vrijdag, december 26, 2014

Rotterdam en Smart City thema’s 2015

• Leefomgeving

• Bereikbaarheid

• ICT

• Energie

• Medisch & Zorg

• Communicatie

• Duurzaamheid

• Bebouwde omgeving

• Open Data

• Sport en Cultuur

• Dienstverlening

Melkveehouderij

De belangrijkste conclusies

Schaalvergroting zet door

Schaalvergroting in de melkveehouderij is overduidelijk en zet door. De afgelopen 50 jaar nam het aantal bedrijven met 90% af.

Het aantal koeien per bedrijf nam met meer dan een factor 8 toe.

De komende jaren breidt de Nederlandse zuivelsector ver uit. Tot 2020 zal aantal koeien met 5% stijgen (uitgaande van LEI studie) tot 1,6 miljoen en zijn er nog 14 tot 15 duizend bedrijven met melkvee (dus daling t.o.v. 2013 van ruim 20 %).

De gemiddelde bedrijfsomvang gaat naar 110 melkkoeien per bedrijf (in 2013: 83 melkkoeien per bedrijf). Verder zal in 2020 naar verwachting meer dan 70% van de melkveestapel gehouden worden op bedrijven met meer dan 100 melkkoeien.

Het aantal grote bedrijven met meer dan 250 melkkoeien (megastallen volgens de definitie van Alterra, 2007) zal in 2020 verdubbeld (> 500) zijn ten opzichte van 2013 (250).

Weidegang neemt af

De trend van intensivering en uitbreiding van melkveebedrijven wordt gezien als de belangrijkste bedreiging voor beweiding.

Grotere bedrijven passen minder weidegang toe dan kleinere bedrijven.

Gemiddeld geldt de weidegang volgens de definitie van Convenant Weidegang (> 120 dagen zes uur per dag) in 2013 voor 65% van de melkkoeien.

Het omslagpunt van meer dieren op stal dan in de wei ligt bij de bedrijfsomvang van 150-200 melkkoeien.

Vanaf deze grootte staan er meer dieren op stal dan in de wei.

In 2013 staat 30% van de melkkoeien permanent op stal. Omdat weidegang onder druk staat van de schaalvergroting in combinatie met beperktere mogelijkhed en voor beweiding als gevolg van een te kleine huiskavel zal naar onze verwachting de weidegang verder dalen.

In 2020 zal ongeveer 57% van de melkkoeien nog weiden en neemt het aantal koeien dat permanent op stal staat toe tot 37%.

Daling blijvend grasland is negatief voor weidevogels en bodemkwaliteit

Naast een afname in beweiding constateren we ook een verandering in het graslandgebruik.

De afgelopen jaren is het graslandareaal licht gedaald en neemt het areaal tijdelijk grasland relatief gezien toe.

Er is daarbij een duidelijke relatie geconstateerd met de omvang van het bedrijf.

Naarmate de bedrijven groter worden neemt het percentage tijdelijk grasland toe.

Ook richting 2020 is de verwachting dat het areaal tijdelijk grasland zal toenemen ten koste van het areaal blijvend grasland.

Dit heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit, met name weidevogels, en bodemkwaliteit.

Landschapseffecten schaalvergroting vooral zichtbaar op de erven

Het Nederlandse landschap is een cultuurlandschap dat door de eeuwen heen stukje bij beetje door de Mens en het landbouwkundig gebruik is gevormd.

Hoewel het areaal landbouwgrond de laatste decennia gestaag daalde en andere vormen van grondgebruik visueel vaak meer impact hebben, blijft de landbouw en de melkveehouderij in het bijzonder, als grootste ruimtegebruiker sterk bepalend voor het Nederlandse landschap.

De effecten van de recente ontwikkelingen van de melkveehouderij in Nederland zijn minder ingrijpend op de structuur van het landschap dan de verandering vanuit een langere termijn bezien.

Op de erven zien we de meeste dynamiek.

Door de schaalvergroting ontstaan er grotere schuren voor het vee.

Daarnaast worden de voersilo’s groter en zien we op diverse erven mestsilo’s ontstaan.

Deze ontwikkeling zal zich tot 2020 verder voortzetten.

Een groene inpassing van het erf in de omgeving ontbreekt vaak.

De effecten zijn afhankelijk van de situatie, zoals in hoeverre de nieuwe schuren passen bij de schaal van het landschap en bestaande landschapskwaliteit.

Huiskavelgrootte neemt af en is een risico voor behoud weidegang

Een goede verkaveling is belangrijk voor de melkveehouderij en de huiskavel moet groot genoeg zijn om te kunnen beweiden.

Dit blijkt voor veel melkveehouders een knelpunt te zijn.

De verkavelingssituatie is in veel gebieden matig en verslechtert bij doorgaande schaalvergroting (meer versnippering).

Hier valt nog veel winst te behalen in het voordeel van de melkveehouder

Trends 2015 Lieke en Richard Lamb

http://trend2015.nl/

Onderwijs 2032

http://onderwijs2032.nl/

Open Education Org. en de vervolgstappen van 2014

Door Claire Boonstra, oprichter

Eind van het jaar, tijd voor reflectie. Een terugblik op 2014 maar eigenlijk een terugblik op de afgelopen 2,5 jaar sinds de start van œ Operation Education. En plannen en voorproefjes: een Education Warehouse, een nationale onderwijsdag, het freedomlab en meer.

Dit vind je in dit blog:
- Waarom œ Operation Education begon
- De manier waarop œ Operation Education werkt
- Perspectief: 100 jaar
- De waarom-gaan-we-naar-school-dag
- Poortwachters
- 100 open vragen
- Een nieuwe documentaire over het doel van onderwijs
- Onderwijsheldenboek & Education Warehouse
- Kloppend hart: ontmoetingen - en de daaruit volgende plannen
- United4Education
- Fysieke infrastructuur via Seats2Meet
- Studio Education - Freedomlab
- Presentaties, lezingen en interviews
- Verdienmodel & sociale overwaarde
- Balans & verbinding: bruggen bouwen

Perspectief: 100 jaar

Kinderen die nu geboren worden, hebben volgens diverse onderzoeken al een levensverwachting van 100 jaar.
Wat betekent het om 100 jaar te leven in een samenleving die steeds sneller verandert?
Wat is dan belangrijk om te leren?
En wat is daarin de rol en het doel van onderwijs?
Dit is de basisvraag die ik mezelf telkens weer stel - en waaraan we volgens mij alles wat we doen moeten toetsen.

Er wordt mij en anderen van œ Operation Education wel eens gevraagd of we ons richten op een bepaald deel van het onderwijsveld - het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, of andere onderwijsvelden.

Deze vraag toont vooral dat de vragensteller denkt vanuit het systeem zoals het nu is.

Als je echter uitzoomt naar het brede perspectief, waar we naartoe willen, dan is dat het perspectief van een leven lang leren.

Dat leren begint op de dag van je geboorte (zelfs al daarvoor) en eindigt op de dag dat je je laatste adem uitblaast.

œ Operation Education beperkt zich dus principieel niet tot een deel van het onderwijsveld.



Balans & verbinding: bruggen bouwen

Als je alles samenvat, blijkt dat alles om één ding draait: het herstellen van de balans en de verbinding.
Die moeten we terug zien te vinden.
Er zijn zoveel verbroken verbindingen.

Bijvoorbeeld die tussen:
Mensen binnen en buiten het onderwijs
‘Hoger’ en ‘lager’ in de maatschappij
Pioniers en traditionelen
Snelheid en zorgvuldigheid
Wetenschap en intuïtie
Vertrouwen en verantwoording
Hiërarchie en ecosysteem

Het herstellen van balans en verbindingen kan alleen gebeuren als alle partijen begrip voor elkaar opbrengen.
Als we geen beschuldigende vinger meer naar elkaar wijzen of elkaar wantrouwen - maar gezamenlijk zoeken naar een gewenst punt op de horizon, en daar vervolgens gezamenlijk naartoe werken.
Bruggen bouwen dus.

Wij als œ Operation Education, als United4Education en aangesloten organisaties committeren ons aan het bouwen van bruggen.

Dat is wat ons bindt.

Doe je mee?

Welke brug bouw jij?

http://united4education.org/

http://www.trouw.nl/tr/nl/4556/Onderwijs/article/detail/3729707/2014/08/31/Scholen-kom-uit-die-kramp.dhtml

https://blendle.com/i/nrc-handelsblad/ik-heb-meestal-gewoon-het-beste-verhaal/bnl-nrc-20141122-1440122/welcome

http://paper.bussumsnieuws.nl/open/cab77341#p12

http://onderwijs2032.nl/

http://www.onderwijsheldenboek.nl/

http://www.watishetdoelvanonderwijs.nl/

http://www.vanmavototharvard.nl/

http://www.aeneas.nl/shop/boeken/verandering-van-tijdperk.396335.lynkx

http://www.youngworks.nl/motivatie

http://hetkind.org/agenda/

zondag, december 07, 2014

Verslag Ontdekkingssessie 30 oktober 2014

Er gaat meer geld door de wijk dan we denken en met dat geld kunnen we veel meer doen. Zelfs als er geen geld is, kunnen we toch meer waarde in de wijk creëren en uitwisselen. Welke geldstromen zijn er? Hoe kunnen we ze beter benutten?

En wat is daarvoor nodig?

Dat waren de centrale vragen op de Ontdekkingssessie Geldstromen door de wijk die op initiatief van Labyrinth Academy en Pieter Buisman Advies op 30 oktober 2014 werd gehouden in De Pionier/The Colour Kitchen in Utrecht.

Een kort verslag.

Minder geld

Juist op de verbinding van geldstromen valt veel te winnen. Daarom waren deelnemers uit verschillende organisaties en sectoren uitgenodigd: zelfstandige ondernemers actief in wijken met zorg, gezondheid en deeleconomie, gebiedsregisseurs en beleidsontwikkelaars uit het sociale, fysieke en financiële domein van gemeenten, adviesbureaus, rijksoverheid en koepelorganisaties. Hun drijfveren en vragen waren even divers, maar de rode draad was helder: er is minder geld, de opgaven worden groter, hoe krijgen we dat voor elkaar?

Vele miljoenen

Aan de hand van een onderzoek in Oss gaf Pieter Buisman een beeld van wat er aan geldstromen door de wijk gaat. Door technologische innovaties kunnen we een groter deel van die stromen binnen de wijk houden en effectiever inzetten, en kunnen we waarden activeren die voorheen niet konden worden aangeboord. In een doorsnee wijk gaat het al gauw om vele miljoenen per jaar. Energiebesparing en –productie en verhuur van woonruimte via Airbnb zijn daarvan voorbeelden. Deze vernieuwingen komen met oplossingen die buiten de bestaande stelsels liggen. Ze lopen daardoor nogal eens tegen gevestigde belangen en regelgeving aan, al gaan ze net zo makkelijk om dergelijke blokkades heen. De kunst is daarom over de eigen grenzen heen te kijken, en ruimte te geven aan ondernemende initiatieven.

Passie voor poen

Want waarde komt vooral voort uit ondernemerschap. Nathan Rozema hield een vlammend betoog voor commercieel denken en handelen, ook in het sociale domein. The Colour Kitchen is daarvan een mooi voorbeeld. Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt leren hier een vak in een draaiende onderneming die investeert en winst maakt. Wijkeconomie en buurtondernemingen komen niet tot bloei vanuit de gevestigde, gesubsidieerde instellingen, maar vanuit mensen die durven te investeren en de kunst verstaan om op de behoeften uit de wijk in te spelen en daarmee geld te verdienen: mensen die passie hebben voor poen en risico nemen. Instellingen en overheden kunnen helpen die risico’s te beheersbaar te maken door drempels weg te halen en voorzieningen aan te bieden die collectief voordeel geven. Combineer groot met klein, want niet alles kan van onderop: grote, slimme partijen moeten meehelpen en zaken vlot trekken.

Recht om uit te dagen

Dat schept voor bewonersbedrijven condities om stap voor stap door te groeien naar echte ondernemingen. Milou Althof en Marieke Boeije van LSA lieten zien hoe bewonersbedrijven leegstand oplossen, banen creëren en sociaal kapitaal activeren. Vastgoed is belangrijk als ontmoetingspunt, maar ook voor het verdienmodel. Een belangrijke waarde is dat winst terugvloeit naar de wijk. Belangrijk voor bewonersbedrijven is ‘the right to challenge’. Dit geeft burgers het recht om mee te dingen, bijvoorbeeld naar het groenbeheer in hun wijk. Dan krijg je ook echt het budget van de hovenier i.p.v. een fooi uit het leefbaarheidsbudget. Want het is belangrijk dat je echt bij de geldstroom komt.

Als het geld op is…

Toch kan het ook zonder geld. En dat zal soms ook moeten. Erik Boele – de Zeeuw van New Tribes liet een scala van mogelijkheden zien om waarde met elkaar uit te wisselen zonder dat daar ‘echt’ geld aan te pas komt. Voorbeelden van dergelijke ‘community currencies’ waarmee onderling diensten kunnen worden uitgewisseld op basis van punten, tijd of lokale munten, zijn LET’s, Timebanks, Zuiderlingen en Fureai Kippu. Deze systemen, waarbij duizenden mensen zijn aangesloten, zijn niet nieuw, maar een belangrijk verschil met vroeger is dat technologie als internet drempels wegneemt, transactiekosten verlaagt en een marktplaats creëert, waardoor met een ander soort geld veel meer interacties ontstaan en de waarde toeneemt.

Geldstromen in de wijk

Crisis en bezuinigingen wekken creativiteit op die leidt tot nieuwe oplossingen. De succesvolle voorbeelden daarvan worden gedreven door ondernemerschap: kansen zien waar de traditionele instellingen langsheen kijken, daaraan geld verdienen, maar daarvoor ook risico’s durven nemen. Ondernemers zijn daardoor in staat diensten en producten efficiënter en effectiever te leveren, maar bovendien verborgen vermogen te activeren.

De gewone wijkbewoner krijgt zo meer voor elkaar, want hij bepaalt zelf waaraan en hoe hij zijn verschillende ‘talenten’ wil besteden: euro’s naar huur, zuiderlingen voor zorg.

Geldstromen die ogenschijnlijk ver uit elkaar liggen, als investeringen in vastgoed en kosten van thuiszorg, komen zo door lokaal ondernemerschap via de gewone wijkbewoner bij elkaar. Aan de institutionele partijen is het hiervoor de ruimte te creëren en zich scherper te profileren op wat hen echt uniek en onderscheidend maakt.

This is the first day of the rest of your life