woensdag, november 23, 2011

Nuttige kennissite

http://www.allesopeenrij.nl/

Young Startup netwerk

Jonge ondernemers netwerk

De Netwerkstad (voor ambtenaren)

http://denetwerkstad.nl/

donderdag, november 17, 2011

woensdag, november 16, 2011

Te weinig plek voor startende ondernemers?

Geplaatst op november 13, 2011 door Leo Bolle

verhouding starters/werkende bevolking
Nederland blijkt met een 22ste plaats op de ranglijst onder de maat te presteren, waar het gaat om het aantal startende ondernemingen.

Dat is niet onbelangrijk, aangezien volgens onder meer Prof. Dr. Martin A. Carree de zakelijke activiteiten van vooral nieuwe en kleine bedrijven verantwoordelijk zijn voor de economische groei van een land.
(Prof. Zoltan Acs nuanceert dat oordeel door onderscheid te maken tussen ondernemers uit noodzaak en ondernemers, die tot het ondernemerschap worden aangetrokken vanwege de mogelijkheden die zij zien (“opportunity entrepreneurship”.)
Alleen die laatsten hebben het genoemde positieve effect op de economie.)

Het is dus voor een evenwichtige economische groei van een land belangrijk, dat het juiste klimaat voor innovatieve startende ondernemers geschapen wordt!
Internationaal scoort Nederland niet geweldig op dit punt. Dat ligt waarschijnlijk niet zozeer aan de inspanningen die de overheid en allerlei organisaties verrichten om Nederland aantrekkelijk te maken voor startende ondernemers.
Natuurlijk kan de hele bureaucratische rompslomp en regelzucht nog verder ingedamd worden, maar daar ligt waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak van de lage score.

Een blik op de CBS statistiek inzake de overheidsbegroting maakt wellicht veel duidelijk.
Tussen 1990 en 2010 is het BBP (het nationale inkomen) met een factor van 2,4 toegenomen, van € 244 miljard naar € 588 miljard en zijn de overheidsuitgaven min of meer in dezelfde verhouding meegestegen.
Zou men Nederland beschouwen als één grote onderneming, waarvan de overheid de overhead van het bedrijf vormt, dan wordt de zaak niet efficiënt bestuurd.
Een onderneming, die zijn omzet ziet toenemen met een factor 2,4 en tegelijkertijd zijn overhead met dezelfde factor zou zien stijgen, heeft duidelijk iets niet goed gedaan.
Natuurlijk is in die tijd de bevolking gestegen van 14,8 miljoen naar 16,5 miljoen. Maar dat verklaart uiteraard de enorme stijging van de overheidsuitgaven niet.
Zo bedroegen de uitgaven voor onderwijs in 1950 bij een bevolking van 10 miljoen zielen € 252 miljoen. In 1990 was dat bedrag al opgelopen tot € 13,5 miljard en in 2010 maar liefst tot € 30,5 miljard.
Deze enorme stijging is nog eens extra bedenkelijk, als daarbij het rapport Tijd voor onderwijs betrokken wordt. Daarin staat dat de overheid er de laatste 20 jaar niet in is geslaagd de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Integendeel.

Een deel van de inefficiëncy is waarschijnlijk te wijten aan het grote aantal ambtenaren. Met bijna 1 miljoen ambtenaren is de overheid de grootste werkgever in Nederland.
Daar komt nog eens een legertje van ZZP’ ers in tijdelijke dienst bij. In de landen om ons heen kan men met beduidend minder toe.

De te lage efficiency heeft er bovendien toe geleid, dat zelfs de enorme toename van de rijksinkomsten niet voldoende was om de uitgaven te dekken. Om de begroting sluitend te maken is ook nog eens veel geld geleend.

Repair-cafes in opkomst

www.repaircafe.nl

Repair-cafe

Nederland is weer vijf Repair Café-locaties rijker! Afgelopen weekend gingen lokale organisatoren in Utrecht, Tilburg, Maastricht, Amsterdam-Zuidoost en Leeuwarden van start met hun eerste eigen Repair Café. Bij de Stichting Repair Café stroomden maandagochtend de positieve berichten uit deze plaatsen binnen. Vervolgbijeenkomsten staan overal al in de steigers.

Utrecht en Tilburg
“Er was een behoorlijke aanloop en er waren veel enthousiaste geluiden bij de bezoekers te beluisteren”, mailden de lokale organisatoren in Utrecht. Repair Café Tilburg schreef: “Groot succes, 25 reparaties uitgevoerd, 40 bezoekers. Iedereen met gelukkiger gevoel naar huis.” Zowel de Utrechters als de Tilburgers organiseren op zaterdag 26 november hun tweede Repair Café.

Maastricht
Repair Café Maastricht trok veel meer bezoekers dan de organisatoren hadden verwacht. “Ruim 60 reparaties werden verricht”, schreef de website Maastricht Aktueel. “De fietsreparaties stonden op nummer 1. Maar ook mensen die langskwamen met meubeltjes, lampen, elektrische apparaten, kleding, schoeisel en luxaflex werden met alle plezier geholpen.” Op zondag 27 november is het in Maastricht opnieuw repareren geblazen.

Amsterdam-Zuidoost
In Amsterdam-Zuidoost waren vooral elektrische apparaten in trek, in Leeuwarden kwam van alles binnen: apparaten, fietsen, kledingstukken. Tientallen reparaties werden verricht, in een opperbeste sfeer. De Amsterdammers gaan op vrijdag 25 november voor de tweede keer aan de slag.

Leeuwarden
De Leeuwardenaren hadden aanvankelijk plannen om in het voorjaar pas weer een Repair Café te organiseren, maar gaan na het succes van afgelopen weekend kijken of ze dat kunnen vervroegen. “Dat zou natuurlijk prachtig zijn”, reageert Martine Postma, van de Stichting Repair Café, die met de Repair Bus uit Amsterdam de start van Repair Café Leeuwarden meemaakte. “Het enthousiasme is er overduidelijk in Leeuwarden. Zowel bij de organisatoren als bij de bezoekers. Het zou goed zijn om daar nú gebruik van te maken, door direct meer Repair Café-data te plannen.”

De Stichting Repair Café heeft alle lokale organisatoren de afgelopen tijd ondersteund met informatie, advies op maat, poster- en flyermateriaal en publiciteit via haar landelijke netwerk van repareerfanaten en andere geïnteresseerden. De Stichting wenst alle lokale organisatoren heel veel succes met het vervolg in hun gemeente.

Ton Notten neemt afscheid

1 november 2011
Profielen maakt de balans op met Ton Notten, scheidend lector van de kenniskring Opgroeien in de Stad (KOS). Hoe staat het met het onderwijs en de jeugdzorg in Rotterdam? Wat heeft de kenniskring eraan bijgedragen? En zal hij als pensioengerechtigde de HR missen? ‘Nee, want ik blijf!’

Ton Notten hield zich als lector bijna tien jaar bezig met opvoeden en opgroeien in de stad Rotterdam. Daarvoor en daarnaast werkte hij als professor agogiek en sociale pedagogiek op verschillende onderwijsinstellingen. ‘Maar ik kan oprecht zeggen dat ik nog nooit zo’n aardige baan heb gehad als hier in Rotterdam. De Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel steken daar enigszins bij af.’

Vleermuisouders en andere problemen
Het sluitstuk van zijn carrière wordt ‘een heel dik boek’ getiteld Vleermuisouders. ‘Dat zijn van die ouders die altijd bovenop hun kinderen zitten, alles in de gaten houden, overbetrokken zijn en liefst een DSM-5 diagnose willen voor hun kind: ADHD of iets dergelijks.’ Aan de andere kant van het spectrum heb je ouders die niet eens weten op welke school hun kind zit. Hoe betrek je hen erbij? Twee promovendi binnen KOS zijn momenteel met dit vraagstuk bezig.

Het onderwijs kampt met veel meer problemen. Notten is sceptisch: ‘Het kabinet wil dat Nederland in 2025 tot de top 5 van de wereld behoort wat betreft kenniseconomie. Dat kan nooit gehaald worden met de huidige onderwijsinspanningen. Nederland zit onder de OESO-norm voor wat betreft het percentage van het BBP (Bruto Binnenlands Product, red.) dat aan onderwijs wordt uitgegeven. En er komt geen rooie cent bij. Terwijl je juist in crisistijd moet investeren in het onderwijs!’ Verder over onderwijs: ‘Er is de afgelopen 25 jaar ontzettend veel kapot gemaakt. Met name de kinderen van allochtone en lager opgeleide ouders zijn daarvan de dupe. De onderwijskundigen hebben een trend gezet met doe-het-zelf, het nieuwe leren, klassen afschaffen. Het is buitengewoon naïef gedacht dat jonge kinderen uit zichzelf zullen doen wat goed voor hen is. Je moet nu eenmaal ont-zet-tend goed je best doen om hogerop te komen. Als je hierin niet vanuit thuis wordt begeleid en geprikkeld, en ook niet op school, dan gebeurt het dus niet. De mens is een gebrekkig wezen en moet overal mee geholpen worden.’

Welke effecten zullen de bezuinigingen en de harde aanpak van dit kabinet in Rotterdam hebben op het gebied van onderwijs en jeugd? ‘In het regeer/gedoogakkoord staat buitengewoon weinig over jeugd. Zo komt het jeugdstrafrecht aan de orde, met strenger straffen - wat bewezen niet helpt. Voor de vijfennegentig procent van de Nederlandse jeugd die niet crimineel is, staan de meest elementaire voorzieningen wat betreft onderwijs en jeugdzorg onder druk.’

Rotterdam jongerenstad
‘Ondanks het landelijke beleid weet Rotterdam er altijd wat van te maken. De stad heeft veel oog voor opgroeiende jongeren. Hier wordt een aanzienlijk nuchterder toon aangeslagen dan in de rest van Nederland. Duizenden professionals werken uitstekend samen en zijn overal bezig: in de stad, op straat, in de scholen en wijken. Jongeren zijn in het verleden verwaarloosd door de gemeente. Dat houdt een keer op, dat hebben we wel gemerkt met de rellen in 1998 en 2002.’ Notten is zeer enthousiast over wat de kenniskring de afgelopen jaren heeft bijgedragen. ‘Intern was vooral de samenwerking met de masteropleiding pedagogiek ontzettend prettig. Masterstudenten hebben samen met de kenniskring ruim tachtig onderzoeken gedaan, bijvoorbeeld naar voortijdig schoolverlaters. Een zeer effectief project, uitgevoerd door een jeugdwerker die honderd casussen nauwgezet volgde.’ Trots is hij ook op de projecten in het kader van de herstructurering van Zuid, het Pact op Zuid. ‘Wij waren al bezig met de professionalisering van de toekomstige leraren van een brede school op Zuid toen het beton van die school nog gestort moest worden.’ In zijn laatste jaar heeft Notten nog net de centralisatie van de kenniskringen meegemaakt.
Wat vindt hij van die wijziging? ‘In de nieuwe structuur hebben kenniskringen meer kans om kwalitatief heel goed onderzoek te verrichten. Voor het versterken van de strikte kwaliteit van het onderzoek zou het kunnen werken. Voor wat betreft de andere ambities van de kenniskringen, namelijk het laten landen van kennis in het onderwijs en de professionalisering van docenten, moet ik het nog zien.’
Notten blijft op verzoek anderhalve dag per week actief voor de HR. ‘Dat wilde ik maar al te graag. Ik blijf lesgeven, schrijven en een paar interessante promovendi begeleiden. Ik ben wel opgelucht dat ik van bureaucratische en managementklussen af ben. Dat zal ik zeker níet missen.’

This is the first day of the rest of your life