vrijdag, januari 25, 2019

Nieuwjaarsreceptie in de Pauluskerk 2019

U kunt u zich nog aanmelden voor de Nieuwjaarsbijeenkomst
van de Rotterdamse Sociale Alliantie (RoSA!) op maandagmiddag
28 januari 2019 van 15:00 tot 17:30 uur in de Pauluskerk
(kerkzaal tweede verdieping) aan de Mauritsweg 20 te Rotterdam.
(zaal open 14:30 uur).

-----------------------------------------------------------------------------------------------

Thema van de bijeenkomst is:
Een toekomst zonder armoede en schulden!?
-----------------------------------------------------------------------------------------------

Uw aanmelding kan per e-mail: nj19@rosarotterdam.nl. Of per
telefoon 010 411 15 16. De bijeenkomst is gratis.
-----------------------------------------------------------------------------------------------

Programma
14:30-15:00 Inloop, koffie en thee

15:00 -15:10 Introductie door de voorzitter van RoSA!

vanaf 15:10 Presentaties door en interview met de sprekers onder
leiding van dagvoorzitter Alexander Borst van Stichting
Samen 010. Rondom het programma is er muziek van
Janine Wegman.

15:10-15:20 Marco Florijn is voorzitter van de NVVK (branchevereniging
voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en voormalig
wethouder Sociale Zaken Rotterdam. Hij geeft in het kort
aan welke ontwikkelingen hij ziet vanuit de NVVK en het
landelijk overheidsbeleid.

15:20-15:40 Dubbel interview met Sarah Reitema en Joeri Kooimans.
Mr. drs. Sarah Reitema, finance consultant, (IT-) filosoof
en industrie expert in de food & agro. Zij heeft twee maal
ingesproken om een bijdrage te leveren aan de
veranderingen in het Rotterdams beleid. Met name bij
“het Deltaplan tegen de Armoede”, wat momenteel
ontwikkeld wordt door wethouder Michel Grauss en
gepresenteerd wordt in maart.
Joeri Kooimans, filosoof en docent Social Work bij de
Hogeschool Rotterdam. Een van de vragen aan hem is
hoe zijn leerlingen de toekomst van het sociaal beleid
zien en welke middelen, kennis en ontwikkelingen zij
nodig hebben om hun toekomstig werk uit te gaan
voeren.

15:40-15:50 Ellen Verkoelen, gemeenteraadslid voor 50PLUS. Zij zal
aangeven wat zij als mogelijkheden ziet voor de
gemeenteraad. Vanuit haar eigen visie en vanuit wat
aangedragen is door de voorgaande sprekers.

15:50 Pauze

16:05 Vragen en opmerkingen van het publiek

16:40 Afsluiting officieel gedeelte

16:45 Kennismaking en netwerken met een hapje en een drankje

17:30 Einde
-----------------------------------------------------------------------------------------------

Een reeks bijeenkomsten
De nieuwjaarsbijeenkomst is de eerste van een reeks bijeenkomsten,
georganiseerd door RoSA! waar ideeën ontwikkeld gaan worden om te
komen tot een stad waar armoede en schulden teruggedrongen worden
en waar sociale uitsluiting niet meer bestaat. Waarin een fatsoenlijk
inkomen de regel is en extreme verrijking niet meer plaats vindt.
-----------------------------------------------------------------------------------------------

Vriendelijke groeten van de Initiatiefgroep
van de Rotterdamse Sociale Alliantie (RoSA!).

Oprichting Stichting Expertisecentrum Armoede Rotterdam (EAR) 2014

https://vimeo.com/95834162

dinsdag, januari 22, 2019

OVER FLEXIBILISERING VAN DE ARBEIDSMARKT

In Nederland hadden we vorig jaar ruim 8 miljoen banen, variërend van 5 tot 50 uur per week. Bij 60 % van die banen ging het om vaste contracten, 40 % betreft flexibele arbeidscontracten. Kijken we naar de werkgelegenheid bij jonge werknemers tot 40 jaar, dan werken 60 % van de jongeren op flexibele basis en zal de trend naar flexiwerk verder voortgaan. Parallel aan de toename van flexiwerk is de tendens naar lage lonen van flexwerkers. Leidt flexibilisering van de arbeidsmarkt tot uitbuiting?

Soorten flexiwerk.
Het meest bekend zijn de ruim 1 miljoen zelfstandigen zonder personeel, vaak aangeduid ook als zelfstandigen zonder poen. Het betreft in het merendeel ex werknemers die o.a. hun oude werkgever als opdrachtgever hebben. Van werkgever naar opdrachtgever is trouwens essentieel voor de meeste flexiwerkers; in de volgende alinea’s wordt dit nader aangeduid. Sommige werknemers zijn uit zichzelf begonnen als zzp-er. Zij kozen bewust voor het ondernemerschap, vaak na eerst jaren ervaring te hebben opgedaan bij een werkgever.

Ruim 2 miljoen mensen zijn niet zelfstandigen maar ook geen werknemers met vaste contracten. Het meest bekend sinds de jaren ‘50 zijn uitzendkrachten, maar thans hebben velen nul-urencontracten, zij werken op afroepbasis, worden gedetacheerd of werken onder een payroll constructie. Nederland kent veel werkenden met een deeltijdbaan, echter wel met een vast contract. Indien mensen werken op oproepbasis zonder dienstverband, is er weer sprake van opdrachtgever i.p.v. werkgever.

Flexiwerk door veranderingen in organisaties.
De lezers van mijn artikelen in de RoSA! Nieuwsbrief kennen mij als econoom. Toch zou ik na mijn afstuderen als werknemer bij de Faculteit Bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit, ook ingewijd worden in de bedrijfskunde (post doctorale opleiding bij de Rotterdam School of Management). Zo leerde ik kennismaken met het verschijnsel organisatie en het organiseren van organisaties, zoals bedrijven.

Midden jaren ‘80 waren bureaucratisch georganiseerde concerns nog model voor het Westerse en Japanse kapitalisme. Miljoenen mensen hadden daarin hun loopbaan (carrière) voor het leven en konden door hun werkgever rekenen op sociale zekerheid in de vorm van doorbetaling bij ziekte, verlof en vakantie, en pensioen. Sterke vakbonden kwamen op voor de belangen van werknemers in een geordend overleg met werkgevers in bedrijven en binnen stelsels van arbeidsverhoudingen zoals in het Nederlandse poldermodel. Sterk, omdat de vakbonden veel leden hadden in concerns en bij de overheidsbureaucratieën.

Midden jaren ‘80 was echter een overgang te zien van Fordisme met bureaucratisch georganiseerde productie naar gedecentraliseerde productie door kleine bedrijven. Bij bureaucratische organisaties was het gebruikelijk om diverse functies intern te vervullen i.p.v. deze te kopen op een markt. Van schoonmaak en beveiliging, kantine tot en met wetenschappelijk onderzoek. Vanaf de jaren ‘80 nam ont bureaucratisering, bekend als ‘outsourcing’ van taken en functies toe, op weg naar platte of slanke organisaties. Was dit een modegril, blijkend uit het toenmalige management jargon, of een gevolg van rechtse politiek?

Nee, het was een gevolg van globalisering van de productie en door technologische ontwikkelingen. Door nieuwe mogelijkheden op het gebied van computergebruik werd flexibele specialisatie van de productie mogelijk (Zie Piore, Sabel, 1984) en kon afstand worden gedaan van massa fabricage als zijnde goed en goedkoop. Globalisering van productie en handel werd bevorderd door steeds lagere transportkosten. 10 jaar later, met de komst van het internet, werd het ook makkelijker om delen van productieprocessen te verplaatsen naar lage lonen landen, zoals administratie en call centra naar India. Industrie- arbeid werd verplaatst naar lage lonen gebieden, zoals taxfree zones in China.

Flexiwerk door verandering in de organisatie van werk.
In bureaucratische organisaties is het bekend dat taken en rollen, dus functies, geordend zijn in een vrij stabiele vaste organisatiestructuur. Saai en stabiel, maar ook zeker voor werknemers, zeker van werk, inkomen, loopbaantrajecten en tenslotte pensioen. Weinig uitdagend en mogelijk ook niet kansrijk voor degenen die meer wilden dan zo’n keurslijf… maar afhankelijk van beroepstype kon niet iedereen makkelijk voor zichzelf beginnen, een bouwvakker wel, of een boekhouder, een lopende band werknemer niet.

In niet meer bureaucratische organisaties is een verschuiving te zien van vaste taken en rollen naar projectmatig werken. Werknemers worden per project ingezet als lid van een tijdelijk team. Zodra sommige werknemers tijdelijk geen opdracht hadden, werden zij doorbetaald door de organisatie, omdat ontslag en wederom aannemen meer tijd en geld kostte. Maar intussen nam het ‘mean and lean’ type organisatie in aantal toe, bestaande uit een kleine directie en enkele kernafdelingen zoals ontwerp, marketing en verkoop. Alle overige werkzaamheden worden uitbesteed, vaak op globaal niveau. Het personeel bestaat dus uit een kleine groep van vaste werknemers en een grote schil van flexiwerkers op losse contractbasis. Overigens moet niet teveel waarde gehecht worden aan het begrip vaste banen. Veel organisaties worden door fusies, overnames of reorganisaties totaal anders dan de oude organisatie en kunnen bepaalde werknemers niet meer gebruiken, i.h.b. ouderen.

Opkomst van een precariaat.
In 2000 schreef de bekende Amerikaanse socioloog Senett over de opkomst van de flexibele mens (corrosion of character). In toenemende mate werden organisaties veranderlijke of tijdelijke netwerken van (projectmatige) activiteiten. Werknemers moeten steeds meer gericht zijn op korte termijn doelen en veranderlijke taken en rollen. Tegenwoordig wordt dat in jeuktaal op kantoor ‘agility’ genoemd, een behendigheid om snel in te spelen op veranderlijke situaties. Vaste werknemers met trouw voor de organisatie of hart voor het bedrijf zijn passé.

Flexiwerkers zijn geen lid van een organisatie maar tijdelijke deelnemers, meestal zolang als een project duurt. In werkloze tussentijden worden zij niet betaald zodat zij of wel steeds moeten teren op hun financiële reserves of een uitkering moeten aanvragen. Voorzover dat in hun land mogelijk is, zullen zij een beroep moeten doen op bijstands type regelingen. Zij komen niet in aanmerking voor werkloosheidsregelingen die geldig zijn voor vaste werknemers na een bepaalde werkperiode. In geval van een conjuncturele crisis zullen dus vele flexwerkers in de bijstand terechtkomen of moeten leven van het inkomen van hun partner. Kortom een groot gevaar op armoede, dat vele flexwerkers evenzo treft wegens lage betaling voor hun opdrachten. Ze zijn bekend als werkende armen.

Gevolgen van flexwerk.
Senett beschreef hoe langdurige onzekerheid inwerkt op het karakter van mensen alles wat ze hebben en doen is precair geworden. Maar die individuele onzekerheid slaat ook terug op de maatschappij, waarin het begrip sociale zekerheid wordt uitgehold, net als een systeem van arbeidsverhoudingen,dat was gebaseerd op vaste werknemers in min of meer vaste organisaties. Toen in 1999 de Flexwet werd aangenomen in Nederland, reageerde de vakbeweging er lauw op; men verdedigde vooral de belangen van mensen met vaste banen, vaak ouderen die overigens ook werden bedreigd door ontslag en daarmee verlies van pensioensopbouw. Mogelijk eén van de redenen dat de vakbeweging de aansluiting miste bij (jonge) flexwerkers die niet eens een pensioen opbouwen tenzij zij rijk genoeg worden om dat te kunnen opsparen.

De toekomst.
Ik vermoed dat flexwerk een blijvende trend wordt, men solliciteert niet meer naar een baan maar probeert opdrachten binnen te halen of start zelf projecten op. Zo dit de toekomst wordt van ‘de’ arbeidsmarkt, is het nodig om een stelsel van basisinkomens in te stellen omdat anders de financiële ellende niet is te overzien als mensen steeds van tijdelijk werk naar tijdelijke uitkeringen moeten hiphoppen omdat continuïteit van werkzaamheden vaak het grote probleem is bij flexwerk. Zoals in mijn eerdere artikelen over basisinkomens is zo’n regeling ideaal voor kleine ondernemers, artiesten en ook studenten, mits dit inkomen ongeveer op bijstandsniveau netto is, dus 1.000 euro per maand inclusief ziektekostenverzekering. Op dit moment is het moeilijk om een betaalbare verzekering voor arbeidsongeschiktheid te regelen. Willen wij flexwerk zien als de norm, dan zou het ook goed zijn als de overheid een regeling treft in geval arbeidsongeschiktheid, die thans vrijwel alle flexwerkers op termijn de armoede injaagt. Over pensioenopbouw voor flexwerkers wordt nog nagedacht. De politiek heeft er moeite mee dit verplicht te stellen, en flexwerkers allicht ook zolang hun inkomen geen of weinig spaarmogelijkheden biedt.

De vraag in hoeverre flexwerk kan leiden tot uitbuiting hangt vooral af van individuele kwaliteiten van enkelen of gebrek aan collectieve organisatie door de meesten met flexwerk. Hoogopgeleide specialisten, vaak met eerdere werkervaring binnen organisaties, maar ook bekend geworden flexwerkers in hun sector, kunnen eisen stellen met betrekking tot hun tarieven. Veel overige flexwerkers moeten het hebben van collectieve organisatie, dus nieuwe vakbonden. De socioloog Marguerite van den Berg stelde dat het precariaat wel massa heeft, maar geen collectief, waardoor zij geen looneisen op tafel kunnen leggen en zelfs politieke macht kunnen hebben, zoals wel de vakbeweging in het verleden.

door Tjeerd de Boer

STAND VAN ZAKEN AMSTERDAMS EXPERIMENT VERDIENEN MET EEN DEELTIJDBAAN NAAST JE UITKERING

De gemeente heeft besloten, het experiment verdienen met een deeltijdbaan naast je uitkering uit te breiden.
Begin januari zijn 35.000 brieven de deur uitgegaan gericht aan de Amsterdamse bijstandsgerechtigden met de mededeling dat inschrijving voor het experiment opnieuw wordt opengezet.
Van 1 januari 2019 tot 1 maart 2019 kunnen mensen zich opnieuw aanmelden.

Er zijn tot nu toe 3000 huishoudens die zich in de vorige ronde hebben aangemeld.
Het aantal individuen ligt dus hoger.
Het gaat om ca 2500 lopende uitkeringen in het kader van de Participatiewet.
500 deelnemers zijn sinds de vorige aanmeldperiode inmiddels uitgestroomd.
Zij blijven echter gevolgd worden, omdat ze kunnen terugkeren in de uitkering en dan weer meedoen.
Van de deelnemers aan het experiment heeft ongeveer 60% deeltijdwerk of kortdurende inkomsten gehad uit arbeid.

Het onderzoek wordt verlengd omdat de nulmeting met interviews niet op tijd was afgerond.
Daardoor zou voor het wetenschappelijk onderzoek maar 1 jaar beschikbaar zijn in plaats van twee jaar.
In overleg met de wethouder is besloten, het onderzoek te verlengen om voldoende tijd voor het wetenschappelijk onderzoek te hebben en het wetenschappelijk onderzoek uit te breiden naar welke effecten het vrijlaten van de premie heeft.
Bovendien wil men nieuwe instromers in de bijstand de kans geven aan het experiment mee te doen.

1672 mensen die zich bij de vorige inschrijfperiode hebben aangemeld hebben in november de tweede premie ontvangen.
Daaraan is 1,7 miljoen euro besteed.
Over de verstrekking van de premie is tot op heden maar 1 klacht binnengekomen.
Vaak was het mensen niet duidelijk, dat als een maand boven de bijstandsnorm zit, en geen uitkering ontvangt, je ook geen premie krijgt over die maand.
Volgens rapportages van de helpdesk die vragen binnen krijgen van het gemeentelijk call-center zijn er in totaal 120 vragen over de premie binnengekomen.
De piek was in december, na de uitbetaling in november, toen er 25 vragen zijn gesteld.

Naast de mensen die meedoen aan het experiment en die vaak een deeltijdbaan hebben, permanent of tijdelijk, zijn er ca 1400 mensen die parttime werk hebben en die niet meedoen.
Er zal in het kader van het wetenschappelijk onderzoek een apart kwalitatief onderzoek komen naar deze mensen
Zij zullen dan worden geïnterviewd.

In 2016 had 6,6% van het aantal bijstandsgerechtigden een deeltijdbaan.
Dit is in 2017 gestegen naar 7,1%.
Een groot deel van de parttime werkenden zit in trede 2.

ZZP-ers die in de bescheiden schaal regeling vallen doen ook mee aan het experiment.
IOAW en IOAZ en BBZ-uitkeringen zijn uitgesloten van het experiment.
Mensen in die uitkeringen mogen geen incentives ontvangen.
Zij mogen geen uitstroompremie hebben.
De wet staat dit type experimenten alleen toe voor klanten die een Participatiewet uitkering hebben.
Alleen als er dus een IOAW- of IOAZ-uitkering is met een aanvullende P-wet-uitkering is deelname mogelijk.

Aan het experiment doen ook mensen mee die urenbeperkt zijn (dit kan gevolg zijn vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking).
Ongeveer de helft van de Pantar medewerkers doen mee met het experiment.

Mijn eerste opmerkingen:
Het zou interessant zijn eens te onderzoeken, in hoeverre het fenomeen van in Amsterdam ongeveer 4.000 bijstandsgerechtigden die part-time werken met een uitkering de flexibilisering van de arbeid bevordert,
dwz dat werkgevers zich niet hoeven in te spannen om banen te creëren waarvan je kunt rondkomen, en banen kunnen creëren voor bijvoorbeeld piekproductie waarvan je niet kunt leven waarbij aanvullende eisen worden gesteld, die je de hele week binden.

Voorbeeld zijn sommige postbezorgers bij Post.nl, die maar ongeveer 20 uur in de week werk hebben en loon, waarbij de eis gesteld wordt dat ze de hele week oproepbaar/beschikbaar zijn.
Je kunt er dan dus geen andere deeltijdbaan naast nemen en als je met het aantal uren dat je bij post.nl werkt beneden de bijstandsnorm blijft, moet je een bijstandsuitkering aanvragen.
Daarvoor zouden de sectoren/bedrijven waar de mensen werken bekend moeten zijn en de voorwaarden die die bedrijven stellen, zoals post.nl.
En of veel bijstandsgerechtigden op basis van oproepcontracten werken, waarbij je voortdurend beschikbaar moet zijn.
Natuurlijk zijn er in dit verband nog andere vijvers waaruit Post.nl kan vissen, mensen met andere uitkeringen of gehuwden waarvan een partner een stabiel volledig inkomen heeft en de ander er zo’n flexibel deeltijdbaantje bijneemt.

In het verlengde daarvan ligt de vraagstelling in hoeverre de Participatie wet en eventuele andere uitkeringen werken als smeermiddel op de arbeidsmarkt, dwz de bevordering van goedkope, flexibele arbeid en zorgen dat daar voldoende arbeidskrachten voor beschikbaar zijn.
In dit verband moeten we ook denken aan flextensieconstructies en het werken met behoud van uitkering.

Dit zijn de schattingen van de FNV. Het gaat alleen al bij werken met behoud van uitkering om ongeveer 20 duizend arbeidsplaatsen (voltijdse werkweek).
Maar aangezien de mensen gemiddeld 20 uur per week werken, gaat het om minstens 40.000 bijstandsgerechtigden.
Als je rekent dat de tewerkstelling gemiddeld een half jaar duurt, gaat het om 80.000 bijstandsgerechtigden die korter of langer durend met behoud van uitkering werken gerekend over een heel jaar van de 400.000 die er in Nederland zijn.

De FNV komt tot deze schatting op basis van CBS gegevens dat er 160 duizend voorzieningen zijn afgegeven in 2016.
Helaas houd het CBS niet bij wat een voorziening precies is maar als de helft met werk te maken heeft dan blijven 80 duizend over.
Gemiddeld 20 upw dus halve werkweek.
Is 40 duizend. 6 maanden gemiddeld dus 20 duizend arbeidsplaatsen per jaar.

Ik denk dat deze effecten van experimenten zoals in Amsterdam en in het verlengde daarvan misschien de invoering van een partieel basisinkomen moeten worden onderzocht.

Piet van der Lende

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam
info@bijstandsbond.org

zondag, januari 20, 2019

Beursvloer Barendrecht

Op 7 maart 2019 om 16.30 uur geeft burgemeester Van Belzen het startschot voor wederom een krachtige beursvloer. De beursvloer is DE plek waar bedrijven, scholen en stichtingen elkaar vinden in vraag en aanbod, zonder dat er een cent wordt uitgewisseld, aldus Sanders van de Barendrechtse Uitdaging.

Op de maatschappelijke Beursvloer bieden we maatschappelijke organisaties en bedrijven de kans om iets voor elkaar te betekenen. Knelpunten van verenigingen en stichtingen op het gebied van Menskracht, Materialen en Middelen worden door het bedrijfsleven opgelost met gesloten beurs. In één of twee uur tijd onderhandelen ze samen over vraag en aanbod. Verenigingen en stichting bieden op hun beurt een tegenprestatie die past bij het karakter van hun vereniging en de match met het betreffende bedrijf.

http://barendrechtseuitdaging.nl/activiteiten/beursvloer/

This is the first day of the rest of your life