vrijdag, mei 31, 2013

Ronnie Overgoor TV programma

http://www.7ditches.tv/

maandag, mei 27, 2013

Gemeente bespaart een miljoen met sportraject jongeren

De trajecten van Challenge Sports leveren Rotterdam een miljoen euro op.

De gemeente Rotterdam bespaart minstens een miljoen euro per jaar dankzij het project Challenge Sports. Bij dit project krijgen jongeren onder meer sollicitatietrainingen en sporten ze om zelfvertrouwen op te doen. Van de circa 300 jongeren het afgelopen jaar zijn begeleid stroomt kwart door naar een betaalde baan en zo’n driekwart naar het onderwijs.

Wethouder Marco Florijn (Sociale Zaken) was vrijdag aanwezig bij de training van een groep van 20 meiden. Samen met voetballer Soufiane Touzani gaf hij sollicitatietraining. Met voorbeelden uit hun eigen loopbaan proberen ze de meiden te laten zien hoe belangrijk presentatie is. “Kijk, als je je vriend tegenkomt dan zeg je ‘fawaka mattie’. Maar als je de wethouder ontmoet zeg je netjes ‘meneer, hoe gaat het’. Als je dan zegt dat je dan jezelf niet bent is echt onzin. Je bent gewoon nog jezelf.”

Dat het werkt blijkt wel als deelneemster Kelly bij de twee heren op gesprek mag komen. Keurig handenschuddend begint ze het gesprek en als het aan de twee mannen ligt is ze glansrijk door. Initiatiefnemer van Challenge Sports, Johan van Haga, doet vervolgens voor hoe het niet moet. “Ik ben maar vijf minuten te laat man. Waarom ik horecaopleiding wil doen? Gewoon doekoe verdienen.” De meiden liggen onder de tafel van het lachen. “Maar dit gebeurt echt”, benadrukt van Haga.

De inzet van rolmodellen als Touzani en de combinatie van sporten en leren lijkt zijn vruchten af te werpen.Van Haga “Deze jongeren hebben vaak alleen maar negatieve ervaringen. We geven ze op deze manier meer zelfvertrouwen.”

http://www.metronieuws.nl/regionaal/gemeente-bespaart-een-miljoen-met-sportraject-jongeren/SrZmez!5sSTBC9Q7aKJ/

Jongeren helpen met hun toekomst

DUO moet het schoolgeld van kwetsbare jongeren inhouden op hun beurs, zo stelt Rotterdam.

De Rotterdamse wethouder van Werk en Inkomen, Marco Florijn, wil dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) het lesgeld gaat inhouden op de uitbetaling van de studiebeurs. Met name kwetsbare jongeren met schulden kiezen ervoor om niet het schoolgeld te betalen waardoor de schulden zich verder opstapelen en schooluitval toeneemt.

Hij heeft zijn zorgen over deze situatie en te makkelijk lenen bij DUO aan de orde gesteld bij staatssecretaris Jetta Kleinsma (Sociale Zaken).  Zij heeft toegezegd naar de problematiek te kijken. “DUO is één van de schuldeisers in de top tien bij jongeren. Als die schuld nodig is om te studeren is dat geen probleem, maar als ze maximaal lenen en daarmee niet hun schoolgeld betalen verwoesten ze hun perspectief op lange termijn.” Alleen al in Rotterdam heeft 15 procent van de jongeren tussen de 18 en 24 problematische schulden.

Daarnaast is er nog een ander probleem. Jongeren die in de schuldsanering, zoals Tessa (zie kader) zitten mogen niet studeren. “Wanneer dat aan jezelf te wijten is, moet je op de blaren zitten. Maar dat is niet altijd zo.” Samen met Kleinsma en Odnerwijswethouder Hugo de Jonge wil hij daar een oplossing voor. “Binnenkort hebben we daarover met jongeren die dit probleem hebben een gesprek over op het ministerie.”

“Door deze schuld kan ik niet studeren”

Jongeren die in de schuldhulpverlening zitten, kunnen niet studeren. Zij moeten dan drie jaar wachten voordat ze aan een opleiding kunnen beginnen en vaak rest er niet veel anders dan een laagbetaald tijdelijk baantje of in veel gevallen een uitkering. De schuldhulpverlening geldt namelijk niet als ze studiefinanciering ontvangen, omdat dat niet als inkomen wordt gezien.
Ook Tessa (23) wil graag studeren, maar dat kan niet door een schuld van ruim 20.000 euro. “Ik werd door mijn moeder uitgehuwelijkt op mijn 18e, maar dat wilde ik niet. Op een dag ben ik het huis uit gevlucht, met alleen de kleren die ik aan had, zonder papieren.” In ruim drie jaar tijd verhuisde ze maar liefst 27 keer. “Mijn moeder kwam me achterna en ik was nergens echt veilig.”
Tijdens die drie jaar bouwde ze de meeste schulden op. “Voordat ik vluchtte had ik mijn havo afgemaakt en me ingeschreven op een particuliere school. Dat kost 11.000 euro en staat op mijn naam, die inschrijving. Maar omdat ik op de vlucht was, heb ik geen dag onderwijs kunnen genieten. Andere schulden die ontstonden zijn die van de zorgverzekering en de DUO. Die konden zonder vast adres niet worden stopgezet.”
Ondertussen kreeg ze ook nog eens een dochtertje waar ze voor moest zorgen. “Het laatste jaar heb ik eindelijk rust. Met een bijdrage van de vader van mijn dochter kan ik net rondkomen samen met de uitkering waarop ook nog eens voor een deel beslag is gelegd.”
Nu wil ze af van haar uitkering en gaan studeren om onder meer haar schulden af te lossen. “Maar dat kan dus niet omdat ik in de schuldsanering zit. Ik snap wel dat als je met je telefoon schulden maakt of heel veel koopt op internet je op de blaren moet zitten, maar aan deze schulden kon ik weinig doen. Ik heb tientallen keren gebeld naar instanties om me te helpen, maar niemand kan wat doen voor me.”
Dat Tessa nu moet rondkomen van een uitkering steekt haar enorm. “Ik haat het woord. Ik voel me vaak minderwaardig. Als iemand bijvoorbeeld vraagt wat je doet. Ik wil juist iets bereiken in mijn leven, maar de schuldsanering zit me in de weg. Ik wil graag werken en afbetalen. Weet je wat ook raar is. Een studiebeurs is even hoog als een uitkering, maar het eerste wordt niet gezien als inkomen en het tweede wel.”
Ze hoopt dat de staatssecretaris Jetta Klijnsma en wethouder Marco Florijn haar kunnen helpen. “Laten ze tijdens mijn studie de schuldsanering bevriezen, dat zou mij enorm helpen. Ik wil een goed voorbeeld zijn voor mijn dochtertje.”

http://www.metronieuws.nl/nieuws/rotterdam-jeugd-tegen-lening-duo-beschermen/SrZmez!slOZWF4a3QCmc/

vrijdag, mei 24, 2013

Samen maken we Rotterdam

Tuinmannen en bewoners zorgen voor groene en kindvriendelijke stadswijken

Samen met een Tuinman en je buren de wijk groener en kindvriendelijker maken. Dat is waar Creatief Beheer nu ruim tien jaar mee bezig is. Reden voor een mooi boek met een beschrijving van de unieke methode van ‘Tuinman in de wijk’. Ook geeft het boek een overzicht van alle sociale groenprojecten die de Tuinmannen van Creatief Beheer op dit moment in Rotterdam begeleiden. Afgelopen donderdag 23 mei ontving wethouder Korrie Louwes dit jubileumboek uit handen van Rini Biemans van Creatief Beheer.

Creatief Beheer is een Rotterdams expertbureau voor wijkontwikkeling en beheer van buitenruimte. Met verschillende partners werkt Creatief Beheer aan stadsnatuur, parken en tuinen. Ze doet dat voor en samen met bewoners. Creatief Beheer ontwikkelt zo nieuwe praktijken voor onderhoud en participatie en bouwt met de inzet van tuinmannen gestaag aan groene en kindvriendelijke wijken.
Rini Biemans is blij het jubileumboek te kunnen aanbieden aan Korrie Louwes. Daarmee onderstreept Creatief Beheer de goede samenwerking met de gemeente van de afgelopen jaren. Maar het is ook bedoeld als handreiking voor de uitdagingen waar de stad de komende tijd voor staat.

Rini Biemans: “Met de crisis en alle bezuinigingen in het achterhoofd is de tuinman de oplossing voor een gezonde leefomgeving…… Via beheer en onderhoud, uitgaven die je nu eenmaal altijd moet doen, zorgt de tuinman aanpak voor een prettige leefomgeving…. En bij gelijkblijvende beheerskosten wordt zo verdiend op de waarde van huizen en vastgoed, krijg je een betere gezondheid van bewoners en meer samenhang in een wijk…...En allemaal doordat we ruimte creëren om bewoners vooral zelf te activeren.”

Korrie Louwes beaamt de noodzaak om met minder uitgaven meer te kunnen bereiken. Ook op het gebied van sociale participatie. Een tuinman kan daarbij een goede oplossing zijn. Korrie Louwes: “Het is de verdienste van Creatief Beheer dat ze een aanpak hebben ontwikkeld die goed werkt. De vondst van een tuinman als nieuwe beroepsgroep voor participatie en een groene en kindvriendelijke buitenruimte is een hele originele uitvinding.”

De nieuwe aanpak wordt goed zichtbaar bij het project Veerkracht Carnisse.  In samenwerking met diverse organisaties en instanties in de wijk worden bewoners via sociale projecten betrokken bij hun leefomgeving. De tuinman is hier de essentiële spil in het web.

Inmiddels is een Tennistuin ingericht (zie foto) en is het beheer van een educatieve tuin overgenomen van de gemeente. Nieuwe projecten voor de komende maanden zijn een bloemenroute door de wijk Carnisse naar het Zuiderpark. Een route die ook langs Ahoy en winkelcentrum Zuidplein voert.

Rini Biemans: “Als je bezoekers van buiten meeneemt naar Carnisse slaan ze steil achterover. Zeker in de lente en zomer. Wààt? Is dit mogelijk op Zuid? Wat een groen! Wat een oase van rust! Wat een ruimte! Vooral als je ze laat kennismaken met de toekomstige bloemenroute.” “Het begin is er: de Carnissetuin en de Tennistuin…. Zo’n plek is hard nodig in Carnisse. Het is een impuls voor de wijk, zeker als we de twee tuinen met elkaar verbinden en er een hele route rond het Hart van Zuid van maken.”

Voor meer informatie over alle plannen en projecten van Creatief Beheer kijk op de website

http://www.creatiefbeheer.nl

zaterdag, mei 18, 2013

Studententest

Test hoe sterk je positie op de arbeidsmarkt is

http://www.studenten-test.nl

donderdag, mei 16, 2013

Onderontwikkelde Nederlandse ambachtscultuur

Hoogleraar Klamer bepleit meer waardering ambachtelijk werk
Rotterdam, 14 mei 2013 –
De Nederlandse samenleving gaat onverschillig om met de ambachtseconomie. Ambachtelijke onderwijs is ondergewaardeerd en vakopleidingen worden bedreigd. De ontwikkeling van vakmanschap in Nederland wordt belemmerd door gebrek aan middelen, infrastructuur en een onderontwikkelde ambachtscultuur. Deze conclusies trekt Arjo Klamer. De hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam deed, in opdracht van het Hoofdbedrijfschap Ambachten, internationaal vergelijkend onderzoek in o.a. Nederland, Italië, Japan, Duitsland en Engeland. HBA voorzitter Elrie Bakker ontving, tijdens het symposium ‘Lang leve het ambacht’, uit handen van Klamer de resultaten en een pleidooi voor de ontwikkeling van de ambachtscultuur in Nederland.

Elrie Bakker: “Dit rapport komt op een cruciaal moment. De Nederlandse ambachtseconomie staat voor complexe uitdagingen op het gebied van infrastructuur, onderwijs en arbeidsmarkt.” Dat erkent ook het kabinet dat niet voor niets een adviesaanvraag heeft ingediend bij de SER over de toekomst van de ambachtseconomie.” Het dreigende tekort op korte termijn aan 250.000 vakmensen maakt de ambachtseconomie extra kwetsbaar en is volgens Elrie Bakker een belangrijke reden om nu snel gezamenlijk in actie te komen. “Samen moeten we inzetten op de herwaardering van het ambacht. Ambachten dragen bij aan de kwaliteit van producten, van werk en van leven en zijn onmisbaar voor de samenleving.”

Volgens Arjo Klamer is de ambachtseconomie behalve van essentieel belang voor de kwaliteit van leven ook van groot belang voor innovatie en duurzaamheid en van toegevoegde waarde voor de kenniseconomie. “In een ambachtscultuur krijgen niet alleen de slimme jongens en meisjes waardering, maar ook zij die slim zijn met hun handen. Ambachtscultuur gaat over de waardering van ambachtelijk werk. De economie van de toekomst zal veel meer gaan over kwaliteit in plaats van over winst, marges en het bruto binnenlands product. Bij de politiek, bestuurders en het grote publiek. Consumenten zijn zich nauwelijks bewust van de waarde(n) van ambachtelijk werk. Nederland kan leren van Duitsland waar de waardering voor het Handwerk sterk ontwikkeld is en een Duitse Meister een autoriteit en inspirator is voor jonge, ambitieuze vaklieden. De ambachtelijke sector opereert in Duitsland ook veel zelfbewuster met een stevige organisatorische infrastructuur.”

Het ambacht bij de buren
Voor het congres ‘Lang Leve het Ambacht’ maakte voormalig Duitsland correspondent Margriet Brandsma een reportage over de waardering van de ambachtseconomie in Duitsland. Excellerende Duitse vaklieden worden tijdens groots opgezette Meisterfeiers in de schijnwerpers gezet in aanwezigheid van politieke hoogwaardigheidsbekleders.

Peer Steinbrück, kanselierskandidaat voor de SPD, die het de komende verkiezingen zal opnemen tegen bondskanselier Angela Merkel, noemde onlangs in Düsseldorf de ambachtseconomie in Duitsland “de ruggengraat van de economie”. “Het is een van de dragende zuilen, omdat het door de eeuwen heen altijd koos voor modernisering en nieuwe technologie. Het speelt zowel in het opleidingssysteem als binnen het midden- en kleinbedrijf een enorme rol.” Volgens Steinbrück kan het duale systeem, dat voor aanzien van de ambachtseconomie in Duitsland heeft gezorgd, niet via een revolutie of “oerknal” worden overgenomen door bijvoorbeeld Nederland. “Maar met het oog op werkgelegenheid voor jongeren kan een goede combinatie van georganiseerd werken en leren op de werkplek wel een belangrijk start maken. De ambachtseconomie biedt jonge vrouwen en mannen een opleiding en een beroep.”

De reportage over de ambachtseconomie in Duitsland is via onderstaande link te bekijken:
http://www.youtube.com/watch?v=A7ZPcaS007I

Centrum voor Ambachtseconomie
Het Hoofdbedrijfschap Ambachten houdt eind 2013 op te bestaan. Samen met MKB Nederland onderzoekt het HBA de mogelijkheden voor het inrichten van een facilitaire organisatie voor de ambachten met als werktitel Centrum voor Ambachtseconomie. Elrie Bakker: “Kleine ambachtelijke branches en bedrijven hebben behoefte aan een ondersteunende facilitaire organisatie. Zij missen immers de slagkracht, de capaciteit, de kennis, de middelen en de infrastructuur om op eigen kracht hun branche en de kwaliteit van vakmanschap en ondernemerschap te borgen. Het midden- en kleinbedrijf in het ambacht is kwetsbaar, maar zeker niet zielig. Het Centrum voor Ambachtseconomie zou een stimulerende rol op zich kunnen nemen. Publieke en private partijen moeten de handen ineen slaan voor een toekomstbestendige ambachtseconomie.”

Over het HBAHet Hoofdbedrijfschap Ambachten vertegenwoordigt 36 ambachtelijke branches die samen werk bieden aan meer dan 300.000 mensen. Het HBA stimuleert, in nauwe samenwerking met betrokken brancheorganisaties en bonden, het vakmanschap en ondernemerschap in de aangesloten branches en wil de ambachten en de ambachtseconomie blijvend positief op de kaart zetten.

Voor nadere informatie:

Het pleidooi voor de ontwikkeling van een ambachtscultuur in Nederland is te verkrijgen bij het HBA. Het pleidooi voor de ontwikkeling van een ambachtscultuur in Nederland is bijgesloten bij dit persbericht. De reportage is beschikbaar voor (online) media: http://www.youtube.com/watch?v=A7ZPcaS007I

‘Civil society helpt niet te bezuinigen’

Het idee is: “De overheid trekt zich terug en verwacht dat het maatschappelijk middenveld opdoemt uit de mist.”

“Dat is onmogelijk”, stelt de Britse denker Phillip Blond op het Wmo-congres van Zorg + Welzijn. De politiek denker, filosoof en founding father van de Big Society pleit voor meer persoonlijke en holistische zorg in kleine verbanden. “We moeten naar een lokale gemeenschappen met meer zeggenschap.”
De Britse overheid moet voor het welzijn van haar burgers zorgen, maar faalt hierin, stelt Blond tijdens het congres. “De overheid heeft er niet voor gezorgd dat bijvoorbeeld armoede verdwenen is. Sterker nog, veel mechanismen om burgers te helpen werken averechts. Hoe dat komt? Onder meer doordat de overheid van hulp en zorg standaardiseert. Dezelfde zorg voor iedereen benadrukt juist de verschillen tussen burgers. Niemand wordt er écht mee geholpen.”

Resultaat
De dienstverlening vanuit de overheid moet daarom veel persoonlijker en holistischer, kijk naar het geheel van problemen van een persoon, zo bepleit Blond. En daarbij moeten we niet het proces belonen, hoe we de zorg organiseren en welke hulp we verlenen, maar het resultaat.

“Het belonen van het proces zorgt ervoor dat ongeacht of het gewenste resultaat behaald wordt, de hulpverlenende instantie betaald wordt. Je betaalt dus eigenlijk voor iets wat fout gaat. Dat is niet efficiënt. Het maakt niet uit hoe je iets doet, als je het doel maar behaalt. Zo is er ruimte voor innovatie.”

Zeggenschap
Blond vindt dat de Britse publieke dienstverlening hervormd moet worden, maar zegt ook dat Nederland van zijn ideaalbeeld kan leren. “Veel professionals in Nederland vertellen mij over dezelfde knelpunten als in Engeland: er moet meer zeggenschap naar de burger, de overheid is te star.” De burger moet volgens hem het recht hebben om de overheid over te nemen wanneer hij het beter kan. Een voorbeeld daarvan zag Blond in Liverpool.

“Een buurtcentrum in handen van de wijkbewoners werd helemaal gerenoveerd. Doordat de burgers na de overname de overhead en bureaucreatie van de overheid konden schrappen, bleef er geld over voor de renovatie. Het liep er geweldig.”

Big Society
Het versterken van lokale gemeenschappen en de hervorming van de publieke dienstverlening zijn onderdeel van de Big Society, het gedachtengoed van Blond. Daarin past ook een grotere zeggenschap van de burgers. Dat vraagt om een bepaalde inzet en zet burgers vanzelf in hun kracht, aldus de filosoof. Blond presenteerde zijn ideeën aan verschillende overheden: in China, de Verenigde Staten en de EU.

http://media.smh.com.au/news/national-times/blond-on-blond-3563355.html

dinsdag, mei 14, 2013

Het eTalentPortfolio

Het eTalentPortfolio is een digitaal portfolio, waarmee iedereen zijn of haar talenten en vaardigheden in kaart kan brengen, kan ontwikkelen en aantonen. Het eTalentPortfolio is door Talent 010 ontwikkeld om burgers te helpen hun competenties te her- en erkennen. Het eTalentPortfolio heeft een ontwikkelings-, beoordelings- en presentatiefunctie: het functioneert als cv en er staan resultaten in die bereikt zijn tijdens een opleiding, vrijwilligerswerk of baan. Daarnaast is het een instrument dat beoordelen en sturen van persoonlijke ontwikkeling mogelijk maakt.

Persoonlijk eTalentPortfolio.
Je kan het eTalentPortfolio zien als een persoonlijke digitale map, van waaruit je dingen op je eTalentPortfolio laat zien die op dat moment voor jou relevant zijn. Je kan er bijvoorbeeld voor kiezen om op je publieke ePortfolio niet al je werkervaringen te tonen, maar wel al je opleidingsgegevens. En als je helemaal niks wilt laten zien, kan dat natuurlijk ook. Het eTalentPortfolio bevat al jouw loopbaanactiviteiten en loopbaanontwikkeling stappen. Het is een verzamelplaats van jouw loopbaanbagage, waarover jij de regie in handen hebt. Jij bepaald wat andere mensen zien en hoe je jezelf profileert.

Het eTalentPortfolio is meer dan een CV.
Een eTalentPortfolio is meer dan een CV. In je CV kun je immers niet relevante documenten stoppen, zoals een scriptie, video-, foto- of PowerPoint presentatie, gevuld met producten waaraan jij hebt meegewerkt. Juist bij creatieve beroepen is alleen tekst niet voldoende om aan te tonen waar je goed in bent. Dan heeft het eTalentPortfolio meer mogelijkheden. Een meubelmaker kan met een foto- of videopresentatie zijn vaardigheden en prestaties veel beter aantonen, dan met een paar regels tekst op zijn CV.

Onderdelen in het eTalentPortfolio zijn:
• Talentenscan
• Beroepskeuzetest
• Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP)
• Curriculum Vitae
• Inlezen gegevens vanuit Linkedin
• Opslaan bewijzen diploma’s/certificaten
• Opslaan bewijzen referenties
• Opslaan video en foto materiaal
• EVC light

Het eTalentPortfolio is maatwerk en elke kandidaat of organisatie heeft zijn eigen doelstellingen. Elk specifiek digitaal leer- of ontwikkelinstrument kan worden toegevoegd aan het eTalentPortfolio.

Het eTalentPortfolio voor organisaties.
Met het eTalentPortfolio volgt iedereen zijn eigen leerproces. Tegelijkertijd kunnen managers, coaches en docenten aan de hand van het eTalentPortfolio mensen begeleiden en producten in het eTalentPortfolio beoordelen. Onderwijsinstellingen en arbeidsbemiddelaars kunnen dankzij het eTalentPortfolio de geautomatiseerde intake versnellen en vereenvoudigen. Bedrijven kunnen aan het eTalentPortfolio zien wat de mogelijkheden van het individu zijn als werknemer. Door leer- en werkervaringen vast te leggen in het portfolio en te integreren in een Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP), zijn werknemers zich meer bewust van een eigen ontwikkeling. Niet alleen op kennisniveau, maar ook competentiegericht.

Herkennen, erkennen en waarderen.
Het eTalentPortfolio is een instrument waarmee kan worden bijgehouden over welke talenten, ervaringscertificaten en diploma’s een lerende/werkende beschikt.
Het gebruik van ePortfolio’s biedt de mogelijkheid om producten (werkstukken, video’s etc.), reflectie, feedback en vastgelegde sturing van leeractiviteiten op te slaan. Met het eTalentPortfolio is het mogelijk om op een efficiënte manier gegevens uit te wisselen tussen de verschillende leercontexten. Een ePortfolio ondersteunt een leven lang leren als alle gebruikers (onderwijsinstellingen, arbeidsbemiddelingsorganisaties, de arbeidsmarkt, softwareleveranciers en andere belanghebbenden) dezelfde specificaties gebruiken om het te bewaren en te beheren. Om dit te realiseren moeten alle betrokkenen dus goede afspraken maken. Het Leren & Werken-domein heeft allerlei initiatieven ontwikkeld om het gebruik van het gestandaardiseerde ePortfolio breed toe te passen voor lerend en werkend Nederland.

Loopbaanontwikkeling met behulp van je eTalentPortfolio.
Het eTalentPortfolio is de plek waar je de resultaten van persoonlijkheidstesten kan verzamelen of van waaruit je aan de slag kan met een loopbaancoach. De coachresultaten en testresultaten zijn niet voor andere mensen zichtbaar, alleen voor jou. Het eTalentPortfolio is dus niet alleen een tool waarmee je jezelf kan presenteren, je werkt ook gemakkelijker aan je loopbaanontwikkeling. Werk is van de werkgever, maar je loopbaan, die is van jou! Als je van werkgever wisselt is het handig als je jouw loopbaanbagage mee kan nemen. Dit kan met behulp van een eTalentPortfolio. In het eTalentPortfolio verzamel je immers alles waar je aan hebt gewerkt, wat je hebt geleerd en hoe je je hebt ontwikkeld.

Methodiek eTalentPortfolio.

Het eTalentPortfolio neemt de gebruikers aan de hand om de volgende vragen inzichtelijk te krijgen:
• Wat wil ik?
Dit is de onderzoekfase. De kandidaat wordt geholpen om inzichtelijk te krijgen wat hij of zij wil met het eTalentPortfolio. Door middel van een talentenscan en beroepskeuzetest krijgt de kandidaat zicht in zijn of haar competenties. De kandidaat stelt doelen vast.

• Wat kan ik?
Dit is de ontwikkelfase. De kandidaat komt er achter wat er nodig is en hoe hier te komen. Onderneemt de stappen die nodig zijn om het gestelde doel te bereiken en verzameld de bewijzen om dit aan te tonen.

• Wie ben ik?
Dit is de presentatiefase. Kandidaat heeft doelen behaald en presenteert deze met behulp van CV, certificaten, diploma’s, video en/of foto’s. Dit is de showcase van het eTalentPortfolio.
Herkenning competenties.

Het eTalentPortfolio stelt burgers en organisaties in staat behaalde competenties te laten herkennen. Zo is Erkenning Verworven Competenties (EVC) gebaseerd op het eTalentPortfolio. Door het eTalentPortfolio te laten beoordelen door een erkende Assessor langs de lat van een erkende opleiding, verkrijgt de kandidaat certificaten of diploma’s die hem of haar officieel kwalificeren of vrijstellingen verleent voor een eventuele vervolgopleiding. Talent 010 is een door de overheid erkend aanbieder van EVC en kan de waarde beoordelen van een eTalentPortfolio.

Een Startkwalificatie voor iedere burger.
De Nederlandse overheid streeft ernaar dat iedere burger in het bezit is van een startkwalificatie. Een startkwalificatie heb je wanneer je minimaal een diploma hebt op havo, vwo of mbo 2 niveau. Omdat veel Nederlanders niet in het bezit zijn van een startkwalificatie, hebben zij vaak meer moeite om een betaalde baan te vinden. Toch wil dit niet zeggen dat deze mensen niet voldoende gekwalificeerd zijn om te werken. De meeste mensen hebben veel levens- en werkervaring, maar niet altijd een startkwalificatie. Talent 010 stelt zich ten doel, mensen op een eenvoudige wijze te helpen in aanmerking komen voor een startkwalificatie.
Nederlandse afspraken over het ePortfolio.

In Nederland zijn afspraken gemaakt over het gebruik van het ePortfolio. Het eTalentPortfolio is een digitaal ePortfolio dat voldoet aan de NTA 2035. Dit is een door het NEN afgegeven codering, waarin afspraken zijn gemaakt over de uitwisselbaarheid en veiligheidseisen waaraan het ePortfolio moet voldoen.

http://www.talent010.nl

maandag, mei 13, 2013

Techniekpact

NATIONAAL TECHNIEKPACT 2020

Nederland telt mee in de wereld. Als het gaat om concurrentiekracht, innovatie en wetenschappelijk onderzoek behoren we internationaal gezien nog steeds tot de top, ondanks de economische tegenwind. Die uitstekende positie hebben we te danken aan onze goed opgeleide beroepsbevolking.
Nederland wil graag mee blijven doen in de top, maar dit vraagt om voldoende slimme en vakbekwame technici. Want of het nu gaat om zorg, energievoorziening, bouw en industrie, ICT, voedselproductie of onze mainports: technologie is niet weg te denken.

MEER TECHNICI NODIG

Tot 2020 gaan er jaarlijks meer dan 70.000 bouwvakkers, installateurs, elektrotechnici, metaalbewerkers, ingenieurs en systeemanalisten met pensioen. Het onderwijs levert elk jaar weer tienduizenden vakbekwame technici af om hun plaats in te nemen. Maar dat is niet genoeg. Om te kunnen blijven concurreren met het buitenland en om marktkansen te benutten heeft Nederland meer goed opgeleide technici nodig. Op alle niveaus, want bedrijven in kansrijke sectoren als energie, tuinbouw, chemie en life sciences & health hebben duizenden uitdagende banen voor zowel praktische mbo-ers als universitaire toponderzoekers.
De afgelopen jaren zijn in regio’s en topsectoren al veel waardevolle initiatieven gestart, zoals de Oefenfabriek in Brielle, het Technum in Vlissingen en het Groningse Seaports Xperience Center. Nu is uitbreiding en versnelling nodig. Daarom sluiten wij gezamenlijk dit Techniekpact.

Ondanks alle bestaande initiatieven en plannen neemt het aantal technici niet snel genoeg toe. Uit analyses van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) blijkt dat op termijn jaarlijks 30.000 extra technici nodig zijn om in de groeiende behoefte aan technisch personeel te voorzien. Dat vraagt om extra inspanningen. Onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, jongeren, topsectoren, regio’s en Rijk hebben daarom een nationaal Techniekpact gesloten. Het Techniekpact verenigt de ambities uit de bestaande plannen en initiatieven, maar wil die sneller (in 2020) en met meer daadkracht realiseren.
Om dat te bereiken zet het Techniekpact in op drie actielijnen met als horizon 2020:
• Kiezen voor techniek: meer leerlingen kiezen voor een techniekopleiding.
• Leren in de techniek: meer leerlingen en studenten met een technisch diploma gaan ook aan de slag in een technische baan.
• Werken in de techniek: mensen die werken in de techniek behouden voor de techniek, en mensen met een technische achtergrond die met ontslag bedreigd worden of al langs de kant staan elders inzetten in de techniek.

TECHNIEKPACT DE UITGANGSPUNTEN VAN TECHNIEKPACT

Techniekpact kent drie uitgangspunten:
-Implementatie binnen regio’s en sectoren is doorslaggevend voor succes. Het Techniekpact bevat (landelijke) afspraken die regio’s, technische sectoren en (top)sectoren ondersteunen bij het realiseren van de eigen doelen.
-Samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en werknemers is de sleutel voor aantrekkelijk techniekonderwijs dat naadloos aansluit op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven, de werkgevers, de werknemers, het onderwijs (publiek en privaat), scholieren en studenten, regio en Rijk, leveren ieder hun eigen bijdrage aan het Techniekpact.
-Techniekonderwijs over de volle breedte vormt het fundament voor een gezonde arbeidsmarkt voor technici. Het pact richt zich op basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, hoger onderwijs en scholing van werkenden.

Het Techniekpact hanteert het begrip techniek in brede zin, zodat ook de domeinen technologie en bètawetenschappen er onder vallen. Het Techniekpact sluit aan bij de reikwijdte van het Masterplan Bèta en Technologie. Het Masterplan duidt technici als mensen die één of meerdere technieken “praktisch” of reëel gebruiken. Zij werken bijvoorbeeld als laborant, onderzoeker, instrumentenmaker, ICT-er, werkvoorbereider, industrieel (creatief) ontwerper, loodgieter, ingenieur, operator of analist. Zij hebben de technische kennis om apparaten te bouwen en installaties te onderhouden. Zij houden technische systemen draaiende en ontwikkelen en implementeren nieuwe technologieën. Zij zoeken naar nieuwe wetenschappelijke kennis. Zij kunnen combinaties maken tussen disciplines (bèta-bèta en bèta-gamma) en kennis en technologie vertalen naar zinvolle innovaties op uiteenlopende terreinen, zoals zorg, voeding, energie en ICT.

TECHNIEK, TECHNOLOGIE, TECHNICI? GEVOLGEN VAN KRAPTE OP DE ARBEIDS-MARKT VAN TECHNICI

De komende jaren loopt het tekort aan goed opgeleide technici op. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Zo verlaat een grote groep oudere werknemers de arbeidsmarkt, en kiezen daarnaast te weinig jongeren voor een technische opleiding. Bovendien komen te weinig jongeren na een technische opleiding daadwerkelijk in een technische baan terecht. Door intensievere betrokkenheid van het bedrijfsleven, stages, vakkrachten voor de klas en het beschikbaar stellen van machines voor het beroepsonderwijs, kan de kwaliteit van het onderwijs verder omhoog. Ook staan er nog werknemers met een technische achtergrond langs de kant, of dreigen langs de kant te komen staan. Terwijl de vraag naar technici in bepaalde sectoren het aanbod overtreft. Dit is economisch niet houdbaar en sociaal onaanvaardbaar.
Door de krapte op de arbeidsmarkt in bepaalde technische sectoren is instroom van buitenlandse werknemers noodzakelijk. Maar dat biedt maar beperkt soelaas. Ook kan krapte leiden tot stijgende lonen. Dat maakt het weliswaar aantrekkelijker om in de techniek te werken, maar hogere loonkosten kunnen leiden tot verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven en verplaatsing van economische bedrijvigheid naar andere landen. Ook wordt Nederland dan minder aantrekkelijk als vestigingslocatie, waardoor buitenlandse investeringen kunnen afnemen. Dit alles vormt een bedreiging voor het vinden van innovatieve oplossingen voor vraagstukken rond bijvoorbeeld energievoorziening, voedselproductie en duurzaamheid. Ook de groeiambities van het Nederlandse bedrijfsleven, en daarmee ook de economische groei in Nederland, komen hierdoor onder druk.

Veel jongeren kiezen niet voor techniek omdat ze geen duidelijk beeld hebben van wat ‘technologie’ of ‘techniek’ is. Vaak hebben ze vooroordelen: techniek is saai, moeilijk, ingewikkeld, of je krijgt er vieze handen van. Om dat onduidelijke beeld te veranderen zetten basisscholen, instellingen voor voortgezet onderwijs, en bedrijven zich de komende jaren in voor uitdagend techniekonderwijs voor alle jongeren van 4 tot 18 jaar. Leerlingen moeten weer enthousiast worden voor techniek en technologie door hun nieuwsgierigheid te prikkelen en hen op een aansprekende manier het belang van techniek te laten zien. Techniekonderwijs moet leerlingen daarnaast mogelijkheden bieden om hun technische talenten en kwaliteiten te ontdekken en verder te ontplooien. De voorgenomen activiteiten richten zich niet alleen op de jongeren zelf, maar ook op de ouders. Die spelen immers een cruciale rol in het keuzeproces. Om jongeren inspirerend techniekonderwijs te bieden zijn deskundige docenten met kennis van het bedrijfsleven cruciaal. Een belangrijk aandachtspunt is daarom het opleiden en bijscholen van huidige en toekomstige docenten.

KIEZEN VOOR TECHNIEK? LEREN IN DE TECHNIEK

Jongeren die kiezen voor een technische opleiding moeten gemotiveerd blijven om die af te maken. Maar het is zeker zo belangrijk dat, wanneer ze hun opleiding afgerond hebben, ook kiezen voor een baan in de techniek. Daarom zet het Techniekpact stevig in op het versterken van het technisch beroepsonderwijs. De nadruk ligt op intensievere samenwerking van opleidingen met het bedrijfsleven. De kwaliteit en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt staat of valt namelijk met de betrokkenheid van het bedrijfsleven en een goede praktijkcomponent in het beroepsonderwijs.
Nederland heeft ook excellent universitair talent nodig. Voor Nederlandse studenten staan daarbij de seinen op groen: de instroom aan universiteiten van studenten in bèta- en technische opleidingen is tussen 2000 en 2010 gestegen met bijna 75%. Die van meisjes zelfs met bijna 135%. Als het gaat om universitaire opleidingen zijn onder andere de ambitieuze afspraken van belang, die de drie technische universiteiten in het sectorplan Technologie hebben gemaakt over het opleiden van voldoende en hoogwaardige ingenieurs, technisch ontwerpers en onderzoekers. Daarnaast wil het Techniekpact ook kansen benutten om meer internationale studenten aan te trekken en te behouden. Nu kiest slechts 7% van de internationale studenten in Nederland voor een technische studie en blijft 27% na de studie in Nederland voor een eerste baan.

Veel jongeren kiezen niet voor techniek omdat ze geen duidelijk beeld hebben van wat ‘De technische sectoren en topsectoren zijn de meest dynamische sectoren van de economie. Technische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en economische groei en krimp hebben direct gevolgen voor de omzet van bedrijven. Deze dynamiek heeft ook grote gevolgen voor werknemers: kennis veroudert snel en bij economische neergang dreigt werkloosheid.

Dit betekent dat slimme investeringen nodig zijn om vakkrachten voor het bedrijf, voor de sector en voor de techniek te behouden. De maatregelen die sociale partners in de techniek samen met de Rijksoverheid en de regio’s voorstaan, zijn gericht op duurzame inzetbaarheid van medewerkers om hen op die manier zo lang mogelijk voor het bedrijf te behouden. En als dat niet lukt, te kijken naar mogelijkheden binnen de eigen sector, of binnen een andere technische sector.

WERKEN IN DE TECHNIEK WAT GEBEURT ER MET BESTAANDE INITIATIEVEN?
Het Techniekpact bouwt voort op bestaande analyses en plannen zoals het Masterplan Bèta en Technologie, sectorplannen Techniek in het mbo en hbo, regionale techniekpacten zoals Technologiepact Brainport, Techniekpact Haaglanden en Techniekpact Twente, en de Human Capital Agenda’s van de topsectoren.

Het Techniekpact is een gezamenlijk initiatief van de rijksoverheid, het georganiseerde bedrijfsleven, de vakbonden en het onderwijsveld en de regio’s. Deelnemers zijn de ministeries van EZ, OCW en SZW, VNO-NCW, MKB Nederland, FME, Metaalunie, de topsecoren, de technische branches, FNV, CNV, de PO-Raad, de VO-Raad, de MBO-Raad, de AOCRaad, Vereniging Hogescholen, VSNU, de 3TU.Federatie, de NRTO, Interstedelijk Studenten Overleg, de vijf landsdelen (Noord, Oost, Zuidoost, Zuidwestvleugel en Noordwestvleugel).

WIE ZIJN ERBIJ BETROKKEN? GOVERNANCE EN UITVOERING VAN HET TECHNIEK-PACT

Het zwaartepunt voor de uitvoering - en de sleutel voor succes - ligt in de regio’s. Daarom wordt die uitvoeringsstructuur primair vanuit de regio’s opgebouwd, aangevuld met afspraken over de uitvoering van maatregelen op landelijk niveau. De Landelijke Regiegroep Techniekpact coördineert, volgt en bewaakt de uitvoering van de landelijke strategie, de doelen en de gemaakte afspraken in het Techniekpact. De regiegroep is samengesteld uit vertegenwoordigers uit de vijf landsdelen, de Rijksoverheid, werkgevers, werknemers, topsectoren en onderwijs.

This is the first day of the rest of your life