zondag, juni 24, 2012

SROI principes

De tijden zijn veranderd. Winst maken of winstmaximalisatie kan in het huidige tijdsgewricht niet meer het enige doel van een onderneming zijn. Er is meer dan dat.

Elke organisatie (non-profit, not-for-profit, profit) doet iets aan maatschappelijk ondernemen. De verhouding tussen de factoren people – planet – profit, én de passie waarmee de relatie tussen de organisatie en de omgeving wordt vormgegeven, maken of het maatschappelijk ondernemen ook maatschappelijk verantwoord genoemd kan worden. Dat vereist onderzoek; dat vereist analyse, verificatie bij de belanghebbenden.

Er zijn door de tijd heen diverse manieren ontwikkeld om de impact, opgevat als de optelsom van verschillende rendementen, inzichtelijk te krijgen.

Social Return On Investment relateert de doelstelling van de bedrijfsvoering aan de investeringen. Per belanghebbende partij wordt de impact in beeld gebracht en met behulp van een onderbouwde en toetsbare indicator omgezet in een waarde.

Het SROI rapport zegt dus niet alleen iets over het financiële rendement op de investering (ROI), maar ook over andersoortige (sociale, culturele, ecologische) waardecreaties.

Daarnaast geeft het dankzij de directe benadering van stakeholder’s inzicht in factoren die bij belanghebbenden meespelen bij de totstandkoming van de impact.

Afhankelijk van de focus geeft het SROI rapport aan beslissers en uitvoerders informatie, onder meer op het vlak van strategie, positionering, controlling, marketing, financiering, enz.

Om de kans op wildgroei te verkleinen en de kwaliteit van SROI te bewaken, zijn zeven SROI-principes geformuleerd; te weten:
1. Directe betrokkenheid van stakeholders.
2. Onderzoeken wat er verandert vanuit het stakeholder standpunt.
3. Effecten / resultaten / outcomes waarderen van activiteiten.
4. Richten op relevante en significante zaken.
5. Niet teveel (willen) claimen.
6. Transparantie tonen (zichtbaarheid van keuzes in de analyse).
7. Financiële aannames en resultaten verifieren.

Sociaal ondernemerschap

Ondernemen is het omzetten van creatieve en innovatieve ideeën in concrete initiatieven, inspelend op kansen op de markt of in de samenleving, met bereidheid om risico’s te nemen en op basis van een gezond beheer van de beperkt beschikbare middelen.

Sociaal ondernemen is een continu verbeteringsproces waarbij ondernemingen vrijwillig op systematische wijze economische, milieu- en sociale overwegingen op een geïntegreerde manier in de gehele bedrijfsvoering opnemen, waarbij overleg met de stakeholders, of belanghebbenden, van de onderneming deel uitmaakt van dit proces.

Een sociale onderneming is een organisatie met een eigen strategie, autonomie en governancestructuur, met een maatschappelijke missie, meestal in hoge mate publiek gefinancierd en opererend met de opdracht publieke belangen te behartigen en algemeen geldende diensten te leveren, vaak ook volgens overheidsnormen en –procedures en ondernemend in de zin van samenwerkend en concurrerend met anderen binnen en buiten het publiek gefinancierde en gereguleerde bestel, eigen inkomsten genererend los van de overheid zoals via legaten, sponsering of marktactiviteiten.

Het doel van een sociale onderneming is het voorzien in toegankelijke maatschappelijke voorzieningen die aansluiten op constitutioneel verankerde sociale grondrechten zoals o.m. het recht op wonen, werk, onderwijs en het recht op zorg.

Het burgerschap van de persoon met een handicap behoort tot de finaliteit van de sociale ondernemer in de gehandicaptenzorg.

Een sociaal ondernemer is een vernieuwer en een doorzetter. Hij/zij laat zich niet belemmeren door een gebrek aan geld of een tekort aan middelen.

De sociaal ondernemer went al zijn of haar creativiteit aan om de maatschappelijke doelen van de organisatie te bereiken.

Verzamelde wijsheden over ondernemerschap

* “Het nieuwe vindt altijd bestrijders. Het komt niet op in hunne geest, dat het oude waarvoor zij strijden, toch ook eens nieuw moet zijn geweest”.

* “Succes is krijgen wat je wilt; geluk is waarderen wat je hebt”.

* “Choose a job you love and you will never have to work a day in your life”.

* “Als je geen grenzen verkent, zul je geen vooruitgang boeken”.

* “Wie kiest wordt verkozen”.

* “Uit het verschil van mening wordt het goede geboren”.

* “Wanneer iedereen het met elkaar eens is, heeft niemand goed nagedacht”.

* “Het hebben van bezit is nooit meer waard dan het plezier dat men eraan beleeft”.

* “We moeten niet oordelen met de kennis van nu over afwegingen die zijn gemaakt met de kennis van toen”.

* “De man die snel beslist maar zich wel eens vergist, brengt meer geld in de kist dan de perfectionist, die de aansluiting mist”.

* “Achter elk geintje zit een seintje”.

* “Communicatie is zo dicht mogelijk langs elkaar heenpraten”.

* “Glans ontstaat door wrijving”.

* “Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal”.

* “Communicatie is zo dicht mogelijk langs elkaar heenpraten”.

* “Uw godsdienst is niet wat men belijdt, maar hoe men leeft”.

* “Het betere is de vijand van het goede”.

* “Het geheugen van een organisatie zit in de mensen die er werken”.

* “Succes is krijgen wat je wilt, geluk is waarderen wat je hebt”.

* “Niet zeggen wat je doet, maar doen wat je zegt”.

* “Je kunt de wind niet veranderen. Je kunt wel zelf bepalen hoe de zeilen staan”.

* “In de beperking toont zich de meester”.

* “Leer je eerste oordeel uit te stellen”.

* “Werk is pas werk als je liever iets anders zou doen”.

* “Het betere is de vijand van het goede”.

* “Het geheugen van een organisatie zit in de mensen die er werken”.

* “Liever voor iets knokken dan tegen iets strijden”.

* “Je kunt beter ten onder gaan met je eigen visie, dan met de visie van een ander”.

* “Geniet van het leven want voordat je het weet is morgen vandaag weer gisteren”.

* “Als alles op rolletjes loopt dan ga je kennelijk bergafwaarts”.

* “Wie zijn voeten voorzichtig neerzet kan overal lopen!”

* “Ervaring is de optelsom van alle vergissingen die je begaan hebt”.

* “Denk je dat het beter kan? Doe het dan!”

* “Als je het kind in jezelf weer leert kennen, kun je iedere dag een beetje spelen”.

* “Elke minuut dat je je druk maakt om het verleden, gaat af van je toekomst”.

* “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat”.

* “Soms moet je stilstaan om vooruit te komen”.

* “Je hebt denkers en je heb doeners. De ergste zijn de denkers die denken dat ze wat doen”.

* “Het geluk is hier,als ik ophoud te beweren dat het elders is”.

* “Gaat het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat”.

Onderzoek naar ondernemerschap

Effecten van onderwijs in ondernemen op de basisschool

Zowel beleidsmakers als economen beschouwen ondernemerschap als een van de drijvende krachten achter de (Nederlandse) economie. Succesvolle ondernemers zorgen namelijk voor economische groei, werkgelegenheid en innovatie. Onderwijs in ondernemen wordt gezien als een middel om meer en succesvoller ondernemerschap te stimuleren, niet alleen in Nederland maar wereldwijd. Een belangrijke vraag, voor zowel beleidsmakers als onderzoekers, is of je ondernemerschap kunt aanleren door middel van een lesprogramma.
Eerder onderzoek, onder studenten in het middelbaar en hoger onderwijs, heeft aangetoond dat de effecten van ondernemerschapslesprogramma’s niet eenduidig (positief) zijn. De effecten van onderwijs in ondernemen op de basisschool werden echter nog niet eerder onderzocht. Maar hoe kun je meten wat het effect van een lesprogramma is op de ondernemende kennis en vaardigheden van kinderen?

Als een arts het effect van een nieuw medicijn wil testen, maakt hij hiervoor gebruik van een behandelgroep (de groep die het nieuwe medicijn krijgt) en een controlegroep (de groep die een placebo krijgt).
Het effect van het medicijn wordt bepaald door te kijken naar het verschil in de gezondheidstoestand tussen deze twee groepen. In economisch onderzoek is deze onderzoeksmethode nog niet zo gebruikelijk en ook niet altijd mogelijk. Door de samenwerking met BizWorld hebben we de unieke kans gekregen om op eenzelfde manier de effecten van dit lesprogramma te meten.

In 2010 en 2011 hebben we onderzoek gedaan bij ruim 2500 leerlingen uit groep 8 van basisscholen in en rond Amsterdam.
Met behulp van twee vragenlijsten (voor- en nameting), die de leerlingen zelf moesten invullen, hebben we gekeken naar de ontwikkeling van ondernemerschapskennis en –vaardigheden. Het effect van het lesprogramma wordt, net als in het medisch onderzoek, bepaald door te kijken naar het verschil in de ontwikkeling tussen de kinderen uit de behandelgroep (met BizWorld) en de kinderen uit de controlegroep (zonder BizWorld).

De vaardigheden die we in dit onderzoek meten zijn: Zelfvertrouwen, Prestatiegerichtheid,Risicobereidheid, Sociale oriëntatie, Doorzettingsvermogen, Motiverend vermogen, Analytisch vermogen, Proactiviteit en Creativiteit.
Los van elkaar zijn deze vaardigheden belangrijk voor zowel ondernemers als werknemers. Onderzoek heeft echter aangetoond dat de combinatie van deze vaardigheden een positief effect heeft op het succes van ondernemers. Naast bovengenoemde specifieke vaardigheden meten we ook de ontwikkeling van ondernemerschapskennis, zoals kennis over winst en verlies, aandelen en productie. Tenslotte, is een van de algemene doelen van onderwijs in ondernemen het bewustmaken van leerlingen van ondernemerschap als mogelijke loopbaan. In dat kader kijken we in dit onderzoek ook naar het effect van BizWorld op de intentie van kinderen om later een eigen bedrijf te beginnen dan wel ondernemer te worden.

De belangrijkste conclusie van ons onderzoek is dat wij, in tegenstelling tot eerder onderzoek, positieve effecten vinden op de ontwikkeling van ondernemerschapsvaardigheden. Dit betekent dat de basisschool een vruchtbare bodem is voor het ontwikkelen van deze vaardigheden en dat vroeg investeren in deze vaardigheden wellicht belangrijker is dan tot nu toe gedacht.

De onderzoekers

Prof Dr Mirjam van Praag is Hoogleraar Ondernemerschap en Organisatie aan de Universiteit van Amsterdam.
Tevens is zij de oprichter en wetenschappelijk directeur van het Amsterdam Center for Entrepreneurship.

Prof Dr Randolph Sloof is Hoogleraar Organisatie Economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Laura Rosendahl Huber promoveert aan de Universiteit van Amsterdam, bij het Amsterdam Center for Entrepreneurship.

De Wittering voorbeeldschool

Voorbeeldschool in Nederland: de Wittering in Rosmalen

http://www.wittering.nl

elk kind gaat met eigen methode en leermiddelen aan de slag

Doelstellingen en uitgangspunten

Doelstellingen:
Kinderen op Wittering.nl voelen zich veilig, prettig en uitgedaagd. Ze moeten zich optimaal kunnen ontwikkelen op cognitief, motorisch, creatief en sociaal-emotioneel gebied. Ook op school kunnen zij hun eigen interesses optimaal ontplooien.
Door een breder aanbod en een gevarieerde manier van werken, doen kinderen een veel bredere kennis op o.a. op gebied van natuur en techniek.
Kinderen kunnen veel bewegen, ontspannen, relaties aangaan en initiatieven nemen.

Verder is Wittering.nl een school
• waar het plezierig is om te werken, waar werknemers worden ingezet op posities en taken, waar ze goed in zijn en zich thuis voelen, waar ze zich voortdurend kunnen ontwikkelen en daartoe uitgedaagd worden en waar ze kunnen doorgroeien naar andere functies.
• waar ouders en school partners zijn in de opvoeding, die elkaar goed informeren over welzijn en ontwikkeling van hun/het kind thuis en op school, waar goed duidelijk is wat de verantwoordelijkheden van beide partners zijn, waar goed geluisterd wordt naar de opvattingen van de ouders en waar ouders ook een stem hebben, waar duidelijk is welke vormen van wederzijdse betrokkenheid worden nagestreefd en welke (algemene) doelen daarbij worden nagestreefd.

Tenslotte gaat het om een school, die midden in de wijk en in het leven staat:
buitenschools leren en leren binnen de school worden op een natuurlijke manier met elkaar verbonden.
De buitenwereld wordt naar binnen gehaald en kinderen gaan naar buiten om de wereld te bekijken en te ervaren. 

Uitgangspunten:
• Onderwijs op niveau van het kind
• Onderwijs, dat kinderen uitdaagt en motiveert
• Onderwijs met enorm veel variatie. Kinderen leren op vele manieren
• Onderwijs, waarin ook tijd is voor ontspanning:
bewegen, expressie, eten en drinken
• Onderwijs in een doorgaande lijn van 0 tot 12 jaar
• Onderwijs met een duidelijk pedagogisch profiel, wat door alle leerkrachten wordt
gedeeld en eenduidig wordt uitgevoerd en begeleid
• Motiverend ook voor de leerkrachten, omdat het ook voor hen uitdagend, lerend,
ontwikkelend is en waar voor hen perspectief in zit.

Aan Wittering.nl ligt een geheel nieuwe visie op leren ten grondslag. Essentieel zijn de nieuwe wijze waarop het leren wordt georganiseerd, een variëteit aan leerbronnen en een actieve opstelling van de leerling.

Op zoek naar antwoord
Wittering.nl hanteert een andere dan de gebruikelijke benadering van leren en kennis.
In Wittering.nl gaan de leerlingen zelf op zoek naar antwoorden op vragen die zij belangrijk vinden:

Hoe werkt iets? Hoe kan dat nou? Kan ik dat ook? De leerlingen beoordelen de gevonden antwoorden op
basis van de vraag die zij stelden: Weet ik het nu? Is mijn probleem nu opgelost? Zó leren de kinderen.

Leerling centraal
Bij Wittering.nl staat de leerling centraal. Leerlingen ontwikkelen zich vooral als zij zelf bezig zijn
met de vragen en uitdagingen die hen bezighouden. De leerlingen kunnen vaak zelf kiezen wat ze doen,
hoe ze het doen, met wie ze willen leren en hoe lang ze erover doen.

Kernconcepten
Met behulp van computers, excursies, experimenten, demonstraties en contacten met mensen uit allerlei
beroepsgroepen ontwikkelen de leerlingen inzicht in zogenaamde kernconcepten.
Kernconcepten zijn fundamentele begrippen als ‘energie’, ‘macht’ of ‘kringloop’.
Door bezig te zijn met deze begrippen leert de leerling zichzelf en de omgeving te ordenen en te begrijpen.

Communicatie met ouders
Bij Wittering.nl staat contact met de ouders hoog in het vaandel. Ouders en teamleden
informeren elkaar over gebeurtenissen die voor het kind belangrijk zijn, over de leeractiviteiten en de
ontwikkeling van het kind.
Wittering.nl hecht veel waarde aan een ononderbroken pedagogisch en didactische lijn.
Daarom biedt de school uiteindelijk toegang aan kinderen van 0 tot 12 jaar, voor wie in overleg met
de ouders kinderopvang en buitenschoolse opvang wordt georganiseerd

http://www.youtube.com/watch?v=ywviNCjbLcs

http://www.youtube.com/watch?v=TQ-tMrvuaYs

http://www.youtube.com/watch?v=VZ1U4ZkIpQU

Rob Martens over onderwijs

Kernpunten van hoogleraar multimediale educatie Rob Martens over ICT in het onderwijs

-Onderwijs is niet slecht maar sluit niet aan bij ontwikkelingen om ons heen. Leerlingen raken steeds minder gemotiveerd. Leraren moeten meer nieuwe media inzetten in hun lessen.

-Onderwijs is klassikaal en gestandaardiseerd; moet meer instructie op maat zijn.

-Leraren geven op dezelfde wijze les als 30 jaar geleden.

-Niet het kind maar de methode en de leerkracht staan centraal

-Waarom wel Frans op school maar geen Chinees?

-Onderwijs zou moeten helpen jongen mensen hun passie te ontdekken

-Games, films en social media maakt leren veel leuker

-Een mens leert het liefst door te spelen

-Intrinsieke motivatie daar gaat het om

-door de CITO toets is het onderwijs totaal dicht getimmerd

-Je moet leerlingen niet vergelijken met gemiddelden, maar met zichzelf. Dat leidt tot persoonlijke ontwikkeling

Visie
-Onderwijs gaat onderdeel worden van moderne samenleving en zal gaan aansluiten op arbeidsmarkt van nabije toekomst

-Leraren zijn ervan overtuigd dat kwaliteit lessen omhoog gaat met inzet nieuwe media

-Leerlingen vinden lessen met nieuwe media veel leuker. En de prestaties schieten omhoog.


Rotterdam Zuid

13 juni 2012 - Rotterdam-Zuid kent eigen problemen en uitdagingen. In gesprek met Marco Pastors onderstreept Jasper Tuytel, gisteren geridderd, nog een keer de cruciale rol van zijn hogeschool in die wijk. “Ik zeg altijd over Zuid: Als je blijft hangen op wat er níet goed gaat, dan kom je er nooit doorheen.”

Speciaal voor de publicatie ‘Zichtbaar Zuid’ heeft de Hogeschool Rotterdam de activiteiten die zij sinds 2007 in de Rotterdamse wijk onderneemt met studenten, docenten en onderzoekers gebundeld. Marco Pastors, sinds kort directeur van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid ging in gesprek met collegevoorzitter Jasper Tuytel over deze wijk en wat de hogeschool daarvoor betekent.

De eerste kennismaking met Zuid

Pastors: ‘Ik ben in 1983 gaan studeren in Rotterdam. De enige reden waarom je als student aan de Erasmus Universiteit op Zuid komt, is om examens te maken in Ahoy. Ik raakte toen altijd de weg kwijt op Zuid.’

Tuytel: ‘Ik ben een Hagenees, mijn vader was een fervent voetballiefhebber en nam mij vaak mee naar De Kuip. De weinige keren dat ADO won van Feyenoord bestond er voor mijn vader geen groter plezier dan met zijn groen-gele sjaal om een kroeg in Feijenoord in te stappen om de Rotterdammers te stangen.’

Pastors: ‘Dat was wel heel gewaagd!’

Tuytel: ‘Op enig moment ontstond er altijd wel bonje, maar tegen die tijd was hij al verdwenen.’

“Ik raakte altijd de weg kwijt op Zuid”

Marco Pastors

Go & No-Go areas in Zuid

Pastors: ‘Ik woon op Zuid. Als ik ‘s avonds ergens naartoe moet, dan doe ik het. Maar veel straten voelen toch wat ongemakkelijk aan. Dat ervaren veel mensen zo. Ouderen laten bijvoorbeeld ‘s avonds hun hondje niet meer uit. De kans op onaangename ervaringen is op veel plekken best groot.

In woongebieden zou je een rustige sfeer willen, met wat groen, rijtjeshuizen. Zuid is meer gestapeld, mensen binnen hebben weinig zicht op wat er op straat gebeurd. Daar komt bij dat veel wijken een enorm verloop kennen. In slechtere straten zit het aantal verhuizingen boven de dertig procent. Daardoor is er veel minder samenhang en sociale controle. Van de nieuwkomers is het gemiddelde inkomen nog lager dan het toch al lage gemiddelde inkomen. Het is echt niet zo dat die mensen zich 24 uur per dag misdragen, maar ze komen er niet aan toe om net even dat beetje extra te doen om ervoor te zorgen dat hun wijk een mooie, leefbare omgeving wordt.’

Tuytel: ‘In mijn jonge jaren heb ik veel gereisd en in grote steden rondgelopen waar het honderd keer erger was, dus ik heb geen angst om ‘s avonds op Zuid te komen. Het is vaak meer een gevoel van onveiligheid dan dat er werkelijk constant mensen overhoop gestoken worden. Er zijn delen waar je prima een avondwandeling kunt maken, de tuinsteden bijvoorbeeld.’

Pastors: ‘Klopt, dat zijn prima buurten. Maar goed, je kunt wel zeggen: “Vergeleken bij steden ver weg valt het reuze mee”, maar voor Nederlandse begrippen slaan alle meters naar de negatieve kant uit. Je moet het niet teveel relativeren.’

Tuytel: ‘Zeker, de concentratie van problemen is op Zuid voor Nederlandse begrippen ongehoord groot.’

Pastors: ‘Mooie plekken zijn er natuurlijk ook. Neem Katendrecht, met de brug, de appartementen erachter, en dan ook nog zo’n beroemdheid als de SS Rotterdam ervoor. Het uitzicht vanaf de punt is geweldig. Aan de zuidkant de industrie, tegenover de Euromast, het Park. Noem een Rotterdamselandmarken je ziet hem vanaf die plek.’

Tuytel: ‘Heijplaat is ook zo’n wijk met veel potentie. Het is een prachtige omgeving, alleen was het helemaal verlaten en er was geen verbinding met het centrum, totdat wij er in 2007 aan de slag gingen.’

Pastors: ‘Ik heb gisteren voor het eerst een bezoek gebracht aan de RDM Campus. Bijzonder indrukwekkend hoor, echt ongelofelijk.’

Tuytel: ‘Mooi! Ja, RDM is echt mijn kindje. Ik zeg altijd over Zuid: Als je blijft hangen op wat er níet goed gaat, dan kom je er nooit doorheen. Je moet laten zien wat wél kan. RDM was ooit een succesvol bedrijf waar duizenden mensen hun brood verdienden. In 2007 was alles weg, een verlaten en failliete bedoening. De bewoners van Heijplaat voelden zich in de steek gelaten. Nu is er een vaarverbinding en een geweldige dynamiek door de campus en de studenten. En er kan nog veel meer ontwikkeld worden op Heijplaat, daar ben ik van overtuigd.

Het verleden van Rotterdam is voorbij, maar we kunnen met elkaar ook weer iets nieuws maken. De Creative Factory is ook een goed voorbeeld van zo’n parel op Zuid. Je lost daarmee niet alle problemen op, maar je maakt een wijk wel aantrekkelijker voor jonge, creatieve, hoogopgeleide mensen om er te komen wonen. Dat is het begin van de omslag.’

Pastors: ‘Dat klopt helemaal. Er moeten andere groepen bijkomen op Zuid: midden- en hogere inkomens, creatieve ondernemers. Maar let op: Zuid is wel héél groot, er wonen 200.000 mensen. Een overzichtelijke wijk kun je hip maken met mooie appartementen en cultuur, dan kan er iets ontstaan. Zuid is net zo groot als Eindhoven. Dan ga je dus Eindhoven hip maken… dat lukt je niet.

Het creëren van voorzieningen en mogelijkheden op Zuid leidt tot nu toe veel minder dan verwacht tot resultaten wat betreft het tegengaan van schooluitval, verbeteren van opleidingsniveau en arbeidsparticipatie.

Mensen moeten overdag zinvolle dingen te doen hebben. School of werk, dat is de sleutel. Als je overdag werkt, heb je een gezonder leven. Je hebt geen tijd om onregelmatig te eten en op de bank te zitten. Als je je beter voelt, ga je je beter gedragen, krijg je meer zelfvertrouwen, ga je beter voor je kinderen zorgen en gaan je kinderen ook anders met jou om. Dan kom je in een opwaartse spiraal terecht.´

HBO’ers op Zuid

Tuytel: ‘De filosofie van de HR is binding met de stad.Er lopen 3000 studenten van de HR rond in Zuid en die zijn op allerlei gebieden actief.Dit levert leuk onderwijs op én het levert wat op voor de samenleving. Een mooi voorbeeld vind ik bijvoorbeeld de projecten rondom zorg voor oudere bewoners in Zuidwijk.

Wij hebben een paar jaar geleden geprobeerd om samen met partners als Vestia, de TU Delft en Achmea ouderen met behulp van moderne technologie meer zelfstandigheid en sociale controle te bieden. Door omstandigheden is het project toen niet van de grond gekomen. Ik zou het graag aan Marco mee willen geven als idee voor de toekomst.’

“Precies. De haven is oud en grijs en Zuid is jong en zwart”

Jasper Tuytel

Pastors: ‘Dat mag. De verbindingen tussen stad en hogeschool zijn erg goed. Ik vind wel in de eerste plaats dat de studententijd een bijzondere tijd is, een soort verlengde puber-tijd waar je vooral van moet genieten. Zorg ervoor dat je echt wat leert tijdens je studie, dat is bepalend voor de rest van je leven. Een groot deel van de maatschappelijke bijdrage komt pas later, als je ergens gaat werken.

Wat de hogeschoolstudenten doen bij Bureau Frontlijn, dat vind ik echt helemaal fantastisch. De reguliere hulp blokkeert door bureaucratie en wachtlijsten. De aanpak van Bureau Frontlijn is effectief en direct: Wat kunnen we doen voor mensen met veel problemen die de vaardigheden missen om hun leven weer op orde te krijgen?

En dat voeren ze dan direct uit. Zo’n organisatie gecombineerd met de hulp van slimme studenten, daarmee bouw je echt wat op.’

Tuytel: ‘Zo’n aanpak is goed. Je gaat dwars door de gevestigde orde heen.’

Crisis

Pastors: ‘De afgelopen jaren is er veel geld in Zuid gepompt, maar de resultaten vielen tegen. Meer geld is niet de oplossing voor Zuid. Dat er nu minder geld is, geeft ons de gelegenheid de zaken anders en efficiënter aan te pakken. Iedereen moet wat doen voor zijn geld, een uitkering is niet vanzelfsprekend meer. Dat is goed. Natuurlijk zijn er nadelen, mensen bij de gemeente verliezen hun baan, de fysieke ontwikkeling van Zuid zal vertragen. Maar toch, gevoelsmatig heb ik er moeite mee om somber te zijn over de crisis.’

Tuytel: ‘Toen er geen crisis was, had Zuid problemen en nu er wel een crisis is heeft Zuid nog steeds problemen. Die enorme projectencarrousel met al die deelgemeentes die er ook wat van vinden…ik werd er altijd een beetje moedeloos van. Wat vooral nodig is, is goede aansturing en het mobiliseren van enthousiasme. Wat wij doen met onze studenten, kost niks.’

De haven

Tuytel: ‘De haven is erg wit.’

Pastors:’Ja, en grijs.’

Tuytel: ‘Precies. De haven is oud en grijs en Zuid is jong en zwart.’

Pastors: ‘Daar zou ik graag wat aan willen veranderen. Hier ligt een taak voor het onderwijs. Op het vmbo moeten docenten inschatten welke jongens en meisjes goed zijn in techniek, met de handen werken. Kinderen kiezen veel te vaak voor schone-handen-beroepen in de administratie of ict met allemaal doctorandussen in de directie.

Zij worden vervolgens middelmatige werknemers met weinig groeikansen, terwijl ze uitblinkers hadden kunnen zijn als ze iets anders hadden gekozen. Als je succesvol wilt met zijn een mbo-diploma, dan heb je juist in de technische beroepen kansen. Scholen moeten daar veel meer op sturen en kinderen en hun ouders gezaghebbend infomeren. Laat ze zien waar het om gaat, wat de kansen zijn!’

Tuytel: ‘Dat geldt ook voor het hbo. Je moet laten zien dat zorg en techniek ook leuk zijn en dat je er heel veel mee kan. Innoveren, spannende dingen doen. Dat proberen wij op RDM, door studenten te laten meedenken en werken aan innovaties in bijvoorbeeld de mobiliteit of woningbouw.’

Pastors: ‘Omdat er in heel Nederland een tekort is aan technische mensen, is dat een enorme kans voor Zuid. In de toekomst moeten de loodgieterbusjes elke ochtend Zuid uitrijden om in de Randstad aan het werk te gaan.’

Begin en eind

Pastors: ‘Het nationaal programma heeft een looptijd van twintig jaar. Mijn taak is om rust te creëren en de lange termijn-focus te houden. School en werk zijn de eerste jaren de speerpunten. Dat is het allerbelangrijkste.’

Tuytel: ‘Ik hoop dat ik na mijn afscheid in juni actief kan blijven in relatie tot de stad en Zuid. Als Marco af en toe een ingewikkeld klusje heeft, dan kom ik graag helpen.’

Dit interview van Sabine Schipper verschijnt ook in de publicatie van Hogeschool Rotterdam ‘Zicht op Zuid’. Voor meer informatie over de bijdragen van de Hogeschool aan Rotterdam-Zuid kunt u contact opnemen met n.m.fabries@hr.nl

Prestatieladder Socialer Ondernemen

De nieuwe aanpak vanaf 2012

Ton Notten over onderwijs

Het onderwijs kampt met veel meer problemen.

Notten is sceptisch: ‘Het kabinet wil dat Nederland in 2025 tot de top 5 van de wereld behoort wat betreft kenniseconomie.
Dat kan nooit gehaald worden met de huidige onderwijsinspanningen.
Nederland zit onder de OESO-norm voor wat betreft het percentage van het BBP (Bruto Binnenlands Product, red.) dat aan onderwijs wordt uitgegeven. En er komt geen rooie cent bij. Terwijl je juist in crisistijd moet investeren in het onderwijs!’

Verder over onderwijs: ‘Er is de afgelopen 25 jaar ontzettend veel kapot gemaakt. Met name de kinderen van allochtone en lager opgeleide ouders zijn daarvan de dupe.

De onderwijskundigen hebben een trend gezet met doe-het-zelf, het nieuwe leren, klassen afschaffen.

Het is buitengewoon naïef gedacht dat jonge kinderen uit zichzelf zullen doen wat goed voor hen is.
Je moet nu eenmaal ont-zet-tend goed je best doen om hogerop te komen.
Als je hierin niet vanuit thuis wordt begeleid en geprikkeld, en ook niet op school, dan gebeurt het dus niet.

De mens is een gebrekkig wezen en moet overal mee geholpen worden.’

Duurzame groenten en fruit

http://www.eosta.com/index.cfm

Rotterdam stadslandbouwblog

http://www.eetbaarrotterdam.nl

Het Centrum:  Innovatie in onderwijs

http://www.hetcentrum.net/

This is the first day of the rest of your life