maandag, februari 25, 2013

Crowd funding projecten 2012 en de organisaties

Crowdfunding: de 15 beste projecten van 2012

AMSTERDAM - Eind 2012 vlogen de voorspellingen over de verdere ontwikkeling van crowdfunding in 2013 ons al weer om de oren. Al deze voorspellingen beloven een explosieve groei van het aantal projecten dat crowdfunding in zal zetten en de financiering die gerealiseerd zal worden.

Maar uit welk type projecten is deze groei opgemaakt? Wie zijn de voorlopers van dit nog altijd vrij nieuwe fenomeen? En hoe kan het dat zij erin slaagden het kapitaal voor hun onderneming of project middels crowdfunding te vergaren?
Crowdfunding adviesbureau Douw&Koren, dat onderzoek doet naar crowdfunding en organisaties begeleidt bij het succesvol inzetten ervan, zet voor NUzakelijk 15 toonaangevende crowdfunding projecten van 2012 op een rij.

1. De Windcentrale
Het grootste crowdfunding project van Europa? Dat is de claim die Harm Reitsma en het team van De Windcentrale kunnen maken; zij haalden dit jaar met een goed voorbereide crowdfunding campagne maar liefst 7 miljoen euro op. Genoeg voor de aanschaf van twee windmolens!
Het bedrag werd bij elkaar gebracht door 5500 huishoudens die vanaf 350 euro een winddeel konden kopen. Deze huishoudens krijgen de komende 16 jaar gratis stroom van hun eigen stukje windmolen. Belangrijke partners van De Windcentrale zijn Rabobank, Stichting Doen en Greenchoice.
Daan Dijk van Rabobank: “De windcentrale geeft een moderne invulling aan de coöperatieve organisatievorm, en toont aan dat daar breed draagvlak voor is. Na een periode van doorgeschoten individualisme zijn we kennelijk weer toe aan nieuwe transparante vormen van samenwerking.”

2. WakaWaka Power (via Oneplanetcrowd)
Nadat zij vorig jaar twee succesvolle crowdfunding campagnes via Kickstarter en Symbid gevoerd hadden, besloten Camille van Gestel en Maurits Groen (de bedenkers van WakaWaka) om voor hun volgende product - de WakaWaka Power - opnieuw crowdfunding in te zetten.
En met succes: op het moment van schrijven heeft WakaWaka Power via Oneplanetcrowd al bijna 200.000 euro opgehaald. Tegelijkertijd doen zij via Kickstarter een campagne en daar staat de teller momenteel dik boven de 300.000 dollar. Via deze twee campagnes samen, hebben zo’n 6000 mensen een financiele bijdrage geleverd; een record voor Nederland.
Maarten de Jong van Oneplanetcrowd: “WakaWaka’s campagne op Oneplanetcrowd laat zien waar ons platform voor staat: met een relatief klein bedrag maak je met z’n allen innovatie mogelijk en word je daarvoor door de ondernemer beloond. Met het opgehaalde kapitaal brengt de ondernemer de nieuwe lamp op de markt en krijgen alle crowdfunders deze als eerste geleverd. (Het mooie bij WakaWaka is dat daar bovenop ook nog lampen naar Haïti gaan.)”
Er kan nog tot 10 januari 2013 geïnvesteerd worden.

3. Dark Blood (via Cinecrowd)
In 1993 schoot de internationaal vermaarde George Sluizer de film ‘Dark Blood’. Op 80 procent van de opname overleed River Phoenix, één van de hoofdrolspelers, aan een overdosis en moesten de opnamen gestopt worden.
Het verzekeringsbedrijf verklaarde de film total loss, keerde een bedrag uit en werd tegen wil en dank eigenaar van het geschoten materiaal. Niemand wilde de film hebben en in 1999 besloot de verzekeraar de rushes te verbranden. George hoorde hiervan en stuurde iemand naar Hollywood om het materiaal te stelen.
Alsof er nog niet genoeg drama plaatsgevonden had, kreeg George een gesprongen aorta en gaven doktoren hem nog maar een paar maanden; maanden waarin hij besloot zijn film af te maken.
Samen met Cinecrowd werden unieke rewards bedacht en een speciale trailer voor CineCrowd werd uitgebracht. George vertelde in een gepassioneerde oproep zijn motivatie en haalde een bedrag van 17.513 euro op. De film is in de Stadsschouwburg van Utrecht in première gegaan en kreeg een staande ovatie van 10 minuten. Missie geslaagd.

4. Oldenhof - Bar Oldenhof (via CrowdAboutNow)
Je eigen bar openen met behulp van je vrienden, wie wil dat nou niet? Dwight Oldenhof deed het. Een ‘eigentijdse horecagelegenheid die wat ambiance betreft teruggrijpt op de eerste decennia van de vorige eeuw’. Een bar met de sfeer tussen een vintage jazz club en een highclass hotelbar.
Dwight miste zo’n bar in Amsterdam en besloot er zelf één te creëren. Een deel van het benodigde startkapitaal (25.000 euro) haalde hij op via crowdfunding. Dankzij 67 investeerders werd zijn droom werkelijkheid: Bar Oldenhof aan de Elandsgracht.
Tom Vroemen van CrowdAboutNow: “Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat we bij CrowdAboutNow een heel groot deel van het MKB aan hun kapitaalbehoefte kunnen helpen. Dat is een mooie ontwikkeling, want waar nu nog iedereen denkt aan artiesten, creatieve ondernemers en hippe start-ups bij de term crowdfunding, wordt het nu ook het terrein van de kleinbedrijven waar iedereen dagelijks klant van is.”
De kracht achter de crowdfunding campagne van Bar Oldenhof was volgens Dwight een goed uitgewerkt plan, een behoorlijk eigen netwerk, en een pro-actieve houding.

5. Perfect Earth (via Symbid)
Met 90 investeerders een bedrag van 80.000 euro ophalen. Christian Batist deed het, met zijn Perfect Earth project. Het idee: een social-game voor kinderen tussen 8 en 14 jaar. Een avontuurlijk spel over natuur, klimaatverandering en duurzaam leven; een sterk educatieve kant dus.
Een bijdrage aan Perfect Earth was geen donatie, maar een aankoop van aandelen. Zo levert het niet alleen een mooi spel op, maar kon je als investeerder ook profiteren van de toekomstige winst van het spel.
Korstiaan Zandvliet van Symbid: “Perfect Earth is een fantastisch voorbeeld van een crowdfunding propositie die return on investment naadloos laat aansluiten met return on involvement, ik denk dat wij als platform nog nooit zoveel interactie tussen investeerders en ondernemer hebben gezien op één project.”
De lancering van Perfect Earth staat gepland voor begin 2013.

6. Solar Kits4Kids (via 1%Club)
Mathiu Gathobu uit Kenia heeft inmiddels vier crowdfundingcampagnes succesvol afgerond. Bij alle projecten van Mathiu en zijn lokale organisatie Changing Communities, staan solar kits centraal: solarlampen waarmee schoolgaande kinderen op het platteland van Kenia ook ’s avonds kunnen studeren.
Niels Jansen van 1%Club: “Mathiu weet met z’n crowdfunding campagnes en regelmatige updates van blogs, foto’s en video’s mensen rechtstreeks te betrekken bij de projecten waar hij zich voor inzet.”
Op die manier kan hij zijn projecten telkens succesvol afronden met behulp van crowdfunding. Ook maakt Mathiu via de 1%Club community gebruik van crowdsourcing: de community hielp onder meer met het schrijven van een businessplan en de social media strategie.
In totaal heeft Mathiu al meer dan 10.000 euro opgehaald.

7. Dichter Draagt Voor (via voordekunst)
De verfilming van oude gedichten in 20 zogenaamde poëzieclips was de droom Ramsey Nasr, dichter des vaderlands. Doel van het project is om meer mensen, vooral jongeren, bij poëzie te betrekken.
Dankzij de visualisatie en het voordragen van het gedicht, wordt het minder lastig, elitair, zweverig of onbegrijpelijk. En de oproep sloeg aan, want met bijna 200 donateurs werd het doelbedrag van 7.500 euro ruim gehaald.
Roy Cremers van voordekunst: “Ramsey Nasr was het gezicht van het protest tegen de kunstbezuinigingen. Dat hij voor de financiering van zijn project Dichter Draagt Voor zich tot voordekunst en crowdfunding heeft gewend vind ik een goed signaal. Crowdfunding is namelijk juist een manier om aan te tonen dat er draagvlak is voor kunst en cultuur.”

8. Yuno (via Seeds)
Gezonder en lekkerder snacken. Dat kan met Yuno, ontwikkeld door Tom en Annemiek Vogel (hun bedrijf heet Yumm! Concepts). Yuno is een eerlijke en verantwoorde snack voor kinderen. Wat nieuw is aan deze snack is dat ‘ie vol zit met groente en fruit, in plaats van suikers en smaakmakers.
Voor de financiering van de ontwikkeling van een nieuwe snack, maar ook om klanten te betrekken en mee te laten denken over de smaak van de nieuwe snack, maakte het bedrijf gebruik van crowdfunding. Binnen een aantal weken werd 35.000 euro opgehaald.
Arthur van de Graaf van Seeds: “Yuno is voor het overgrote deel gefund door kleine investeerders. Hiermee is Yumm! Concepts erin geslaagd om aan de eerste cirkel rond de ondernemer, te weten vrienden en familie, een nieuwe groep toe te voegen: fans.” En fans bepalen voor een groot deel het succes van je campagne.

9. - Restaurant Blauw (via Geldvoorelkaar)
Restaurant Blauw is een mooi voorbeeld van de diversiteit van crowdfundingcampagnes. Naast de drie bestaande, succesvolle restaurants wil eigenaar Stefan Vreugdenburg een vierde restaurant openen in Den Haag.
De vestiging in Amsterdam werd al eerder gefinancierd via crowdfunding, voor de nieuwe vestiging in Den Haag werd dat opnieuw gedaan, via Geldvoorelkaar. Binnen twee weken werd het streefbedrag van 125.000 euro gehaald.
Martijn van Schelven van Geldvoorelkaar over de campagne: “De campagne van Restaurant Blauw beschikt over een goede onderbouwing, een ingebouwde kortingsactie, een prima pitch met aansprekend filmpje, een professionele accountant, promotie via de eigen website, afijn: alles volgens het boekje.”

10. Beleef Leeuwenhorst
Nieuw Leeuwenhorst is een landgoed met een lange cultuurhistorie, midden in de Bollenstreek. Maar sommige vooroorlogse lanen zijn nauwelijks meer te herkennen en natuurwaarden rond vijverpartijen zijn verwaarloosd. Daarom is het hoog tijd om het landgoed in ere te herstellen.
En dat wordt gedaan met behulp van crowdfunding. Het doelbedrag van 60.000 euro is inmiddels bijna gehaald.
Ronald Kleverlaan van Webclusive: “Dit is het eerste grootschalige crowdfunding project binnen de natuursector en het Zuid-Hollands Landschap heeft hierbij een pioniersrol vervuld. Vooral de betrokkenheid van de bestaande achterban en lokale marketingacties in de omgeving van het landgoed hebben voor dit succes gezorgd.”

11. Virtuele Tango (via TenPages.com)
Niet alleen goede doelen of high-tech-projecten, maar ook boeken vinden hun weg via de crowdfundingwereld. Een goed voorbeeld hiervan is het manuscript Virtuele Tango op TenPages.com.
Virtuele Tango is een pakkend verhaal over de gevaren van internet. Het is het 59e manuscript (van de inmiddels 76) dat via TenPages.com voldoende financiering ophaalde om uitgegeven te worden als volwaardig boek.
Valentine van der Lande van TenPages.com: “De auteur van Virtuele Tango kan schrijven, ze kan emoties overbrengen in haar verhalen en ze kan personages op papier tot leven brengen. Ze vindt het belangrijk dat elk los draadje vastgeknoopt wordt, dat elke vraag beantwoord is en dat elk detail klopt. Niet voor niets heeft dit manuscript 201 aandeelhouders die het project steunden en samen in korte tijd 10.000 euro bijeenbrachten op TenPages.com.”

12. MobiBus (via Share2Start)
Het MobiBus-project is een initiatief van Ted Deckers en Ferry Smits. Het idee is vrij simpel: de MobiBus is een mobiel servicestation voor carpool- en P+R terreinen. In de vakkundig omgebouwde bus, die op een vaste locatie staat, kan men flexwerken via gratis Wi-Fi, een kop koffie kopen met een broodje, of schuilen voor de regen.
Zo biedt de MobiBus niet alleen een extra service, maar zorgt ook voor sociale veiligheid op het terrein. De eerste MobiBus staat op de carpoollocatie Apeldoorn-Zuid, A1 – afrit 20. De kosten voor het verbouwen van de eerste MobiBus werden onder andere gedekt middels crowdfunding (20.000 euro).
Maarten Bouw van Share2Start: “Het project van de Mobibus is bijzonder. De financiering is mogelijk gemaakt door subsidie van de provincie in combinatie met crowdfunding. Dit laat zien dat crowdfunding niet alleen een vervanging is voor de huidige financieringsmogelijkheden, maar ook een hele goede aanvulling kan zijn. Het is dus een mooi voorbeeld van een publiek – private samenwerking.”
Het mobiele servicepunt moet uiteindelijk aanzetten tot meer carpoolkilometers. Het streven is om in de toekomst meerdere MobiBussen te financieren via crowdfunding.

13. Adopt a Revolution
Met een positieve en uitdagende boodschap, daagde IKV Pax Christi iedereen die zich betrokken voelde bij de Syrische Lente uit om een bijdrage te leveren aan de revolutie. Als donateur kon je 4 burgercomités steunen in hun vreedzame protesten en bijdragen aan de financiering van onder andere borden en spandoeken voor demonstraties.
De vreedzame protesten van de burgercomités zijn een alternatief voor gewapend verzet en staan voor een zo vreedzaam mogelijke transitie naar vrijheid en menselijke waardigheid.
IKV Pax Christi liet met deze actie zien dat een goed doel haar achterban op een nieuwe en verfrissende manier kan betrekken bij het financieren van concrete projecten.

14.Het Paard van Troje
De Haagse popzaal Het Paard van Troje stond in het voorjaar van 2012 ‘te koop’. Als bezoeker kon je vanaf 100 euro een stukje van de foyer ‘kopen’ en financierde daarmee een deel van de geplande verbouwing van de foyer.
Met de campagne haalde Het Paard 25.000 euro op en betrok haar trouwe bezoekers nog meer bij de club.

15. Honing Bank
Last but not least: Honing Bank is een kunstproject waarmee aandacht besteed wordt aan het belang van de honingbij. Veel bijensoorten zijn namelijk met uitsterven bedreigd, terwijl een groot deel van ons voedsel afhankelijk is van bestuiving door bijen.
Open een ‘bijenspaarrekening’ bij de Honing Bank en laat je geld omzetten in bijen; spaar dus voor bijen! En als het goed gaat, dan ontvang jij als investeerder echte Haagse honing! De campagne loopt nog tot eind februari.

zondag, februari 24, 2013

CIO trends

De CIO balanceert tussen twee bijna tegengestelde doelstellingen: aan de ene kant kostenefficiëntie, complexiteitsreductie en stroomlijning in de basis-ict, en tegelijkertijd het realiseren van business-IT -innovatie met nieuwe technologieën en trends.

Het aantal trends is echter zo groot dat het moeilijk is om alles te overzien.

CIO Magazine en Deloitte zetten de belangrijkste op een rij.

In de praktijk zien we dat het aantal trends zo groot is dat je alleen een goede digitale strategie kunt opstellen door ze niet individueel te beschouwen, maar geclusterd naar thema en in samenhang met elkaar. In het onderzoek zijn vier grote thema’s opgenomen. Het eerste is ‘hyper connection’. De rode draad daarin is dat ict loskomt van de desktop en letterlijk overal om ons heen is: in mobiele devices en allerlei andere elektronica. Draadloze netwerken zorgen ervoor dat alles met alles verbonden is, waardoor heel nieuwe vormen van samenwerking ontstaan tussen mensen, organisaties en objecten.

In het najaar van 2012 hebben CIO Magazine en Deloitte een gezamenlijke survey uitgevoerd onder ruim 200 Nederlandse CIO ’s naar de toepassing van tientallen technologietrends. De survey laat zien dat dat vergezicht nog lang niet bereikt is. De top 3 in dit cluster is: bring your own device (68 procent), mobile-devicemanagement (55 procent) en mobile/back-end integration (47). Tussen haakjes staat het percentage organisaties dat heeft aangegeven actief bezig te zijn met deze trend, hetzij in een onderzoek of pilot, hetzij operationeel. In feite is hierin het gevolg van de nummer 1-trend van vorig jaar te zien: smartphones en tablets. Na de introductie daarvan is men nu vooral bezig met het goed inpassen in het ict-landschap.

De survey laat tevens zien dat CIO’s het vernieuwende effect van de twee grootste trends (BYOD en mobile-devicemanagement) op de business vrij laag inschatten. De grootste businessimpact hebben de trends social media engagement (36 procent), the internet of things (6) en social consumer electronics (4).

Ecosysteem
Het tweede thema gaat over het veranderende applicatie-ecosysteem waarin on-premise applicaties, cloudoplossingen en mobiele systemen zich vermengen tot een heel nieuw geheel waarin flexibiliteit en ‘agility’ de rode draad vormen. Integratie tussen on-premise- en cloudapplicaties, maar ook tussen cloudapplicaties onderling, stelt de CIO voor heel nieuwe uitdagingen. Nieuw daarin is dat security en trust de grenzen van de eigen organisatie overstijgen. De survey laat zien dat ook in dit thema bedrijven nog bezig zijn met de basis. Software as a service is nu bij 45 procent van de bedrijven operationeel en nog eens 22 procent is bezig met onderzoek en pilots.

Tegelijkertijd heeft maar 14 procent van de bedrijven hun SaaS-oplossing ook geïntegreerd in de rest van hun applicatielandschap. Bijna driekwart van de operationele SaaS-oplossingen is dus volledig stand-alone. Het percentage bedrijven dat een cloud-cloud-integratie operationeel heeft, is nog kleiner: 4 procent. Opvallend is dat businessprocessmanagement (BPM) nog steeds als trend blijft opduiken met 26 procent operationele toepassing en 18 procent onderzoek/pilot. Het veranderende applicatie-ecosysteem zorgt ervoor dat BPM weer in een andere vorm terugkomt.

Ten slotte zijn in dit thema twee trends met een hoge score voor impact op de business te zien: ‘businessrulemanagement’ en ‘complex event processing’. Het operationele gebruik hiervan is nog laag (respectievelijk 6 en 2 procent), maar de innovatieve waarde om tot grotere flexibiliteit te komen wordt als hoog beoordeeld. Het derde thema bundelt alle trends die te maken hebben met data, met daarin allerlei vormen van analytics. De grootste trend is advanced analytics on enterprise data, die in 17 procent van de bedrijven operationeel is en waar 24 procent van de bedrijven mee experimenteert.

De resultaten van de survey laten ook zien dat de focus van analyticstoepassingen verschuift van het verleden naar het heden (realtime analytics) naar de toekomst (predictive analytics). Daarnaast breiden analytische toepassingen zich uit naar andere vormen van data zoals social analytics (18 procent) en text analytics (6 procent). Opvallend is de hoge score van 30 procent van de bedrijven dat zich bezighoudt met big data. Deze score onderbouwt de indruk dat het begrip big data nog niet zo scherp gedefinieerd is.

Augmented reality
Het vierde en laatste thema dat onderdeel was van het onderzoek omvat alle trends die gerelateerd zijn aan de interactie met gebruikers en user experience. Voorbeelden zijn: location aware services, augmented reality en gamification. Over de hele linie scoren deze trends laag wat betreft adoptiegraad. Dat roept de vraag op of deze trends veel minder toepassingsmogelijkheden hebben dan trends in andere thema’s, of dat bedrijven er gewoon nog niet aan toe zijn. Nieuwe onderzoeken zullen die vraag moeten beantwoorden.

In de survey hebben we CIO’s gevraagd om voor elke trend waarmee ze zich actief bezighouden in te schatten wat de impact daarvan is op de business. De keuze was daarbij tussen verbetering (efficiency, kostenverlaging), vernieuwing (uitbreiding van de bestaande business) en transformatie (nieuwe business). Alle trends die in het onderzoek zijn meegenomen scoren bij Gartner ‘high’ of ‘transformational’ op het kenmerk benefit rating. Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat voor alle trends bij elkaar 57 procent wordt gekenmerkt als verbetering. Slechts 5 procent van de scores valt in de categorie transformational. Blijkbaar is het zelfs met de nieuwste technologie nog moeilijk om die toepassing te vinden die echte innovatie tot stand brengt.

Het onderstreept de belangrijke rol van CIO als trendwatcher en als aanjager van business-ict-innovatie. Het onderzoek geeft ook een goed beeld van het stadium waarin bedrijven verkeren met toepassing van nieuwe technologieën. Van alle initiatieven is 22 procent in het eerste onderzoeksstadium, terwijl 31 procent al een stap verder is en experimenten of pilots uitvoert. De rest is verdeeld over operationele toepassing met verschillende niveaus van realisatie van businesswaarde. 23 procent van de initiatieven heeft minder dan 25 procent van de businesswaarde gerealiseerd, 11 procent minder dan de helft, 7 procent minder dan driekwart en 6 procent heeft vrijwel de volledige businesswaarde gerealiseerd.

Volgende stap
Succesvolle toepassing van nieuwe technologieën vereist dat je ieder stadium doorloopt en elke keer een nieuwe horde neemt om de volgende stap te maken. De rol van de CIO is hierbij heel divers. In het begin is hij de trendwatcher die signaleert waar de meeste kansen liggen en die samen met de business initiatieven neemt. Daarna is hij degene die de prototyping en engineering stuurt, om de nieuwe technologie verantwoord in te passen in de bestaande architectuur. Eenmaal operationeel is de CIO mede verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde businessvoordelen. In het onderzoek is de CIO’s gevraagd wat voor hen de grootste uitdaging is bij toepassing van nieuwe technologieën. Ruim 20 procent antwoordde hierop: security en compliance. Dit antwoord stak met kop en schouders uit boven de volgende drie antwoorden: inpassing in de ‘oude’ architectuur (7 procent), het maken van een keuze uit alle trends en het kiezen van de juiste timing (7 procent) en het vinden van budgetten tegen de achtergrond van de noodzaak van kostenreductie (7 procent).

De eindconclusie is dat organisaties constant balanceren in het verdelen van beschikbare middelen tussen operational effectiveness en innovatie. Binnen dat innovatiedomein zijn veel bedrijven nog bezig met de basis. Er is de komende jaren nog veel te doen op de gebieden mobile, cloud en data. Het vinden van de echt innovatieve toepassingen blijkt moeilijker dan gedacht en een uitdaging waar CIO’s al hun kennis en ervaring op zullen moeten inzetten. Maar dat maakt het vakgebied juist zo boeiend.

De auteur Andries van Dijk is senior manager bij Deloitte

Onderwijstrend

Onderwijstrend #1: Device in de klas
Door Michiel Stadhouders op 19/09/2012

Van middelbare school tot universiteit; elke dag zijn jonge mensen bezig met hun ontwikkeling en hun toekomst. Om al deze jongeren blijvend te enthousiasmeren en te motiveren houdt Michiel Stadhouders je elke maand op de hoogte van de trends in onderwijsland. Het onderwijs is namelijk continu in beweging. Naast een heldere omschrijving van de trend biedt deze rubriek nuttige handvatten en inspirerende voorbeelden voor iedereen die in het onderwijs werkzaam is.
Een online les via het digibord in de klas, de iPad ter vervanging van het tekstboek en het gebruik van Twitter om leerlingen een stem te geven. Het is niet meer de vraag of scholen ICT-toepassingen in de klas gaan gebruiken, maar hoe ze dat doen. Hoewel een aantal scholen nog sceptisch is, ervaart een toenemend aantal scholen toch de meerwaarde van ICT voor leren. In de onderwijstrend van september zoomt Michiel Stadhouders in op het gebruik van een device in de klas en bespreekt hij succesvolle voorbeelden uit de praktijk.

Waar eerder het gebruik van smartphones en laptops in de klas als afleiding werd gezien, zien steeds meer scholen ook de kansen om jongeren te binden en te boeien met ICT. Met name de positieve effecten van het gebruik van een device (apparaat dat gebruikers toegang geeft tot internet, zoals een smartphone, iPad of laptop) in de klas trekt steeds meer scholen over de ‘digitale’ streep. Naast een aantal vooroplopende scholen zien we ook veel scholen die nog druk bezig zijn met de voorwaarden voor de inzet van ICT. Gelukkig zijn steeds meer scholen positiever over de mogelijkheden van de digitaliserende wereld.

Van krijtje naar touchscreen

Trends in onderwijs verlopen over het algemeen erg langzaam. De PC in de klas is daar een goed voorbeeld van. Een traditioneel klaslokaal met slechts één computer, die alleen beschikbaar was voor de docent. Anno 2012 gebruiken veel scholen het digibord. Dit digibord kwam al rond 1992 in Canada op de markt en heeft dus een lange weg afgelegd eer het in de Nederlandse klaslokalen gemeengoed werd. Het welbekende krijtje wordt langzaam vervangen door de hand. Zo zijn er in Nederland ruim 70 scholen die via de Digitale Klas interactief lesgeven via het digitale schoolbord. Middels dit initiatief worden lessen eenvoudig en levendiger gemaakt met video, audio, beeldmateriaal of interactieve oefeningen.

Van tekstboek naar iPad

Ook een ander klassiek onderwijsinstrument, het lesboek, ondervindt hevige concurrentie. Scholen schaffen vaker een laptop of iPad voor hun leerlingen aan. Met name de iPad rukt op in onderwijsland. De laatste kwartaalcijfers van Apple laten zien dat van de 17 miljoen verkochte iPads (wereldwijd) er één miljoen stuks voor onderwijsdoeleinden zijn aangeschaft. Misschien wel het meest in het oog springende voorbeeld hierbij is O4NT (Onderwijs Voor een Nieuwe Tijd). Dit initiatief wil zogenaamde Steve Jobs-scholen in Nederland van de grond krijgen en zo het onderwijs fundamenteel anders inrichten. Voor bestaande scholen in Nederland is er inmiddels zelfs een heuse ‘Mac Scholen Groep’. Dit platform van negen scholen wisselt ervaringen uit op het gebied van informatietechnologie. Een van de deelnemende scholen is het Stad & Esch in Meppel, een vooruitstrevende school als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs. Op ‘t R@velijn in Steenbergen komen dit jaar al alle brugklassers naar school met een tablet.
Er wordt kortom meer geëxperimenteerd met dergelijke toepassingen doordat de technologie steeds beter en gebruiksvriendelijker wordt. Overigens is de Nederlandse student zelf nog niet overtuigd van de meerwaarde; zeventig procent van hen leert nog liever van papier dan van een digitaal apparaat.

BYOD

Wanneer je in plaats van een tekstboek een iPad gebruikt, bestaat het risico dat het type device binnen de kortste keren achterhaald is. Omdat scholen willen voorkomen dat één device leidend is, zien we dat vaker gekeken wordt naar het zogenaamde Bring Your Own Device of ‘Bring Your Own Technology’ (BYOD/BYOT) principe. Hierbij nemen gebruikers hun eigen ICT mee. Omdat software en ICT-toepassingen zo snel gaan, kan het handiger zijn om als leerling je eigen device mee naar school te nemen. Dat betekent dat de leerling zelf kan bepalen welk apparaat wordt aangeschaft. Het St.-Canisius in Tubbergen en Almelo is een school die op een doordachte manier vanuit dit concept werkt. Het is geen concept wat je in korte tijd ontwikkelt en het heeft zeker risico’s, maar het biedt veel kansen om je onderwijs anders in te richten. Scholen doen er goed aan zich eens in deze materie te verdiepen.

Social media in de klas

Devices in de klas, zoals bijvoorbeeld smartphones, zijn apparaten waar scholen een moeizame relatie mee hebben. Een smartphone of laptop in de klas wordt gezien als een bron van afleiding voor jongeren en daarmee voor docenten lastig om mee om te gaan. Scholen denken al snel in het kader van bedreigingen, zoals digitaal spieken, of chatten in de klas. Dit heeft vooral te maken met het feit dat door deze devices, die inmiddels verweven zijn met het leven van jongeren, nooit positief worden ingezet in de les. Gelukkig zijn er steeds meer scholen die ook de kansen willen benutten.
Er zijn op dit moment veel individuele docenten en scholen die experimenteren met de inzet van bijvoorbeeld social media in de klas. Mooie voorbeelden die in het oog springen zijn Jelmer Evers op UniC in Utrecht, Frans Droog op het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek en Dick van der Wateren op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem. Het eerder genoemde Stad en Esch gebruikt Twitter om huiswerkvragen te stellen aan de leraar met het twitterspreekuur. Via Glogster is het mogelijk om samen met je leerlingen een digitale poster te maken, waarbij je heel handig filmpjes en afbeeldingen van het wereldwijde web kunt integreren. Met Storify kunnen leerlingen zelf een verhaal over een bepaald onderwerp samenstellen en dat met anderen delen. En met Mentimeter kun je middels peilingen in de klas veel verschillende leerlingen aan het woord laten en kijken hoe ze over bepaalde onderwerpen denken. Kortom; het device in de klas biedt enorme kansen om jongeren te binden en te boeien!

Veel scholen zijn al lange tijd bezig met een positieve benadering van de inzet van ICT in het onderwijs. Er zijn talloze voorbeelden te noemen. Toch is er ook een groot gedeelte dat nog behoorlijk achterloopt als het gaat om bovengenoemde punten. Het is dan ook de uitdaging om ook die scholen mee te krijgen. Met bovengenoemde voorbeelden kunnen deze scholen in ieder geval al wat inspiratie op doen bij andere scholen die al actief bezig zijn met dit thema.

Deze reeks van artikelen is nadrukkelijk bedoelt om te inspireren. Ken je inspirerende voorbeelden van scholen of docenten die je wilt delen? Wil je reageren op deze onderwijstrend? Zie je het als kans of bedreiging? Laat het weten via ons blog door hieronder via Facebook te reageren! Via Twitter mag natuurlijk ook.

Onderwijstrend

Onderwijstrend #3: een nieuw curriculum van 21st century skills?

Door Michiel Stadhouders op 06/12/2012

Van middelbare school tot universiteit; elke dag zijn jonge mensen bezig met hun ontwikkeling en hun toekomst. Om al deze jongeren blijvend te enthousiasmeren en te motiveren houdt Michiel Stadhouders je elke maand op de hoogte van de trends in onderwijsland. Het onderwijs is namelijk continu in beweging. Naast een heldere omschrijving van de trend biedt deze rubriek nuttige handvatten en inspirerende voorbeelden voor iedereen die in het onderwijs werkzaam is.

De samenleving verandert erg snel en het onderwijs probeert hier voortdurend antwoorden op te vinden. Met name door ontwikkelingen in globalisering, technologie en ICT ontstaan er veel nieuwe mogelijkheden. Deze ontwikkelingen hebben onherroepelijk ook gevolgen voor het leren en onderwijs. De vraag rijst of het curriculum anno 2012 op scholen nog wel past bij de toekomst waar we jongeren voor opleiden. In het licht van curriculumhervormingen wordt vaak gesproken over 21st century skills. Langzaam ontstaat in Nederland discussie over de waarde van het huidige curriculum in relatie tot deze ‘nieuwe’ skills. Gaan we van een kennis- naar competentiesamenleving?

Van kennis naar vaardigheden naar houding

De laatste decennia is het Nederlandse onderwijssysteem opgeschoven van een nadruk op kennisoverdracht naar een nadruk op vaardigheden. Kennisoverdracht alleen is niet meer toereikend om jongeren voor te bereiden op een snel veranderende samenleving en arbeidsmarkt. Vaardigheden als kritisch denken en sociale competenties zijn steeds belangrijker geworden. Het gaat daarbij niet alleen om kennis en vaardigheden, maar juist ook om houding. Extrapoleren naar de toekomst is al gauw koffiedik kijken, maar feit is dat constante vernieuwing aanwezig zal zijn in het leven van jongeren. En iedereen zal erkennen dat onderwijs de belangrijkste manier is om jongeren voor te bereiden op die toekomst. De vraag is of de 21st century skills een oplossing bieden voor deze uitdaging.

In 2010 voerde de Universiteit van Twente, in opdracht van Kennisnet, onderzoek uit naar de vraag wat deze skills precies inhielden. Belangrijk is dat het woord ‘skills’ niet alleen de vaardigheden omvat, maar ook de houding en attitude van een leerling of student. Het is daarom eigenlijk beter te spreken over competenties. Een uitgebreide toelichting op de inhoud van deze skills is hier terug te lezen. Alhoewel verschillende partijen (en deze) nog steeds discussiëren over de exacte skills, kwamen de onderzoekers uit Twente tot een zevental competenties:
1. Communicatie
2. Samenwerken
3. ICT-geletterdheid
4. Creativiteit
5. Kritisch denken
6. Probleemoplosvaardigheden
7. Sociale en- culturele vaardigheden (incl. burgerschap)

Relevantie voor het onderwijs

Scholen hebben langzamerhand niet meer het monopolie op kennis. Leerlingen en studenten doen anno 2012 veel kennis op buiten de schoolmuren, veelal via internettoepassingen, social media en open online courseware. Een mooi voorbeeld is Dale Stephens, die met zijn concept van ‘unschooling’ pleit voor het in eigen hand nemen van je ontwikkeling. Toch is Dale Stephens een uitzondering. Het merendeel van de jongeren is geen autodidact: zij zijn niet per se bewust bezig met het leren van nieuwe dingen en ook zeker geen digital native. Kortom: de school kan nog steeds de plek zijn waar betekenis wordt gegeven aan alle kennis die er in deze wereld te ontdekken is.

Wel ligt het risico op de loer dat scholen niet meer aansluiten bij wat in deze wereld nodig is om leerlingen te binden en te boeien. Recent publiceerde het Centre for Educational Research and Innovation (CERI) van de OECD een inspirerende publicatie met de titel: ‘Connected Minds: Technology and Today’s Learners’. Het CERI verkende de vraag welke nieuwe issues technologie inbrengen in het onderwijs. Door digitale media en sociale netwerken moeten docenten en scholen omgaan met nieuwe verantwoordelijkheden in relatie tot deze skills. Interessant is dat het volgens Lynda Hawe van het CERI niet gaat om de technologie, maar juist om de ‘verbinding’:
“Frankly, it’s not about the technology, but it’s all about connectedness. Connectedness, which is the capacity to benefit from connectivity for personal, social, work or economic purposes, is having an impact on all areas of human activity.”
Onderwijs speelt dus juist een essentiële rol om jonge mensen vaardigheden te leren waarmee zij kunnen omgaan met de kansen die onze kenniseconomie en samenleving biedt.

Nieuw soort onderwijs?

Diverse partijen binnen het onderwijs denken na over de invloed en praktische uitwerking van deze skills. De vraag rijst hierbij in hoeverre deze skills nieuw zijn. Recent maakte het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) duidelijk dat er op dit moment in de arbeidsmarkt niet per se veel waardering is voor de 21st century skills. Volgens het ROA valt het nog te bezien welke skills daadwerkelijk echt van belang zijn voor toekomstige arbeidsplaatsen. Sommige zogenaamde 21st century skills zijn feitelijk al 20st century skills. Volg je het nog?
Ook politiek gezien wordt de discussie over de toekomst van onderwijs volop gevoerd. De Teldersstichting van de VVD geeft de 21st century skills een prominente plek in hun publicatie ‘Onderwijs: de derde dimensie’. De stichting vindt dat naast overdracht van kennis en bijbrengen van vaardigheden nog een derde dimensie moet worden toegevoegd aan het onderwijs in Nederland. Deze dimensie noemen zij ‘de menselijke factor’, die bestaat uit 21st century skills en empathische aspecten. Tot die laatste behoren o.a. inlevingsvermogen en passies. De stichting maakt duidelijk dat deze skills vooral in aanvulling op de reeds bestaande elementen van onderwijs gezien moeten worden en niet ter vervanging.
Terecht merkte Aleid Truijens (Volkskrant, 26 november 2012) op dat een aantal skills reeds belangrijk waren in de vorige eeuw en daarmee dus niets nieuws onder de zon. Zij waarschuwt voor een relativering van kennis als basis om juist deze skills eigen te maken.

Voorbeelden uit de praktijk

Desalniettemin wordt er in het onderwijsveld op diverse plekken gekeken naar de waarde van de skills. De Meergronden in Almere besloot de 21st century skills binnen de school te halen in lessen en themaweken. De Meergronden wil een school zijn waar de wereld de school binnenkomt via onderwijs met een internationaal karakter. Een andere school die zijn onderwijs ingrijpend veranderde is het Corlaer College in Nijkerk. De 21st century skills sluiten aan bij het thematische onderwijs van de school. In een boeiende video op Leraar24 is te zien hoe dit precies in zijn werk gaat. Dit inspirerende videoplatform heeft ook een mooi voorbeeld uit het primair onderwijs in huis: de Droomspiegel in Almere.

Ook pabo’s in Nederland zitten niet stil. Zij realiseren zich dat de docent van de toekomst goed op de hoogte moet zijn van nieuwe skills om aan te sluiten bij de huidige en toekomstige generatie leerlingen. Een mooi overzicht van nieuwe initiatieven is te vinden bij Kennisnet. Ook leerlingen denken na over de mogelijkheden van 21st century skills. Niels Gouman, één van de zogenaamde 21learners, een project dat YoungWorks heeft opgestart voor Kennisnet, liet tijdens de conferentie TEDxYouth zien dat het niet zo moeilijk is om goede ideeën te bedenken om 21st century skills te integreren in de school!
21st century skills; over een decennium zullen we waarschijnlijk al meewarig naar de term kijken. Wat niet wegneemt dat het ongelooflijk belangrijk is om te discussiëren over de invulling van onderwijs en de behoeften van de maatschappij én de leerlingen zelf.

Goed dus dat de discussie over de waarde van de skills is losgebarsten. Wat mij betreft bieden de skills vooral kansen om wat al goed is, nog beter te maken en te reflecteren op de vraag hoe je reageert op die voortdurende veranderingen. De hamvraag blijft hoe we in de huidige veranderende samenleving met behulp van technologie, ict en 21st century skills de ruimte kunnen geven aan een zo rijk mogelijke leeromgeving voor jongeren.
Eén ding is zeker: dit thema zal de hele 21e eeuw actueel zijn!

Vermoedelijk zijn er op dit moment genoeg onderwijsinstellingen, scholen en docenten bezig met het integreren van de 21st century skills. Mocht u een initiatief kennen, deel het met ons.

Onderwijstrend

Onderwijstrend #2: Flip je klas!

Door Michiel Stadhouders op 17/10/2012

Van middelbare school tot universiteit; elke dag zijn jonge mensen bezig met hun ontwikkeling en hun toekomst. Om al deze jongeren blijvend te enthousiasmeren en te motiveren houdt Michiel Stadhouders je elke maand op de hoogte van de trends in onderwijsland. Het onderwijs is namelijk continu in beweging. Naast een heldere omschrijving van de trend biedt deze rubriek nuttige handvatten en inspirerende voorbeelden voor iedereen die in het onderwijs werkzaam is.

Sir Ken Robinson vertelde het ons al in 2006: het onderwijs van nu is onvoldoende ingericht op de toekomst. Ondanks de vele hervormingen binnen scholen, is in veel gevallen nog sprake van docentgestuurd onderwijs in plaats van leerlinggestuurd onderwijs. Het concept ‘flipping the classroom’ biedt hiervoor een mooie tegentrend.

Van VHS naar online video

‘Flipping the classroom’ is relatief nieuw in Nederland, maar bestaat toch al zo’n drie jaar in met name de Verenigde Staten. Het concept houdt kort gezegd in dat activiteiten die normaal in de les plaatsvinden, huiswerk worden en andersom. Docenten bieden klassikale instructie aan als video of digitale presentatie die leerlingen in hun ‘huiswerktijd’ kunnen bekijken. In de les wordt op een gedifferentieerde manier ruim aandacht gegeven aan het leerproces van de leerlingen door het beantwoorden van hun specifieke vragen. Kortom: het online aanbieden van de instructie als alternatief voor klassikale instructie, zodat leerlingen zelf keuzes kunnen maken in hun leerproces. De docent blijft daarbij vanzelfsprekend wel van belang!
Het concept is bedacht door de Amerikanen Jonathan Bergman en Aaron Sams in 2006. Zij schreven recent het boek ‘Flip Your Classroom: reach every student in every class every day’, inmiddels een must read over dit onderwerp. Een uitgebreide video over de geschiedenis van het concept bekijk je hier. Verschillende mensen namen het concept over, maar het werd pas echt groot toen Salman Khan zijn verhaal op TED deelde. Met zijn Khan Academy maakt hij instructievideo’s om leerlingen te helpen met wiskunde. Toch is ‘flipping the classroom’ meer dan de aanpak van de Khan Academy. Het is slechts één van de manieren waarop je dit kunt gebruiken.

Veranderende rol van de docent

Flipping the classroom gaat niet alleen over het online zetten van video’s. Video’s alleen helpen leerlingen namelijk niet voldoende vooruit. Het pedagogisch model is van belang. De uitdaging zit ‘m er juist in om goed gebruik te maken van de tijd die je nu vrij hebt in je les. Uit veel voorbeelden blijkt dat het zogenaamde TPACK model daarbij essentieel is. In dit model staan zowel vakinhoudelijke, pedagogische en technologische kennis centraal. De theorie achter het concept kun je in deze video bekijken. Grofweg worden in het model de volgende stappen gezet:
1. De leerlingen doen gezamenlijk een activiteit, oefening of experiment zonder dat ze inhoud aangereikt krijgen.
2. Na de oefening gaan leerlingen zelf aan de slag met de inhoud, theorie en onderliggende concepten die de oefening verklaren. Dit kan dan met behulp van video of online toepassingen.
3. Via verwerkingsopdrachten wordt er betekenis gegeven aan de lesstof. Hier is de docent ondersteunend.
4. In de laatste fase wordt gereflecteerd op de resultaten door middel van presentaties en toepassingen. Dit gebeurt dan weer gezamenlijk.
Hoe deze aanpak er in de praktijk uit ziet, kun je zien in deze blogpost van Jackie Gerstein. Interessant is ook aan welke technische voorwaarden je moet voldoen om met dit concept aan de gang te gaan. Alle drie de video’s zijn ontwikkeld door Jelmer Evers van het UniC College in Utrecht en Kennisnet.

Voorbeelden uit de onderwijspraktijk

Steeds meer Nederlandse docenten besluiten met het concept aan de slag te gaan. Jelmer Evers en Frans Droog van het Wolfert Lyceum zijn twee voorlopers op dit gebied. Volgens Droog heeft het concept een positief effect op de resultaten van de leerlingen. De grootste winst voor hem is dat hij meer tijd in de klas heeft voor het individueel begeleiden van leerlingen en het beantwoorden van hun vragen. Daarnaast sluit het concept perfect aan bij de wens om meer te differentiëren in de klas; leerlingen gaan op hun eigen snelheid door de stof en bepalen zelf wanneer en hoe vaak ze de instructievideo’s bekijken. Bijkomend voordeel is dat leerlingen die een les missen deze gemakkelijk in kunnen halen. Wederom in hun eigen tempo en op hun eigen manier. Op het Farel College in Amersfoort wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd door docent Dolf Breederveld. Bekijk hier hoe hij dit concept in zet. Joost van Oort, docent geschiedenis op het Sint-Joriscollege in Eindhoven, is ook iemand die met het concept werkt. Hij heeft een veelbekeken YouTubekanaal.
Zoals gezegd; bij flipping the classroom gaat het niet per se om online video, maar veel meer om echt ‘leren’. Het mooie is dat dit concept ook niet zonder de docent kan, maar dat de rol van de docent verandert. Belangrijke voorwaarden zijn de pedagogische aanpak en didactische context. Met name in de didactische context is het mogelijk te focussen op interessante en uitdagende opdrachten die veel meer analytisch van aard zijn.

Docenten kunnen lescontent heel eenvoudig delen met elkaar. Jelmer Evers heeft het concept toegepast bij het eindexamen van vorig jaar. De filmpjes van Jelmer zijn op YouTube in totaal al zo’n 39.000 keer bekeken door bijna 4000 bezoekers, terwijl hij ‘maar’ 53 eindexamenkandidaten heeft.

De start van een onderwijsrevolutie?

Flipping the classroom is geen wondermiddel, het is een start. Het werkt alleen als goed is nagedacht over het pedagogisch klimaat op school. Aan de slag gaan met het concept kost relatief veel tijd, maar als de lessen eenmaal gemaakt zijn, kun je ze gemakkelijk hergebruiken. Bovendien zijn de lessen, met de huidige technologie gemakkelijk te delen met anderen. Het concept sluit goed aan bij een trend die we een volgende keer bespreken: het toenemende belang van 21st century skills. Vaardigheden die we nodig hebben om in de toekomst goed beslagen ten ijs te komen. Een belangrijke voorwaarde is dat je als docent het klassikaal lesgeven durft los te laten. Het concept kent ook een aantal moeilijke kanten. Zo is het behoorlijk tijdsintensief en technisch uitdagend voor docenten om de video’s te produceren. Bovendien is het maar de vraag of leerlingen de video’s in hun eigen tijd gaan bekijken. Deze en meer didactische drama’s kun je terug lezen in deze blogpost.

Mooi is dat docenten die dit concept toepassen er veel aan doen om collega’s enthousiast te krijgen. Zo houdt een Amerikaanse leraar, Brian Bennett, een online spreekuur op maandagen. Als je benieuwd bent geworden, dan is het goed om de Flip de Klas wiki te bekijken en te volgen. Daar staan een hoop handige links met ervaringsverhalen, toepassingsmogelijkheden en bovendien een agenda met workshops die je kunt volgen.

De vraag is of dit gebruik van technologie ervoor zorgt dat we dezelfde dingen nu anders gaan doen of dat we fundamenteel andere dingen doen. Het concept flipping the classroom heeft het in zich dat laatste te gaan bewerkstelligen. Maar misschien is het concept wel vooral belangrijk omdat deze vorm van ‘omdenken’ ervoor zorgt dat docenten reflecteren op hoe zij deze generatie met hun onderwijs willen bereiken. Flipping the classroom is een prachtig concept dat een begin kan zijn van een fundamentele verandering van ons onderwijssysteem.

Onderwijstrends 2013

1.  Devices in de klas
Het is niet meer de vraag of scholen ICT-toepassingen in de klas gaan gebruiken, maar hoe ze dat doen. De laptop, tablet of smartphone is steeds vaker aanwezig in het klaslokaal en docenten worden steeds meer uitgedaagd hun manier van lesgeven hier op aan te passen.

2.  Flip je klas!
De ‘geflipte klas’ is relatief nieuw in het Nederlandse onderwijs. Leerlingen maken zelf keuzes in hun leerproces en docenten filmen hun eigen lessen. In 2013 durven steeds meer docenten het klassikaal lesgeven los te laten en hun klas figuurlijk op z’n kop te zetten.

3.  Focus op de 21st century skills
De 21st century skills krijgen een prominentere plek in het onderwijs. Het onderwijs krijgt steeds meer de rol om jonge mensen vaardigheden te leren waarmee ze kunnen omgaan met de kansen die onze kenniseconomie en samenleving bieden.

4.  Internet University
Wie heeft de universiteit nog nodig als ‘ie internet heeft? Steeds meer jongeren leren allerhande vaardigheden die hen verder helpen in het leven via internet. Internet is de school en YouTube, Facebook en Pinterest de nieuwe klaslokalen.

5.  PartYcipatie
In de wereld van festivals en feestjes, een belangrijke graadmeter voor de jongerencultuur, zien we dat jongeren steeds vaker het heft in eigen handen nemen. De mondigheid en creativiteit van jongeren in dit proces gaan scholen steeds meer benutten. Jongeren staan te trappelen om mee te praten!

6.  De leraar professionaliseert
Ook docenten nemen zelf de touwtjes in handen. Het internet biedt een scala aan mogelijkheden om een eigen digitale leeromgeving te vormen. Docenten gaan zelf op zoek naar werk dat hen inspireert en vinden elkaar in online netwerken.

7.  Elke school een eigen gezicht
Scholen gaan zich meer profileren: van technasium tot cultuurschool. Onderscheidend zijn is belangrijk en in 2013 grijpen steeds meer scholen dit onderwerp aan om mee naar buiten te komen.

8.  Gamification in de klas
Games boeien jongeren. Hoe kan het onderwijs leren van gamedesigners om de leerstof leuker en interactiever te maken?

9.  Motiveren door verbinden
Naast aandacht voor training en talent blijft motivatie een belangrijk ingrediënt voor het ontwikkelen van talent. In 2013 staat excellentie dan ook weer hoog op de agenda. Wat is de rol van de docent in het motiveren van leerlingen en hoe doen ze dat?

10.  Meer aandacht voor jongens
De aansluiting tussen jongens en het onderwijs blijft een zorgenkindje. Hoe kan het onderwijs zorgen voor meer instroom van jongens voor de klas?

Rotterdamse organisatie

http://www.rebelgroup.com/nl/contact

Rotterdam Urban Innovation Lab

Johanneke Mulder (tot voor kort Projectmanagementbureau, nu Twynstra Gudde),
Arie Voorburg (Arcadis),
Eldert Besseling (Besekk) en
Duzan Doepel (Doepel Strijker Architecten)

presenteerden zich met hun nieuwe stichting Urban Innovation Lab.

Zij richten zich op demografische, sociale, economische, politieke en ecologische processen in steden.

Hun benadering van waar we met de stedelijke ontwikkeling naar toe moeten spreekt bijzonder aan.

Ze werken aan een denkraam voor duurzame sociaaleconomische transformatie onder de naam Socio Ecologisch Urbanisme.

Ook financieringsmodellen komen uit hun koker.

We zullen zeker van hen horen. 

Branche Uitzendbureaus informatie

http://www.abu.nl/marktontwikkelingen

Rotterdamse organisatie

http://www.yeswecare.nl/

Leuk bedrijf in de ICT business

http://www.incentro.com/nl/inspiratie/nieuws

This is the first day of the rest of your life