zondag, januari 30, 2011

Blauwe rook informatie over de Bouw

Informatie vanuit media Plaza

De Bouw in 2025 Toekomst scenarios

2025: de keten heeft zich volledig omgedraaid…

Hoe meer je nadenkt over de toekomst, hoe beter je vandaag kan ondernemen. Hoe ziet de bouw- en vastgoedwereld eruit in 2025? Op basis van de kennis en inspiratie die wij hebben opgedaan tijdens talloze gesprekken en de strategische bijeenkomst Toekomst Bouw èn met behulp van onze future proof technieken formuleerden wij drie scenario’s voor uw toekomstige afzetmarkt. Want u wilt als ondernemer in de bouw toch ook weten hoe u succesvol blijft? Over 5, 10 of 15 jaar? Hieronder vindt u de wereld in 2025 als we de ontwikkelingen van nu op het gebied van bouwconcepten en technologie doortrekken naar de toekomst.

De bouw anno nu

We schrijven het jaar 2010. De sector heeft het zwaar. Economisch zit het niet mee en de grote leegstand van kantoren vormt een grote donderwolk boven de toekomst van de bouw. Steeds meer mensen pleiten voor ingrijpen. Geen nieuwbouw meer, sloop desnoods. Jarenlang zijn kantoren neergezet zonder te kijken naar de vraag. Nu voldoen die kantoren niet meer aan de huidige eisen en staan ze leeg. Ze worden vaak ook niet mooi gevonden, en niet duurzaam genoeg. Elk bedrijf wil toch graag een kantoor dat past bij de eigen identiteit. En locatie, de oh zo belangrijke locatie. Weilanden volbouwen langs de snelweg is toch niet zo succesvol gebleken. Een kantoorlocatie moet wel een beetje gezellig zijn. En goed bereikbaar, ook met het OV.

Flexibiliteit is het toverwoord voor de toekomst. Behoeften veranderen door de tijd. Kijk alleen al maar naar de verwachte invloed van Het Nieuwe Werken op de vraag naar kantoorruimte. De markt speelt hier nu bescheiden op in. Zoals met het Living Building concept, dat er vanuit gaat dat een gebouw voor een relatief korte tijd wordt ingericht en heel makkelijk moet kunnen worden hergebruikt. Of Solids, duurzame gebouwen die casco worden opgeleverd en kunnen worden ingericht zoals de bewoner dat wil. Flexibiliteit beperkt zich overigens niet tot gebouwen, ook voor gebieden worden al concepten uitgewerkt die aanpassingen in de tijd makkelijk moeten maken.

Belangrijk uitgangspunt van deze concepten is dat wordt geluisterd naar de klant. Naar zijn wensen en behoeften. En dat de aanbieders in de markt hierop hun eigen aanbod gaan ontwikkelen. In dat principe past de Verbouwshop® ook goed. Bij de verbouwshop kunnen bewoners hun aanbouw geheel zelf samenstellen, deze wordt vervolgens in de fabriek in elkaar gezet en binnen een dag geplaatst. De Verbouwshop® is nu één voorbeeld, maar prefab bouwen heeft zeker de toekomst. Zie bijvoorbeeld ook het Cubi-concept.

Daarnaast staat duurzaamheid centraal. Steeds meer bedrijven en consumenten vragen om duurzaamheid en de markt speelt hier ook steeds beter op in. Een mooi voorbeeld is het duurzame drijvende kantoor ARK voor Waternet, dat gebouwd is volgens de principes van Cradle to Cradle. De discussie blijft echter wel: wat is nu werkelijk duurzaam, een nieuw super-duurzaam kantoor bouwen of een oud kantoor verduurzamen?

De bouw anno 2025

Als we bovenstaande ontwikkelingen doortrekken naar de toekomst staan de volgende begrippen centraal: identiteit, locatie, de klant, prefab en duurzaamheid. Als we daar de factor techniek aan toevoegen komen we tot volgende conclusie: de bouw anno 2025 is casco. Geen nieuwbouw meer, maar bestaande kantoren strippen tot casco. Tenminste, op die locaties waar nog vraag naar is. Esthetiek doet er aan de buitenkant in de bouw niet meer toe. Architectuur wordt namelijk niet meer gecreëerd met bouwmaterialen, maar met techniek. Het gaat om duurzaamheid, isolatie, flexibiliteit en locatie. De techniek doet de rest.

De techniek leidend? Jazeker, want met een dergelijke nadruk op duurzaamheid en een dergelijke behoefte aan flexibiliteit kan de techniek niet meer volgend zijn. De installaties vormen het hart van het gebouw en moeten ook flexibel zijn. Ze kunnen niet meer ‘even op het laatst’ worden toegevoegd. Techniek gaat echter zeker niet alleen over de installaties. Techniek gaat over het hele gebouw. Waar we nu een gevel elk mogelijk aangezicht kunnen geven met 3D belichting, zo kunnen we in 2025 met metamaterialen elke gevel (elk gebouw) creëren die we willen. We bedekken enkel het casco met magnetisch materiaal, dat elke mogelijke vorm en elke mogelijke kleur kan aannemen. Een bestaand gebouw en toch een geheel eigen gebouw – een eigen identiteit? Dat is in 2025 geen enkel probleem.

Dat geldt ook voor de binnenkant van het gebouw.  In 2025 werken we flexibel. Het ene moment thuis, het andere moment onderweg of op kantoor. Zijn we nog in dienst? Misschien. Misschien werken we ook wel allemaal als ZZP’er. Kantoren moeten zich kunnen aanpassen, continu. Aan in- en uitlopend personeel, aan fluctuerende aantallen werknemers, aan wisselende projecten. In 2025 kan elk kantoor dus op elk moment elke vorm en elke indeling aannemen die de klant wenst. Prefab kantoorconcepten worden het casco ‘ingeschoven’. Iedereen creëert zo zijn eigen kantoor in een kantoor of zijn eigen kantoor aan huis. We doen aan ‘identity building’.

Op de werking van de keten hebben deze ontwikkelingen een grote impact. Allereerst draait de keten helemaal om. Het begint met de klant en de techniek. Daarnaast kunnen we ons afvragen hoe bepaalde beroepsgroepen (schakels) kunnen overleven in dit nieuwe systeem. Als esthetiek er niet meer toe doet in de bouw, waar blijft dan de architect? In 2025 is architectuur immers voorbehouden aan de creatief programmeurs. En als alles prefab kan worden gebouwd, waar blijven dan de kleinere bouwbedrijven, de bouwvakkers, de medewerkers op de bouwplaats? Of bent u belegger, verhuurt u kantoren? Langlopende huurcontracten zijn definitief verleden tijd. De macht ligt in 2025 bij de klant. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor u, als ondernemer? Bent u klaar voor de toekomst? Weet u welke stappen u moet nemen om succesvol te blijven?

Overheid kan fors besparen

Overheid kan fors besparen op overhead

Sturing en Ondersteuning.

Van alle medewerkers bij gemeenten is ruim 33 procent bezig met dit soort taken. ‘Hier is nog veel winst te boeken’, stelt Mark Huijben in zijn proefschrift: Overhead Gewaardeerd.

Huijben onderzocht de overhead bij ruim 1300 organisaties binnen de publieke sector. De overhead bij ministeries weegt het zwaarst. De verhouding tussen uitvoering en management is nog niet een op een, maar het komt in de buurt. Van het personeel op ministeries is 41,9 procent met ondersteuning en sturing bezig. Sectoren met weinig overhead zijn de zorg (13,2%) en het onderwijs (14,4%).
Opvallend. “Zelfs bij organisaties in dezelfde sector kan de overhead een factor twee verschillen”, stelt Huijben. Dit terwijl zware overhead volgens het onderzoek niet leidt tot hogere productie. Volgens bedrijfskundig promovendus Huijben moeten de managementfuncties anders worden georganiseerd. De vraag is: hoe?

Aanbevelingen

Onder meer door een vergelijking met de private sector concludeert Huijben dat het aantal regelaars centraal moeten worden bepaald. Hoeveel overhead heb je nodig en wat moeten zij precies doen? Er zijn duidelijke afspraken nodig. Dat klinkt eenvoudig, maar het blijkt vaak niet te gebeuren.
Centraliseer de overhead, adviseert Huijben. “Waar overhead verspreid zit over de organisatie, is het heel moeilijk te achterhalen wie waar mee bezig is. Dat is bijvoorbeeld sterk het geval bij veel gemeenten.” De Raad voor de Kinderbescherming wordt genoemd als voorbeeld. De raad heeft alle overheadfuncties in één centraal kantoor van een werkplek voorzien. Zo wordt de organisatie overzichtelijker. “Dit creëert tegendruk en houdt de overhead laag.”

Shared Service Centers
Huijben plaatst kanttekeningen bij de vermeende schaalvoordelen van een Shared Service Centers. Schaalvergroting leidt niet tot voordelen in de overhead, is de conclusie. Het is raadzaam eerst een benchmarkonderzoek te doen, gevolgd door een zogenoemde Overhead Value Analyse, om te bepalen of je hier te veel van in huis hebt. Of om de sturende en ondersteunende functies beter werk kunnen leveren.
In tegenstelling tot de gangbare vergelijking, ziet de promovendus overhead niet als het vet maar als de spieren van organisaties, omdat de functies wel degelijk van belang zijn. Met overhead wordt een groot aantal functies bedoeld. Directie, management, de afdeling Personeel en Organisatie, automatisering, communicatie en juridische zaken.

dinsdag, januari 25, 2011

Beter presteren in het onderwijs van Rotterdam

Videofilm over onderwijs januari 2011

Beter Presteren

Rotterdams onderwijs zet in op hoger resultaat
Meer effectieve leertijd, meer professionele scholen en meer betrokkenheid van ouders moeten de
onderwijsprestaties van de Rotterdamse schoolkinderen verhogen.
Belangrijkste punten zijn de focus op taal en rekenen, en meer resultaatgerichtheid van de scholen. Dat staat in het programma Beter Presteren, het
eerste deel van het Rotterdams Onderwijsbeleid 2011-2014, dat de Rotterdamse schoolbesturen en wethouder
Hugo de Jonge (Onderwijs, Jeugd en Gezin) vandaag samen hebben aangeboden aan Onderwijsminister Van
Bijsterveldt tijdens het eerste Rotterdamse Onderwijscafé van 2011 op basisschool De Catamaran.

Meer leertijd, professionele scholen en ouderbetrokkenheid

Beter Presteren is een gezamenlijk programma van schoolbesturen en de gemeente Rotterdam en richt zich op het
verhogen van de onderwijsresultaten en het maximaal benutten van talenten. Rotterdam kiest daarbij voor drie
duidelijke hoofdthema’s:

Meer leertijd

Rotterdam gaat leerlingen op drie momenten in hun schoolloopbaan meer leertijd aanbieden. Onderzoek wijst uit dat
hoe jonger peuters instromen in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), hoe groter de kans dat zij zonder een
taalachterstand aan het primair onderwijs beginnen. Rotterdam wil daarom als eerste stad starten met een pilot met
zogenoemde ‘Groepen 0’ voor twee- en driejarigen, waardoor de voorschool op een speelse manier aan de
basisschool wordt gekoppeld. Voor deze groep komt minimaal één leerkracht op hbo-niveau te staan. Kinderen komen
minimaal vijf dagdelen naar groep 0, in plaats van de huidige vier. Bij het introduceren van de groep 0 rekent
Rotterdam op de steun van het ministerie van OCW. De extra leertijd in het primair en voortgezet onderwijs (brede
school) wordt de komende jaren specifieker gericht op hogere onderwijsresultaten. Meer vakantiescholen moeten
leerlingen beter voorbereiden op de overgang naar het voortgezet onderwijs en voorkomen dat de taalvaardigheden
van kinderen in de zomervakantie achteruit gaan.

Professionele scholen

Verhoging van onderwijsresultaten vraagt om professionele scholen, waar schoolleiding en leerkrachten gemotiveerd
zijn om resultaatgericht te werken. Rotterdam zet in op het verder verhogen van de kwaliteit van de Rotterdamse
lerarenopleidingen en een betere samenwerking tussen de Rotterdamse scholen, voor betere aansluiting tussen vraag
en aanbod van leerkrachten. Naast actieve werving voor onderwijsopleidingen onder leerlingen in het voortgezet
onderwijs en studenten, aan de ROC’s en de universiteit, gaan schoolbesturen hun verwachte vraag naar leraren
komende jaren actief neerleggen bij de lerarenopleidingen in de stad. Ook gaat Rotterdam deelnemen aan landelijke
programma’s voor de professionalisering van leerkrachten.

Ouderbetrokkenheid

De betrokkenheid van ouders is essentieel voor de schoolprestaties van een kind. Daarom gaan scholen ouders meer
betrekken bij de schoolcarrière van hun kinderen. Bij inschrijving van een leerling op een school vindt een gesprek
plaats tussen ouders, school en leerling. School en ouders maken afspraken met elkaar over wat zij van elkaar mogen
verwachten en waarop zij aanspreekbaar zijn.

Twee arrangementen
Het bestaande ISO-arrangement (intensieve schoolontwikkeling en -begeleiding voor zwakke scholen) wordt uitgebreid
naar mbo-opleidingen. Nieuw is het nieuwe Topklassenarrangement voor de overige scholen in het primair en
voortgezet onderwijs. Het Topklassenarrangement is erop gericht de scholen hun kwaliteit van het onderwijs verder te
laten verhogen. In 2011 kunnen maximaal vijftig scholen instappen die het arrangement verder mee ontwikkelen. In
een periode van twee jaar moeten alle Rotterdamse scholen in het primair en voortgezet onderwijs meedoen in het
topklassenarrangement.

Openheid en resultaatgerichtheid
Volgens wethouder Hugo de Jonge moeten Rotterdamse kinderen de kans krijgen om hun talenten maximaal te
ontplooien: “Juist in Rotterdam, waar een inhaalslag moet worden gemaakt ten opzichte van veel andere steden, is het
verhogen van de onderwijsresultaten cruciaal. Dat vraagt om ambitie en openheid over resultaten om zo te leren van
elkaar. Maar ook om het nemen van verantwoordelijkheid om goed onderwijs te bieden dat talent tot ontwikkeling
brengt, leerlingen uitdaagt het beste uit zichzelf te halen en jongeren weerbaar maakt voor de arbeidsmarkt van
morgen.”
Schoolbesturen en gemeente leggen de lat de komende jaren hoog als het gaat om het verhogen van de resultaten in
het Rotterdamse onderwijs. Aan het eind van deze collegeperiode moeten de scores voor taal en rekenen significant
dichter bij het landelijk gemiddelde liggen. Dit betekent onder andere een verhoging van de score op de CITOeindtoets
in het primair onderwijs van 531 naar 534.

Voor en door het onderwijsveld
De afgelopen maanden is intensief gesproken met leerkrachten, leerlingen, ouders, schoolleiders en schoolbesturen
over de kansen en uitdagingen voor het Rotterdams onderwijs de komende jaren. Deze discussies werden gevoerd in
de klas, in lerarenkamers, tijdens een drukbezocht Onderwijscafé en men kon online reageren. Resultaat is een
ambitieus gemeenschappelijk programma van schoolbesturen en de gemeente Rotterdam.

persbericht 25 januari 2011

zondag, januari 23, 2011

zaterdag, januari 22, 2011

vrijdag, januari 21, 2011

De toekomst van onderwijs

16 december 2010

De toekomst van onderwijs

Als titel boven deze column had u misschien ‘Het Nieuwe Leren’ verwacht. Zeker in een editie van Business Process Magazine die het thema opleidingen heeft. Echter alles is tegenwoordig al ‘nieuw’. Het nieuwe rijden, het nieuwe werken, het nieuwe wassen, het nieuwe reizen en ga zo nog maar even door. Als we het over opleidingen hebben dan komen we al snel bij het hoger onderwijs in Nederland en hoewel er wel degelijk veel moet veranderen, blijft er ook erg veel bij het oude. Terwijl onder invloed van ‘Europa’ het verschil tussen hogescholen en universiteiten moet verdwijnen (er komt een Europees hoger onderwijsstelsel), zijn de universiteiten druk bezig met het verdedigen van hun positie en maken maar weinig hogescholen echt aanstalten om zich hun nieuwe taak toe te eigenen (toegepast onderzoek). Natuurlijk zijn er hogescholen die zich universiteit noemen (Hanze University) en de Lectoren noemen zich in het buitenland massaal Professor, immers ‘What’s a lector’?  Maar het totaalplaatje in ogenschouw nemende verandert het hoger onderwijs nog niet zo snel in Nederland.

Echter, er staat in het hoger onderwijs echt iets ingrijpends te gebeuren. De komende jaren zal er een enorme uitstroom van docenten plaats vinden omdat zij met pensioen gaan. Voor sommige opleidingen loopt dit op tot meer dan 30 procent van het personeelsbestand. U begrijpt; voor iedere organisatie is een dergelijk verloop een groot risico voor het voortbestaan. En waar de noodzaak voor beleid bijna was doorgedrongen in het onderwijs en bij de overheid, daar kwam de financiële en economische crisis om de hoek. Waar het hoger onderwijs in Nederland al jaren moeite heeft om haar vacatures te vervullen, hebben nog maar weinig instellingen veel openstaande vacatures en dat met dank aan de economische malaise. Echter een gevolg is dat beleid om de aanstaande grote uitstroom van docenten op te vangen (voorlopig) weer in de koelkast is beland. Nu kunnen we in het onderwijs hopen dat de crisis nog een jaar of tien aanhoudt, maar persoonlijk betwijfel ik dat. Kortom het hoger onderwijs in Nederland gaat grote veranderingen tegemoet en dat biedt ook kansen.

Eén van de kansen is om er voor te zorgen dat de opleidingen nu eindelijk eens in de pas gaan lopen met de ontwikkelingen in het bedrijfsleven en de maatschappij. Waar tot nu toe een veel gehoorde klacht is dat studenten niet de juiste kennis meekrijgen voor functioneren in het bedrijfsleven, kunnen we dat nu beter afstemmen door juist met het bedrijfsleven het onderwijs te gaan opzetten en verzorgen. Door het inzetten van mensen uit de praktijk in deeltijdaanstellingen ontstaat vanzelf een betere afstemming. Tevens biedt dit weer allerlei kansen voor het leger ZZP’ers dat wij in Nederland hebben. Zij kunnen aan één kant onderwijs verzorgen (een dienst) terwijl zij tegelijkertijd bezig zijn aan de ontwikkeling van hun eigen competenties (life long learning).

De flexibiliteit zal hierdoor in het onderwijs ook dienen toe te nemen. Dit werkt het gebruik van e-learning en sociale media weer verder in de hand. Studenten werken samen aan opdrachten om zo de gevraagde competenties te ontwikkelen en communiceren daarbij via twitter en facebook terwijl ze tegelijkertijd een netwerk en kennis portfolio opbouwen in LinkedIn.

Zie daar, zo eindigen we toch weer bij Het Nieuwe Leren.

Pascal Ravesteijn is bestuurslid van BPM-Forum Nederland.

zondag, januari 16, 2011

Stichting Suikeroom

Beste vrienden van Stichting Suikeroom,

Een organisatie opzetten die investeringen in bedrijven van ambitieuze, multiculturele ondernemers wil doen, om zo bij te dragen aan een positieve beeldvorming. Een optimistisch plan. Maar wat was dat – terugkijkend – toch een krankzinnig plan in een periode die de grootste financiële crisis in 70 jaar kende. En bovendien tijdens de opkomst van een steeds sterkere negatieve toon ten aanzien van multiculturele invloeden in Nederland. Dat laatste versterkt alleen maar onze wil om Stichting Suikeroom te laten groeien. In deze tijd is er geen beter rolmodel dan een ambitieuze en banenscheppende ondernemer.

Maar toch heeft de financiële crisis onze ambities wel behoorlijk doorkruist. Vóór de crisis werden deze door velen als realistisch gezien. Maar Stichting Suikeroom is gestart in december 2008. En toen zag de wereld er plotseling heel anders uit.

Wat dat betreft ziet 2011 er al veel beter uit. Het klimaat begint duidelijk te wijzigen. 

Twee jaar na de actieve start om participatiefondsen op te richten is het, ondanks de financiële crisis,
mogelijk een aantal mooie resultaten te laten zien. Het fonds in Amsterdam is actief met 14 participanten en heeft dankzij haar investeringen in tijd, kennis en kapitaal totaal voor € 4,5 miljoen aan krediet gerealiseerd voor zes participaties. De verwachting is dat het aantal personeelsleden in vaste dienst de 100 dit jaar nog ruim zal overtreffen. Dat is uiteraard vooral een compliment aan de desbetreffende ondernemers. Zoals zij zelf zeggen: “Zonder het participatiefonds en de mentoring waren wij hier niet gekomen, of zelfs maar geweest”. Recente highlights betreffen de aanmoedigingsprijs voor startende ondernemeners in de regio Haaglanden gewonnen door IcySolutions, de opening van het kinderdagverblijf Buddies per 18 december j.l. en de opening van de eerste brandstore door OntFront.

De oprichtingsvergadering van het fonds in Rotterdam is nabij. Schaap & Partners, advocaten en notarissen, te Rotterdam hebben zich beschikbaar gesteld om de oprichting van het fonds Rotterdam te realiseren, waarvoor wij hen zeer dankbaar zijn. Fondsen in Den Haag en Utrecht staan op de planning.

Naast de focus op de fondsen en participaties is in 2010 ook gestart met de uitrol van Durfkapitaal evenementen in samenwerking met o.a. YES!Delft, Syntens, New Venture & Qredits. Het afgelopen jaar is met veel enthousiasme, op vrijwillige basis, medewerking verleent aan het realiseren van de doelstellingen van Stichting Suikeroom tijdens de Durfkapitaal evenementen en binnen de participatiefondsen. Op deze wijze worden daadwerkelijk resultaten geboekt die binnen deze doelstellingen passen: het vergroten van de sociale cohesie en het bevorderen van werkgelegenheid in Nederland. Er zijn inmiddels twee Durfkapitaal evenementen in Amsterdam en één in Rotterdam geweest, alle drie een groot succes. Bijna 500 (startende) ondernemers, specialisten en investeerders hebben elkaar in een zeer informele sfeer kunnen ontmoeten, van gedachten kunnen wisselen en om raad kunnen vragen. Ook heeft een aantal van hen - zoals de praktijk al een paar keer heeft uitgewezen - een investeringspartner gevonden.

Na de drie succesvolle Durfkapitaal evenementen in 2010, hebben we voor 2011 de intentie er zes te organiseren, waarbij ook Den Haag en Utrecht op de agenda staan. Daarmee steeds meer invulling gevend aan onze landelijke ambitie om netwerken, kennis en kapitaal, onafhankelijk van je achtergrond, te ontsluiten.

Stichting Suikeroom heeft een paar belangrijke stappen gezet in de richting van haar oorspronkelijke ambities. Mede dankzij de inzet van Leila Elgamal (office manager), alle coaches, juryleden en de niet aflatende steun van onze partners (Economische Zaken Amsterdam, Koers Nieuw West Amsterdam, Ymere en de Rabobank) zien we de toekomst ondernemend en rooskleurig in. 

Wij wensen iedereen een gezond, geweldig en vooral ondernemend 2011 toe!

Tot ziens,

Amos Frank
Huib van Walsem
Oprichter en voorzitter Directeur

Goed advies van EDBR over sporten

Rotterdam: gezond, sociaal én veilig door sport!

Sportparticipatie heeft een enorme, positieve impact op de gezondheid van Rotterdammers, op de leefbaarheid en veiligheid van buurten en wijken en op bestedingen in de stad. De maatschappelijke waarden van sport in Rotterdam bedragen jaarlijks in totaal bijna € 1 miljard aan positieve effecten zoals een langere levensduur (gezondheid), een vermindering van ziekteverzuim, betere schoolprestaties, een toename van leefbaarheid, bedrijvigheid en consumptieve bestedingen, waardestijging van vastgoed en meer sociale binding tussen wijken en mensen.
Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de EDBR. Met deze bevindingen stelt de EDBR expliciet vast dat sport een substantiële, positieve bijdrage levert aan de maatschappelijke opgaven in Rotterdam.

Het College B&W van de gemeente Rotterdam onderstreept de positieve bijdrage van sport aan maatschappelijke opgaven zoals integratie, betere schoolprestaties en sociale participatie. Het College B&W zet met het College werkprogramma Rotterdam 2010-2014 en het Uitvoeringsprogramma Sport dan ook - terecht - stevig in op een hogere sportparticipatie. Sport en bewegen moet in Rotterdam een vanzelfsprekendheid worden. De plannen zijn een stap in de goede richting. Rotterdam wil de komende jaren de sportparticipatie verhogen van 58% (eind 2009) naar 64% (eind 2013) en 70% (2016). De EDBR ondersteunt deze ambitie. En, met een grotere betrokkenheid van en slimme samenwerking met marktpartijen, is in de toekomst meer resultaat boeken voor een hogere sportparticipatie in Rotterdam.

De EDBR stelt dat voor een hogere sportparticipatie durf nodig is. Durf om de markt’ beter en meer bij sport en sportparticipatie te betrekken. Durf om nieuwe financieringsconstructies te verkennen en te hanteren. En, durf om een slag te maken van een repressief veiligheidsbeleid naar een meer stimulerend beleid.

Rotterdammers doen jaarlijks gemiddeld 56.000 aangiften van misdrijven.
Het gaat hierbij vooral om vernielingen, auto-inbraken, vermogensdelicten, fietsendiefstal en woninginbraken (in totaal meer dan 60% van alle misdrijven).
Het werkelijk aantal gepleegde misdrijven in Rotterdam is vele malen hoger.

Landelijke politiecijfers gaan uit van een aangiftebereidheid van gemiddeld 30%.
Het werkelijk aantal misdrijven in Rotterdam is dus waarschijnlijk 169.000 misdrijven per jaar.
De maatschappelijke kosten van 169.000 misdrijven in Rotterdam wordt geschat op een € 0,5 miljard per jaar.

Gemiddeld genomen wordt circa 15% van de misdrijven gepleegd door jongeren in de leeftijdsgroep van 12 tot 18 jaar. De maatschappelijke kosten van misdrijven gepleegd door deze leeftijdsgroep in Rotterdam bedragen daarmee jaarlijks circa € 75 miljoen.
De maatschappelijke kosten voor de leeftijdsgroep 18 tot 25 jaar bedragen jaarlijks circa € 125 miljoen (25%).

Totaal: € 200 miljoen maatschappelijke kosten per jaar in Rotterdam veroorzaakt door jongeren in de leeftijdsgroep 12 tot 25 jaar.

Het voorgenomen gemeentebeleid voor verhoging van de sportparticipatie zet niet alleen in op een betere gezondheid, maar zal ook gaan bijdragen aan meer veiligheid in Rotterdamse wijken (en een afname van het aantal misdrijven).

Als we een (bescheiden) positief effect door een hogere sportparticipatie veronderstellen van 10% minder crimineel gedrag in de leeftijdsgroep 12 tot 25 jaar dan betekent dit een maatschappelijke besparing van € 20 miljoen per jaar.

This is the first day of the rest of your life