dinsdag, oktober 11, 2016

Goede info over huizen in Nederland

https://www.wozwaardeloket.nl

zondag, juni 24, 2012

Local Governments for Sustainability

http://www.iclei.org/index.php?id=about

maandag, april 30, 2012

dinsdag, oktober 18, 2011

Vergrijzing in Nederland

Vergrijzing in Nederland slaat toe in 2011

De arbeidsmarkt staat voor levensgrote veranderingen.
In veel sectoren zal in de komende jaren een groot tekort ontstaan aan werknemers.

Het zat er al 65 jaar aan te komen maar nu is het zover, in 2011 zal een record aantal mensen in Nederland de leeftijd van 65 jaar gaan bereiken.

Nog nooit werden er in een jaar tijd zoveel mensen 65 jaar als in 2011, de vergrijzing van Nederland begint hiermee echt “op gang te komen”.

In totaal zullen er in 2011 ruim 120.000 mensen de leeftijd van 65 jaar gaan bereiken. Dit is het gevolg van de geboortegolf na 1946.

Ook in de jaren volgend op 2011 zal de vergrijzing van Nederland verder toenemen. De komende 8 - 10 jaar gaan nog jaarlijks tussen de 80.000 en 100.000 mensen de leeftijd van 65 jaar gaan bereiken.

Goed nieuws voor de werklozen, want doordat er de komende jaren grote groepen mensen gaan verdwijnen uit het arbeidsproces zal de vraag naar werknemers weer flink gaan stijgen.

De vergrijzing in Nederland is ook slecht nieuws ook voor de gezondheidszorg, immers de groep 65 plussers stijgt snel en deze groep doet een relatief groot beroep op de Nederlandse gezondheidszorg.

Ook betekent de toenemende vergrijzing in Nederland slecht nieuws voor de samenstelling van de Nederlandse bevolking.

Op dit moment staan tegenover iedere 65-plusser 4 werkende mensen, in 2040 zal dat echter zijn gedaald tot slechts 2 werkende mensen voor iedere 65-plusser.

En of we tegen die tijd dus nog genoeg leerkrachten in het onderwijs hebben en vooral ook “handen aan het bed” valt dus nog maar zeer te bezien.

zondag, juli 17, 2011

zondag, juli 03, 2011

ZZP positie in de Overheid

Zzp’er amper aan bod in gemeenten

De zelfstandige zonder personeel (zzp) is bezig aan een opmars, maar vooral buiten de overheid. Binnen de gemeenten is het aandeel zzp’ers in elk geval minder dan 2 procent van het totale personeelsbestand.

Dat blijkt uit onderzoek van TNO dat is uitgevoerd in opdracht van het A+O fonds Gemeenten. Hoewel de enquête niet representatief is, slechts 14 gemeenten deden mee, geeft de verkenning wel een duidelijk beeld over de relatief geringe inzet van freelancers binnen de gemeente.

Voor de context: van de totale beroepsbevolking is ongeveer 9 procent zzp’er. In specifieke sectoren zoals de zakelijke dienstverlening ligt dat aandeel met 15 procent nog een stuk hoger. Reden om het onderzoek te houden, is onvoldoende kennis van de omvang en organisatie van de flexibele schil binnen gemeenten, en specifiek van de inzet van zzp’ers. Binnen de overheid en gemeenten, bestaat volgens het A+O fonds een toenemende behoefte aan flexibele arbeid.

De onderzoekers stellen op basis van de enquête en een aanvullend aantal interviews dat het aantal zzp’ers binnen de meeste gemeenten ‘op de vingers van twee handen’ zijn te tellen. De meest genoemde afdelingen waar ze worden ingezet, hebben te maken met projectontwikkeling en -uitvoering en de ontwikkeling van beleid en strategie. Over het algemeen blijkt dat ze hoog zijn opgeleid, 93 procent heeft een hbo-opleiding of hoger.

Zzp’ers worden vooral ingehuurd vanwege hun specifieke kennis. Daarmee onderscheidt de zzp’er zich van de inzet van bijvoorbeeld uitzendkrachten. Die worden vooral ingezet bij kortdurende piek en ziek.

Tevreden

Over het algemeen zijn de gemeenten tevreden over de inzet van zzp’ers; ze scoren gemiddeld een 7,9. De vaakst genoemde voordelen voor de gemeente zijn kwaliteit, flexibiliteit en lagere kosten. Het direct inschakelen van zzp’ers zonder tussenkomst van een intermediair, of ze inhuren via een groter bureau, is volgens de meeste respondenten goedkoper, terwijl de kwaliteit vergelijkbaar is. De onderzoekers zeggen op basis van het verkennende onderzoek niet te kunnen bevestigen of dat ook daadwerkelijk het geval is. Wat ze wel weten is dat de tarieven van zzp’ers in vergelijking met grotere organisaties, ‘op marktniveau of net daaronder liggen’.

Het belangrijkste nadeel van zzp’ers is dat het zoek- en selectieproces wel veel energie (en geld) kost. Bij een groter bureau of een intermediair is het eenvoudiger en sneller om de juiste expertise bij de opdracht te vinden. Een detacheringsbureau of een grotere organisatie heeft nu eenmaal meer smaken in huis.

Om het zoekproces naar individuele zzp’ers voor gemeenten te vereenvoudigen, wordt vaak een intermediar ingeschakeld. ‘Maar daarmee wordt de aantrekkelijkheid van de zzp’er qua prijs vaak weer teniet gedaan’, aldus de onderzoekers.

Een ander nadeel van het direct benaderen en inzetten van zzp’ers is het gebrek aan continuïteit door de kwetsbaarheid van de éénpitter bij bijvoorbeeld ziekte. Hoewel de zzp’er niet doorbetaald hoeft te worden, loopt het project vaak wel vertraging op omdat de zzp’er vaak niet voor adequate vervanging kan zorgen.

Toekomst
Ten aanzien van de toekomst verwachten twee op de drie gemeenten dat het zzp-aandeel in hun organisatie verder zal toenemen. Hoewel de politieke druk om externe inhuur te beperken groot is, verwacht men binnen die externe inhuur meer met zzp’ers te gaan werken in plaats van met andere organisaties of detacheringsbureaus. In het regeerakkoord uit 2010 staat niet voor niets met zoveel woorden dat zzp’ers en mkb’ers meer kansen moeten krijgen bij het verkrijgen van overheidsopdrachten. ‘De opdracht van de nationale politiek lijkt: beperk de externe inhuur bij de uitvoering van overheidstaken, maar als wordt ingehuurd, dan moeten meer kansen worden gegeven aan het mkb en zzp’ers’, citeert het rapport vrijelijk uit het regeerakkoord.

Bovendien voorzien de onderzoekers dat wanneer de economie weer aantrekt, de druk om externe inhuur te verminderen afneemt. In de dan krapper wordende arbeidsmarkt zal dan een gebrek aan eigen personeel ontstaan. Een reden temeer om zzp’ers in te huren. Een minderheid (14 procent) verwacht desalniettemin dat het aandeel zzp’ers juist zal dalen.

woensdag, juni 15, 2011

zondag, mei 15, 2011

Stadswerker: magazine van de stad Rotterdam

Stadswerker

woensdag, mei 04, 2011

Centraal Bureau Fondsenwerving

Alle goede doelen op een rij

maandag, april 25, 2011

Kenniscentrum Overheid

Kenniscentrum stedelijke vernieuwing

zaterdag, april 23, 2011

zondag, februari 13, 2011

Animatiefilm over Econ Verkenningen Rdam 2011

EVR 2011

Monitor Arbeidsmarkt december 2010

Uitgaven van Min. SOZAWE

zondag, januari 30, 2011

De Bouw in 2025 Toekomst scenarios

2025: de keten heeft zich volledig omgedraaid…

Hoe meer je nadenkt over de toekomst, hoe beter je vandaag kan ondernemen. Hoe ziet de bouw- en vastgoedwereld eruit in 2025? Op basis van de kennis en inspiratie die wij hebben opgedaan tijdens talloze gesprekken en de strategische bijeenkomst Toekomst Bouw èn met behulp van onze future proof technieken formuleerden wij drie scenario’s voor uw toekomstige afzetmarkt. Want u wilt als ondernemer in de bouw toch ook weten hoe u succesvol blijft? Over 5, 10 of 15 jaar? Hieronder vindt u de wereld in 2025 als we de ontwikkelingen van nu op het gebied van bouwconcepten en technologie doortrekken naar de toekomst.

De bouw anno nu

We schrijven het jaar 2010. De sector heeft het zwaar. Economisch zit het niet mee en de grote leegstand van kantoren vormt een grote donderwolk boven de toekomst van de bouw. Steeds meer mensen pleiten voor ingrijpen. Geen nieuwbouw meer, sloop desnoods. Jarenlang zijn kantoren neergezet zonder te kijken naar de vraag. Nu voldoen die kantoren niet meer aan de huidige eisen en staan ze leeg. Ze worden vaak ook niet mooi gevonden, en niet duurzaam genoeg. Elk bedrijf wil toch graag een kantoor dat past bij de eigen identiteit. En locatie, de oh zo belangrijke locatie. Weilanden volbouwen langs de snelweg is toch niet zo succesvol gebleken. Een kantoorlocatie moet wel een beetje gezellig zijn. En goed bereikbaar, ook met het OV.

Flexibiliteit is het toverwoord voor de toekomst. Behoeften veranderen door de tijd. Kijk alleen al maar naar de verwachte invloed van Het Nieuwe Werken op de vraag naar kantoorruimte. De markt speelt hier nu bescheiden op in. Zoals met het Living Building concept, dat er vanuit gaat dat een gebouw voor een relatief korte tijd wordt ingericht en heel makkelijk moet kunnen worden hergebruikt. Of Solids, duurzame gebouwen die casco worden opgeleverd en kunnen worden ingericht zoals de bewoner dat wil. Flexibiliteit beperkt zich overigens niet tot gebouwen, ook voor gebieden worden al concepten uitgewerkt die aanpassingen in de tijd makkelijk moeten maken.

Belangrijk uitgangspunt van deze concepten is dat wordt geluisterd naar de klant. Naar zijn wensen en behoeften. En dat de aanbieders in de markt hierop hun eigen aanbod gaan ontwikkelen. In dat principe past de Verbouwshop® ook goed. Bij de verbouwshop kunnen bewoners hun aanbouw geheel zelf samenstellen, deze wordt vervolgens in de fabriek in elkaar gezet en binnen een dag geplaatst. De Verbouwshop® is nu één voorbeeld, maar prefab bouwen heeft zeker de toekomst. Zie bijvoorbeeld ook het Cubi-concept.

Daarnaast staat duurzaamheid centraal. Steeds meer bedrijven en consumenten vragen om duurzaamheid en de markt speelt hier ook steeds beter op in. Een mooi voorbeeld is het duurzame drijvende kantoor ARK voor Waternet, dat gebouwd is volgens de principes van Cradle to Cradle. De discussie blijft echter wel: wat is nu werkelijk duurzaam, een nieuw super-duurzaam kantoor bouwen of een oud kantoor verduurzamen?

De bouw anno 2025

Als we bovenstaande ontwikkelingen doortrekken naar de toekomst staan de volgende begrippen centraal: identiteit, locatie, de klant, prefab en duurzaamheid. Als we daar de factor techniek aan toevoegen komen we tot volgende conclusie: de bouw anno 2025 is casco. Geen nieuwbouw meer, maar bestaande kantoren strippen tot casco. Tenminste, op die locaties waar nog vraag naar is. Esthetiek doet er aan de buitenkant in de bouw niet meer toe. Architectuur wordt namelijk niet meer gecreëerd met bouwmaterialen, maar met techniek. Het gaat om duurzaamheid, isolatie, flexibiliteit en locatie. De techniek doet de rest.

De techniek leidend? Jazeker, want met een dergelijke nadruk op duurzaamheid en een dergelijke behoefte aan flexibiliteit kan de techniek niet meer volgend zijn. De installaties vormen het hart van het gebouw en moeten ook flexibel zijn. Ze kunnen niet meer ‘even op het laatst’ worden toegevoegd. Techniek gaat echter zeker niet alleen over de installaties. Techniek gaat over het hele gebouw. Waar we nu een gevel elk mogelijk aangezicht kunnen geven met 3D belichting, zo kunnen we in 2025 met metamaterialen elke gevel (elk gebouw) creëren die we willen. We bedekken enkel het casco met magnetisch materiaal, dat elke mogelijke vorm en elke mogelijke kleur kan aannemen. Een bestaand gebouw en toch een geheel eigen gebouw – een eigen identiteit? Dat is in 2025 geen enkel probleem.

Dat geldt ook voor de binnenkant van het gebouw.  In 2025 werken we flexibel. Het ene moment thuis, het andere moment onderweg of op kantoor. Zijn we nog in dienst? Misschien. Misschien werken we ook wel allemaal als ZZP’er. Kantoren moeten zich kunnen aanpassen, continu. Aan in- en uitlopend personeel, aan fluctuerende aantallen werknemers, aan wisselende projecten. In 2025 kan elk kantoor dus op elk moment elke vorm en elke indeling aannemen die de klant wenst. Prefab kantoorconcepten worden het casco ‘ingeschoven’. Iedereen creëert zo zijn eigen kantoor in een kantoor of zijn eigen kantoor aan huis. We doen aan ‘identity building’.

Op de werking van de keten hebben deze ontwikkelingen een grote impact. Allereerst draait de keten helemaal om. Het begint met de klant en de techniek. Daarnaast kunnen we ons afvragen hoe bepaalde beroepsgroepen (schakels) kunnen overleven in dit nieuwe systeem. Als esthetiek er niet meer toe doet in de bouw, waar blijft dan de architect? In 2025 is architectuur immers voorbehouden aan de creatief programmeurs. En als alles prefab kan worden gebouwd, waar blijven dan de kleinere bouwbedrijven, de bouwvakkers, de medewerkers op de bouwplaats? Of bent u belegger, verhuurt u kantoren? Langlopende huurcontracten zijn definitief verleden tijd. De macht ligt in 2025 bij de klant. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor u, als ondernemer? Bent u klaar voor de toekomst? Weet u welke stappen u moet nemen om succesvol te blijven?

This is the first day of the rest of your life