donderdag, juli 26, 2012

Jan Rotmans

Hier een heel beknopt, onvolledig en puntsgewijs overzicht van lessen die zijn geleerd als vrucht van jarenlang transitieonderzoek en praktijkervaring met transities. Voor een uitgebreider overzicht van al wat er geleerd is,

zie
www.ksinetwork.nl

en in het bijzonder het eerste boek uit de KSI-boekenserie van Grin, Rotmans en Schot.

Wij bevinden ons op een kantelpunt in de samenleving. De huidige crises markeren die overgangssituatie. Binnen één generatie zijn velen van ons twee waardesystemen kwijtgeraakt: de religie en de ideologie. Daarvoor in de plaats is nog vrijwel niets gekomen. We leven in een overgangsperiode op zoek naar nieuwe waardesystemen. Dit gaat gepaard met onrust, onzekerheid, gebrek aan vertrouwen, angst en onmacht en een steeds terugkerende roep om leiderschap.

Veel sectoren bevinden zich in een overgangsfase op weg naar een andere, duurzame oriëntatie. De dynamiek van de samenleving, de kwaliteitseisen van de gebruikers en de inadequate sturing geeft een toenemende spanning die zichtbaar en vergelijkbaar is in veel sectoren. Dit is een lastig proces wat decennia duurt en beïnvloed kan worden door
slimme sturing op verschillende niveaus: zoeken, leren en experimenteren in het beginstadium, later zowel aanjagen, stimuleren en opschalen als ook verplichten, dwingen en beprijzen.

Voor maatschappelijke transities naar duurzaamheid geldt dat de technologie om te verduurzamen grotendeels voorhanden is. Maar we krijgen het niet adequaat georganiseerd. Het is dus vooral een institutioneel probleem en niet zozeer een technologisch probleem.

De grootste barrières voor maatschappelijke transities zitten in onze cultuur en structuur: ze zijn mentaal en organisatorisch van aard. Mentale blokkades verhinderen het zicht op niches die kunnen ontkiemen en uit kunnen groeien tot duurzame doorbraken.

Grote maatschappelijke veranderingen ontstaan veelal door kleine groepjes mensen. Een paar koplopers met visionaire gaven en een slimme strategie die voldoende innovatieruimte krijgen om die in de praktijk te realiseren kan voldoende zijn voor een geslaagde transitie.

Mensen die leven in een tijd van een maatschappelijke omwenteling (transities) herkennen dat vaak niet of pas op een laat moment. Zij doorzien de complexe tijdgeest niet en focussen op hun dagelijkse activiteiten; in een later stadium hebben zij het vermogen zich tamelijk geruisloos aan te passen aan de radicale verandering.

Innovatieruimte voor koplopers is een essentiële voorwaarde voor succesvolle transities.

Dit kan verschillende dingen betekenen:
financiële ruimte (innovatieve financieringsvormen voor risicovolle bouwprojecten);
juridische ruimte (innovatieve contractvormen, vergunningverlening, bouweisen);
mentale ruimte (prijsvragen of competities voor innovatieve ideeën);
kennis ruimte (kennis- en competentieontwikkeling);
en institutionele ruimte (niche-ontwikkeling, netwerkontwikkeling).

Er is grote behoefte aan partijen en organisaties die verbindingen maken.
Verbindingen tussen koplopers onderling, tussen koplopers en het peloton en tussen het peloton en achterblijvers.
Partijen die zich dienstbaar maar instrumenteel opstellen aan de maatschappelijke beweging naar duurzaamheid.

Een transitie is een machtswisseling. Een opkomend regime (niche-regime) wil het bestaande regime overnemen en het bestaande regime biedt daar weerstand tegen en wapent zich daar zo goed mogelijk tegen. Zo’n machtsovername gaat gepaard met een slagveld van partijen die sneuvelen en partijen die doorbreken en een nieuwe orde vormen.

Naarmate een transitie dichterbij een kantelpunt komt, nemen de spanningen toe en gaat het proces meer pijn doen omdat er winnaars en verliezers dreigen te komen.

Dat vraagt om andere instrumenten die dwingender en stringenter zijn richting ‘stoppers en vertragers’ en stimulerend en belonend zijn voor koplopers

Politiek over werken

Verkiezing 2012: standpunten over werk

Wie kan werken, moet werken. Dat vindt een meerderheid van de politieke partijen. De vraag is dan nog wel hoe zij dit willen stimuleren.

De verkiezing voor de Tweede Kamer zal vaak over de Europese Unie gaan, terwijl debatten over de toekomst van gemeenten net zo belangrijk zijn. Wat vragen de partijen bijvoorbeeld van de lokale overheid en haar inwoners als het gaat om de arbeidsmarkt?

VVD
“We moeten ouderwetse deugden als hard werken en eigen verantwoordelijkheid in ere houden”, schrijft de VVD, die vaak wordt gezien als een partij die graag de bijl zet in de verworvenheden van de verzorgingsstaat. Toch blijkt dat niet uit het verkiezingsprogramma van de partij.
“Onze verworvenheden – zorg voor iedereen, een vangnet voor wie niet werken kan – staan onder druk. Het is onze opdracht ze te behouden.” Volgens de VVD moet het juist daarom anders worden geregeld.
“De VVD wil de arbeidskorting fors verhogen”, staat in het programma. “Alle werkende mensen in Nederland profiteren van deze lastenverlichting.” Ook de lasten voor bedrijven en kleine ondernemers moeten omlaag. Werkgevers hoeven de eerste zes maanden van een WW-uitkering niet te betalen.” Meer mensen aan de slag en dat langer dan nu het geval is. Dat wil de VVD.
“De partij wil de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) samenvoegen tot een Participatiewet en de uitvoering hiervan bij gemeenten neerleggen.”

CDA
Ook het CDA vindt dat iedereen langer moet doorwerken. Verder weet de partij haar idealen in haar programma zo nu en dan om te zetten in concrete maatregelen. 
“Iedereen aan de slag”, is de bedoeling. “Meer banen, ook voor 55-plussers en starters op de arbeidsmarkt (o.a. via hervorming WW, scholingsbudget). Iedereen doet mee aan loonmatiging.” Voor werkende ouders zouden flexibele arbeidstijden de uitkomst moeten zijn.
“Wij willen voortbouwen op de gedachte achter de Wet werken naar vermogen: wie niet het minimumloon kan verdienen hoort niet om die reden aan de kant te staan. Gemeenten krijgen de vrijheid om regelingen op het terrein van werk, ondersteuning, en dergelijke op samenhangende wijze in te zetten om participatie te bevorderen. Daarom wordt in zulke gevallen loondispensatie toegestaan.”

PvdA
“Straks zit meer dan een half miljoen mensen zonder werk”, sombert de PvdA. “Met name jongeren en zelfstandigen-zonder-personeel worden hard getroffen. 12% van onze jongeren zit zonder baan.” Overheden moeten daarom via de fiscale weg helpen om bedrijven weer te laten investeren, of door garantstellingen af te geven.
De PvdA wil een werk-naar-werkregeling verplichten voor werkgevers en werknemers. “En geen voorkeursbehandeling voor ambtenaren. Ook zij zijn het meest gebaat bij de werk-naarwerkregeling en gaan hieronder vallen. Voordelen uit de bestaande wachtgeldregelingen komen ten goede aan de budgetten voor bijscholing.”
De blijde boodschap: “Volledige werkgelegenheid – wij geloven dat het kan.”

SP
Net als de PvdA begint de SP met een somber verhaal over de huidige stand van zaken. De partij is wel minder hervormingsgezind. Ze vindt de arbeidsmarkt juist te flexibel. “We handhaven de ontslagbescherming”, staat in haar programma.
“De duur van de WW wordt niet verkort. Werkgevers het eerste halve jaar van de WW laten betalen is vaak onmogelijk, vanwege gebrek aan geld in het bedrijf. Dit bevordert ook het aannemen van mensen op tijdelijke contracten. De sollicitatieplicht van werklozen wordt afhankelijk van de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk.”
Bij de SP zijn overheden het meest aan zet. Meer begeleiding, individuele aandacht voor mensen die niet goed meekomen. “Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om mensen aan het werk te helpen. Het werk van mensen op de sociale werkplaats gaan we behouden, ondernemers die mensen met een beperking in dienst nemen gaan we belonen.”
Het minimumloon moet worden beschermd. “Wie naar vermogen werkt, krijgt in ieder geval het wettelijke minimumloon. Als loonaanvulling noodzakelijk is kunnen loonkostensubsidies worden ingezet. De minimumjeugdlonen vanaf 18 jaar worden op termijn gelijkgetrokken met het minimumloon.”
Weinig tot niets moet veranderen van de SP. Haar maatregelen zullen meer geld kosten dan momenteel al wordt aangegeven, maar in het programma wordt niet duidelijk waar dat geld vandaan moet komen. Er wordt vaak gesproken over bonussen en de inhuur van externen, maar dat zal de lading verreweg niet dekken.

PVV
Ook de PVV is conservatief als het gaat om de arbeidsmarkt. Links ook, behalve als het gaat om migranten. “Wij vinden: migranten moeten tien jaar in Nederland werken voor ze recht krijgen op sociale voorzieningen.”
De ontslagbescherming moet van deze partij in stand blijven. Bezuinigingen op sociale werkplaatsen moeten ongedaan worden. De Wet werken naar vermogen valt in slechte aarde bij deze partij.
In het programma zijn alleen besparingen te halen als het gaat om migranten. De PVV denkt verder geld over te houden door een terugkeer naar de gulden en het einde van het lidmaatschap van Nederland aan de Europese Unie.

D66
Het meest progressief is D66, op de voet gevolgd door GroenLinks. De democraten zien werk graag hand in hand gaan met “een leven lang leren”. Vijftigers die moeilijk aan de slag komen, zouden een financiële vergoeding moeten krijgen voor bijscholing. “Werkenden moeten een deeltijdopleiding kunnen volgen, van MBO tot master.”
De partij is groot voorstander van Het Nieuwe Werken. “Met flexibele werktijden, thuiswerkfaciliteiten, gebruik van nieuwe media, autodelen en spitsmijdprojecten kan de filedruk worden bestreden. Hier liggen in het bijzonder kansen voor ambtenaren en het mkb.”
Meer werken en het verlagen van de inkomensbelasting moeten de economie stimuleren.

GroenLinks
“De vergoeding voor woon-werkverkeer met de auto gaat onder het normale belastingregime vallen”, schrijft GroenLinks. Thuiswerken moet gestimuleerd worden. Het ontslagrecht wordt versoepeld, maar voor mensen met een tijdelijke baan wordt deze juist steviger. 
“De kosten van werkloosheid worden meer bij de werkgever gelegd via premiedifferentiatie.”
De partij wil intensieve begeleiding van werklozen en meer oog voor lager opgeleiden. Discriminatie door overheden is nodig, schrijft de partij in haar programma. “De overheid voert een actief voorkeursbeleid om de vertegenwoordiging van etnische minderheden in publieke topfuncties te versterken en maakt hierover ook afspraken met het bedrijfsleven.”

ChristenUnie
Ook de ChristenUnie wil de lasten op werken verlagen. Tegelijkertijd moet loonmatiging leiden tot meer banen. Een zoals in Duitsland gebruikelijke regeling met flexibele werktijden maakt het mogelijk “in economisch goede tijden voor een bedrijf extra uren te werken. Het aldus apart gezette spaartegoed kan in tijden van laagconjunctuur of werkloosheid gebruikt worden om korter werken of inkomensverlies aan te vullen.”
De ChristenUnie wil de zogeheten aanrechtsubsidie in stand houden. Zo kunnen ouders, vooral moeders, voor hun kinderen zorgen. De partij heeft bovengemiddeld veel aandacht voor jeugdwerkloosheid.

Vergelijking
Door het ontbreken van een kiesdrempel kent Nederland veel kleine partijen, vaak net wel of niet in de Kamer. Partijen die momenteel minder dan drie zetels hebben, zijn voor dit overzicht uit de vergelijking gehouden. Het gaat om een samenvatting. Niet alle standpunten worden hier weergegeven.

maandag, juli 23, 2012

Informatiesite uit Zweden

http://www.gapminder.org/

Indrukwekkende film van een lerares

Dangerous minds

donderdag, juli 19, 2012

Toekomstige banen

De overgang naar groenere economie kan wereldwijd 15 tot 60 miljoen extra banen creëren in de komende twintig jaar, en tientallen miljoenen werknemers uit de armoede trekken.

Deze cijfers staan in een nieuw rapport uitgegeven door het “Groene banen initiatief”, een samenwerking tussen de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), het VN Milieuprogramma (UNEP), de Internationale werkgeversorganisatie (IOE) en het Internationaal Vakverbond (IVV).

Het rapport “Werken aan duurzame ontwikkeling: kansen voor waardig werk en sociale integratie in een groene economie” verschijnt vier jaar na het eerste rapport van het Groene banen initiatief.

“Het huidige groeimodel is onhoudbaar en inefficiënt, niet alleen voor het milieu maar ook voor de economie en de samenleving” zei Juan Somavia, directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, het secretariaat van de IAO. “We moeten dringend evolueren naar een duurzaam ontwikkelingstraject met een samenhangend geheel van beleidsmaatregelen waarbij de planeet én de mensen centraal staan.” Achim Steiner, uitvoerend directeur van het VN-Milieuprogramma UNEP, verwijst naar het belang van dit rapport voor de voorbereidingen voor Rio+20 door leiders overal ter wereld.

Minstens de helft van alle mensen die wereldwijd aan het werk zijn (1.5 miljard) zal de effecten voelen van de overgang naar een groenere economie. De gevolgen zullen het meest voelbaar zijn in enkele specifieke sectoren zoals landbouw, bosbouw, visserij, energie, arbeidsintensieve productie, recyclage, bouw en transport.

Er werden al tientallen miljoenen banen gecreëerd in de overgang naar een groenere economie. Bijvoorbeeld in de hernieuwbare energiesector zijn er nu bijna 5 miljoen mensen aan de slag wereldwijd, het rapport ziet meer dan een verdubbeling tussen 2006 en 2010. Energie-efficiëntie is een andere belangrijke bron voor groene banen, vooral in de bouwsector- een sector die overigens het hardst getroffen werd door de crisis.

Nettowinsten van 0.5 tot 2 procent van de totale werkgelegenheid zijn mogelijk, zo stelt het rapport. De winsten zullen wellicht hoger zijn in de opkomende en ontwikkelende economieën dan in de geïndustrialiseerde landen, omdat men er meteen kan overgaan op groene technologieën en niet eerst de verouderde infrastructuur moet vervangen. Zo heeft Brazilië intussen bijna drie miljoen banen gecreëerd, goed voor ongeveer 7 procent van de formele werkgelegenheid.

Het rapport zegt echter wel dat er enkel banen gecreëerd kunnen worden indien de juiste beleidsmaatregelen worden getroffen. Milieu-, sociale en economische uitdagingen moeten tegelijk en gecoördineerd worden aangepakt. Dat betekent: werken aan duurzame productieprocessen in ondernemingen, maar ook aan een uitgebreide sociale bescherming, inkomensondersteuning en opleiding voor de werknemers, aan het respecteren van arbeidsnormen en rechten van werknemers op het vlak van gezondheid, veiligheid en waardig werk, en tot slot aan effectieve sociale dialoog.

De cijfers uit dit rapport bewijzen dat een duurzaam en milieubewust beleid geen banen eist zoals soms gezegd wordt, maar integendeel dat het kan leiden tot meer en betere banen, verminderde armoede en een betere sociale inclusie, besluit Juan Somavia.

vrijdag, juli 06, 2012

Techniek Academy Harderwijk

http://www.detechniekacademie.nl/nl/home/

Techniek in beeld met video’s

http://techniekinbeeld.nl/

This is the first day of the rest of your life