinderen niet bepalen

Goed onderwijs met gelijke kansen voor alle leerlingen. Zij moeten hun capaciteiten en talenten kunnen ontwikkelen, ongeacht het opleidingsniveau van hun ouders. Dat is goed voor hen en de samenleving en biedt perspectief voor Nederland. Zo zou het moeten zijn. In werkelijkheid neemt de kansenongelijkheid juist toe. Om het tij te keren moeten onderwijs, overheid en ondernemers samen in actie komen, blijkt 14 juni tijdens het Spaarne debat. Leden van De Maatschappij luisteren in Haarlem naar deskundige sprekers om vervolgens onder leiding van Marlies Claasen zeer gemotiveerd mee te discussiëren. Wordt vervolgd, dat is duidelijk.

“We moeten meer vertrouwen hebben en veel meer investeren in docenten, op alle niveaus.” Dat levert, volgens voorzitter Luuc Mannaerts van De Maatschappij, de grootste effecten op als het gaat om het bestrijden van kansenongelijkheid in het onderwijs. “Ik hoop dat de inspiratie die we opdoen leidt tot concrete ideeën en onze 25 departementen dit centrale thema verder invulling geven.” In de richting van het aanwezige D66-Tweede Kamerlid (en voormalig wiskundedocent) Paul van Meenen zegt hij: “D66 heeft zich hard geweerd tegen bezuinigingen in het onderwijs, maar om politiek te scoren moet je eigenlijk de andere kant uitgaan en heel hard vechten voor meer investeringen in het onderwijs. En daarbij denken aan de leraar, want die heeft impact op jouw (klein)kind.”

Mannaerts sluit met deze mini-reflectie het boeiende debat af in het Hodson Huis, het prachtige gebouw aan het Spaarne van de in 1752 opgerichte Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, waaruit in 1777 de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel – “de doeners”, aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat, ‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’, komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholen, ook nadat de laatste bel is gegaan, hun taak overnemen, zo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publiek, en kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleiding, terwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”, zegt Van Meenen, die ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgeven, waardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.

Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis was, wist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonk, hoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijs, is eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opging, hebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQ, gemeten op 10-jarige leeftijd, is vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs), hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezen, hun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenleving, dus ook in het onderwijs, is de laatste vijf jaar verdubbeld.”

Voorschoolse educatie

Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fase, maar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechts, die spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs had, houdt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie, “waar we al twintig jaar mee bezig zijn”, niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eens, toch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherpt, waardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander punt, waar een groot deel van de zaal het mee eens is, is dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jong, het moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussie, zoals in Amerika, waar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.

Ondernemers

Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebben, want wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doen, maar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vinden, dus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werken, wat ze graag willen, een ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaats, maar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walraven, die mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeft, vindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakken, maar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleiding, omdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”

Emancipatiemachine

Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigen, maar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiek, maar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijden, maar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelen, door als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemers, die daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunning, sinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, spreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaan, terwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, ze hebben allemaal een vwo-diploma, maat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijn, waar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.

Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderen, die misschien best goed terechtkomen, maar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomst, maar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”

Petje af

Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje af, die al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaan, maar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijs, ondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurt, want eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting Kinderpostzegels, Oranje Fonds en De Maatschappij streeft Petje af naar een locatie in elke buurt. Een kleinschalige voorziening die het verschil voor kinderen maakt. Daarom rolt zij haar formule de komende jaren verder uit met als doel het vergroten van de landelijke impact voor kinderen. Leden van De Maatschappij kunnen met een kleine investering in tijd veel betekenen voor de lokale vestigingen, door bijvoorbeeld zitting te nemen in een bestuur of een gastles te verzorgen. Het netwerk van de leden is van groot belang voor de kinderen.

Roza heeft dan ook met veel plezier het voortouw genomen bij het organiseren van het Spaarne debat. “Onderwijs en gelijke kansen hebben al een prominente plaats in onze discussie over het Perspectief voor Nederland. Nu hebben we daar een uitroepteken achter gezet en kunnen we het thema vanuit verschillende hoeken aanscherpen en werken aan een breder vervolg.” Dat komt er zeker, gezien het enthousiasme en de belangstelling van de vele aanwezige leden van De Maatschappij, onder wie een flink aantal vertegenwoordigers van het onderwijs. Tijdens de hele bijeenkomst komen ze voortdurend met vragen en ideeën en vertellen ze presentatrice Marlies Claasen graag over de kansen die zij hebben gekregen van hun al dan niet hoog opgeleide ouders. Ze gaan daardoor zelfs later aan de borrel en ook daar laat het onderwerp hen niet los.

Nico van Grieken, lid Raad van Advies, was bij deze bijeenkomst aanwezig en heeft hierover een interessant blog geschreven.

De klasse van ons onderwijs

Juni 2016. Maand van de eindexamens. Geslaagden vieren hun feest. Vlag uit, schooltas in top. Althans, aan de gevels van huizen met een vlaggenstok. Er zijn ook vlaggenstokarme buurten waar geslaagde leerlingen minder de gelegenheid hebben tot uiterlijk vertoon van een vermoeid neerhangende rugzak.

Kansenongelijkheid

Hoe dan ook: Nederland behoort tot de beste landen ter wereld. Dat geldt evenzeer voor ons onderwijssysteem. Of misschien juister: mede dankzij dat onderwijs staan wij wereldwijd zo hoog aangeschreven. Toch sluimert er iets waarvoor wij ten behoeve van welzijn en welvaart waakzaam moeten zijn: ‘kansenongelijkheid’. Niet alle leerlingen en studenten krijgen de kans het onderwijs te volgen dat past bij hun niveau.
Een relevant thema dat terecht centraal stond in het Spaarne Debat op 14 juni in Haarlem van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (sedert 1752) en de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel (sedert 1777).

Gefeliciteerd!

De titel van het - hoogst interessante - debat gaf de lijn ervan fijntjes aan: ‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders!’ Lees: de klasse van het Nederlandse onderwijs moge gevarieerd en hoog zijn, de betekenis van klasse blijkt ook anders geduid te kunnen worden.
Of, zoals de inspecteur-generaal van het onderwijs, Monique Vogelzang, signaleert in haar verslag over de Staat van het Onderwijs in het schooljaar 2014/2015: ‘We zien dat de kansen van leerlingen in het onderwijs steeds meer uit elkaar lopen: door de toenemende invloed en sturing van ouders (of het ontbreken ervan), de toenemende verschillen tussen scholen en het sturen op gemiddelden in ons onderwijsstelsel’.
Haar vaststelling is dat het bij gelijke intelligentie voor de schoolkeuze en de schoolloopbaan steeds bepalender wordt uit welk gezin je komt. De opleiding van de ouders speelt daarin een hoofdrol. ‘Er waren altijd al verschillen in kansen, maar de verschillen worden de laatste jaren groter. Daar schrok ik van’.

Uitdaging

Keer de toenemende ongelijkheid tussen kinderen met en zonder hoogopgeleide ouders, vindt de onderwijsinspecteur. Dat is de komende tijd de uitdaging. ‘Zodat kinderen met dezelfde talenten ook dezelfde goede kansen krijgen’.
Zoals vaak is er niet één enkele oorzaak aan te wijzen voor de oplopende kansenongelijkheid. Hoogopgeleide ouders zijn bijvoorbeeld meer betrokken bij de schoolloopbaan van hun kinderen. Zij kiezen bewuster en ze kiezen voor betere scholen. Ook leraren en schoolleiders spelen een rol. Zij hebben, vaak onbewust, hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders.
Scholen met grote groepen leerlingen van lager opgeleide ouders hebben vaak een zwakkere kwaliteit, minder bevoegde leraren, een hoger ziekteverzuim en een hoger verloop van personeel, aldus de Staat van het Onderwijs. Beleid en toezicht zijn ook van invloed. Onderwijs, overheden en andere sectoren zullen de handen ineen moeten slaan om toenemende tweedeling te keren.

Meer kansen

Kortom, een belangwekkend Spaarne Debat. Ook omdat het debat illustreert hoe De Maatschappij, mede dankzij haar samenwerking met Petje Af, effectief en adequaat invulling heeft gegeven aan Perspectief voor Nederland, het landelijke en met de departementen gevoerde debat, waarin onderwijs is genoemd als een van de belangrijkste voorwaarden voor de verdere ontwikkeling van het verdienvermogen van ons land.
Als het Spaarne Debat iets duidelijk maakte, was het dit: kansarme kinderen worden niet geboren, maar kansarm gemaakt. Dat vereist een toekomstig onderwijsstelsel dat uitgaat van meer kansen, met meer schoolleiders die volhardend voldoen aan de kern van het onderwijs: mensen beter maken. Wij kunnen het ons niet veroorloven niet volop bij te dragen aan de ontplooiing van de talenten van nieuwe generaties. Zeker niet waar onze samenleving ook elders uiteenlopende ontwikkelingen vertoont.

Nico van Grieken

Lid Raad van Advies De Maatschappij

6 op de 10 Nederlanders verwacht over 5 jaar meer flex- dan vast werk

Zestig procent van de Nederlanders verwacht dat er binnen vijf jaar tijd meer flexibele dan vaste banen zijn.
Dat blijkt uit onderzoek van HR-bureau Tentoo onder 1048 mensen. Maar liefst één op de vier verwacht dat na verloop van tijd iedereen als zzp’er of flexwerker werkt.
Twintig procent van de Nederlanders vindt vaste contracten niet meer van deze tijd.

“Onze arbeidsmarkt staat aan de vooravond van een nieuw tijdperk: de arbeidsmarkt flexibiliseert en veel Nederlanders zijn zich bewust van deze veranderende situatie”, stelt Paul den Ronden, algemeen directeur van Tentoo.
“De volgende stap is je beseffen wat deze nieuwe arbeidsmarkt voor jou betekent. Het is slim om te investeren in je eigen ontwikkeling.
Een leven lang bij dezelfde werkgever werken lijkt steeds onwaarschijnlijker.”

Solidair met zelfstandigen

Zzp’ers zouden meer sociale zekerheid moeten krijgen. Dat geeft zo’n 75 procent van de ondervraagden aan. Ook is er opvallend veel draagvlak voor het verlagen van de belastingen voor zzp’ers. Er is bijna een meerderheid voor, met 43 procent. Opmerkelijk, want zzp’ers hebben al fiscale voordelen als de zelfstandigenaftrek, waar mensen die in loondienst zijn geen aanspraak op kunnen maken.

“Zekerheid wordt, juist in deze veranderende arbeidsmarkt, nog steeds als belangrijk ervaren. Het is mooi om te zien dat er in de Nederlandse samenleving sprake is van solidariteit met zelfstandigen. Ook bij zelfstandigen moeten de randvoorwaarden immers goed geregeld zijn, wil je onbezorgd kunnen ondernemen”, aldus Den Ronden.

Verschil in opleiding

Twee op de drie Nederlanders verwacht dat het merendeel van de banen over twintig jaar flexibel is ingericht. Laagopgeleiden verwachten in mindere mate dat arbeid flexibiliseert dan hoger opgeleiden. Zes op de tien respondenten met een vmbo of mbo-opleiding verwacht dat er in 2036 meer flexibele dan vaste banen zijn. Bij de hoger opgeleiden (havo, VWO en, WO) is dat zeven op de tien.

dinsdag, juni 21, 2016

Rotterdam innovatie plekken

NEXT ECONOMY HOTSPOTS

1 CGI Spark Innovation Center (J2) George Hintzenweg 89
2 Ateliercollectief DE FABRIEK (A3) Burgemeester Bosstr. 46
3 Rotterdam internet Exchange (A4) Schuttevaerweg 48
4 Van Nellefabriek (B5) Van Nelleweg 1
5 De WIJkcoöperatie (E5) Zomerhofstraat 71
6 Gele Gebouw (E5) Zomerhofstraat 76-90
7 Schieblock (E5) Schiekade 189
8 CIC (D5) Stationsplein 45
9 Marconia (A6) Marconistraat
10 SuGu Club (A6) Galileistraat 15
11 Rotterdam Science Tower (B6) Marconistraat 16
12 De Fabriek van Delfshaven (C6) Mathenesserdijk 418
13 De Machinist (D7) Willem Buytewechstr. 45
14 RDM Makerspace (A8) Scheepsbouwweg 8
15 IoT Academy (A8) Scheepsbouwweg 8
16 RDM Rotterdam (A8) Heijplaatstraat 23

NEXT ECONOMY CIRCULAIR

1 Gare du Nord (E4) Anthoniestraat 2
2 SCRAP (E5) Zomerhofstraat 71
3 Uit Je Eigen Stad (D5) Proveniersplein achter CS
3 Uit Je Eigen Stad (A6) Marconistraat 39
4 Buurman Materialen & Werkplaats (B6) Vierhavensstraat 56
5 BlueCity010 (F5) Maasboulevard 100
6 Rotterzwam (F5) Maasboulevard 100
7 Fenix Food Factory (E7) Veerlaan 19d

INNOVATIE IN KLIMAAT

1 Kleinpolderplein (B4) Kleinpolderplein
2 Benthemplein (E5) Benthemplein
3 Kruispleingarage (D5) Kruisplein
4 Bellamyplein (B6) Bellamyplein
5 Smog Free Tower (B6) Vierhavensstraat 52-54
6 Museumparkgarage (D6) Museumpark
7 Drijvend park Buizengat (G6) Buizenwerf
8 Gemaal van de toekomst (I5) Ringvaartweg

INNOVATIE IN BOUWEN

1 Dakpark (B6) Vierhavensstraat
2 HAKA-gebouw (B7) Vierhavensstraat 38
3 ICDuBo (A8) Directiekade 2
4 Aqua Dock (A8) Heijplaatstraat 23
5 Concept House Village (A8) Corydastraat
6 Timmerhuis (E5) Rodezand
7 Groene gevel Westblaak (E6) Hartmanstraat 35
8 De Rotterdam (E7) Wilhelminakade 179
9 Drijvend Paviljoen Rijnhaven (F7) Tillemakade 99

INNOVATIE OP STRAAT

1 Bruggen (J1) Gong
2 Glow in the dark ¬etspad (F4) Langepad Kralingse Bos
3 Regensensor voor ¬etsers (F4) Kruising Boezemlaan-Bosdreef
4 Brug (F4) Exercitiesingel
5 Rain(a)way Garden (E5) Heer Bokelweg
6 Big Belly (E5) Markthal
7 Brug (A5) Hoekersingel
8 Lab op Straat (A6) Marconistraat
9 Vulgraadmeters voor containers (F7) kruising Spoorweghaven-Vuurplaat
10 Bruggen (J8) Centrumpark
11 Brug (J8) Croystraat
12 Dynamische verlichting (H10) Havenspoorpad

INNOVATIE IN STADSLANDBOUW

1 Moestuinen Schiebroek-Zuid (D2) Blecourstraat
2 Ghandituin (D4) Gordelweg 131
3 Moestuin Bergwegplantsoen (E4) Bergwegplantsoen 2
4 Rotterdamse Oogstmarkt (E4) Noordplein
5 Voedselbos Kralingen (F5) Weteringstraat
6 DakAkker Schieblock (E5) Schiekade 189
7 De Pluktuin (C5) RFC-weg 190
8 Voedseltuin (B6) Keilestraat 9
9 Tuin aan de Maas (D7) Müllerpier
10 Rotterdamse Munt (F7) Brede Hilledijk 2
11 Wijktuin De Esch (G6) Dries van der Vlerkstraat
12 Educatieve tuin De Enk (G9) De Enk 18

maandag, juni 20, 2016

CNV Zorg en Welzijn zweert cao af

Vakbond CNV Zorg en Welzijn gooit het roer 180 graden om.

Het oude model van collectieve arbeidsovereenkomsten, levenslange lidmaatschappen en vasthouden aan gevestigde belangen wordt verlaten.
Hiermee stemde negentig procent van de leden afgelopen donderdag in.

De nieuwe koers betekent dat CNV Zorg en Welzijn afstand neemt van de traditionele cao’s.
‘Wij gaan veel meer naar individuele arbeidsvoorwaarden’, zegt voorzitter Suzanne Kruizinga.
‘Individuele pakketten waar je bij wijze van spreken modules ‘uit’ en ‘aan’ kan zetten, naar gelang je eigen persoonlijke situatie verandert.
Er zal weliswaar een collectief raamwerk afgesproken worden, maar dat zijn geen vuistdikke cao’s meer voor iedere individuele zorgfunctie.
Het is sowieso niet meer van deze tijd om iedere vorm van zorgverlening af te passen in van die nauwe functieomschrijvingen.
Zo werken we in een aantal gemeenten al met de ‘medewerker sociaal domein’.
Dat omvat al het werk in het sociale domein zodat je het niet meer over ‘thuishulp van niveau hh1 of niveau hh2 hoeft te hebben.’

Noodzaak

Kruizinga spreekt van een noodzakelijke stap.
‘Als we dit nu niet doen, bestaan we over vijf jaar niet meer.’
Ze trad vorig jaar aan als voorzitter en was voorheen medisch hoofd en arts op de spoedeisende hulp (SEH) in het ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede.
‘Sinds mijn aantreden zijn we in gesprek geweest met leden en bezig om plannen te maken voor de toekomst.
We zijn tot de conclusie gekomen dat we ver achter de feiten aanlopen in deze snel veranderende wereld.
Je kunt niet blijven trekken aan het behoud van vaste banen als de markt om je heen compleet flexibiliseert.
Je kan niet alleen maar afspraken maken met werkgeverskoepels als het straks juist burgerinitiatieven zijn die de zorg inkopen.
En je kan niet verwachten dat je nieuwe leden krijgt als je jonge medewerkers geen medezeggenschap biedt.
We komen juist ook voor die jonge zorgmedewerkers zonder vast contract op.
En dat doe je op een andere manier.’

Code voor goed werkgeverschap

Kruizinga wil met keurmerken voor goed werkgeverschap sluiten.
‘Daar zijn we nu al met Kiwa mee bezig.
We willen geen situaties meer zoals die van TSN, waarbij te laag wordt aanbesteed en vervolgens de mensen op straat staan.
We willen positief met werkgevers in gesprek om een antwoord te hebben op de almaar groeiende vraag naar zorgmedewerkers van alle niveaus.’

Leden
CNV Zorg en Welzijn zal op den duur geen traditionele ledenorganisatie meer zijn.
‘Ook dat model is hopeloos verouderd.
Contributie zal niet meer het enige verdienmodel zijn.
We worden een dienstverlener voor zorgmedewerkers en een netwerkorganisatie.
We adviseren bijvoorbeeld op ROC’s bij welk zorgberoep de beste banenkansen liggen.
Of we adviseren hoe je het zorgwerk kunt combineren met je mantelzorg.
We gaan dit ook niet allemaal zelf doen.
We zullen ook gebruik maken van organisaties binnen ons netwerk.
Stel dat je een slaapstoornis hebt gekregen van je  nachtdiensten.
Dan verwijzen we je door naar een slaapcursus.
’ De grote koerswijziging wordt per direct ingezet en vanaf januari 2017 moet de nieuwe organisatie staan, om de verandering vorm te geven.

This is the first day of the rest of your life