maandag, april 25, 2011

Kenniscentrum Overheid

Kenniscentrum stedelijke vernieuwing

OTIB Technische Installatiebranche

Onderzoekspublicaties

zaterdag, april 23, 2011

woensdag, april 20, 2011

De contouren van een nieuw Inholland

19 april 2011 - Inholland gaat op de schop.

De hogeschool begint een ingrijpende sanering. Die kost arbeidsplaatsen, vooral bij vele kleine, onvoldoende presterende opleidingen. “Het belangrijkst is het op orde brengen van de kwaliteit en het ‘WHW-proof’ maken van het onderwijs.” Aldus Doekle Terpstra die in een exclusief gesprek met ScienceGuide de nieuwe koers van zijn Inholland schetst.

Op de kamer van Doekle Terpstra staan nog altijd dezelfde meubels die voorganger Jos Elbers bij de start van Inholland liet aanschaffen. “Ik heb hier niets veranderd, de kamer is hetzelfde gebleven. Het enige dat ik heb gedaan is de computer een kwartslag draaien. Ik kijk liever naar de dynamiek op de gang dan dat ik naar buiten kijk.” Dat die kamer bij de interne bewegwijzering nog altijd ‘boardroom’ heet, zit Terpstra dwars. “Dat deel van de cultuur hier gaan we slopen. Het is gewoon m’n werkkamer. Als ik hier wegga heet hij ‘ontmoetingsruimte’.”

Voor ieder wat wils?

Op die gang voor Terpstra’s kamer is de dynamiek zelden zo groot geweest. De laatste hand wordt momenteel gelegd aan ‘De contouren geschetst’, het stuk van het interim-CvB dat als opmaat dient om Inholland binnen twee jaar uit het moeras te trekken. De basis van de forse ingrepen is een interne SWOT-analyse die heel de hogeschool met de neus op de feiten drukt. De ergste gebreken blijken een gebrek aan onderwijskwaliteit; een onderwijsconcept dat niet aansluit bij de aard van de eigen studenten; een gebrek aan regionale verankering en relaties; en een veelheid aan verliesgevende opleidingen die goeddraaiende opleidingen kannibaliseren.

“Prioriteit nummer één is de kwaliteit van onderwijs, laat daar geen twijfel over bestaan”, benadrukt Terpstra nog voordat de eerste vraag is gesteld. “De SWOT gaf aan dat het onderwijs in onze hogeschool bij elke benchmark beneden het gemiddelde scoorde. Ook de reacties van de studenten op hun eigen onderwijs en de tevredenheidsonderzoeken lieten zien dat wij er niet goed voorstaan.”

“Ik heb de Kamerleden uitgelegd dat defuseren van bovenaf het slechtst denkbare idee is”

Doekle Terpstra

“Dat heeft alles te maken met de gemeenschappelijke onderwijsfilosofie die onder de naam ‘Backbone’ voor heel de hogeschool moest gelden. Eigenlijk is die opgelegd, maar nooit goed doorgevoerd. Dat leidde niet tot een helder onderwijsmodel, maar tot precies het omgekeerde. Het onderwijs werd opgebouwd uit modulen en de studenten kregen steeds meer afzonderlijke en kleine modulen en minoren aangeboden die overal in de organisatie werden ontwikkeld. Dat leek heel innovatief, maar dat ‘voor ieder wat wils’ werkte niet. Van backbone nemen we in deze vorm afscheid.”

Kwaliteit vereist rekenschap

“We moeten nieuwe fundamenten leggen. Ik vind het een open deur om te zeggen ‘geef het onderwijs terug aan de professional’. Dat kan niet zonder rekenschap daarvoor af te leggen. Feit is dat we docenten de ruimte geven om iets op te bouwen: zij krijgen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs, maar zonder vrijblijvendheid. Zij moeten wel rekenschap afleggen aan het opleidingsmanagement. Dat hoort bij professionaliteit.”

“Ook lectoren worden nog directer op het onderwijs gezet en krijgen te maken met de opdracht om concretere onderzoeksportfolio’s te definiëren. Die zijn er vooral om het onderwijs en de kwaliteit daarvan extra te voeden. De opleidingen zullen we systematisch en normatief toetsen op drie sturingscriteria: studiesucces, studenttevredenheid, en kwaliteitsniveau en borging.”

Er zal niet alleen drastisch gesneden worden in de ongeveer 500 minoren die de hogeschool aanbiedt, er zullen ook vele modules en diverse opleidingen worden gestopt. Zoveel keuzevrijheid lijkt mooi, maar zij helpt de studenten helemaal niet, onderstreept Terpstra. “Inholland heeft als grootstedelijke hogeschool een andere populatie dan de rest van het hbo. We hebben veel eerstegeneratiestudenten, in sommige opleidingen hebben we 80% mbo-instromers of meer! We trekken minder vwo-studenten dan elders, maar meer niet-westerse allochtonen en daar ben ik trots op. Maar zulke studenten hebben andere begeleiding en een heldere structuur nodig. Dat ‘voor elk wat wils’-model sluit daar niet op aan.”

“Ons onderwijs moet duidelijker, met heldere eisen vooraf en een samenhangend vierjarig programma zodat de student weet wat van hem of haar wordt verlangd. Als je dat schoolser wil noemen mag dat van mij. Niet ouderwetser, maar minder vrijblijvend. Daarom gaat bijvoorbeeld het bsa in de eerste fase naar 45 ects en zullen we de selectie aan de poort uitbreiden, vooral via intakes.”

WHW-proof hogeschool

De interne fragmentatie en de grote hoeveelheid kleine opleidingen heeft Inholland twee kanjers van problemen opgeleverd, kwalitatief en financieel. Economisch gezien komt het erop neer dat veel klein aanbod ten koste gaat van de budgetten voor opleidingen die financieel en kwalitatief aan de maat zijn. Bij hen lijdt dan de kwaliteit onder de versplintering elders. Kwalitatief levert deze situatie nog een pijnpunt op. “Sommige opleidingen zijn soms zo klein dat zij niet kunnen voldoen aan eisen van de WHW, bijvoorbeeld bij het samenstellen van adequate examencommissies. We kunnen dus eigenlijk niet garant staan voor de waarde van de diploma’s als we hier geen verandering in aanbrengen. Lieteke van Vught-Tijssen zegt dat altijd heel scherp: ‘Wij gaan deze hogeschool WHW-proof maken’.”

“Dat was voor mij een eye-opener in de voorbije maanden. Je moet heel anders durven denken over de wet. De WHW is geen belasting of beperkend instrument dat van bovenaf wordt opgelegd, maar de norm. Die neem je serieus, een norm accepteer je. De WHW is het kader waarbinnen het hoger onderwijs zijn professionele ruimte inhoud geeft. De wet is het hbo, daarmee begint de professionaliteit.”

Het is wel wennen. De gedachte dat Inholland niet een megahogeschool van doorgeschoten schaalvergroting was geworden, maar vooral in de problemen zit vanwege fragmentatie en kleinschaligheid, is in het publieke debat nog niet vaak gehoord. In de Tweede Kamer werd onlangs nog geprobeerd de hogeschool van bovenaf op te knippen in kleinere eenheden. “Ik heb de Kamerleden uitgelegd dat defuseren van bovenaf het slechtst denkbare idee is. Dan ben je nog jaren bezig met geruzie over boedelscheiding, licenties, reserves etcetera. We moeten dat bestuurlijke gedoe nu juist voorbij!”

Maar waar komt die beeldvorming van de hogeschool als een moloch in plaats van die gefragmenteerde werkelijkheid dan vandaan? “Dat is een gevolg van de grootschaligheid van de oorspronkelijke fusie van vier hogescholen en de ondoorzichtigheid die dit als geheel opriep met zijn tien regionale vestigingen en hun complexiteit. Een beeld van megalomanie is toen in bestuurlijke zin opgeworpen. Laat ik het zo zeggen, Inholland was in die fase geen uitblinker in bescheidenheid. Het tegenstrijdige beeld van die grootschaligheid en de gefragmenteerde realiteit is natuurlijk supermoeilijk uit te leggen. Maar kijk gewoon naar de feiten: we hebben vier vestigingen waar we techniek geven, in vijftien opleidingen voor in totaal 2600 studenten. Dat kan gewoon niet. We lopen vast op de dunheid.”

Toch beoogt Terpstra juist zo de menselijke maat vast te houden. “Dat lukt alleen als we de brede bacheloropleidingen voorop stellen en sterker maken en ons daar bewust op concentreren. Bij fragmentatie, versplintering red je de menselijke maat juist door concentratie. Associate Degrees of allerlei masters zul je dan ook niet tegenkomen in de plannen. We willen heel duidelijk een solide bachelor-organisatie zijn. Een goede bachelor, bachelor en nog eens bachelor, daar gaan we voor.”

Ingedikt met profilering

In de hervormingsplannen van het interim-CvB staat, dat ‘Inholland kiest voor een afgeslankt en beter regionaal verankerd portfolio’. Opleidingen die nu en op termijn niet voldoen aan de nieuwe kwaliteitscriteria zullen worden afgebouwd. Van negen opleidingen is al bekend dat ze al per komend collegejaar geen instroom meer zullen kennen, waaronder CMV in Den Haag, CE te Diemen en de PABO Hoofddorp. Het plan van de hogeschool erkent daarbij dat ook gedwongen ontslagen niet kunnen worden uitgesloten. “Vooral als oud-vakbondsman vind ik het heel vervelend om aan te kondigen, maar we hebben straks geen plek meer voor opleidingen waar zo’n 2000 studenten opzitten We hebben per direct een vacaturestop ingesteld, we moeten wel.”

“Inholland was geen uitblinker in bescheidenheid”

Doekle Terpstra

Waarschijnlijk blijft het hier wat betreft de afslanking van het aanbod niet bij, voegt Terpstra toe. De komende twee jaar zullen veel opleidingen hun kwaliteit moeten verbeteren.. Dit vergt een enorme inspanning en verantwoordelijkheid van de docenten die, als ze niet slagen, geen studenten meer zullen hebben om les te geven.

De sanering biedt ook kansen en die wil de hogeschool dan ook pakken. Inholland kan snel inspelen op de profilering à la Veerman. Zo worden voor Scheepsbouwkunde, de agrarische sector en de lerarenopleidingen VO/BO partnerschappen gezocht met andere hogescholen en het werkveld om deze studies overeind te kunnen houden. Als deze niet worden gevonden, zullen ook deze opleidingen worden afgebouwd. “We zullen niet met geïnteresseerden het gesprek ingaan vanuit een ‘lijkenpik-idee’, maar echt vanuit strategische overwegingen. En dus met de focus op ‘what is in it for us’ in plaats van ‘for me’. Alles is bespreekbaar.”

“Zo kan Agri samen met Wageningen en de betrokken ROC’s bijvoorbeeld een goed bruggenhoofd zijn naar het Westland. In ons eentje kunnen we dit niet voortzetten. Dit geldt eigenlijk ook voor de PABO Dordrecht, die behoort ook tot deze categorie. Zou die in Rotterdam met de nieuwe Thomas More samen verder kunnen? Dat zou zomaar kunnen, alles is bespreekbaar.”

Vestigingsdirecteuren voor regionale verankering

Eén van de harde conclusies uit de SWOT luidde dat de hogeschool niet regionaal en stedelijk verankerd is. Naast de kwaliteitsslag in het onderwijs en het concentreren van het onderwijsportfolio zal Inholland dan ook moeten gaan werken aan een sterkere regionale positionering. Terpstra geeft aan dat er echter spanning bestaat tussen de verschillende, noodzakelijke veranderingen en de recente ontwikkeling van de hogeschool. “Verleden jaar is hier de vraag gesteld of we, bijvoorbeeld, techniek moeten aanbieden over meerdere vestigen in een overkoepelend domein of niet. Toen is besloten van wel. Dat kunnen we niet direct terugdraaien, dan overvragen we de hogeschool. Je organisatie moet niet ontploffen.”

De focus van de hervormingen zal daarom eerst liggen op kwaliteit en het onderwijsportfolio om later te ‘kantelen’ naar de regio’s en vestigingen. Deze ontwikkelingen moeten nieuw te benoemen vestigingsdirecteuren gaan trekken. Dat worden mensen ‘van binnen’ die tevens als domeindirecteuren optreden. De mogelijkheid kan zich zo nog wel een aantal jaren voordoen, dat een vestigingsdirecteur van X toch nog zeggenschap heeft over een opleiding in een domein vestiging Y, bevestigt Terpstra. Dat moet dan maar, zegt hij.

“De belangrijkste reden om nu al vestigingsdirecteuren te installeren, is om een gezicht naar de directe omgeving te hebben. Als het onderwijs weer naar de regio moet, moet je meer aandacht besteden aan je lokale positionering.” Ook zal per vestiging een Raad van Advies worden ingesteld met onder meer het werkveld, die verder helpen moet met “het verder op de regionale behoeften enten van het onderwijs en onderzoek.”

Blijft het overal ‘Inholland’?

Dat leidt tot een vraag waar Terpstra eigenlijk nog geen antwoord op kan bieden. Moeten die regionaal sterkere vestigingen nog wel allemaal ‘Inholland’ blijven heten? Hoort ook daar geen helder, herkenbaarder gezicht bij? “We heroverwegen de mono-merkstrategie van Inholland. Moeten we als we mikken op een sterkere regionale verankering ook de naam aanpassen? We weten het eerlijk nog niet. Misschien moet de vestiging hier in Den Haag wel de Louis Couperus-academie heten, ja. Als jullie nou eens met meer van zulke benamingen komen, maak er wat mij betreft een prijsvraag van op ScienceGuide! Per 1 januari 2012 zijn de knopen doorgehakt, dan moet de merkstrategie zijn vastgesteld.”

Het minst zorgen nog maakt Terpstra zich over het vinden van geschikte opvolgers. Per 1 oktober hoopt hij het nieuwe CvB te presenteren. “Ik heb inmiddels een paar honderd CV’s binnen en hoor verschrikkelijk vaak van mensen dat ze willen helpen bij Inholland. Maar daar zit ook een hoop bij die slechts afkomt op de kralen. Ik wil geen BN’ers, ook niet in de Raad van Toezicht, daar hebben we niets aan. De nieuwe voorzitter daarvan maken we per 1 juni bekend, dat hebben we iets uitgesteld. Zo iemand moet je pas presenteren als je hem of haar kunt neerzetten in een nieuw perspectief.” Op nieuwe meubels in de boardroom hoeft ook die niet te rekenen.

Augmented reality in autotechniek

BMW augmented reality

zondag, april 17, 2011

SER advies 15 april 2011

SER stelt unaniem advies vast over hoger onderwijs

Er is meer onderscheid in het hoger onderwijs nodig om studenten en de arbeidsmarkt beter te kunnen bedienen. Daarvoor is een veelzijdig en efficiënt onderwijsaanbod nodig, waaronder de associate degree en meer mogelijkheden tot excellentie in hbo en wo. Versnippering van het aanbod aan opleidingen moet daarentegen worden teruggedrongen. Dit zijn enkele aanbevelingen uit het advies Strategische Agenda Hoger Onderwijs Onderzoek en Wetenschap dat de SER vanochtend unaniem heeft vastgesteld.

Namens de vakcentrales voerde MHP-voorzitter Richard Steenborg het woord. “Onze ambitie is om in de top vijf van kenniseconomieën te komen. De kern van dit SER-advies is dat talent zo hoog mogelijk moet worden opgeleid,” aldus Steenborg. Investeringen in het onderwijs vindt Steenborg noodzakelijk. Deze investeringen verdienen zich volgens hem dubbel en dwars terug.

Om de toegankelijkheid het onderwijs te waarborgen, is het volgens Steenborg van belang dat studenten niet tegen financiële drempels aanlopen. De toegankelijkheid wordt ook beter als instellingen in het hoger onderwijs zich meer gaan specialiseren en gaan concurreren op kwaliteit en reputatie. Steenborg: “We hebben een wildgroei aan studierichtingen. De student lijdt aan keuzestress, het zorgt voor meer studieuitval.”

LTO-Nederland-voorzitter Albert Jan Maat onderstreepte namens alle werkgevers het grote belang van het hoger onderwijs voor onze kenniseconomie. Het SER-advies onderschrijft de constatering van de Commissie Veerman dat het huidige hoger onderwijsstelsel niet toekomstbestendig is: grote studie-uitval, te weinig differentiatie en een te versnipperd onderwijsaanbod.
Volgens hem komt dit doordat niet wordt afgerekend op prestaties en kwaliteit, maar op studentenaantallen. Het bedrijfsleven zou als grootste afnemer meer betrokken moeten worden bij het hoger onderwijs. Het advies bepleit hierbij aansluiting te zoeken met de negen topsectoren die het ministerie van EL&I heeft aangewezen. Ook onderschreef hij het pleidooi voor het instellen van de associate degree, een tweejarige hbo-opleiding. Vooral bij het midden- en kleinbedrijf is daar een grote behoefte aan.

Ook de kroonleden onderschrijven de conclusies van het advies, aldus het kroonlid Leo Stevens. Zo moet de basiskwaliteit van het hoger onderwijs omhoog. Daartoe moet de kwaliteit van de docenten worden verbeterd, vooral in het hbo. Met een betere basiskwaliteit kunnen excellentieprogramma’s zich richten op toptalent. Maar het gaat uitdrukkelijk niet alleen om toptalent, het gaat erom het beste te halen uit alle studenten. Ze moeten worden gestimuleerd, geïnspireerd en geënthousiasmeerd. Hij relativeerde het risico van keuzestress. Een verkeerde studiekeuze en studiewisseling kunnen ook een vormende waarde hebben, vond hij. Ook riep hij de hoger onderwijsinstellingen op zich meer extravert op te stellen en mekaar te inspireren en te versterken.

De voorzitter van de commissie van voorbereiding, het kroonlid Peter Ester, gaf aan dat dit advies in een ongekend korte tijd tot stand is gebracht, namelijk binnen een maand.

zaterdag, april 16, 2011

Bedrijfsverzamelgebouwen Rotterdam

Vooral voor creatieve industrie

donderdag, april 14, 2011

Film Let’s use video to reinvent education

Salman Khan

Film: Bring on the learning revolution!

Ken Robinson

Film: Do Schools kill creativity?

Ken Robinson

Ministerie OCW

cijfers

HBO raad

cijfers

MBO raad

alle cijfers

This is the first day of the rest of your life