zondag, februari 27, 2011

Rol van Andre de Groot bij Pact op Zuid

Kansrijk verbinden van publieke en private partners staat in mijn functie als procesmanager bij Pact op Zuid centraal.

Pact op Zuid is een programma-organisatie van de gemeente Rotterdam, de deelgemeenten Feijenoord, Charlois en IJsselmonde, de woningcorporaties Vestia, Com.Wonen, Woonbron en Woonstad die samenwerkt aan de sociaal-economische stijgingsopgave voor Rotterdam-Zuid. Rotterdam Zuid telt 190.000 inwoners, 30% onder de 23 jaar, een enorm en belangrijk arbeidspotentieel. Belangrijk is dat deze jongeren goed aanhaken op de arbeidsmarkt nu en in de toekomst. Veel jongeren verkeren echter in een achterstandssituatie. Daarom vraagt dat inzet van vele betrokken partners.

Ik focus met het thema Economie en Arbeidsmarktparticipatie vooral op de voor Rotterdam en regio kansrijke economische sectoren, die de banenmotor van de Rotterdamse economie zijn: de techdelta bedrijvigheid en de zorgsector.
Het bevorderen van de aansluiting van de jeugd op de kansen in deze sectoren doen we vanuit Pact op Zuid door samen met ondernemers, onderwijs en kennisinstellingen in te steken op doelgroepspecifieke:
- beroepsoriëntatieprogramma’s voor techniek en zorg
- doorlopende leerlijnen voor techniek en zorg
- toepassen van de 5%-regeling of eigen verklaringen bij aanbestedingen (publiek/privaat), waarmee extra kansen ontstaan voor jongeren uit Zuid in werk-/leertrajecten
- samen met o.a. ondernemers verenigd in Ik Zit op Zuid (zie http://www.ikzitopzuid.nl) realiseren van regionaal economische structuurversterking, nieuwe bedrijvigheid en nieuwe werkgelegenheid voor Zuid met de zogenaamde integrale business case benadering als basis.

Economische kansen in Zuid zelf liggen in de verdere ontwikkeling van:
- Stadionpark (programma rond Feijenoordstadion en sportopleidingscentrum)
- Hart van Zuid (doorontwikkeling van Zuidplein/Ahoy/Motorstraatgebied)
- Maasstadziekenhuis / Zorgboulevard
- Stadshavens, herontwikkeling 1600 ha binnenstedelijk haventerrein
- Wilhelminapier e.o.

aanbevelingen Rotterdam Zuid Deetman/Mans

Aanbevelingen pijler 1: talentontwikkeling

Werkwerken taalachterstanden: Partij
• Uitwerken maatregel vroeg- en voorschoolse educatie: OC&W
• Substantieel uitbreiden uren taalonderwijs op basisscholen en verlenging van de onderwijsperiode op basisscholen: OC&W, onderwijsinspectie, schoolbesturen
• Opzetten van een sluitend kindvolgsysteem: OC&W, CJG, scholen
• Vergroten betrokkenheid ouders bij school: Schoolbesturen
• Uitwerking van het programma ‘Leerkracht van Nederland’: OC&W, schoolbesturen

Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
• Verbeteren aansluiting tussen de verschillende onderwijsvormen, betere beroepsoriëntatie: Schoolbesturen, bedrijfsleven
• Voorstel voor betere matching onderwijsaanbod en arbeidsvraag: Havenbedrijf Rotterdam, toonaangevende ondernemers, schoolbesturen
• Afspraken maken over voortzetting vak-, wijk- en werkscholen en plusvoorzieningen op Zuid: OC&W

Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking
• Ontwikkelen ‘soft skills’ in opleidingen: Schoolbesturen
• Ontwikkelen ‘soft skills’ uitkeringsgerechtigden: Gemeente Rotterdam

Aanbevelingen pijler 2: economie

Stimuleren bedrijvigheid in de wijk: Partij
• Aanwijzen specifieke locaties op Zuid die geschikt zijn om lokaal ondernemerschap mogelijk te maken: Gemeente Rotterdam
• Ontwikkelen wijkspecifieke strategie stimuleren wijkeconomie: Ondernemershuis, ondernemers- verenigingen, Kamer van Koophandel
• Versnellen ontwikkelen businesscases Ik Zit op Zuid: IZoZ, gemeente Rotterdam
• Verbinden initiatieven RCI, impuls wijkeconomie en initiatief Eneco/WNF: Gemeente Rotterdam, Eneco, WNF
• Continueren kansenzones en stimuleren vestigingsklimaat ondernemers op Zuid: EL&I, gemeente Rotterdam
• Uitbreiden leerwerktrajecten op Zuid: Gemeente Rotterdam, grote ondernemers op Zuid

Concretiseren nieuwe economische dragers
• Uitwerken economische strategie Rotterdam voor komende 20-30 jaar: EL&I, gemeente Rotterdam, IZoZ, grote ondernemers
• In kaart brengen versterking investeringsklimaat bedrijfsleven: Gemeente Rotterdam, grote ondernemers
• Doorzetten VIP-projecten en doorzetten kwaliteitsimpuls OV op Zuid: Rijkspartners, gemeente Rotterdam

Aanbevelingen pijler 3: Fysieke kwaliteitsverbetering

Onderhouden basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’: Partij
• Inzet op structureel hoogwaardig basisniveau ‘schoon, heel en veilig’ voor de wijken op Zuid: Gemeente Rotterdam
• Consistente uitvoering en handhaving op dat niveau: Gemeente Rotterdam
• Afspraken maken met bewoners over hun bijdrage aan het op orde brengen en houden van hun wijk. Ondersteun als gemeente initiatieven vanuit de bewoners: Gemeente Rotterdam

Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit.
• Samenwerken met welwillende huiseigenaren in investeren onderhoudsniveau woningen: Gemeente Rotterdam
• Inzet op uitbreiding beheersarrangementen. Stimuleren blokaanpak: Gemeente Rotterdam, Corporaties
• Inventarisatie financiële incentives onderhoud woningen: Financiën, BZK, gemeente Rotterdam, Corporaties
• Stimuleren samenvoegen woningen op Zuid: Gemeente Rotterdam

Herstructurering deel van de (particuliere) woningvoorraad
• Op korte termijn inventariseren van de fysieke opgave in de andere wijken op Zuid als basis voor mogelijke private investeringen: Corporaties
• Financiering herstructureringsopgave uit de heffingsbijdrage van 4.000 woningen in de wijken Bloemhof, Hillesluis, Afrikaanderwijk, Feijenoord, Tarwewijk, Carnisse en Oud-Charlois (het middengebied), met een nadruk op de particuliere woningvoorraad in de wijken Carnisse, Tarwewijk, Oud-Charlois: Centraal Fonds, Financiën, BZK, Corporaties, gemeente Rotterdam

Advies voor Rotterdam-Zuid van Deetman en Mans 2011

Acht perspectieven voor substantiële doorbraken Het advies van team Deetman/Mans heeft betrekking op drie pijlers: talentontwikkeling, economische versterking en fysieke kwaliteitsverbetering.
Evenwichtige inzet op deze drie pijlers is nodig als fundament voor een stevige en stabiele ontwikkeling van Zuid, Daarmee worden de voorwaarden gecreëerd voor de noodzakelijke sociale stijging van Zuid.

Dat heeft een versterkend effect voor de positie van de stad Rotterdam en de regio.

Het team wijst in dit verband op het advies van de VROM Raad van oktober 2006. De VROMRaad bepleit in dat advies om de ambities van bewoners als vertrekpunt voor het stedelijke vernieuwingsbeleid te kiezen. In de huidige stedelijke vernieuwing domineren projecten van fysieke ‘upgrading’ van vastgoed en initiatieven gericht op verbetering van leefbaarheid en sociale cohesie. Met deze invulling hebben - aldus de VROMRaad - bestuurders en beleidsmakers de wens van bewoners om vooruit te komen (sociale stijging) te veel uit het oog verloren.

Het belang van sociale stijging voor steden is groot. Dat is niet alleen zo vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt, omdat er een grote groep achterblijvers is in de stad, maar ook vanuit economisch oogpunt: de economie heeft deze sociale stijgers nodig. Een stad is pas succesvol als zij in staat is om de sociale stijging te faciliteren en het deel van de sociale stijgers met een stedelijke woonvoorkeur aan de stad te binden. Het stimuleren van sociale stijging en het binden aan de stad is een dynamisch en doorgaand proces dat met kleine stapjes gaat. Hierop hebben de G4 in het kader van het beleid voor de grote streden al eerder nadrukkelijk gewezen.

Binnen de drie eerdergenoemde pijlers onderscheidt het team acht prioriteiten om doorbraken te realiseren. Het team legt daarbij specifiek de nadruk op investeringen in talentontwikkeling en economische versterking. Fysieke kwaliteitsverbetering is nodig om de sociale stijging die daaruit voortkomt te faciliteren op Zuid.

A. Talentontwikkeling
1. Wegwerken taalachterstanden
2. Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
3. Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking

B. Economische versterking
4. Stimuleren bedrijvigheid in de wijk
5. Concretiseren nieuwe economische dragers

C. Fysieke kwaliteitsverbetering.
6. Onderhouden basisniveau ‘schoon, heel en veilig’
7. Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
8. Herstructurering deel van de particuliere woning- voorraad

Het team is ervan overtuigd dat gebundelde en samenhangende inzet van publieke en private partijen op deze prioriteiten kan leiden tot de gewenste kwaliteitssprong voor Zuid. Juist op de verbindingen tussen deze acht punten liggen grote kansen om doorbraken te realiseren. Als goede - nog te realiseren - voorbeelden noemt het team het gericht en selectief slopen van woningen om ruimte te creëren in bepaalde buurten voor de bouw van wijk- en vakscholen en het faciliteren van ruimte voor daaraan verbonden bedrijvigheid. Daarnaast wijst het team op afspraken tussen de gemeente en Vestia voor gebiedsconcessies voor het ontwikkelen van kindvoorzieningen op Zuid. Daarmee wordt een stevige impuls gegeven aan de wijkontwikkeling in brede zin.
Een laatste voorbeeld betreft het verbinden van doelstellingen in het kader van het Rotterdam Climate Initiative met het verduurzamen van woningen op Zuid. Dat lokt nieuwe bedrijvigheid uit op Zuid. Het voorstel4 van Eneco en het Wereldnatuurfonds om een wijk als Charlois klimaatneutraal te maken past daar prima bij. Juist deze kruisbestuivingen zorgen ervoor dat het mes aan meerdere kanten snijdt. Verbindende criteria dienen de komende jaren leidend te zijn in de ontwikkeling van Zuid.


Pijler 1: Talentontwikkeling
Zuid kampt met een grote sociale problematiek. Op verschillende manieren wordt gewerkt aan ondermeer het verbeteren van de leefbaarheid in wijken, het oplossen van problemen ‘achter de voordeur’, het bevorderen van sociale binding en het verbeteren van ‘soft skills’ bij jongeren. Het team onderstreept het belang van de inzet van bijvoorbeeld de sociale teams, de GGD, het Centrum voor Jeugd en Gezin, Bureau Frontline en de aanpak tegen voortijdig schoolverlaten. Het team roept betrokken partijen op om zoveel mogelijk de krachten te bundelen, gebruik te maken van elkaars expertise en succesvolle initiatieven voort te zetten.
Het team Deetman/Mans ziet de echte doorbraak op sociaal terrein in het benutten van de kwaliteiten van de jongeren op Zuid. Elk kind heeft unieke kwaliteiten. Dat geldt ook voor de jongeren op Zuid. Een belangrijke belemmering in het tot ontwikkeling brengen van die kwaliteiten is het ontbreken van voldoende kennis van de Nederlandse taal. De komende decennia heeft Rotterdam het grote potentieel aan jongeren dringend nodig voor de arbeidsmarkt. En andersom verdie
nen de jongeren op Zuid het om een plek op de arbeidsmarkt te vinden. Daarvoor is een passende aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven cruciaal. Het wegwerken van de taalachterstanden en het zorgen voor doorlopende leerlijnen zijn elementair om de jongeren op Zuid de gewenste kwaliteitssprong te laten maken. De inspanningen die op deze terreinen worden gepleegd, zijn op dit moment niet voldoende. Daarnaast pleit het team voor investeren in het verbeteren van de ‘soft skills’ van jongeren. Bij een aantal bedrijven in de regio kwam dit naar voren als een belangrijke reden om jongeren van Zuid af te wijzen.

Binnen de pijler talentontwikkeling ziet het team Deetman/ Mans drie kansrijke perspectieven voor doorbraken:
1. Wegwerken taalachterstanden
2. Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
3. Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking

Ad 1) Wegwerken taalachterstanden
• Het is noodzakelijk dat de gemeente Rotterdam, de scholen op Zuid en het ministerie van OC&W
afspraken maken over de uitwerking van de maatregel uit het Regeerakkoord om “kinderen met een grote taalachterstand met dwang en drang te laten deelnemen aan vroeg- en voorschoolse educatie” en te investeren
in het verbeteren van de kwaliteit van de vroeg- en voorschoolse educatie.
• Het ministerie van OC&W en de Onderwijsinspectie dienen het mogelijk te maken om het aantal uren taalonderwijs op basisscholen op Zuid substantieel uit te breiden en daarnaast serieus te overwegen of verlenging van de onderwijsperiode op basisscholen mogelijk is. Het ministerie, de gemeente en de schoolbesturen dienen daarover bindende afspraken te maken.
• Problemen met jeugd en jongeren dienen in een vroegtijdig stadium te worden gesignaleerd, zodat scholen, zorginstellingen en hulpverleners direct kunnen reageren. Dit voorkomt dat een aantal probleemkinderen de leerprestaties van een grotere groep kinderen negatief beïnvloedt. Het team is van mening dat daarvoor een sluitend kindvolgsysteem dient te worden opgezet. Gegeven de voorgenomen inzet van het Kabinet is het verstandig dit samen met het ministerie van OC&W uit te werken. Het CJG heeft een belangrijke taak in de coördinatie.
• De betrokkenheid van ouders bij de ontwikkelingen op school is zeer beperkt. Het is nodig dat besturen van scholen op Zuid samen met de gemeente concrete afspraken maken om de ouderbetrokkenheid structureel te vergroten. Daarbij moet ook aandacht zijn voor taalverwerving van ouders zelf en beroepsoriëntatie. Ouders zijn (financieel) te prikkelen op de toekomst van hun kind. Als ouders weten wat er met hun kind op school gebeurt, kunnen zij het kind daar ook thuis op aanspreken. Daarmee vermindert de kloof tussen onderwijs en thuissituatie.
• Het ministerie van OC&W, de gemeente Rotterdam en de besturen van scholen op Zuid dienen gezamenlijk afspraken te maken over versterking van de kwaliteit en positie van leraren (uitwerking van het programma ‘Leerkracht van Nederland’).


Ad 2) Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
• De scholen op Zuid (basisscholen, voortgezet onderwijs, VMBO- en MBO-instellingen) dienen de aansluiting tussen de verschillende onderwijsvormen te verbeteren. De inzet moet gericht zijn op het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen met als resultaat het structureel verminderen van schooluitval en het behalen van een startkwalificatie.
• Het beroepsonderwijs moet zich veel meer richten op aansluiting op de vraag uit de markt en die vraag uit de markt ook veel zichtbaarder maken in de opleidingen, met name in de beroepsrichtingen techniek en zorg. De aansluiting op de vraag uit de markt (startkwalificatie) en zichtbaarheid van beroeps¬mogelijkheden (beroepsoriëntatie) zijn cruciaal om nu en in de toekomst een betere match tussen onderwijsaanbod en arbeidsvraag op Zuid te realiseren. De gezichtsbepalende ondernemers op en rond Zuid zijn aan zet om te schetsen wat de vraag is vanuit de markt. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft aangegeven in samenspraak met Deltalinqs een initiërende rol te willen spelen in het uitwerken van een voorstel. Het team juicht dit initiatief toe. Volgens het Havenbedrijf kan KMR (Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam) hierin een belangrijke rol vervullen. Het team verwacht verder van de betreffende scholen een coöperatieve houding om samen met het bedrijfsleven jongeren meer vraaggericht op te leiden.
• Het is van groot belang dat de gemeente Rotterdam en het ministerie van OC&W en andere betrokken rijkspartners structurele afspraken maken over voortzetting van de vak-, wijk- en werkscholen en plusvoorzieningen op Zuid.

Ad 3) Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking
• Scholen in het voorgezet onderwijs dienen in de opleidingen meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van ‘soft skills’ van jongeren. Het gaat dan om zaken als op tijd komen, doorzettingsvermogen, netheid, omgangsvormen, luisteren, organiseren en effectiviteit.
• De gemeente Rotterdam moet meer inzetten op het ontwikkelen van ‘soft skills’ bij uitkeringsgerechtigde jongeren op Zuid.

Pijler 2: Economische versterking
Investeren in talentontwikkeling van kinderen en jongeren is essentieel om hen perspectief te bieden op economische zelfstandigheid en om zelfredzaamheid te kunnen ontwikkelen. Een bloeiende en zichtbare lokale economie is een belangrijke voorwaarde voor jongeren om te werken aan
perspectief op arbeid. Dit blijkt onder meer uit onderzoek van Bureau Buiten. Het onderzoek geeft tevens aan dat de eco-nomische meerwaarde van lokaal ondernemerschap wellicht beperkt is, maar dat het juist vanuit sociaal en ruimtelijk per-spectief een flinke bijdrage kan leveren aan een aantrekkelijk leefklimaat. Het belang van de wijk als broedplaats voor nieuw ondernemerschap mag niet worden onderschat. Op Zuid heeft het team hier mooie voorbeelden van gezien. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ‘creative factory’ en de initiatieven in de Piekstraat en de Motorstraat. Er is alle aanleiding om dergelijke ontwikkelingen voluit door te zetten en verder te stimuleren. De aanwezigheid van het Ondernemershuis op Zuid heeft al laten zien dat wordt ingespeeld op vragen en behoeften van (startende) ondernemers.
Het eerder genoemde onderzoek waarschuwt voor te hoge verwachtingen over de verbinding tussen de wijkeconomie en de wijkarbeidsmarkt. De arbeidsmarkt werkt niet op dit beperkte schaalniveau. Om het grote arbeidspotentieel op Zuid perspectieven te bieden is daarom meer nodig. Het Rotterdam Climate Initiative, de VIP-projecten en de aanwezigheid van grote bedrijven in de regio, waaronder de Haven en de Greenery, kunnen kansen bieden voor de jeugd op Zuid.
Dit is echter geen vanzelfsprekendheid en het moet nog maar blijken of de intenties van nu leiden tot werk in de nabije toekomst. Om over 10-20 jaar te kunnen spreken van succesvolle ontwikkelingen waar de jongeren op Zuid van profiteren, moeten nu keuzes gemaakt worden. Keuzes die laten zien waar de toekomst van Zuid ligt en wat er voor nodig is om die toekomstperspectieven werkelijkheid te laten worden.

Binnen de economische pijler ziet team Deetman/Mans twee kansrijke perspectieven voor doorbraken:
1. Stimuleren bedrijvigheid in de wijk.
2. Concretiseren nieuwe economische dragers.

Ad 1) Stimuleren bedrijvigheid in de wijk
De gemeente Rotterdam moet op Zuid specifieke locaties op Zuid aanwijzen die geschikt zijn om lokaal ondernemerschap mogelijk te maken. Carnisse-punt, de westelijke strook van Oud-Charlois en het Noordelijk deel van de Eilandenbuurt zijn potentiële locaties waar aansluiting op bestaande bedrijvigheid of voorzieningen mogelijk is. Betrek daarbij de mogelijkheden om locaties te ontwikkelen voor de combinatie wonen-werken.
• Het Ondernemershuis Rotterdam-Zuid dient samen met de gemeente, ondernemersverenigingen, de Kamer van Koophandel en andere betrokkenen een wijkspecifieke strategie te ontwikkelen om bedrijvigheid in de wijk te stimuleren die aansluit bij de karakteristieken van de wijk. Denk hierbij in het bijzonder aan aansluiting bij de creative factory en het ambacht in de wijken op Zuid.
• Het is belangrijk om de business cases waar Ik Zit op Zuid (IZoZ) momenteel aan werkt - variërend van een binnenstedelijke werkplaats, tot rolmodellen in vakmanschap, kosmopolitisch ondernemen in de Afrikaanderwijk en een leer-werk-park in Hart van Zuid - met kracht door te ontwikkelen. Het team roept de bedrijven in IZoZ op om op korte termijn aan te geven welke condities leiden tot een snelle en succesvolle ontwikkeling.
• Het team ziet een belangrijke impuls voor de wijkeconomie op Zuid in het verbinden van initiatieven rond het Rotterdam Climate Initiative met het verduurzamen van woningen op Zuid. Dat levert niet alleen een bijdrage op aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Rotterdam, maar kan tevens zorgen voor een krachtige impuls aan zichtbare wijkeconomie en werkgelegenheid op Zuid. De gemeente Rotterdam, RCI, de woningcorporaties, Rijkspartners en energiebedrijven (zie ook het initiatief van Eneco en WNF) dienen gezamenlijk een businesscase te maken voor het klimaatneutraal maken van bijvoorbeeld Charlois. Daarbij dient een koppeling te worden gemaakt met de opgave om het onderhoudsniveau van woningen op Zuid te verbeteren (zie pijler 3).
• Maak het voor (startende) ondernemers aantrekkelijk om zich op Zuid te vestigen. De kansenzones dienen te worden gecontinueerd. Verder roept het team de gemeente en het ministerie van EL&I op om te doordenken welke maatregelen voor Zuid kunnen worden genomen om het vestigingsklimaat op Zuid (tijdelijk) aantrekkelijker te maken.

• Initiatieven van bijvoorbeeld Albert Heijn en de ROTEB om samen met scholen op Zuid leerwerktrajecten te ontwikkelen verdienen alle support. De gemeente moet ook andere bedrijven op Zuid erop aanspreken om
dergelijke initiatieven op te zetten en over langere tijd vast te houden.

Ad 2) Concretiseren nieuwe economische dragers
• Het team ziet veel kansen voor Zuid in de ontwikkeling van het unieke gebied Stadshavens. Op alle niveaus biedt Stadshavens op termijn werkgelegenheid die passend kan zijn voor de beroepsbevolking op Zuid. Bij de gemeente en het bedrijfsleven ligt de taak om in de komende jaren voortdurend samen met de onderwijsinstellingen op Zuid op te trekken in het doordenken van opgaven en het benutten van kansen. Met elkaar moeten afspraken gemaakt worden over bijvoorbeeld minimum aantallen leerwerkplaatsen en voorrang van vestiging van bedrijven die gebruikmaken van werkgelegenheid op Zuid.
• In de verkenning van de economische kansen voor Zuid komen veelvuldig termen als ‘klimaatadaptatie’, ‘cleantech’, ‘midtech’ en ‘deltatechnologie’ voorbij. Velen geven aan dat hier grote kansen liggen voor Zuid in de ontwikkeling van een uniek economisch cluster. Tegelijkertijd constateert het team dat nog onvoldoende duidelijk is wat de begrippen precies inhouden en waar Rotterdam nu precies op moet inzetten. Het team dringt er bij de partners (het Havenbedrijf, het gerelateerde bedrijfsleven, regionale kennisinstellingen als de TU Delft, gemeente en Rijk) op aan om snel meer invulling te geven aan de economische strategie voor Rotterdam voor de komende 20-30 jaar. Het essay van professor Pieter Tordoir kan hiervoor als uitgangspunt gebruikt worden. De volgende vragen dienen in de uitwerking beantwoord te worden: Wat worden de nieuwe economische dragers, welke (havengerelateerde) clusters bieden economisch veel perspectief? Wat is er voor nodig om deze clusters tot volle bloei te laten komen? Wie staan hiervoor aan de lat? Hoe kan de ontwikkeling van deze clusters worden verbonden met de opgaven op Zuid?
• Daarnaast is het van belang dat de gemeente Rotterdam in kaart brengt hoe het investeringsklimaat in Rotterdam kan worden versterkt. Daartoe dient Rotterdam in gesprek te gaan met de grote bedrijven in de Rotterdamse regio. De hernieuwde aandacht van het college van B&W voor accountmanagement sluit daarop aan.

• Het team vindt de overige VIP-projecten op Zuid belangrijk; deze dienen met kracht te worden doorgezet. Deze projecten hebben in potentie een grote icoonwerking voor Zuid. Per VIP-project moet scherper in beeld worden gebracht hoe het economisch rendement zo groot mogelijk kan zijn voor Zuid. Daarnaast is het essentieel om clustervorming van economische bedrijvigheid rond de VIP-projecten te stimuleren.

Pijler 3: Fysieke kwaliteitsverbetering
In de woningmarktbijeenkomst met de belangrijkste betrokken partijen op Zuid op 23 september 2010 heeft Rotterdam de basis gelegd voor een agenda van fysieke maatregelen voor de fysiek zwakste wijken op Zuid met veel particulier bezit: Oud-Charlois, Tarwewijk en Carnisse. Het team onderschrijft dat in die wijken de belangrijkste fysieke verbeteropgaven voor Zuid liggen.
De fysieke verbeteropgave, ontwikkelrichtingen en fasering zijn voor deze drie wijken op buurtniveau in kaart gebracht. Er is onder andere onderscheid gemaakt naar gebieden met (veel) ontwikkelpotentie en gebieden met weinig of geen ontwikkelpotentie. In de wijken en buurten met ontwikkelpotentie moet gericht geïnvesteerd worden om stijgers te kunnen vasthouden. Dat kan door het bieden van een aantrekkelijker en gedifferentieerder woningaanbod, kwalitatief goede buitenruimte en hoogwaardige (onderwijs)voorzieningen (zie ook het initiatief van Vestia en de gemeente). Voor die investeringen wordt samenwerking gezocht met marktpartijen en particuliere investeerders.
In gebieden in deze drie wijken met weinig ontwikkelpotentie is herstructurering noodzakelijk. Daarbij wordt vooral gekeken naar de slechte technische staat van woningen, mate van eenvormigheid, de geringe woningomvang en stedenbouwkundige beperkingen. Op basis daarvan is becijferd dat voor ongeveer 4.000 particuliere woningen sloop binnen afzienbare tijd noodzakelijk is. Dat is ongeveer 11% van de totale kwetsbare particuliere woningvoorraad in Rotterdam. In afwachting van (gefaseerde) herstructurering wordt ingezet op intensief beheer.

De ambitie is om de herstructureringsopgave van 4.000 woningen voor de drie wijken in een periode van ongeveer 10 jaar uit te voeren. In de plaats van deze woningen worden betere en grotere woningen teruggebouwd (verdunning) en kan ruimte worden gegeven aan verbetering van het voorzie¬ningenniveau en economische ontwikkeling. De gemeente Rotterdam heeft becijferd dat aan de herstructureringsopgave van 4.000 woningen een financiële opgave hangt van € 400 miljoen in 10 jaar (€ 100.000 per woning). Het team doet geen uitspraak over de juistheid van de financiële omvang als zodanig, maar herkent deze bedragen uit andere fysieke herstructureringsopgaven, zoals Parkstad Limburg.

Het team Deetman/Mans onderschrijft het belang van inves¬teren in wijken met potentie en de aanwezige herstructure-ringsopgave van 4.000 woningen.
Het team wijst verder op het feit dat een structureel hoog-waardig basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’ voor heel Zuid een noodzakelijke voorwaarde is voor verdere fysieke ontwikkeling van Rotterdam-Zuid. Uit recent onderzoek
blijkt dat dit een significant dempend effect heeft op negatief gedrag en omgekeerd, dat een vervuilde omgeving ook tot ander normoverschrijdend gedrag leidt.Uit de probleemanalyse die is vastgesteld in het BO MIRT van mei 2010 blijkt dat sprake is van knelpunten op het gebied van betrouwbaarheid en bereikbaarheid in het OV-systeem vooral van, naar en op Rotterdam-Zuid. Vrijwel alle verbin¬dingen zijn radiaal gericht op het centrum van Rotterdam. Tangentverbindingen ontbreken en het aantal rivierkruisin¬gen is beperkt. De probleemanalyse geeft aan dat een aantal geplande grote gebiedsontwikkelingen (binnenstad, Stadshavens en Stadionpark) de druk op het OV-systeem na 2020 verder opvoeren.

Rijk en regio hebben in het BO MIRT het ruimtelijk en sociaal-economisch belang onderstreept van een kwaliteitsimpuls van het OV op Zuid. Hierbij gaat het zowel om de wijken waarin
het perspectief op werk en inkomen het laagst is, als om de (toekomstige) economische kerngebieden Stadshavens, Hart van Zuid en Stadionpark. Investeren in betere tangentiale OV- verbindingen op Zuid is volgens het team op termijn noodzakelijk als randvoorwaarde om de liftfunctie op Zuid mogelijk te maken. Het team wijst er op dat de fysieke ingrepen die daarvoor op termijn nodig zijn, moeten worden verbonden
met de fysieke opgave rond bestaande woningen op Zuid.

Binnen de fysieke pijler ziet het team Deetman/Mans de volgende kansrijke perspectieven voor doorbraken:
1. Onderhouden basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’
2. Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
3. Herstructurering deel van de (particuliere) woningvoor-raad

Ad 1) Onderhouden basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’
• Zet als gemeente in op een structureel hoogwaardig basisniveau ‘schoon, heel en veilig’ voor de wijken op Zuid. Differentieer zo nodig naar wijken.
• Zorg als gemeente voor een consistente uitvoering en handhaving op dat niveau.
• De gemeente moet met bewoners afspraken maken over hun bijdrage aan het op orde brengen en houden van hun wijk. Ondersteun als gemeente initiatieven vanuit de bewoners.

Ad 2) Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
• Werk als gemeente Rotterdam actief samen
met welwillende huiseigenaren en particuliere verhuurders om te investeren in verbetering van het onderhoudsniveau van de woningen. Het huidige ongedifferentieerde repressieve beleid leidt vooral tot een verdere verslechtering van de situatie.
• Zet nog steviger in op het bieden van beheersarrangementen voor VVE’s in de fysiek zwakste wijken op Zuid door VVE 010 en de adoptiecorporaties. Het team verwacht veel van de zogenaamde ‘blokaanpak’ in de Mijnkintbuurt.
• Het team adviseert de gemeente om samen met Rijkspartners na te gaan welke financiële incentives mogelijk zijn om verbetering van het onderhoudsniveau van particuliere woningen te stimuleren. Het team geeft als suggestie mee het onder strikte voorwaarden inzetten van de overdrachtbelasting voor investeringen in meerjarig onderhoud.
• De gemeente dient het samenvoegen van kleine wooneenheden aantrekkelijker te maken door het geven van een vrijstelling van de woningontrekkingsvergunning.

Ad 3) Herstructurering deel van de (particuliere) woningvoorraad
• Voor de wijken Carnisse, Tarwewijk en Oud-Charlois is de herstructureringsopgave in grote lijnen bekend. Het team acht het noodzakelijk dat corporaties en gemeente op korte termijn inventariseren wat de opgave is in de andere wijken op Zuid. Dit is nodig om in gesprek te gaan met private financiers over mogelijke investeringen op Zuid.
• Het team acht het daarnaast noodzakelijk om de financiële middelen te vinden voor realisatie van de eerder genoemde herstructureringsopgave van 4.000 particuliere woningen in de drie wijken Carnisse, Tarwewijk en Oud Charlois. Daarvoor moeten volgens het team afspraken worden gemaakt over het inzetten van de heffingsbijdrage van de Rotterdamse corporaties voor de fysieke opgaven op Zuid. Rijk, het Centraal Fonds en de corporaties zijn aan zet. Het gaat om ongeveer € 40 miljoen per jaar vanaf 2015. In het verlengde daar¬van dienen voorstellen te worden gedaan om eerder dan 2015 aan de slag te kunnen gaan.

Bestuurlijk commitment
Bundeling van krachten

De opgaven om verbetering te krijgen op Zuid zijn omvangrijk en complex en vragen om een gerichte en intensieve bunde¬ling van krachten en langjarig commitment van betrokken partijen. Gerichte betrokkenheid en inzet van velen - lokaal, regionaal en nationaal - is nodig om het tij te keren. Het team Deetman/Mans vindt dat er een krachtige bestuurlijke coalitie nodig is tussen Rijk, gemeente en een aantal lokale partners die met visie en lef aan de slag gaat. Gezamenlijke inzet, doorzettingsmacht, mandaat en gezag zijn daarin sleutelwoorden.

Nationaal programma ‘Kwaliteitssprong Zuid’Er ligt een brede verantwoordelijkheid voor de aanpak van de opgaven op Zuid. Het team onderstreept dat het gaat om een “zaak van nationaal belang.“ Directe en brede betrokkenheid vanuit het Rijk is essentieel; Rotterdam kan het niet alleen. De omvang en complexiteit van de opgaven vraagt om een Nationaal Programma ‘Kwaliteitssprong Zuid’, waarin de aanpak van grote steden problematiek (2010). lijnen van dit advies samenkomen. Er ligt - naast een opgave voor de lokale partijen - een rijksbrede opgave die ambtelijk en bestuurlijk moet worden geborgd. Het team adviseert een bestuurlijke stuurgroep in te stellen die jaarlijks tenminste eenmaal bijeen komt. De stuurgroep bestaat uit het voltallige College van Rotterdam en de meest betrokken bewindspersonen bij het Rijk. De stuurgroep stuurt op de uitvoering van het programma,

Organiseer krachtige uitvoering
Programmamanager met gezag en doorzettingsmacht Een essentiële schakel in de uitvoering van de ‘Kwaliteits¬sprong Zuid’ is het aanstellen van een programmamanager die verantwoordelijk is voor het gehele programma en met
gezag en mandaat van de betrokken partijen het programma in uitvoering brengt. Draagvlak voor de rol en positie van
de programmamanager is cruciaal. Een ‘zwaargewicht’ is nodig om partijen te binden, op hun verantwoordelijkheden te kunnen aanspreken, slagkracht te kunnen mobiliseren en van gebaande paden af te wijken om doelen te realiseren. Onorthodox en doelgericht.
Krachtige uitvoeringsteam met projectleiders en gebiedsmanagers
Het team Deetman/Mans stelt voor onder de programmamanager een aantal projectleiders verantwoordelijk te maken voor de uitwerking en realisatie van specifieke programmaonderdelen. Ook het programma Pact op Zuid kan hierin worden ondergebracht. Daarnaast pleit het team voor het aanstellen van gebiedsmanagers voor elk van de zeven aandachtswijken in Zuid. Deze gebiedsmanagers werken nauw samen met de projectleiders en de programmamana¬ger om de doelen uit het programma ‘Kwaliteitssprong Zuid’ te realiseren. Het is de taak van de gebiedsmanagers om de doelen uit het programma te vertalen naar een meerjarige aanpak per wijk/buurt. Betrokkenheid van deelgemeente, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en bewoners in krachtige uitvoeringsteams is daarin van essentieel belang.

Meerjarig en ontschot budget

Tot slot wijst het team op het belang van bundeling van middelen van verschillende betrokken partijen. Het team spreekt hier alle partijen indringend op aan. Geen projectfinanciering voor een jaar, maar een ontschot programmabudget voor meerdere jaren.

Tips voor veilig Internetbankieren

Tips en checks

Hoe bereik je de moeilijkste groep schoolverlaters en werklozen? Alleen Rotterdam heeft het antwoord

Alleen jeugdcampus De Nieuwe Kans in Rotterdam krijgt nog rijkssubsidie.

Het initiatief slaagt er volgens staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten als enige van negen pilots in om de moeilijkste groepen schoolverlaters en werkloze jongeren te bereiken, meldt vakblad Zorg en Welzijn.

In 2006 startte voormalig minister Rouvoet met negen pilots waarbij een methodiek zou worden ontwikkeld om jongeren weer naar werk of school te begeleiden. Het gaat om voorzieningen waar jongeren terechtkunnen die geen regulier onderwijs meer kunnen volgen, zoals voortijdig schoolverlaters met gezinsproblematiek, verslavings- en agressieproblemen. Uit de evaluatie bleek dat acht projecten deze jongeren niet voldoende bereiken. Die hebben geen meerwaarde ten opzichte van bestaande jeugdzorgvoorzieningen. De Nieuwe Kans in Rotterdam heeft dat wel.

Straf
“We hebben nu honderd jongeren in verschillende trajecten”, zegt projectcoördinator Els Toxopeus. “Zij hebben vrijwel allemaal iets op hun kerfstok. Zo’n 87 procent is in aanraking geweest met politie of justitie, heeft in een justitiële jeugdinrichting gezeten of een vervangende straf gehad. Dat is vrij ‘normaal’ bij deze jongeren. Je moet je realiseren dat deze kinderen vaak een verdrietige geschiedenis hebben van mishandeling, armoede en slechte woonomstandigheden. Zij hebben vaak al honderden hulpverleners gezien.”
Het doel van De Nieuwe Kans is om deze harde kern van uitvallers weer terug te leiden naar school, een stage of werk. “Als een jongere bij ons komt, wordt hij gediagnosticeerd. We werken in verschillende fases: een instroom-, een doorstroom- en een uitstroomfase. We kijken echt wat er aan de hand is, wat jongeren al achter de rug hebben, wat ze kunnen en vooral wat ze willen.” Daarna lopen ze de fases door, ieder op zijn eigen tempo. Dat verschilt van drie maanden tot een jaar of langer, legt Toxopeus uit.

Veilige omgeving
Wat de jongeren zelf willen, is echt belangrijk, vindt de coördinator. “Ze krijgen van hun ouders geen inspiratie of doelen mee. Maar uiteindelijk willen ze allemaal een vrouw, kind, huis en beroep. Wij bieden betrokkenheid, een veilige omgeving en laten ze inzien dat ze zelf hun situatie moeten veranderen. Als een jongere echt niet wil, dan doen wij niet mee. We gaan geen energie verspillen. Maar dat komt eerlijk gezegd nauwelijks voor.”
Bij De Nieuwe kans leren jongeren hun sociale vaardigheden ontwikkelen, ze kunnen er certificaten behalen, trainingen en therapie volgen. En dat allemaal in een streng dagprogramma. Dat is voor sommigen nog best lastig, legt Toxopeus uit. “Er zijn zelfs jongeren die weer een duidelijk dag- en nachtritme moeten krijgen. Zij hebben dat nooit van hun ouders geleerd en kennen ook geen verantwoordelijkheid. Het komt dus voor dat we jongens die te laat zijn, met een busje ophalen en zo dwingen naar het dagprogramma te gaan. Iets wat de ouders eigenlijk moeten doen.”

Verdienen
“Wij voeden op, maar straffen niet”, zegt Toxopeus. De recidive bij De Nieuwe Kans ligt op tien procent. Vergeleken met justitiële jeugdinrichtingen is dat behoorlijk laag. “Als iemand zich misdraagt, confronteren we hem met zijn gedrag. Een volgende stap in de fase moet je verdienen en dat willen ze allemaal.”

Andere gemeenten
Het Rotterdamse project wordt een expertisecentrum waar de methodiek kan worden doorontwikkeld. “Met de structurele subsidie van het rijk gaan we door met het programma. Maar we hebben ook ideeën over crisisopvang en opleidingen. En natuurlijk zullen we onze kennis delen met andere gemeenten”, zegt Toxopeus.

Kansen voor regionale aanpak arbeidsmarkt

Platform Onderwijs Arbeidsmarkt (POA) kan helpen mensen aan het werk te krijgen en zo de lokale economie verstevigen. Dit vraagt dan wel om de juiste stappen.

Dat betogen hoogleraar comparatief arbeidsmarktbeleid Erik de Gier en consultant Petra Veltheer in het vakblad Sociaal Bestek. Werkloosheid verminderen, opleidingen zo afstemmen dat mensen later daadwerkelijk een baan vinden en het personeelsaanbod voor werkgevers beter matchen met de arbeidsmarkt. Dat is de bedoeling van een dergelijk platform.

De lokale overheid voor een belangrijk deel verantwoordelijk om mensen naar de arbeidsmarkt te begeleiden, maar de vraag naar personeel stopt natuurlijk niet bij de gemeentegrenzen. Vandaar het platform. Veel gemeenten werken samen in een POA, ook met scholen en bedrijven. “Maar dat vereist wel een gerichte en goed georganiseerde aanpak”, melden Veltheer en De Gier.

Meer dan activering
De kern van het verhaal: “Effectief arbeidsmarktbeleid omvat niet alleen activering, maar heeft tegelijk oog voor de werkgelegenheid. Voor een evenwichtig beleid, dat aandacht besteedt aan zowel vraag als aanbod, liggen vooral kansen op regionaal niveau.” De sleutel tot succes: coördinatie tussen lokale overheden, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven.

De auteurs van het artikel zien twee “voor de hand liggende mogelijkheden om de slagkracht en effectiviteit van regionaal arbeidsmarktbeleid structureel te vergroten”. De bestaande POA’s kunnen beter werk leveren en hun reikwijdte verbreden. Voor het verbeteren en verbreden van de organisatie geven de kenners zeven adviezen.

Beter
• Analyseer de knelpunten van de regionale arbeidsmarkt. 
• Organiseer eventueel een werkgelegenheidstop om de antwoorden te krijgen die je nodig hebt voor die betere aanpak van de uitdaging.
• Kies deelnemers aan de platformen die in de praktijk met de veranderingen aan de slag gaan.
• Maak een periodiek actieplan met targets die te evalueren zijn.
• Zorg dat je kennis over sociaaleconomische onderwerpen op peil blijft.

Breder
• Koppel het arbeidsmarktbeleid structureel aan het economische beleid.
• Vul het traditionele arbeidsmarkt aan met het vinden van talent in de regio en het integreren van immigranten en laagopgeleiden.

Het begint met een visie op te halen doelen, melden Veltheer en De Gier. Een kijk op de zaak die wordt gedeeld door alle betrokkenen. Het Platform Onderwijs Arbeidsmarkt is geen hiërarchisch samenwerkingsverband. De deelnemers moeten zelf bereid zijn anders te werken. Het secretariaat van een POA heeft de coördinerende rol. Zeker als het lukt één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt in te voeren, is het belangrijk meer verbindingen te maken tussen gemeenten, opleidingen en werkgevers.

woensdag, februari 23, 2011

Schuldhulpverlening kennisbank

Nuttige info

zondag, februari 20, 2011

Minder bestuurslagen in de Randstad

Het is te druk in de Randstad, bestuurlijk dan. Ondernemers willen één bestuurslaag voor metropoolregio’s en minder gemeenten.

Dat blijkt uit een enquête van de regionale werkgeversorganisatie VNO-NCW West. Meer dan de helft van de ondervraagden is niet tevreden over de huidige kluwen van bestuurslagen. De provincies, gemeenten en talloze niet gekozen bestuursorganen.
Een provinicievrije Randstad is de wens van 29 procent van de ondernemers.
Met een bestuur voor de metropoolregio Amsterdam en een bestuur voor de regio Rotterdam – Den Haag. Van de ondervraagden vindt 70 procent dat het aantal gemeenten drastisch moet verminderen. Noord- en Zuid-Holland tellen samen 130 gemeenten. Dat moeten er 50 tot 100 worden, vindt een ruime meerderheid.

Aanbevelingen
VNO-NCW spreekt van ‘gouden tips’ voor premier Mark Rutte om de bestuurlijke drukte op te lossen. Kies voor drie overheidslagen: de Europese Unie, het Rijk en de gemeenten. Ten minste, dat vindt een groot deel van de ondervraagden. Hoe dit strookt met het bestuur van de metropoolregio’s blijft vooralsnog onduidelijk.

Een ander advies aan de premier is het gelijktrekken van alle regels in de provincies en gemeenten.

De waterschappen en de stadsregio’s moeten worden meegenomen in de bestuurlijke herindeling.

Als klap op de vuurpijl moet het aantal ambtenaren worden gehalveerd, “met name in gemeenten”.

Bron: gemeente.nu februari 2011

This is the first day of the rest of your life