zondag, september 28, 2014

EFR Board Career Fair Day 1 oktober 2014

Transitie naar nieuwe tijd; duurzaamheid centraal

sharing economy; 12 domeinen; circulair onderwijs als hoofdthema
http://www.circle-economy.com/
http://www.duurzaambedrijfsleven.nl/60885/mckinsey-7-boodschappen-voor-circulaire-economie/
http://www.mvonederland.nl/circulaire-economie
http://circulaire-economie.info/
http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/20/tno-rapport-kansen-voor-de-circulaire-economie-in-nederland.html

Vaardigheden voor deze eeuw

21st century skills; reputation management
http://www.21stcenturyskills.nl/

Ondernemen in de circulaire economie

http://www.opai.eu/uploads/ondernemen-in-de-circulaire-economie.pdf

Visie van een ex Rotterdamse ondernemer die minister werd

http://www.slideshare.net/ISMeCompany/persoonlijke-ervaring-van-ondernemer-naar-minister-van-financin

Visie van ONL voor ondernemers

http://www.onl.nl/wp-content/uploads/2014/03/De-Groeiagenda-voor-Nederland-Schaduwkabinet1.pdf

Onderwijs

3 hoofddoelen: pers. vorming, sociale cohesie/burgerschap, opleiden voor perspectief
http://www.operationeducation.nl/
http://www.watishetdoelvanonderwijs.nl/img/WWS_Boek_11_web.pdf

What is a MOOC?
https://www.youtube.com/watch?v=eW3gMGqcZQc

EXMO: Future in mobility: afstandsleren in het mbo
https://www.youtube.com/watch?v=WUJci3t4jWU

Flipping the Classroom - geschiedenis
https://www.youtube.com/watch?v=Gb-cS6_Sw2U
http://www.kennisnet.nl/themas/flipping-the-classroom/

Vak trendwatching

http://nl.scribd.com/doc/228437025/Trendrede-2015

Een leven lang leren

http://www.wrr.nl/publicaties/samenvattingen/naar-een-lerende-economie/

Belang van ondernemerschap in onderwijs

http://www.jongondernemen.nl/
http://www.moveyourskillsrotterdam.nl/
http://www.eur.nl/ondernemerschap/

MKB toekomst

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/06/20/het-kleinbedrijf-grote-motor-van-nederland.html

Belang van techniek

https://www.kivi.nl/media/Techniekpromotie/Techniektroonrede/2014/Techniek_Troonrede_KIVI_2014.pdf

Belang van ambachten

http://www.centrumvoorambachtseconomie.nl/

Lokale economie

http://wijkcooperatie.nl/
http://www.wijkcooperatierotterdam.nl/
http://www.economytransformers.com/
http://www.cormolenaar.nl/de-toekomst-van-retail
http://numrush.nl/2014/06/30/de-toekomst-van-retail-9-inzichten-rond-de-digitale-shopper/

Smart Cities

http://www.1819.be/nl/blog/de-steden-van-de-toekomst-smart-smarter-smartest

Rotterdam de onzichtbare economie
http://pfauth.com/rotterdam/
http://www.valorisatierotterdam.nl/

Nederlandse initiatieven voor de visie op de arbeidsmarkt

http://www.mijntoekomstwerkt.nl/project/maak-kennis-met-mijn-toekomst-werkt/

Future jobs

http://money.usnews.com/money/careers/articles/2012/09/10/10-businesses-that-will-boom-in-2020?int=986a08
http://www.independent.ie/business/irish/are-you-ready-here-are-the-top-50-jobs-of-the-future-30378090.html

Oxford Academy studie

http://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/downloads/academic/The_Future_of_Employment.pdf

Boek Rutger Bregman

https://cdn.shopify.com/s/files/1/0559/0133/files/Inkijkexemplaar_-_Gratis_geld_voor_iedereen.pdf?3216

Rotterdamse initiatieven

http://www.makersendoeners.net/
http://demakersvanrotterdam.nl/partners/
http://belevingswereld.net/initiatieven/rotterdamse-talenten/

twitter@demakersvan010

vrijwilligerswerk en filantropie in Rotterdam

http://www.civilsociety010.nl/

Young Professionals Rotterdam

http://yp010.nl/
http://www.rotjong.nu/

Banengroei bij 40 grote bedrijven

De crisis deed zich vorig jaar nog danig voelen op de arbeidsmarkt. Toch waren er grote bedrijven die tegen de verdrukking in extra banen creëerden. Waar komt die nieuwe groei vandaan?
Bij de volledige Volkskrant Top 100 daalde daarom het aantal volledige banen met in totaal 20.326

Ondanks de aanhoudende crisis, robotisering en hippe startups die aan hun verdienmodel knagen, hebben 40 van de 100 grootste werkgevers van Nederland vorig jaar extra banen weten te scheppen. Bij deze bedrijven en instellingen kwamen er 13.344 volledige arbeidsplaatsen bij, een plus van 4,5 procent. De nieuwe banen ontstaan vooral aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt.

Dit blijkt uit de Volkskrant Top 100 van grootste werkgevers, waarin jaarlijks de ontwikkeling van het aantal banen in kaart wordt gebracht.
Zo neemt Shell voor innovatieprojecten jaarlijks 150, vooral universitair geschoolde technische talenten aan.
Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn er de helpende handen in de schoonmaak en de detailhandel; facilitair dienstverlener CSU groeide door uitbreiding met aan schoonmaak verwante thuishulpen.

De veertig grote bedrijven wisten te groeien tegen de verdrukking in, want 2013 was een van de slechtste jaren voor de arbeidsmarkt.
Bij de volledige Volkskrant Top 100 daalde daarom het aantal volledige banen met in totaal 20.326.
De grootste werkgevers verloren 2,1 procent op het totaal van ruim 950 duizend banen en deden het iets slechter dan het gemiddelde van de arbeidsmarkt (een daling van 1,9 procent).
De laatste maanden lijkt er in 2014 weer enig herstel op te treden op de arbeidsmarkt, mede dankzij het succes van de groeiende bedrijven.

De grootste werkgevers doen het iets slechter dan het gemiddelde van de arbeidsmarkt (1,9 procent).
Bij 58 bedrijven en instellingen liep de werkgelegenheid terug. Vooral bij de bouwers (BAM, Heijmans) en de banken (Rabo, ING) verdwenen vorig jaar veel banen. Ook KPN (2.618 fte’s minder), PostNL (2.268) en Imtech (ruim 1.000) werden als werkgever een stuk kleiner.

Wat sectoren betreft kon bij de grootste werkgevers alleen het onderwijs vorig jaar een plusje noteren, blijkt uit het onderzoek van de Volkskrant: 263 banen (0,8 procent) erbij. De zorg, de overheid en het bedrijfsleven eindigden in het rood.

De grootste werkgever van Nederland is de politie (61.916 fte), gevolgd door defensie (59.445).
De Rabobank, PostNL en Ahold completeren de topvijf. Op het stabiele Ahold na leverde de topvijf vorig jaar duizenden banen in. Nummer zes, het ministerie van Veiligheid en Justitie, groeide wel flink, doordat het een afdeling overnam van Binnenlandse Zaken.
Hekkensluiter van de Volkskrant Top 100 is de ‘agro-industriële coöperatie’ Cosun, met 3.447 volledige banen in Nederland.

Onderzoek: Marlies de Brouwer.

zondag, september 21, 2014

Talentvloer Rotterdam

De Talentvloer is een team van 12 jonge ambtenaren, die ingezet kunnen worden op opdrachten waarbij geëxperimenteerd wordt met deze nieuwe rol van de overheid. Twee jaar lang doen we diverse innovatieve opdrachten bij de Clusters, waarbij we veel samenwerken met externe partijen en gebruik maken van hun initiatieven en energie. Dit vanuit de gedachte dat slimme samenwerking en innovatieve oplossingen het beste resultaat opleveren voor de stad.

De Talentvloer richt zich op opdrachten:

Die een nieuwe rol van de overheid vragen
Waarvan de aanpak nog niet vaststaat
Waarbij externe partners nodig zijn
Die complex en politiek gevoelig kunnen zijn
Die waarde toevoegen in de stad
Die het bestaande waarderen

De Talentvloer bestaat uit 12 personen

Voor vragen of een interessante opdracht, kan je contact opnemen met Louise Maatje of 06 – 12659473.

Scholen, kom uit die kramp

Claire Boonstra: ‘Kennis vraagt nu een andere rol van leerkrachten. Het draait niet langer om overdracht van boven naar beneden’.

We zijn zo gewend aan hoe het onderwijs is georganiseerd dat we gestopt zijn erover na te denken. Het kán anders, zegt ondernemer Claire Boonstra, je moet kijken naar hoe je een kind ‘aanzet’.

Succes wordt afgemeten aan een beperkte hoeveelheid vaardigheden: rekenen, lezen, schrijven, Eindexamen, bul, een goeie baan, een beter salaris, meer status.

Civiel ingenieur en ondernemer Claire Boonstra (39) was hard op weg met creëren van een ‘interessant visitekaartje’ toen ze zich realiseerde dat boven aan al die ladders niets is wat haar voldoening bracht. “We kijken alleen maar omhoog, maar daar is niets.”

Dat gevoel knaagde al langer aan haar. Op het jaarlijkse topoverleg van het World Economic Forum in Davos waar ze als ‘technology pioneer’ wereldleiders mocht toespreken, besefte ze dat daar de verandering niet vandaan zal komen. “Die grijze mannen in pak zijn de titel op hun visitekaartje geworden.”

De basis van het probleem ligt volgens Boonstra in het onderwijs. “Er is iets mis met een onderwijssysteem dat daartoe opleidt.” Boonstra, succesvol ondernemer met een eigen softwarebedrijf, gooide het roer om en zei haar bedrijf vaarwel. Dat is nu twee jaar geleden. “Het onderwijssysteem is gericht op hogere scores, betere, meetbare prestaties. Maar waarom eigenlijk?

Wat is het doel van onderwijs?”

Daarover moeten we nadenken, zegt ze. Allemaal. Aan de keukentafel, op borrels en in bestuurskamers. Boonstra, zwart jurkje met ballerina’s die ze voor de foto verwisselt voor hakken, praat er bevlogen over. Ze maakt tekeningetjes om haar voorbeelden kracht bij te zetten en praat als een waterval. Ze heeft een missie: het denken over onderwijs op zijn kop zetten.

Zo ontstond ‘Operation Education’, een stichting van vrijwilligers van binnen en buiten de onderwijssector die goeie, vernieuwende ideeën bij elkaar brengt en een maatschappelijk debat wil beginnen over hoe wij onze scholen hebben ingericht.

Vandaag presenteert ze een boek waarin honderd Nederlanders beschrijven wat volgens hén het belangrijkste is wat onderwijs moet bewerkstelligen.

Er wordt gewerkt aan een documentaire en over twee weken komt er nóg een boek: ‘Onderwijshelden’, waarin scholen en leerkrachten laten zien dát het anders kan.

Wat is er mis met het onderwijs?

“We proberen elk kind door dezelfde mal te persen. We leggen iedereen langs dezelfde meetlat. Succes wordt afgemeten aan een beperkte hoeveelheid vaardigheden: rekenen, lezen, schrijven.

Die zijn zeker niet onbelangrijk, maar ze vormen maar een klein onderdeel van wat je nodig hebt in de maatschappij.

Daarbij is er te weinig ruimte voor wie anders denkt. Mijn neefje bijvoorbeeld antwoordde in een toets dat het woord ‘iglo’ een ‘warm’ woord was, in plaats van een ‘koud’ woord. Zijn uitleg was dat eskimo’s een iglo bouwen om zich warm te houden. Maar zijn antwoord werd fout gerekend. Het geven van het ‘juiste antwoord’ is in het onderwijs belangrijker geworden dan kritisch nadenken, vragen stellen en op een dwarse manier naar de dingen kijken.”

We weten tegenwoordig heel veel over hoe leren werkt. En de kennis daarover strookt totaal niet met hoe ons onderwijs is geregeld

Wat is het gevaar?

“Ik zie dat veel mensen last hebben van het huidige systeem, ook mensen die het heel netjes hebben gedaan in het huidige schoolsysteem. Een voorbeeld? Er zijn dertigers die cum laude afstuderen, een glansrijke carrière hebben bij een multinational en vervolgens een burn-out krijgen of depressief worden. Ze hebben precies de ‘juiste’ weg gevolgd, maar vragen zich af: is dit het?
Dat wordt het schoolsysteem niet aangerekend, deze mensen hebben dat succesvol doorlopen terwijl ze later toch uitvallen. Volgens mij gaat er dan iets mis.”

Is het niet gevaarlijk om met kinderen te experimenteren?

“Weet je wat pas gevaarlijk is? 150 jaar lang niet experimenteren met kinderen.
We weten tegenwoordig heel veel over hoe leren werkt. En de kennis daarover strookt totaal niet met hoe ons onderwijs is geregeld. Continu stilzitten is bijvoorbeeld slecht voor het leerproces.”

Waarom doen we daar dan niets mee?

“Nog zoiets: mijn ene kind kon lopen na negen maanden, de ander pas na zeventien. Dat vinden we normaal, maar eenmaal op school baart het ons zorgen. Een kind dat op zijn vierde klaar is om te leren lezen en de ander op zijn achtste. Toch labelen we het eerste kind als hoogbegaafd en het tweede krijgt remedial teaching.”

Hoe moet het dan?

“Je moet kijken waarop een kind ‘aangaat’. Waardoor het gegrepen wordt, hoe het geboeid raakt. Dan wordt leren interessant. Elk kind verdient dat, om gezien te worden. Waarom zou je dat niet faciliteren op school?

“Begrijp me goed. Ik heb niets tegen ouders, leraren of leerlingen die blij zijn met het huidige systeem en daarin gedijen. Als ze er maar over hebben nagedacht. Ik snap het wel dat mensen het een beetje eng vinden om daarover na te denken. Die horen over scholen waar kinderen mogen meebeslissen over wat er geleerd wordt en denken: dat kan niet goed gaan. Maar waarom niet?”

Hebben ze ongelijk? Het Nederlandse onderwijs behoort toch tot het beste ter wereld?
“Dat klopt. Het schoolsysteem zoals we dat nu kennen, heeft ons ook welvaart gebracht, maar nu begint het te knellen.

Met de beste bedoelingen en in onze drang om het steeds beter te doen, hebben we steeds meer regels gecreëerd. Daardoor hebben veel docenten het gevoel dat ze geen ruimte meer hebben en zich voortdurend moeten verantwoorden. Dat werkt verstikkend en houdt verandering tegen.

“Daarbij is de rol van kennis in onze samenleving heel erg veranderd. Kennis is alomtegenwoordig. Het gaat erom wat je ermee doet. Dat vraagt een andere rol van leerkrachten. Het draait niet langer om kennisoverdracht van boven naar beneden. Ik wil scholen niet afschaffen, maar anders inrichten.”

We zijn eraan gewend geraakt dat scholen er gewoon zijn en we zijn gestopt met nadenken of die onze kinderen wel brengen wat ze nodig hebben

Is dit een pleidooi voor de iPadschool?

“Ja en nee. Ik ben geen adept van de manier van communiceren van Maurice de Hond, maar ik vind het wel interessant wat hij doet. Met een tabletcomputer kun je een individueel leerproces faciliteren. Het is een hulpmiddel. Je moet oppassen dat je daar geen karikatuur van maakt. Het is een manier om op een andere manier te kijken naar leren. Ouders moeten zich afvragen of dat bij hun kind past.”

Is uw pleidooi nieuw?

“Misschien niet. Wat me opvalt, is dat 90 procent van de mensen deze vragen niet stelt. Ik denk omdat het antwoord te ongemakkelijk is. We zijn eraan gewend geraakt dat scholen er gewoon zijn en we zijn gestopt met nadenken of die onze kinderen wel brengen wat ze nodig hebben.

“Ik heb de afgelopen twee jaar duizenden reacties gekregen van leerkrachten, schoolleiders, politici en ouders. Velen voelden zich een roepende in de woestijn. Ook kreeg ik berichten van leraren die zeiden: wij doen het al anders. Er zijn scholen waar ze de indeling in schoolniveaus van vmbo tot vwo loslaten, waar kinderen van verschillende leeftijden samen leren. Het kan dus wel. Waarom weten we dat niet? Waarom heeft niemand mij dat verteld toen ik voor mijn kinderen een basisschool moest kiezen?”

Naar wat voor school gaan zij?

“Mijn oudste zoon is vijfenhalf en ik moest al een school kiezen op het moment dat ik zwanger was, vanwege de enorme wachtlijsten. Het is een behoorlijk traditioneel dorpsschooltje hier in Bussum, met gelukkig heel goede kleuterleerkrachten. Hij is leeftijdsgenootjes cognitief ver vooruit, dus ik vind zijn sociale ontwikkeling heel belangrijk. Dat hij leert samenwerken en vriendjes maakt.

“Volgend jaar gaat hij naar groep 3, dat vind ik heel spannend. Ik ben bang voor de nadruk op prestaties. Ik hoop dat hij zich kan blijven ontwikkelen op al die andere belangrijke gebieden: creativiteit, samenwerken, ondernemerschap, nieuwsgierigheid. Hij is heel gevoelig voor wat anderen verwachten, dus ik hoop niet dat hem dat belemmert. Er is hier in de omgeving helaas niet zoveel keus qua scholen. Er is wel een montessorischool, een Jenaplan-school, een Daltonschool, een Vrije School...”

Dat zijn er niet genoeg? Wat ontbreekt er dan op die scholen?

“Er is weinig aandacht voor verschillen tussen kinderen, en er is weinig ruimte voor structurele vernieuwing. Dat soort scholen vind ik ook vaak te eenvormig, te dogmatisch in de leer. Je moet naar mijn idee meebewegen met wat er gebeurt in de maatschappij. Dat gaat allemaal heel voorzichtig.

“Sommige scholen zijn zo bang voor hun scores, prestaties en excellente predicaten dat ze verandering buiten de deur proberen te houden. Veel schoolleiders worstelen met lijstjesangst. Ze zijn bang dat ze op het spel zetten wat ze hebben opgebouwd als ze het rooster op z’n kop zetten, klassen anders indelen of meer tijd uittrekken voor de ontwikkeling van creativiteit, buitenspelen of leiddinggeven. Want stel dat de Cito-scores daardoor ietsje minder zullen uitvallen als ze iets bekends loslaten.”

Is die lijstjesangst niet logisch? Daar kijkt de onderwijsinspectie toch naar?

“Maar vinden wij dat écht het allerbelangrijkst? De inspectie is bovendien helemaal niet zo star als sommige scholen denken. Zelfs de minister roept scholen op om niet dociel te denken dat ze de regels volgen. Als ouders zich ermee bemoeien, verandert er hopelijk echt iets. We moeten niet alleen de overheid, maar ook elkaar ter verantwoording roepen.

De vrijheid van onderwijs is in de Grondwet verankerd, die kunnen we benutten en oprekken als samenleving - we leven tenslotte in een democratie.”

Wie is Claire Boonstra?

Claire Boonstra (1975) is afgestudeerd civiel ingenieur, ze werkte bij KPN en Unilever. In 2009 was ze medeoprichter van Layar. Dat bedrijf ontwikkelde een applicatie om digitale informatie toe te voegen aan de realiteit, via de camera van een mobiele telefoon (’augmented reality’wink. Ze was adviseur van eurocommissaris Neelie Kroes op het gebied van technologie en werd in 2012 uitgeroepen tot Young Global Leader van het World Economic Forum en tot ‘Online Mediavrouw van het Jaar’.

In 2012 gooide ze het roer om. Ze stopte bij Layar en richtte ‘Operation Education’ op. Haar zelfgespaarde pensioengeld stak ze in een festival over onderwijs. Haar geld verdient ze tegenwoordig met het geven van spreekbeurten. Ze woont in Bussum met haar man en drie kinderen (5 jaar, 3 jaar en 7 maanden).

zaterdag, september 20, 2014

TRENDBIJEENKOMST: DEELECONOMIE EN WIJKONTWIKKELING

WANNEER:WOENSDAG 8 OKTOBER 2014, 12.00-16.00U,

WAAR:BERLAGE MEET & WORKSPACE (BEURS VAN BERLAGE), AMSTERDAM

ORGANISATIE:RUIMTEVOLK I.S.M. SEATS2MEET

De deeleconomie is in opkomst. Ook op wijkniveau. Wat is de betekenis hiervan in de ontwikkeling van wijken? Hoe beïnvloedt dit het werken aan wijken en wie speelt daar welke rol in? Daarover gaan we tijdens de openingsbijeenkomst van de ShareWeek in gesprek. Gevoed door de visies van verschillende pioniers op zowel het gebied van de deeleconomie als van het werken aan wijken.

Deelplatforms
De deeleconomie is in opkomst, dankzij digitale deelplatforms die het delen van producten en diensten mogelijk maken.
Denk aan het deelplatform Peerby, dat het mogelijk maakt om bijvoorbeeld een boormachine van een buurtgenoot te lenen.
https://peerby.com/

En aan Snappcar, dat het delen je auto met anderen mogelijk maakt.
http://www.snappcar.nl/

Via Croqqer vind je buurtgenoten die je tegen betaling kunnen helpen met een klus.
http://www.croqqer.com/

Met Konnektid kan je vaardigheden leren van/aan mensen bij jou in de buurt.
https://www.konnektid.com/

WeHelpen faciliteert burenhulp en informele zorg.
https://www.wehelpen.nl/

Bij al deze deelplatforms speelt nabijheid van mensen en de schaal van de buurt of wijk een hoofdrol. Deze deelplatforms zorgen voor nieuwe contacten tussen buren en buurtgenoten, spelen een rol in het vergroten van de autonomie en zelfredzaamheid van bewoners én kunnen zelfs de fysieke ontwikkeling van een wijk beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan minder autobezit door autodelen waardoor er minder parkeerplaatsen nodig zijn.
Werken aan wijken
In het veld werken tegelijkertijd vele professionals aan goed functionerende en leefbare buurten en wijken. Gemeenten hebben gebiedsmanagers en participatiemakelaars rondlopen. Woningcorporaties werken met wijkbeheerders en kansenmakelaars. Voor welzijnsorganisaties zijn opbouwwerkers actief.
Deze partijen kennen al een lange traditie van werken aan wijkontwikkeling. Van de naoorlogse ‘stadsvernieuwing’, die zich met name op fysieke verbetering van wijken richtte, tot de ‘stedelijke vernieuwing’ die naast aandacht voor het fysieke ook oog had voor de sociale aspecten van de wijk. Momenteel is de wijkontwikkeling in een nieuwe fase beland. Het investeringsvermogen van deze ‘traditionele’ partijen is fors geslonken. Mede daardoor zijn al deze organisaties hun rol aan het herzien en nieuwe werkwijzen aan het ontwikkelen waarbij het uitgaan van de eigen kracht van mensen een centrale rol inneemt.

Nieuw is dat naast deze traditionele partijen zich ook andere partijen op het schaalniveau van de wijk richten. Zoals zorgverzekeringen en energiebedrijven. Zorgverzekeringen investeren mee in wijkgebonden activiteiten die gezondheid bevorderen en energiebedrijven in het energiezuiniger maken van woningen. Ook is de wijk op steeds meer plekken in het land werkgebied van door bewoners opgezette lokale coöperaties. Van energiecoöperaties tot bewonersbedrijven.
Nieuwe ideeën en praktijken
Hoe komen deze werelden bij elkaar? Hoe beïnvloedt de opkomst van de deeleconomie het functioneren van wijken? Hoe kunnen deelplatforms een bijdrage leveren aan de doelstelling van al die organisaties die met professionals in de wijk actief zijn? En andersom? Welke kansen biedt de opkomst van de deeleconomie voor het werken aan fijne wijken door professionals en bewoners zelf?

Deze vragen staan centraal bij de openingsbijeenkomst van de Sharing Week, georganiseerd door RUIMTEVOLK in samenwerking met Seats2Meet.

Met bijdragen van onder andere:

Ronald van den Hoff - Trendwatcher en oprichter Seats2Meet
https://www.seats2meet.com/

Daan Weddepohl – oprichter deelplatform Peerby

Luc Manders – mede-ontwikkelaar van De Zuiderling, lokale munt op Rotterdam Zuid
http://www.dezuiderling.nl/

Michel Vogler – initiatiefnemer lokaal deelplatform/netwerk Hallo IJburg/Kompas op IJburg, Amsterdam
http://www.kompasopijburg.nl/

Koj Koning – districtmanager Woonbedrijf Eindhoven

Martin van der Maas – wijkmanager voor gemeente Den Helder, RUIMTEVOLK-blogger

http://bottomup.ruimtevolk.nl/

Rotterdam Noord

Chef Francois Geurds’ innovative FG Food Labs opened in January in a converted railway station in North Rotterdam.

Where once the city center had been cut off from north Rotterdam, there’s now a link — a 1,280-foot-long wooden pedestrian bridge called the Luchtsingel (luchtsingel.org). The High Line-like project, crowd-funded and built by local architects, should be finished by the end of the year. And with each completed stage, all sorts of new things are popping up around it, including one of the city’s most exciting restos, FG Food Labs (fgfoodlabs.nl), which bowed in January. In a long, narrow, wood-lined space inside a converted railway station, the Michelin-starred chef Francois Geurds (this is his second, more casual spot) experiments with innovative flavors and presentations — and yes, a bit of molecular gastronomy. Not to be missed: the super-aged pata negra ($35), pork belly with pumpkin ($32) and a quirky “dessert” of macadamia nut, foie gras and vanilla ice cream ($19).

The vegan resto Gare du Nord has a unique setting: inside a refurbished railroad car.
It’s a short bike ride from the northern point of the Luchtsingel to the quite unorthodox Gare du Nord(restaurantgaredunord.nl), a vegan restaurant set inside a refurbished railroad car. The brainchild of Hans Kervezee (who collects old railroad cars) and chef Pinar Coskun, the bistro touts the benefits of fresh produce (it grows much of it in a garden out front) and vegan cooking to the local community — especially children. Bonus: all that do-gooding is both tasty and affordable (most dishes are under $12).

Uit Amerikaanse pers

De wijk van 6 miljoen

Je kunt het op Funda opzoeken.
Zoek een huis op dat in jouw buurt te koop staat.
Kijk bij ‘Kaart & Buurt’ naar het aantal inwoners en het ‘Gemiddeld persoonlijk inkomen algemeen’.
Vermenigvuldig dat met elkaar, dan weet je hoe veel geld er per jaar jouw wijk binnenkomt.
Ik heb het gedaan, op 24 mei 2014. Het aantal inwoners is 8720, het gemiddelde inkomen is 13.700.
Kortom, in de Utrechtse Rivierenwijk komt per jaar 119.464.000 binnen. Oftewel een kleine 120 miljoen.

De bewoners besteden een deel van hun geld binnen de wijk, en waarschijnlijk het overgrote deel buiten de wijk. Zeg, je gaat met de bewoners in gesprek en met elkaar besteden ze voortaan vijf procent van hun inkomen in de wijk. Dan komt er per jaar 6 miljoen de wijkeconomie binnen. Dat is bijna net zo veel als het nieuwe Lokaal Economisch Fonds dat het in het Utrechtse Collegeakkoord is afgesproken om de economie voor de hele stad aan te jagen. Ga je dat merken? Ja, natuurlijk ga je dat merken. Als mensen zich eenmaal realiseren hoe veel effect hun bestedingsgedrag heeft in de wijk gaan ze meer van het geld dat ze verdienen in de wijk uitgeven.

Er ontstaan dan tweede orde-effecten. In Engelse publicaties (pluggingtheleaks.org) wordt het verschil berekend tussen 20% van je inkomen binnen de wijk uitgeven en 80%. Nu lijkt dat laatste me veel te hoog – je huur, je energie, je ziektekosten, dat betaal je allemaal buiten de wijk. Maar toch, Als 80 procent van zes miljoen weer in de wijk wordt uitgegeven levert dat toch weer 4,8 miljoen op. Doe je het nog een keer, dan wordt dat 3,84 – 3,07 – 2,45 en zo verder. Na vier rondes heeft je 6 miljoen dus 14,16 miljoen aan bestedingen binnen de wijk opgeleverd. En als het 20% is zijn de getallen: 1,2 – 0,24 – 0,05 – 0,01 = 1,5 miljoen.

Meer geld lokaal besteden levert dus heel snel heel veel op. En als de gemeente niet al te krampachtig met bestemmingen in de wijk omgaat dan ontstaat er dus snel veel business in de wijk, met ook meer levendigheid: meer mensen op straat op veel meer verschillende tijdstippen en op veel meer plekken. En dat is weer goed voor de veiligheid.

Dat is nog lang niet alles. Als mensen in de wijk aan elkaar gaan verdienen gaan ze ook anders met elkaar om. Ze krijgen immers belang bij elkaar.
Jammer dat we wijken sinds WOII altijd zo monofunctioneel hebben benaderd. Het zijn nu wijken waar je eigenlijk weinig anders kunt dan wonen. Mensen hebben elkaar nergens anders voor nodig, bijna alles moeten ze buiten de wijk halen. Wijken zijn zo verworden tot een soort woonwoestijnen, bijna al het leven dat er in zit moet het hebben van financiering van buiten. En dat brengt kosten met zich mee: welzijnswerk, zorg, veiligheid, onderhoud van de buitenruimte.
We wijten dat vaak aan individualisering alsof dat een soort natuurfenomeen is. Maar we hebben het gewoon gestimuleerd – ook omdat het zoveel goede kanten heeft, laten we daarover duidelijk zijn. Je bouwt woonwijken waar mensen elkaar nergens voor nodig hebben.

Dan moet je niet gek kijken als ze onmachtig worden om elkaar te vinden als er collectieve oplossingen nodig zijn.

Als je aan elkaar kunt verdienen dan krijg je belang bij elkaar. Dan hebben jongeren voor hun vakantiebaantje belang bij een goede relatie met winkeliers. Dan kunnen winkeliers hun klantenkring vergroten. Als je een folder wilt laten drukken kijk je even of er een drukker in de buurt zit. En dat zijn allemaal sociale relaties. Dat geeft de buurt een verband. En zo kunnen mensen uit de buurt met elkaar hun eigen oplossingen voor allerlei vraagstukken ontwikkelen.
Kortom, een buurt kan zowel haar eigen welvaart als het leefklimaat en de vitaliteit een grote impuls geven als bewoners meer geld in de buurt besteden. Wij gaan dat doen, in de Rivierenwijk. Op 5 juni organiseren we een Wijktafel waar we het gaan hebben over de verhoudingen in de wijk en over de wijkeconomie. We gaan er de wijk van zes miljoen van maken.

http://keesfortuin.wordpress.com/2014/05/24/de-wijk-van-6-miljoen/

Negen ontwerp-regels voor complexe systemen.

” Verdeel ‘zijn’.

Een bijenkorf, een economie, een supercomputer en ‘leven’ zijn verdeeld over een groot aantal kleinere eenheden, die zelf ook weer kunnen bestaan uit kleinere eenheden. Wanneer de som van al die kleinere onderdelen in interactie samen meer vormt dan de som van de onderdelen elk apart, dan is dat extra ‘iets uit niets’. Als er ergens ‘iets uit niets’ is ontstaan, dan vloeit dat voort uit de interactie van een groot aantal kleinere eenheden.

Beheers van onderen op.

Wanneer alles met alles is verbonden in een gedistribueerd netwerk, gebeurt alles ook tegelijkertijd. Wanneer alles tegelijkertijd gebeurt, zullen systeembrede en zich snel ontwikkelende problemen zich een weg om centrale sturing heen banen. Daarom zal sturing moeten komen vanuit de vele plaatselijke parallelle activiteiten, en niet vanuit een centrale autoriteit. Een menigte kan zichzelf sturen, en in situaties van snelle, grootschalige en heterogene veranderingen kan alleen de massa sturen. Om ‘iets uit niets’ te krijgen moet de beheersing op het meest basale – simpele – niveau liggen.

Zorg voor meekoppeling.

‘Aan hen die hebben, zal gegeven worden’. Het principe: elke keer dat je iets doet, wordt je er beter in. Dan ga je het meer gebruiken en wordt je er nog weer beter in.
Iets dat zijn omgeving zodanig verandert dat die omgeving meer van dat iets gaat produceren, groeit. Alle duurzame – overlevende – systemen zijn hierop gebaseerd, in economie, biologie en psychologie.

Groei door te klonteren.

De enige manier om een werkend complex systeem te maken is om te beginnen met een eenvoudig systeem dat werkt. Pogingen om vanuit het niets complexe dingen als kunstmatige intelligentie of een markteconomie neer te zetten, dus zonder het stapsgewijs te laten groeien, leiden onvermijdelijk tot mislukking. Elk onderdeel moet worden getest tegen elk ander onderdeel en daar is tijd voor nodig. Complexiteit wordt gerealiseerd door het stukje bij beetje samen te stellen vanuit eenvoudige, onafhankelijke en werkende eenheden.

Optimaliseer de randen, investeer in diversiteit.

Homogene systemen veranderen door revoluties, en soms gaan ze erin ten onder. Heterogene systemen kunnen zich van moment tot moment aanpassen en kunnen zich blijven aanpassen. Evolutie neemt de plaats in van revolutie. Diversiteit betekent aandacht voor de randen van een systeem, de buitenwijken, de verborgen hoekjes, de momenten van chaos. Diversiteit vergroot het aanpassingsvermogen en de veerkracht en is vrijwel altijd de bron van innovatie.

Waardeer je fouten.

Iets werkt goed, tot iedereen het doet. Dan moet je weer wat anders bedenken. Uit het gewone stappen en iets nieuws doen kan niet worden onderscheiden van fouten maken. De meest briljante stap in het nieuwe is uiteindelijk ook gewoon trial-and-error. Wat blijkt te werken, blijft. Fouten, expres of per ongeluk, moeten een onderdeel worden van elk scheppend proces. Je zou evolutie kunnen zien als systematisch management van fouten.

Optimaliseer niet, heb meerdere doelen.

Eenvoudige machines kunnen efficiënt zijn, complex adaptieve systemen niet. Een complexe structuur heeft meerdere meesters en geen enkele ervan kan exclusief worden bediend. In plaats van het streven naar optimalisatie van één functie kan een complex systeem alleen overleven door net goed genoeg te zijn in een heleboel verschillende functies. Zo mag een systeem niet alleen maar het gebruik van wat er is optimaliseren – exploitatie – maar moet het ook energie stoppen in het zoeken van nieuwe mogelijkheden – exploratie.

Zorg ervoor dat systemen – net – uit evenwicht blijven.

Onveranderlijkheid is dodelijk, maar teveel verandering – ver van evenwicht – ook. Als ‘niets’ evenwicht en ver van evenwicht is dan is ‘iets’ blijvend-net-uit-evenwicht. Het vinden van de balans tussen evenwicht en uit-evenwicht in net-uit-evenwicht is de heilige graal van alles wat schept. Hier komt het begrip ‘on the edge of chaos’ vandaan.

Verander verandering.

Verandering kan gestructureerd plaatsvinden. Grote complexe systemen doen dat: ze coördineren verandering. Elk deelsysteem zal de organisatie van andere deelsystemen gaan beïnvloeden en veranderen. Mettertijd zullen de regels voor deze veranderingen worden veranderd, Evolutie gaat over verandering, diepere evolutie gaat over veranderingen in de manier waarop er veranderd wordt. Om het meest uit ‘niets’ te krijgen moet je zelf-veranderende regels hebben.”

De boodschap van ‘Tegenkracht organiseren’ is dus – vertaald in Kelly’s termen – dat we in veel systemen uiteindelijk niet kunnen voorkomen dat tegen de ontwerp-regel ‘optimaliseer niet, heb meerdere doelen’ wordt gezondigd.

Deze post is een aangepaste versie van een post op http://www.civilsociety010.nl, die met toestemming is overgenomen.

Kevin Kelly: Out of Control, the new biology of machines, social systems and the economic world. Perseus Books, 1994. ISBN: 0-201-48340-8

woensdag, september 17, 2014

trendrede 2015

http://www.trendrede.nl/

Het einde van de winkelbel

Vroeger was het simpel: je had bedrijven en klanten. Bedrijven maakten of verkochten spullen, klanten betaalden, klaar. Na een tijdje gooide de klant zijn product weg en kocht een nieuw. Zo verdiende de ondernemer een goed belegde boterham. Dit klassieke business model bestaat nog steeds, maar het is aan ernstige slijtage onderhevig. We zijn begonnen met nieuwe business modellen.
In snel tempo dringt het besef door dat oude spullen weggooien spullen ook grondstoffen vernietigen is. Nieuwe producten komen uit fabrieken die energie verbruiken, afval moeten lozen en tegen een zo laag mogelijke kostprijs moeten werken, desnoods ten koste van de arbeidsomstandigheden. Vervolgens wordt er op de spullen een ‘merk’ gestempeld dat eigendom is van anonieme hedgefunds, ergens op aarde. Deze lineaire, anonieme en onrechtvaardige inrichting van de economie is niet langer houdbaar, dat is inmiddels wel duidelijk. Maar hoe moet het dan wel? Hoe komen we naar een duurzame, circulaire en rechtvaardige economie? Dat is de hamvraag bij het werken aan Nieuwe Business Modellen (NBM).

Drie kenmerken

Een goed Nieuw Business Model moet beschikken over drie essentiële kenmerken: de winst zit niet alleen in financiële prestaties maar ook in sociale en ecologische meerwaarde (‘meervoudige waardecreatie’). De klant en het bedrijf vloeien langzaam in elkaar over: consumenten kunnen zelf ook producten maken en diensten leveren, zeker als ze samenwerken in netwerken (‘collectieve waardecreatie’). En: de voordelen komen terecht bij alle betrokkenen in plaats van uitsluitend bij een kleine groep vaak te veel betaalde managers (‘gedeelde waardecreatie’).
Op papier klinkt dat allemaal nog behoorlijk onschuldig, maar de economische en sociale gevolgen kunnen enorm zijn, zeker als je je realiseert dat het in heel Europa ritselt van de initiatieven om op lokaal niveau zélf energie op te wekken in plaats van het te kopen van grote, anonieme multinationals. Of van ondernemende groepen die zélf hun groente en fruit willen kweken in plaats van die te kopen bij een supermarkt. Hetzelfde speelt in de zorg (de wijkzuster komt terug) en in de financiële wereld (banken geven geen krediet, maar crowdfundingplatforms bloeien). Daarnaast gaan consumenten én bedrijven elkaar diensten en goederen leveren via AirBNB, Uber, Peerby, Floow2, Thuisafgehaald en vele andere websites.

Winkelbel

Niet verwonderlijk zijn veel van dit soort initiatieven nog wat knullig van opzet en komt het ondernemerschap nog niet helemaal uit de verf. Maar de trend is duidelijk. Delen, lenen, ruilen, samen kopen, samen maken en andere vormen van transacties zijn sterk in opkomst. Het is in dat spelen met transactievormen in de praktijk dat Nieuwe Business Modellen bedacht, getoetst, aangepast en aangescherpt worden. Met vallen en opstaan ontstaat er zo een nieuwe economie, eentje waarin de ouderwetse winkelbel vast nog wel ergens rinkelt, maar die zich steeds meer gaat kenmerken door nieuwe vormen van horizontaal samen met elkaar ondernemen.
In zo´n economie is dringend behoefte aan nieuwe terminologie, nieuwe bedrijfsmodellen en organisatievormen, nieuwe afspraken en zelfs aan nieuwe soorten geld. Niemand weet nog hoe het er uiteindelijk precies uit komt te zien, maar dat maakt dit juist zo´n spannende tijd. Daar wil je bij zijn!

Vliegende start

Jan Jonker van de Radboud Universiteit heeft de afgelopen jaren intensief onderzoek gedaan naar het ontstaan van Nieuwe Business Modellen (NBM). Over iets meer dan een maand verschijnt het boek Nieuwe Business Modellen, Samen Werken aan Waardecreatie waarin alle inzichten op dat gebied gebundeld zijn. Het boek bestaat uit twee delen: een theoretische toelichting op waarom juist nu nieuwe business modellen er toe doen en een werkboek voor mensen die zelf van plan zijn een NBM te beginnen.
Zeker dat laatste is nieuw. Meestal beginnen startende NBM-ondernemers met het opnieuw uitvinden van het wiel, maar dat hoeft straks dus niet meer. Aan de hand van checklists, kritische vragen en korte voorbeelden kunnen ze een vliegende start maken.

De komende weken geven we in een aantal columns in Duurzaamnieuws een voorproefje van het boek.
Op 13.11.14 vindt in de Domkerk te Utrecht het Symposium Nieuwe Business Modellen plaats. Tijdens dit Symposium wordt het boek dat Jan Jonker schreef met 40 auteurs over Nieuwe Business Modellen ten doop gehouden.

Jos Reinhoudt

zondag, september 14, 2014

Testen als activiteit

http://www.ultratesting.us/partners

Talenten ontdekken

http://investeerintalent.nl

This is the first day of the rest of your life