vrijdag, mei 30, 2014

maandag, mei 26, 2014

WIM VEEN IS BACK IN TOWN

Bloggende en chattende jongeren verwerken informatie anders dan vorige generaties. Conventionele reclame- en marketinguitingen verliezen hun effect.

Wim Veen doet wel eens een wedstrijdje met zijn studenten. Wie kan het snelst informatie op internetpagina’s vinden? Hij verliest het elke keer. De hoogleraar educatie en technologie aan de TU Delft denkt ook te weten waarom.
Hij vermoedt dat deze ‘totally wired’-generatie op een heel ander manier informatie zoekt dan alle voorgaande generaties.

Dat deze generatie een pagina niet van links naar rechts leest, zoals iedereen leert op school, maar van het midden uit de pagina’s scant. Onderzoek naar de oogbewegingen geeft daarover nog geen uitsluitsel, maar het is aannemelijk dat wie opgroeit met afstandbedieningen, sms, gameboys, chatprogramma’s, weblogs en digitale netwerken anders informatie leert verwerken.

Door hun dagelijkse omgang met digitale media leggen jongeren andere verbindingen in hun hersenen en krijgen zo uiteindelijk een ander brein.
Ze worden goed in andere dingen. Microsoft heeft bijvoorbeeld eens vastgesteld dat jongeren gemiddeld met tien mensen tegelijk praten middels het chatprogramma MSN. De generatie voor hen komt niet verder dan drie of vier.

Op tv, die tegelijk ook aanstaat, gaat het niet anders. De ‘digital natives’ zappen dat het een lieve lust is, maar niet omdat ze iets beters zoeken. Ze grijpen naar de knoppen als de informatiedichtheid niet meer hoog genoeg is, blijkt uit onderzoek. Ze beseffen dat ze de uitgezonden informatie kunnen missen en later de draad weer oppikken. Zo kunnen ze over vier kanalen de programma’s volgen zonder de lijn kwijt te raken.

De nieuwe informatiemachinerie van de ‘homo zappiens’, zoals Veen de nieuwe generatie noemt, heeft niet alleen grote gevolgen voor zijn eigen vak: de didactiek. Die is ook van wezenlijk belang voor bedrijven en overheidsorganisaties die effectief willen blijven communiceren met deze en toekomstige generaties.

Kinderen op de basisschool lezen bijvoorbeeld al nooit meer een gebruiksaanwijzing of handleiding. Niet omdat ze daar te lui voor zijn, maar ze hebben geleerd dat gewoon uitproberen minder tijd kost dan een handleiding doorspitten. Ze zijn ook minder tekstgericht dan hun ouders. Veen: ‘Jongeren zijn in staat mangastrips te lezen waar geen letter in voorkomt. Ze onthouden visuele informatie ook beter.’

Guus Wijngaards, lector eLearning bij hogeschool InHolland, herkent dat. Bovendien, voegt hij toe, werken jongeren niet-lineair: ze volgen niet de lijn van het betoog maar gaan er sprongsgewijs doorheen en nemen toch informatie op.

Van kant-en-klare boodschappen moeten ze niet veel hebben. Een hoorcollege, een klassieke reclameboodschap en een papieren krant of tijdschrift vormen voor hen geen enkele uitdaging.
Sociale software kan dan uitkomst bieden. Een voorbeeld is The Food Museum. Gestart vanuit een echt museum - The Potato Museum in New Mexico - is een online museum over voedsel met spelletjes, films en blogs opgezet om gezond eten te bevorderen.

Wijngaards ziet ook grote mogelijkheden om middels mobiele apparaten te communiceren. De gsm en pda creëren een ‘ambient web’, een alom aanwezig internet, dat altijd en overal leren mogelijk maakt.

Sociale software, zegt Wijngaards, lijkt een positieve invloed te hebben op het leren van jongeren omdat het aansluit bij de manier waarop jongeren gewend zijn te opereren in de digitale wereld. Het lijkt ook dieper leren mogelijk te maken doordat ze als het ware in de stof worden ondergedompeld.
Daarmee keren hij en Veen zich tegen de kritiek op het nieuwe leren van de Kamercommissie-Dijsselbloem. Zij waarderen het veel positiever dat jongeren van alles kunnen en niet meer meer zoveel uit het hoofd kennen.

Die positieve toon valt ook op in het boek Generatie Einstein. Jongeren zijn slimmer, sneller en socialer, is de onversneden blijde boodschap van auteur Jeroen Boschma. De directeur van jongerenmarketingbureau Keesie trekt zijn conclusies op grond van onderzoek en tien jaar ervaring met jongeren. ‘Die vinden dat ze niet meer alles uit het hoofd hoeven te leren. Ze vinden het genoeg als ze het kunnen vinden. Bovendien weten ze dan ook zeker dat die informatie waar is.’

En niet omdat het van een gezaghebbende bron komt. Dat zegt ze niet zo veel, ondervonden de makers van het NOS Journaal. In een discussie met jongeren moesten zij concluderen dat de digitale generatie hen niet zomaar gelooft. Het journaal kan wel melden dat een aanslag niet zo bloederig was, werd hun voor de voeten geworpen, maar zij hebben daarvan allang filmpjes op internet gezien. En die vertellen een ander verhaal.

Vraag jongerenmarketeer Boschma niet hoe jongeren al die informatie verwerken, ook niet na de berg onderzoeken die hij doorgeworsteld heeft. ‘Ik hoef ook niet meer te weten hoe het werkt. Ik zie het gewoon gebeuren. Het gaat veel intuïtiever. Jongeren hebben andere verbindingen tussen de linker- en rechterhersenhelft. Het komt erop neer dat jongeren ook de rechterhersenhelft volledig gebruiken. Hun ogen schieten op een andere manier over het scherm.’

Daarom werkt een klassieke advertentie met een kop, een plaatje en een pay-off niet meer, zegt hij. ‘Jongeren beginnen niet links bovenaan. Voor de Universiteit Wageningen hebben we daarom een wervingscampagne gemaakt zonder kop, we gebruikten alleen negen horizontale gekleurde balkjes. De een met een bloemenveld, de ander met een stukje krant of met een minister, waarop ze intuïtief navigeren. Er zat geen logisch verband of tekst in. Als dat wel zo was, dan werkte het niet meer.’

Zapgeneratie

Zeven kenmerken

Jongeren zijn nauw verweven met technologie

Ze hebben grote behoefte om bijna voortdurend in contact te staan met anderen

In tegenstelling tot ouderen vinden jongeren het delen van informatie en meningen heel gewoon

Ze zijn proefondervindelijk ingesteld, uitleg in woorden is niet aan ze besteed

De jeugd is buitengewoon visueel ingesteld

Jongeren participeren graag; kant-en-klare boodschappen vinden ze niet uitdagend

Ze willen alles onmiddellijkgeregeld hebbenBron: Guus Wijngaards, Innovatief leren met jongeren

World of Warcraft
Voor jongeren is leren spelen. Vaak letterlijk. Zo kun je het spel War of Warcraft beschouwen als een vechtspel, zegt hoogleraar Wim Veen, maar daar gaat het niet om. In spelniveau 16 moet een leider van een gilde zestien karakters, met verschillende vaardigheden, bij elkaar krijgen om een opdracht te volbrengen. Dat vergt organisatievermogen. En wie faalt, zal de volgende keer niet zo makkelijk een ploeg bij elkaar krijgen. Het is een leerervaring die niet zou misstaan op het curriculum vitae.

Van spieken leer je verrassend veel
Het zal op scholen aanpassingen vergen om deze zappende generatie bij de les te houden. ‘Bekend is dat de concentratie van leerlingen niet langer dan zes minuten duurt’, zegt Wim Veen, hoogleraar TU Delft. Om die reden geeft hij colleges van tien minuten in video. Ook uit het hoofd leren acht hij niet effectief. Sociaal leren is effectiever. Oudere generaties kregen er straf voor, maar spieken is een prima manier van informatieverwerking. Dat zou eigenlijk aangemoedigd moeten worden.

http://www.beteronderwijsnederland.nl/content/wim-veen-back-town

Aantal keypersonen tijdens gesprek met Hans Konstapel 26 mei 2014

Bessie Schadee
http://gezondegronden.nl/bessie-schadee

Roger Schank
Education must remain a process where an individual learns to discover oneself and, in doing so, endeavour to improve the human condition. For our future, it is important that we teach our children that reading and learning can be enjoyable and intrinsically rewarding. 
http://www.rogerschank.com/education.html
http://www.socraticarts.com/

Felix Janszen
http://www.inpaqt.nl/

Paul Iske
http://www.dialogueshouse.nl/5-jaar-dialogues-house-%E2%80%93-paul-iske-%E2%80%93-toen-nu-de-toekomst/

Hank Kune is founder and director of Educore
http://www.educore.nl/people-behind-educore/
http://resilientcommunities.org/wp-content/uploads/2010/04/FutureCentres.pdf

Joost Kok
http://www.liacs.nl/~joost/

Hans Konstapel
http://hans.wyrdweb.eu/

Kantoorruimtegebruik onder druk

Aan de hand van een aantal concrete voorbeelden wordt het veranderende gebruik van kantoren gekoppeld aan het overaanbod in de markt. Het staat onomstotelijk vast dat het aanbod zal toenemen door het veranderende ruimtegebruik door organisaties.

Herman van den Berg, als partner verantwoordelijk voor Occupier Services bij DTZ Zadelhoff: “Er zijn momenteel drie trends gaande die een dempende werking hebben op het kantoorgebruik door zakelijke dienstverleners.
Ten eerste concentreren organisaties zich meer op één locatie en laten daardoor meters op andere locaties achter.
Daarnaast vindt een verschuiving plaats van traditioneel naar modern werken.
En een derde trend is dat organisaties minder werknemers in dienst hebben.”

Concentratie
De Nederlandse vastgoedmarkt is een verplaatsingsmarkt. Er komen weinig nieuwe spelers bij en de dynamiek die zichtbaar is, wordt voornamelijk veroorzaakt door bestaande bedrijven die zich anders organiseren. Opvallend is dat in deze dynamiek een duidelijke concentratiebeweging zichtbaar is naar de grotere kernsteden in Nederland. De goede locaties in deze kernsteden vormen de top van wat DTZ Zadelhoff de dynamiek-keten noemt.

Deze concentratiebeweging komt voort uit strategische overwegingen. Werkgevers willen aantrekkelijk zijn voor high-potentials. Herman van den Berg: “Om deze high-potentials aan de organisatie te binden, is de locatie waar wordt gewerkt van doorslaggevend belang. Het moet een plek zijn waar reuring is en waar makkelijk keuzes gemaakt kunnen worden uit de aanwezige voorzieningen.” Dit soort kansrijke locaties zijn voornamelijk te vinden in de grotere kernsteden in Nederland. In beschikbare ruimte op deze locaties is altijd veel interesse. Dit zorgt voor druk op kansrijke kantoorruimte en op sommige locaties is zelfs al sprake van een kwalitatief tekort aan kansrijke kantoren. Organisaties die meerdere vestigingen hebben, kiezen er steeds vaker voor om het merendeel van de organisatie te concentreren op één locatie en laten daardoor meters achter op andere locaties. Deze meters komen vervolgens beschikbaar op de markt. Wanneer een organisatie nog een lopend contract heeft, worden deze meters vaak in een onderhuursituatie aangeboden.


Van traditioneel naar modern werken
Het ruimtegebruik per werknemer loopt terug. Dit wordt veroorzaakt door twee elkaar versterkende tendensen. Enerzijds worden kantoorconcepten steeds meer afgestemd op de activiteiten die werknemers uitvoeren en dat zorgt voor een verschuiving van traditionele kantoren naar meer open kantoorvloeren. De activiteitgerelateerde werkplek heeft de toekomst. Van den Berg: ”Door het toepassen van deze werkplekconcepten neemt het ruimtegebruik per werkplek gemiddeld 15% af.” Anderzijds bieden deze werkplekconcepten in combinatie met de open vloeren ook de kans het aantal werkplekken per werknemer omlaag te brengen met als gevolg dat de werkplek-werknemer ratio terug loopt van 1:1 tot zelfs 0,6:1. Niet iedere werknemer is elke dag of de hele dag op kantoor en dus is een werkplek die vijf dagen per week voor deze werknemer is bestemd niet nodig. Van den Berg: “Het gevolg hiervan is dat het ruimtegebruik per werknemer al snel afneemt met 30%.”

Minder werknemers
De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat naast een efficiënter ruimtegebruik organisaties ook met minder mensen zijn gaan werken. De financiële sector is daar een goed voorbeeld van. Van den Berg: “Uiteraard heeft dit te maken met het feit dat organisaties innoveren en automatiseren, maar daarnaast geldt dat organisaties de afgelopen jaren natuurlijk hebben moeten anticiperen op krimp in plaats van op groei.”

19 mei 2014

vrijdag, mei 23, 2014

The Rotterdam 2030 Pool

Onder het motto ‘Trends op de kaart’ heeft de werkgroep ‘Trends’ twee workshops georganiseerd.
Hiermee hoopt de werkgroep de Rotterdam collega’s te bewegen om zelf - op eigen kracht en proactief – te participeren in een proces dat zal leiden tot beeldende scenario’s voor de gemeente Rotterdam in 2030.

De werkgroep wil een antwoord vinden op de vraag hoe de gemeente Rotterdam zou moeten inspelen op deze trends, en hoe de bestuursdienst hieraan kan bijdragen.
Onder leiding van trendwatcher Justien Marseille zijn tijdens de twee workshops belangrijke stappen gezet.
De eerste trends zijn gedestilleerd aan de hand van ruim 400 signalen, gevonden door ca. veertig deelnemers. 

Eerste inventarisatie
Een tussentijdse inventarisatie laat al een aantal eerste blokken van mogelijke trends zien. Zo willen de deelnemers in de eerste plaats vooral aandacht schenken aan de digitalisering, de tweededeling in de stad, en de toekomst van de stad tussen de steden. De digitale stad blijkt hierin het meest populaire thema; gevreesd vanwege de vervlechting mens / techniek, bejubeld door de belofte van verduurzaming, dat tegen het thema circulaire economie leunt. Binnen de trends roept een aantal thema’s weerstand op. Dit vraagt over het algemeen om serieuze verdieping. ‘De tweedeling’ leidt, naast veel aandacht, ook tot veel emoties.

Vergroening en tijdelijkheid
Het tweede blok van mogelijk trends wordt gevormd door de ‘circulaire economie’, ‘tijdelijkheid’ en ‘de haven’.
Ook hier is grote aandacht voor.
Tot de circulaire economie behoort het domein van het nieuwe ruilen en de hoge verwachtingen rond duurzame technologie, beide met een sterk groene connotatie.
Aandacht, zo menen de deelnemers, verdienen thema’s rond tijdelijkheid in het arbeidsproces. Bij het thema haven en ondernemerschap springt de rol van China in het oog. Populair is ook het idee van tijdelijkheid.

https://www.flickr.com/groups/2622408@N23/pool

dinsdag, mei 20, 2014

Flexwerken niet meer te stoppen

di 20 mei 2014, 05:30

’Enige manier om duurzaam succesvol te zijn’
Paola van de Velde

Het ideaal van onze (groot)ouders: een vaste baan voor het leven, 40 jaar in dienst bij dezelfde baas, gedurende 40 uur per week is passé. Steeds meer mensen werken op flexibele basis, hebben gedurende hun loopbaan meerdere werkgevers of combineren een parttime job met het ondernemerschap als zzp’er.

„De overheid heeft het vaste contract uit de markt geprijsd”, zegt directeur Jurriën Koops van de ABU, de brancheorganisatie voor de uitzendsector. „Als je alle risico’s en lasten bij de werkgever neerlegt en aan één contractsvorm ophangt, is het begrijpelijk dat bedrijven op zoek gaan naar andere, meer flexibele arbeidsvormen.”

In 2004 bestond circa 16% van het personeel van Nederlandse bedrijven uit tijdelijke arbeidskrachten. Inmiddels werkt al een kwart van de mensen met een flexibel contract. Dat kan zijn als uitzendkracht, met een nuluren- of payrollcontract, als gedetacheerde of als zzp’er. Onderzoek van TNO toont aan dat in 2020 het personeelsbestand van organisaties voor 30% uit flexkrachten zal bestaan. „En dat is een voorzichtige schatting”, denkt Koops. „Want als deze ontwikkeling zich in dit tempo doorzet, is 35% waarschijnlijker.”
„Deze trend is al jaren aan de gang”, geeft de ABU-directeur toe. „Maar de economische crisis, in combinatie met de digitalisering en mondialisering van de markt, heeft dit proces de laatste vijf jaar in een stroomversnelling gebracht. De concurrentie is wereldwijd zo groot dat bedrijven wel flexibel en wendbaar moeten werken om duurzaam succesvol te kunnen zijn.”

Horeca
De groei aan flexwerkers is het grootst in de horeca, die een flexibele arbeidschil van 57% heeft en waar veel met oproepcontracten wordt gewerkt, maar is zichtbaar in alle sectoren. Van de bouw, zorg en het onderwijs tot de ict en financiële dienstverlening. Alleen de industrie werkt met een beperkte flexschil. Dit komt omdat het werk in deze sector veelal complex is, waardoor een langere inwerktijd nodig is en binding met het bedrijf belangrijk wordt geacht.

Opvallend is dat waar vroeger uitzendkrachten vooral werden ingezet op piekmomenten – denk aan vakantiewerk en seizoensarbeid – of om het ziekteverlof van het vaste personeel op te vangen, flexwerkers anno 2014 steeds vaker worden ingehuurd voor hun specialistische kennis. Strategische personeelsplanning noemen bedrijven dat. Hiermee wordt bedoeld dat zij alleen personeel inhuren op momenten dat het nodig is en dat de professional ook echt waarde toevoegt (lees: geld oplevert) voor de organisatie.

Dynamischer
Het is niet alleen het arbeidscontract dat anders en flexibeler is geworden. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven en organisaties over de gehele linie dynamischer zijn geworden. Werkuren en -processen worden flexibeler, de inzetbaarheid van mensen wordt breder en de houding van het personeel wordt losser. Werknemers en werkgevers zijn minder loyaal naar elkaar.

Volgens SER-voorzitter Wiebe Draijer is deze toename van flexibiliteit op de arbeidsmarkt ’onomkeerbaar’. „Meer flexarbeid hoeft echter geen probleem te zijn, maar dan moeten we wel een aantal vernieuwende instituten creëren, bijvoorbeeld op het gebied van pensioenopbouw, scholing en hypotheekverstrekking. Zodat ook mensen die gedurende hun werkzame leven een flink aantal verschillende werkgevers hebben toch kunnen profiteren van ons sociale stelsel, een goed pensioen kunnen opbouwen of een huis kopen.”

Koops en Draijer pleiten ervoor het sociale stelsel de komende jaren aan te passen aan de veranderende arbeidsmarkt. „Dit onderwerp dient hoog op de hervormingsagenda van het volgende kabinet te komen”, zegt Koops. „De Wet Werk en Zekerheid van minister Asscher van Sociale Zaken is de eerste stap. Er moeten nog veel meer stappen genomen worden.”

De uitzendbranche denkt hard mee aan oplossingen voor het probleem dat het Nederlands sociale stelsel en de arbeidsmarkt de laatste jaren uiteen zijn gegroeid.
Zo is Randstad in december vorig jaar een proef aangegaan met hypotheekverstrekker Obvion en Vereniging Eigen Huis.
Randstad toetst werknemers met een tijdelijk contract op hun kansen op de arbeidsmarkt, mobiliteit en bereidheid te investeren in opleiding. Wie aan de voorwaarden voldoet, krijgt een zogeheten perspectiefverklaring. Obvion belooft dat huizenkopers die deze verklaring overleggen op dezelfde wijze worden behandeld als mensen die een vast contract en dus de verplichte werkgeversverklaring hebben.

„Werknemers hebben behoefte aan zekerheid en flex in de huidige vorm biedt die niet”, ziet ook Pieter Molijn van detacheringsbedrijf Molijn Professionals. Hij gelooft nog wel in een vast contract. „Ik neem professionals in dienst, die ik bij diverse opdrachtgevers inzet.”

In zijn ogen heeft dit model waarbij ondernemers het werkgeverschap uitbesteden aan andere, commerciële partijen de toekomst. „Zij kunnen puur ondernemen en wij zorgen voor het personeel. Van uitkeringsinstantie UWV zou ook een commercieel bedrijf gemaakt moeten worden. Zij doen dan in ’mensen’ en zorgen ervoor dat de werknemers goed inzetbaar zijn en blijven, mede dankzij goede bij-, om- en herscholing.”

‘FLEXWERK IS PERSPECTIEFLOOS’

Of we het nu leuk vinden of niet: de arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler. Banen met een vaste aanstelling voor onbepaalde tijd worden zeldzamer. Onderzoekers van TNO voorspellen dat in 2020 zeker een op de drie werkenden als zzp’er, uitzendkracht of gedetacheerde met een tijdelijk contract werkt.

Volgens Jurriën Koops van uitzendkoepel ABU is dat een voorzichtige schatting. „Het percentage kan oplopen tot 35 procent.” Door de grillige economische situatie, de snelle digitalisering en mondialisering van de markt moeten bedrijven scherp op de kosten letten om de concurrentie het hoofd te bieden. Personeel wordt alleen dan ingehuurd als het snel en aantoonbaar financieel voordeel oplevert.

Dat betekent dat steeds meer mensen meerdere werkgevers zullen hebben of zelfs twee of meer jobs tegelijkertijd uitvoeren. „Het is hoog tijd dat ook ons sociale stelsel op deze veranderende arbeidsmarkt wordt ingericht”, zegt Koops.

Het ideaal van onze (groot)ouders: een vaste baan voor het leven. Veertig jaar in dienst bij dezelfde baas, gedurende veertig uur per week is passé.

ZZP’er is nu eenmaal een stuk goedkoper

di 20 mei 2014, 05:30

Ertan Basekin

AMSTERDAM -

De overheid houdt zich te veel bezig met het tegengaan van de flexibilisering van de arbeidsmarkt.
In plaats daarvan moet er kritisch worden gekeken naar de toegenomen lasten voor ondernemers en de houdbaarheid van cao’s, zegt Ton Schoenmaeckers, hoofd sociale zaken bij werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland.

„Het systeem van vaste contracten is niet meer in balans met wat ondernemers nodig hebben. Er zijn de laatste jaren allerlei regels bij gekomen, de werkgeverslasten nemen alleen maar toe. Verder kun je je afvragen of de cao’s nog wel van deze tijd zijn.”

Pensioen
Mariëtte Patijn, arbeidsvoorwaardencoördinator bij FNV, zegt dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt in het sociaal akkoord. „Dat betekent dat we er samen voor moeten zorgen dat flexwerk niet doorschiet. Veel van deze werknemers hebben geen stabiel inkomen en worstelen met hun pensioen. Werkgevers wentelen de kosten nu af op deze groep. We moeten voorkomen dat er een tweedeling ontstaat.”
VNO-NCW en MKB-Nederland herkennen zich in het beeld dat er steeds meer flexibele arbeidsrelaties tot stand komen. De economische crisis vormt een van de belangrijkste redenen, zeggen de werkgeversorganisaties.

Volgens voorzitter Maurice Limmen van CNV is het daarom noodzakelijk dat flexkrachten meer zekerheid krijgen. „De flexibilisering komt vooral hard aan bij de onderkant van de arbeidsmarkt. Zij worden op een achterstand gezet als het aankomt op pensioen, scholing en het kopen van een huis. Banken zijn bijvoorbeeld veel strenger geworden in het verstrekken van hypotheken aan flexwerkers. Ook hoogopgeleiden ondervinden problemen, maar zij hebben vaak wel een betere onderhandelingspositie.”
Limmen kan zich dan ook niet vinden in het standpunt van de werkgeversorganisaties. „In de Wet Werk en Zekerheid hebben we geprobeerd om de flexibilisering van de arbeidsmarkt een halt toe te roepen. De onderklasse wordt breder en schuift nu op richting mensen met een mbo-opleiding. Voor veel bedrijven zijn zzp’ers goedkoper dan iemand met een vast contract en dat heeft vooral te maken met het verschil in belastingdruk.”

VNO-NCW en MKB-Nederland hechten veel waarde aan goede arbeidsverhoudingen, meent Schoenmaeckers. „Laagopgeleiden hebben het als flexwerker moeilijker. Daar moeten we kritisch naar kijken.”
Het hoofd sociale zaken vindt dat er vaak ten onrechte een negatief beeld wordt neergezet van flexwerk. „Laten we niet vergeten dat veel mensen daardoor uit de WW blijven. In dat geval was hun positie helemaal uitzichtloos geweest.”

Jongeren
Voorzitter Maarten Post van Stichting ZZP Nederland spreekt liever helemaal niet over flexwerkers.
„Het gaat hier vaak om zelfstandige ondernemers. Veel meer jongeren gaan tegenwoordig aan de slag als zzp’er en minder mensen gaan aan het werk via een uitzendbureau.”

zondag, mei 18, 2014

vrijdag, mei 16, 2014

Medical Delta Rijnmond

Medical Delta’s strength is the synergy of the life sciences industry, medical schools and the universities of Leiden, Rotterdam and Delft in a thriving open innovation network. Where scientists and entrepreneurs work closely together to revolutionize medical technology and develop novel treatments for society.

The cluster, with a total annual turnover of about 10 billion euro, comprises:

• over 300 life sciences companies employing over 18,000 people.

• 3 outstanding universities (Leiden University, the Erasmus University of Rotterdam, Delft University of Technology), and 2 university hospitals (Leiden University Medical Center and the Erasmus University Medical Center) with approximately 4350 researchers and 14,000 life science & Medical Technology students.

• 3 universities of applied sciences and vocational training schools, with about 21.000 students in nursing, care, lab assistants and precision instrumentations.

• 2 science parks with state-of-the-art research and incubation facilities at Leiden Bio Science Park and Science Port Holland in the Delft-Rotterdam area.

• and the full support of the province of South Holland and the municipalities of Rotterdam, Leiden and Delft.

woensdag, mei 14, 2014

Mooi overzicht van Rijnmond organisaties in de hulpverlening naar mensen

http://www.avantsanare.nl/onze-visie

PARTNERS

• CaleidoZorg - CaleidoZorg is een Zelfstandig Behandel Centrum (ZBC)
• Careyn - Careyn thuiszorg
• Casa Tiberias - Stichting voor en door Portugees sprekende vrouwen in Rotterdam
• Centrum Huisartsen Schiedam - Centrum Huisartsen Schiedam
• Circusschool Hannes en Co - Circusschool Hannes en Co
• CVD - Centrum Voor Dienstverlening
• Dietistenpraktijk HRC - Dietistenpraktijk Health Risk Control
• Diëtistenpraktijk Van der Meijde - Dietist Sabrina van der Meijde
• Fysioplus Rotterdam - Fysioplus Rotterdam
• Fysiotherapie Heemraadssingel - Fysiotherapie Heemraadssingel
• Fysiotherapie Noord - Fysiotherapie Noord
• GGD Rotterdam Rijnmond - GGD Rotterdam Rijnmond
• Grip en Glans - GRIP en GLANS
• IMSO-clinic - Medical Second Opinion Clinic
• Kwadraad
• Leger des Heils - Leger des Heils Maatschappelijk Centrum Rotterdam
• Ouder-Kind Moment - Ouder-Kind Moment, baby- en kinderpraktijk
• PIT010 - PIT 010
• Praktijk voor Voeding en Leefstijl - Praktijk voor Voeding en Leefstijl
• Praktijk Zuidwijk-Pendrecht - Praktijk Zuidwijk-Pendrecht
• Rotterdam Sportsupport
• Seniorenwelzijn Maassluis - Vlaardingen - Schiedam - Seniorenwelzijn
• Sportzone Charlois
• Stichting De Meeuw - Begeleidingsorganisatie Stichting De Meeuw
• Stichting Dock
• Stichting Vlaardingen in Beweging - Stichting Vlaardingen in Beweging
• Tempo 34 - Hockeyvereniging
• Thuis op Straat
• Vele Vlaardingers Een Huis - Vele Vlaardingers Een Huis
• Wilskracht Werkt
• Zowel

zondag, mei 11, 2014

Solliciteren? Gebruik 8 technieken uit de marketing en verkoop

Een sollicitant kan veel leren van een verkoper en dus ook van de vele boeken over het closen van deals, het toepassen van verkooptechnieken en toegepaste psychologie. Een verkoper is geen Financial en andersom, maar beiden kunnen veel van elkaar leren. Laten we dus een kijkje nemen achter de schermen van de verkopen en wat daaraan vooraf gaat.

Gebruik onder andere de kennis uit je opleiding voor een betere basis van je sollicitatie. Denk aan wat jij leerde over vraag en aanbod, prijselasticiteit, marketing, unique selling points enzovoort. Vooral de zaken waarvan je dacht dat ze niet zo belangrijk waren, kunnen nu goed van pas komen. Zo zijn verkopen per definitie de bron van jouw inkomen! Leer dus van de manieren waarop verkopers een voet tussen de deur krijgen en leer van de psychologische kneepjes van hun vak.

1. Sollicitant is verkoper

Gek om dat te lezen? Zeker, maar het is een feit. Jij moet jouw product (jezelf en jouw diensten) zien te verkopen op een markt die overvol is van concurrenten die allemaal verschillende tactieken toepassen. Kwaliteit, prijs, en andere USP’s worden in de strijd geworpen. Nog nooit van een USP gehoord? Dan is het tijd dat je je gaat verdiepen in de materie van verkopen.

2. Unique Selling Points van jezelf vaststellen

Laten we eenvoudig beginnen. Niemand kent zijn of haar USP’s zo goed als jijzelf. Belangrijk is dat jij onderscheid gaat maken in de rangorde van je USP’s. Staat bij jou de kwaliteit voorop, je opleiding, je ervaring of wil je jouw concurrenten aftroeven op prijs? Voor de ouderen onder ons is het niet slim om ervaring als top USP te afficheren. Bescheidenheid past beter als je aan de bak wilt komen. Iedereen die een oudere werknemer een kans geeft, weet dat die ervaring heeft, het zou gek zijn als dat niet zo was.

3. Marketing van je product, elimineer je concurrent

Zorg er voor dat je aan branding en positionering doet. Dat betekent dat jij een hogere marktwaarde moet vertegenwoordigen dan je concurrent. Weet wat je product is. Je moet de markt kennen en weten op welke markt je wilt opereren, wat de marketing tools zijn die je wilt toepassen, wie je doelgroep is en met welke klant je een relatie wilt opbouwen. Dat is dus marketing taal voor het onderstaande.

Je product is een soort van huurovereenkomst, die je wilt verkopen aan een organisatie die behoefte heeft aan de door jou aangeboden dienst. De markt is het geheel van aanbieders van banen, die hopelijk bij jou passen. Jij kunt de markt bewerken met een brand dat zichtbaar is via sociale media zoals LinkedIn, Facebook, Twitter en niet te vergeten blogs. Als je een baan voor onbepaalde tijd wilt dan is dit in de huidige markt een schaars goed en zul je de markt op die manier moeten benaderen vanuit het marketing gegeven dat je werkt aan een langdurige relatie in plaats van een eenmalige sale (een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd).

4. Als je marketing klopt, bereid dan de verkoop voor

Een verkoper bereidt zijn verkoop altijd goed voor. Hij zoekt zijn targets zorgvuldig uit, hij weet immers door de marketing wat hij te bieden heeft. Hij moet creatief zijn, want hard werken aan iets wat niet succesvol wordt, is verspilde energie. Het levert voor hem immers geen rendement op. Wil de verkoper scoren dan zal hij het dus anders moeten aanpakken. Dan kan zowel zijn eigen methode zijn als wel dat hij teruggaat naar marketing om aan de definities te sleutelen. In jouw geval kan dat zijn dat je jouw cv aanpast, of in je brief meer een accent zet op de aangeboden baan. 

5. Work smarter not harder

Dit is 1 van de lessen die je van JT Foxx kunt leren. Als jij op de 100 brieven die je gestuurd hebt geen uitnodigingen hebt ontvangen of geen baan over hebt gehouden, dan moet je niet bij de pakken neer zitten, maar je strategie veranderen.

De les die je daaruit kunt leren is namelijk dat jouw methode niet succesvol is geweest. Nog meer brieven sturen (harder proberen van het zelfde) heeft geen zin. Je zult het dus slimmer moeten aanpakken en terug gaan naar de basis (marketing) en overwegen hoe je als verkoper een voet tussen de deur kunt krijgen (uitnodiging). Als je daarna de technieken hebt bestudeerd om een deal te closen (een arbeidsovereenkomst ), dan heb je zelf je kansen vergroot door het slimmer aan te pakken.

6. Gebruik een coach

Ooit overwogen om een coach te nemen? In de sport is dat zeker gebruikelijk, dus waarom niet in het bedrijfsleven? Je kunt veel leren van een coach. Dat klinkt misschien gek, maar ik leer ook nog regelmatig van mijn coach. Als je de juiste coach hebt gekozen, dan heeft hij immers dingen succesvol gedaan waar jij zelfs nog niet eens aan gedacht hebt. Zo leerde ik dingen waar ik het bestaan niet van wist, maar die broodnodig zijn als je een nieuwe business aan het opzetten bent en te maken krijgt met nieuwe markten, nieuwe partners, nieuwe marketing technieken enzovoort. Voor jou is een nieuwe baan een nieuwe business. En ik geef toe dat bezoek aan de marketing sessies van JT en het werken met mijn coach de inspiratie voor deze blog leverden.

7. Herken kansen en benut ze

Wat ook belangrijk is: grijp je kansen als die zich voordoen, een ander doet het niet voor jou. Een voorbeeld, mijn meest gelezen blog ooit, was een toevallige uitnodiging om een interview met Google’s Daniel Russel te doen, het is nooit op FM.nl verschenen, maar je vindt het hier.

8. Maak je inkopers trots

Als verkoper heb je straks een prima product verkocht. De HR manager en je nieuwe manager of directeur zijn trots op het feit dat ze jou hebben kunnen contracteren. Voldoe dus aan die verwachtingen en maak ze trots, maar zorg ook dat je hun vertrouwen niet beschaamd.

Conclusies

Solliciteren is een werkwoord, dus werk aan je eigen merk, verdiep je in “work smarter not harder”, als je al 100 brieven met dezelfde inhoud stuurde, werkt die methode dus niet voor jou en zul je het dus anders moeten aanpakken. Er is schaarste in de markt, dus JIJ moet opvallen door het anders te doen.

Leer vanuit de marketing, bezoek eens een gratis marketing event van JTFoxx, en ga erheen met de gedachte: hoe kan ik het toepassen bij het vinden van een baan. En lees, lees, lees en lees management, marketing en boeken die over het afsluiten van verkopen gaan.

En natuurlijk succes bij je volgende sollicitatie.

RTL businessprogramma

http://www.desuccesfactor.com

vrijdag, mei 09, 2014

This is the first day of the rest of your life