zondag, april 08, 2012

Ziekmakende factoren in onze maatschappij

Er komen steeds meer kinderen in het speciaal onderwijs terecht.

Volgens hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, Rutger Jan van der Gaag, is dit eerder een gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen dan dat de psychiatrische problemen toenemen.

De welvaart lijkt niet alleen grote voordelen, maar ook nadelige effecten op de gezondheid van kinderen en jeugdigen te hebben. Het aantal kinderen met obesitas neemt toe. Dit werpt een lange schaduw vooruit. De gevolgen op langere termijn tekenen zich scherp af: meer suikerziekte en meer hart- en vaatziekten. En dat terwijl die juist op hun retour leken.

Deze ontwikkeling wordt terecht geweten aan maatschappelijke factoren: kinderen eten veel en ongezond, en bewegen te weinig. Recent onderzoek in Londen laat zien dat achtjarigen in de jaren vijftig een actieradius van ongeveer een mijl (ruim anderhalve kilometer) hadden rond het ouderlijk huis waar ze konden spelen en met hun vriendjes optrekken. Nu is dat minder dan honderd meter. Deels komt dit door bezorgdheid over de veiligheid, maar vaak is gemakzucht er debet aan: kinderen lopen en fietsen niet meer naar school, maar worden met de auto weggebracht of tot hun tiende door een ploeterende ouder in de bakfiets vervoerd. De cultuur veroorzaakt dus ziekten.

Etiketten

Het aantal kinderen en jongeren dat in Nederland is aangewezen op speciaal onderwijs neemt nog steeds toe. In vergelijking met omringende landen is 17 procent extreem hoog. De meeste van die kinderen hebben ‘etiketten’ dyslexie, ADHD en/of autisme. ‘Schande’ wordt er geroepen. ‘Medicalisering van de samenleving!’ Dokters, psychologen en psychiaters zijn er op uit om de kinderen ziek te maken door ze een etiket op te plakken. Nu is het zo dat zo’n etiket nodig is om überhaupt op een school voor speciaal onderwijs te komen. Die etiketten zijn dus heel populair bij overheidsinstanties die ze als paspoort gebruiken. Er is echter, in vergelijking met 1984, geen toename van het aantal kinderen dat problemen vertoont, maar wel van het aantal kinderen voor wie in verband met die ontwikkelingsproblemen hulp gezocht wordt. Medicalisering? Neen, dit zijn de consequenties van de maatschappelijke ontwikkelingen. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan individualisering en flexibiliteit. Kinderen met milde ADHD en autisme die binnen de structuur van overzichtelijke scholen redelijk meekonden, vallen nu buiten de boot in een omgeving waar ze zich moeten concentreren bij onwaarschijnlijk veel afleiding. Waar ze veel meer dan vroeger groepswerkjes moeten doen, terwijl hun sociale vaardigheden daar onvoldoende voor zijn.

Dweilen met de kraan open

Psychologen en dokters medicaliseren niet, nee ze dweilen met de kraan wijd open. Wat moet er gebeuren? Er moet een maatschappelijk debat komen over ‘ziekmakende factoren’ in onze maatschappij. Kleinere klassendelers en meer investeren in echt passend onderwijs. En dat is, zoals in de VS en Canada, met 12 en niet met 33 kinderen in de klas. Dat heeft veel meer effect dan hulpverleners medicalisering van de kinderen en jeugdigen te verwijten.

Prof. dr. Rutger Jan van der Gaag is hoogleraar bij Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie en het UMC St Radboud. Hij is tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

April 2012 - ©karakter

This is the first day of the rest of your life