woensdag, november 16, 2011

Te weinig plek voor startende ondernemers?

Geplaatst op november 13, 2011 door Leo Bolle

verhouding starters/werkende bevolking
Nederland blijkt met een 22ste plaats op de ranglijst onder de maat te presteren, waar het gaat om het aantal startende ondernemingen.

Dat is niet onbelangrijk, aangezien volgens onder meer Prof. Dr. Martin A. Carree de zakelijke activiteiten van vooral nieuwe en kleine bedrijven verantwoordelijk zijn voor de economische groei van een land.
(Prof. Zoltan Acs nuanceert dat oordeel door onderscheid te maken tussen ondernemers uit noodzaak en ondernemers, die tot het ondernemerschap worden aangetrokken vanwege de mogelijkheden die zij zien (“opportunity entrepreneurship”.)
Alleen die laatsten hebben het genoemde positieve effect op de economie.)

Het is dus voor een evenwichtige economische groei van een land belangrijk, dat het juiste klimaat voor innovatieve startende ondernemers geschapen wordt!
Internationaal scoort Nederland niet geweldig op dit punt. Dat ligt waarschijnlijk niet zozeer aan de inspanningen die de overheid en allerlei organisaties verrichten om Nederland aantrekkelijk te maken voor startende ondernemers.
Natuurlijk kan de hele bureaucratische rompslomp en regelzucht nog verder ingedamd worden, maar daar ligt waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak van de lage score.

Een blik op de CBS statistiek inzake de overheidsbegroting maakt wellicht veel duidelijk.
Tussen 1990 en 2010 is het BBP (het nationale inkomen) met een factor van 2,4 toegenomen, van € 244 miljard naar € 588 miljard en zijn de overheidsuitgaven min of meer in dezelfde verhouding meegestegen.
Zou men Nederland beschouwen als één grote onderneming, waarvan de overheid de overhead van het bedrijf vormt, dan wordt de zaak niet efficiënt bestuurd.
Een onderneming, die zijn omzet ziet toenemen met een factor 2,4 en tegelijkertijd zijn overhead met dezelfde factor zou zien stijgen, heeft duidelijk iets niet goed gedaan.
Natuurlijk is in die tijd de bevolking gestegen van 14,8 miljoen naar 16,5 miljoen. Maar dat verklaart uiteraard de enorme stijging van de overheidsuitgaven niet.
Zo bedroegen de uitgaven voor onderwijs in 1950 bij een bevolking van 10 miljoen zielen € 252 miljoen. In 1990 was dat bedrag al opgelopen tot € 13,5 miljard en in 2010 maar liefst tot € 30,5 miljard.
Deze enorme stijging is nog eens extra bedenkelijk, als daarbij het rapport Tijd voor onderwijs betrokken wordt. Daarin staat dat de overheid er de laatste 20 jaar niet in is geslaagd de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Integendeel.

Een deel van de inefficiëncy is waarschijnlijk te wijten aan het grote aantal ambtenaren. Met bijna 1 miljoen ambtenaren is de overheid de grootste werkgever in Nederland.
Daar komt nog eens een legertje van ZZP’ ers in tijdelijke dienst bij. In de landen om ons heen kan men met beduidend minder toe.

De te lage efficiency heeft er bovendien toe geleid, dat zelfs de enorme toename van de rijksinkomsten niet voldoende was om de uitgaven te dekken. Om de begroting sluitend te maken is ook nog eens veel geld geleend.

zondag, augustus 21, 2011

zaterdag, juli 30, 2011

De 10 onmisbare competenties in 2020

1. Hoog denkniveau
Machines/robots zullen voor (eenvoudige) repeterende taken steeds vaker werknemers vervangen. Werknemers zullen hierdoor in de toekomst vooral nodig zijn om hun cognitieve denkvermogen.

2. Sociale intelligentie
De robots die ontwikkeld worden, kunnen lang niet op tegen het menselijk vermogen om sociale signalen en emoties op te vangen. Werknemers zullen zich hierdoor in de toekomst voornamelijk kunnen onderscheiden met hun sociale intelligentie.

3. Situationeel aanpassingsvermogen
Onderzoek wijst uit dat de komende 10 jaar de hogere technische- en managementbanen en de lagelonenbanen zullen toenemen. Beide soorten banen vereisen het vermogen om ad hoc op veranderende omstandigheden te kunnen reageren.

4. Cross culturele vaardigheden
Werknemers komen steeds vaker en makkelijker in contact met mensen uit andere landen/werelddelen. Dit vraagt om de vaardigheid je aan verschillende culturen te kunnen aanpassen en met mensen uit verschillende landen te kunnen communiceren.

5. Denken als een computer
Onze wereld bestaat uit steeds meer processen om data te ordenen. Wanneer je in staat bent om deze processen te begrijpen, zul je ook kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe computergestuurde processen.

6. Nieuwe media kunde
Het aanbod aan informatie via de verschillende mediakanalen groeit enorm. Hierdoor wordt het aan de ene kant steeds belangrijker om op te vallen met aantrekkelijk gepresenteerde content en aan de andere kant om informatie kritisch te benaderen en te kunnen filteren.

7. Multidisciplinaire vaardigheden
Veel van de wereldwijde problemen, zoals het broeikaseffect, vragen om muldisciplinaire oplossingen. Hierbij wordt er van mensen binnen multidisciplinaire teams verwacht dat zij, om tot oplossingen te komen, niet alleen op hun eigen vakgebied maar ook daarbuiten kunnen meedenken.

8. Design mindset
Uit onderzoek is gebleken dat de inrichting van de werkomgeving invloed heeft op onze manier van denken en het daaruit voortvloeiende gedrag. Van werknemers wordt in de toekomst verwacht dat zij per taak het bijbehorende effectieve gedrag kunnen benoemen en de werkomgeving hierop aan kunnen passen.

9. Informatiemanagement
Door het groeiende aanbod aan informatie moeten werknemers gegevens kunnen filteren en zich kunnen focussen op wat belangrijk is.

10. Virtuele samenwerking
De opkomst van virtuele samenwerkingen zorgt ervoor dat werknemers minder direct contact met elkaar hebben. Dit vereist een andere manier van leidinggeven aan en motiveren van teams.

Bron Studentennetwerk.nl

zondag, juli 17, 2011

Verslag CFO dag 2011

Op donderdag 16 juni 2011 verzamelden zich bijna 500 CFO’s in het Grand Hotel Krasnapolsky voor de jaarlijkse CFO Day, hét congres voor senior finance executives in Nederland.

Het thema van deze 10de editie was ‘Value Driven Corporate Sustainability’, oftewel: geen duurzaamheid omdat het moet, maar omdat het waarde toevoegt!

De CFO Day werd voorafgegaan door een preconference programma op woensdag 15 juni.

Preconference programma
Tijdens het preconference programma van de CFO Day op woensdag 15 juni zijn ruim 100 CFO’s en experts aanwezig om alvast een voorproefje te nemen op de discussies en netwerkmomenten die de dag daarna plaats zullen vinden.

De eerste spreker is niet de eerste de beste. Ronald Gerritse, in mei begonnen in zijn rol als bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), spreekt de CFO’s toe over het centrale thema. “De wereld is sterk veranderd de afgelopen 10 jaar”, aldus Gerritse die stilstaat bij enkele van de belangrijkste gebeurtenissen van het afgelopen decennium, zoals 11 september 2001, de moord op Fortuyn, de val van Lehman Brothers en de invoering van de euro. “Hoe bouw je een toekomstvast bedrijf in een tijd met zo veel onzekerheden?”

“Zonder vertrouwen is er geen markt”, stelt Gerritse. “Om een duurzame toekomst veilig te stellen, hebben wij de taak het vertrouwen van de maatschappij terug te winnen. Maar, zie dat maar eens voor elkaar te krijgen in een markt waarin onbetrouwbare financiële producten verkocht zijn en banken zijn omgevallen.”

Volgens Gerritse zijn tenminste vier elementen cruciaal voor het terugwinnen van het vertrouwen. Dat zijn strategie, businessmodellen, governance en communicatie. Voor het eerste element strategie verwijst hij naar de mission statement van Lehman Brothers: ‘Our mission is to build unrivaled partnerships with and value for our clients, through the knowledge, creativity, and dedication of our people, leading to superior results for our shareholders.’ Gerritse: “Deze spreuk is nu voor acht dollar te koop op eBay, een stuk meer dan het aandeel van Lehman Brothers momenteel waard is.”

Gerritse vervolgt met het verdienmodel, ook noodzakelijk voor duurzaamheid. “56 procent provisie op de producten van DSB. Dat heeft niks meer van doen met wat bankieren eigenlijk inhoudt. Voor het element governance kijk ik naar Enron. Ze hadden hun governance, risk management en accounting volstrekt niet op orde. Het management stond erbij en keek ernaar. Er valt nog veel te winnen op dit gebied. Tot slot: communicatie. Interactie met stakeholders is cruciaal om te peilen of alle belangen genoeg in de strategie verwerkt zitten.”

“Al deze zaken zijn nodig voor een duurzaam ondernemingsbeleid. Ook bij de AFM willen we dit bereiken. Het duurzaamheidsbeleid van een onderneming moet kloppen; een organisatie moet zijn footprint serieus nemen. Dat is de beste manier om het vertrouwen terug te winnen.”

Discussies
Na de bijdrage van Gerritse is de toon gezet. De CFO’s bevinden zich naar diverse paralleldiscussies om het onder meer te hebben over de volgende CFO generatie, de groene agenda, de toekomst van Nederland in opkomende markten en de menselijke factor. Hierna vindt een borrel en aansluitend het diner plaats.

Het diner wordt geopend door niemand minder dan burgemeester van Amsterdam; Eberhard van der Laan, die zijn visie deelt op het thema en natuurlijk op de stad Amsterdam, waar de CFO Day sinds 2010 plaatsvindt. Na de speech van de burgemeester wordt er gedineerd en vindt een ‘Finance for Charity’ veiling plaats. Na het diner wordt er door de meeste CFO’s nog lang doorgeborreld. De volgende dag gaat het evenement echt losbarsten.

Duurzaamheid
Op 16 juni 2011 is het aan Michael van Asperen, Community Manager bij Alex van Groningen, om de dag officieel te openen. “De eerste CFO Day vond plaats op Schiphol in 2002.
Nu, 10 jaar later, is er een hechte gemeenschap ontstaan. Het mooiste is dat de CFO’s het gevoel hebben dat dit evenement van hun is. We hebben het vandaag over het thema duurzaamheid. Ik heet u allen van harte welkom.”

Na een verpletterd drum- en percussieoptreden en een inleidende video met de duurzaamheidsvisie van Feike Sijbesma (CEO DSM) en Paul Polman (CEO Unilever) is het woord aan Yvo de Boer. De voormalige secretaris-generaal van het VN-klimaatbureau UNFCCC, schetst eerst enkele mondiale trends die ons allen aangaan.

“Een derde van de bewoners van onze planeet woont op een plek waar waterschaarste heerst, of waar de kwaliteit van het water slecht is”, aldus De Boer. “Dit percentage zal stijgen naar tweederde in de komende 10/20 jaar. Voedsel, water, energie en klimaat; het is allemaal aan elkaar verbonden. Er komt nog meer schaarste aan door de groei van de wereldbevolking en de klimaatveranderingen. Dit vind ik behoorlijk zorgwekkende ontwikkelingen.”

“Tijdens de laatste klimaattop van Kopenhagen is er geen bindend akkoord bereikt. Toch is er positief nieuws. Meer dan 80 staatshoofden zijn gekomen en alle industrielanden hebben zich gecommitteerd aan programma’s voor CO2 reductie. Hoewel het in termen van doelstellingen halen niet goed gaat, zie je wel dat landen op gang komen. Dat stemt me weer optimistisch.”

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het bedrijfsleven?, is de logische volgende vraag. ‘Er gebeurt heel veel”, aldus De Boer. “Alle bedrijven zijn er mee bezig. De vraag is niet langer of, maar hoe. Door een structurele dialoog tussen overheid en bedrijfsleven op gang te brengen kan Nederland wereldwijd leidend worden in duurzaamheid.”

Redenen om met het thema aan de slag te gaan zijn er volop, volgens De Boer. “Risico’s op grondstof- en energietekort bijvoorbeeld, of op imagoschade.
Beleggers, suppliers en andere stakeholders eisen het ook steeds meer en verwachten transparantie van bedrijven over duurzaamheid.
Verder stimuleert duurzaamheid innovatie en leidt het tot kostenreductie en efficiency.

Tot slot biedt het kansen voor inkomstenverbetering door bijvoorbeeld nieuwe producten en diensten.

Kortom, maak uw businessmodel toekomstvast en neem verantwoordelijkheid voor de planeet.”

zondag, juni 12, 2011

Arbeidsmarkt voor kwetsbare groepen

Dynamiek op de NL arbeidsmarkt

Toekomst flexibele arbeid

TNO info

maandag, mei 02, 2011

HBO problemen publicatiedatum mei 2011

Er moet een parlementaire commissie komen die volledig bestaat uit studenten en docenten om de problemen in het hoger onderwijs op te lossen.

GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver gaat dit voorstel doen. Het is niet de bedoeling dat er bestuursleden in die commissie zitten, zegt hij zaterdagavond in het programma Nieuwsuur. “De bestuurders hebben zelf de problemen in het hoger onderwijs veroorzaakt.”

Klaver komt met dit idee voorafgaand aan het debat over het hoger onderwijs, dat de Tweede Kamer na het meireces houdt. Afgelopen week kwamen de rapporten van de Inspectie van het Onderwijs naar buiten. Alle door de inspectie bekeken hbo-opleidingen scoorden een onvoldoende, met de opleidingen van Inholland als dramatisch dieptepunt. Studenten kwamen veel te makkelijk aan hun diploma. ‘Hbo-onwaardig’ was de vernietigende conclusie van de inspectie.

Klaver: “Het is belangrijk dat er geen halfslachtige oplossingen worden bedacht; eerst moet er een analyse komen van het hoger onderwijs. Na een lange reeks van incidenten moet het hbo grondig hervormd worden.” Ook in de HBO-raad, de overkoepelende organisatie van hogescholen, heeft Klaver geen vertrouwen. “Een wereldvreemde organisatie”, noemt hij het. “Zij hebben niet het belang van onderwijs vooropstaan, maar het belang van de instellingen.”

Rendementsdenken

Studenten en docenten weten veel beter wat er speelt dan bestuurders, vindt Klaver. ,,Ik wil het onderwijs teruggeven aan de student. In bestuurders heb ik geen vertrouwen meer; zij zijn veel te veel bezig met rendementsdenken.” De commissie moet adviseren aan de Tweede Kamer en de Kamer gaat dan in het plan van Klaver met haar adviezen aan de slag.
Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) staat positief tegenover het voorstel van Klaver. “Het is belangrijk dat er een fundamentele oplossing komt voor het probleem dat speelt in het hoger onderwijs. De HBO-raad erkent het probleem totaal niet en probeert de situatie keer op keer te bagatelliseren”, aldus voorzitter Guy Hendricks.

Vertrouwen

Sander Breur, voorzitter Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), zegt dat de bond verheugd is te horen dat de politiek de mening van de student wil horen als het gaat om de kwaliteit van het hbo-diploma. “Graag steken wij als studenten al onze kennis en ervaring in een commissie die de politiek mag adviseren. Zowel de arbeidsmarkt als de student moet er hierna weer volledig op kunnen vertrouwen dat geen enkel diploma onterecht uitgegeven wordt. Deze keus ligt in lijn met de roep om de docent en student weer eigenaar te maken van ons hoger onderwijs.”

2011-04-29 | De alternatieve agenda voor onze economie

Binnen het bestuur en de Raad van Advies hebben we de afgelopen maanden meermalen gesproken over de inhoud van ons beleid. Daarbij is natuurlijk ook het “plan Verhagen “aan de orde geweest.

Hij stelt voor om ons te gaan richten op 9 topsectoren en daar dan ook met voorrang in te gaan investeren als overheid en bedrijfsleven.

Innoveren is een besluit en als je het besluit consequent uitvoert halen we met z’n allen het economisch resultaat dat ons voor ogen staat,namelijk: een innovatieve economie die de concurrentie aan kan.

Ik ga de discussie en de keuze voor de sectoren nu niet overdoen, maar in departement Zeeland constateerden ze fijntjes dat “ zij” in de plannen van Verhagen zelfs niet worden genoemd ! Kiezen is dus ook een vorm van verliezen. En toen we gisteravond in de Raad van Advies de discussie over de 9 topsectoren en de uitvoeringsplannen nog eens overdeden, werden ineens thema’s genoemd die niets te maken hebben met economische sectoren maar met de menselijke maat en misschien wel tekort.

Anderhalf miljoen laaggeletterden,
het maatschappelijk tekort als gevolg van een terugtredende overheid,
de digitalisering en z’n onbedoelde effecten.

Voor dat we het wisten waren we bezig met onze eigen Economische Agenda die wel voorziet in plannen waardoor mensen beter voorgesorteerd staan voor de uitdagingen waarvoor ze zichzelf zien staan.

Educatie is de motor van innovatie, zoiets…. 

Wat zou Verhagen daar van vinden?

door: Geert van der Tang
De Maatschappij

zondag, april 17, 2011

SER advies 15 april 2011

SER stelt unaniem advies vast over hoger onderwijs

Er is meer onderscheid in het hoger onderwijs nodig om studenten en de arbeidsmarkt beter te kunnen bedienen. Daarvoor is een veelzijdig en efficiënt onderwijsaanbod nodig, waaronder de associate degree en meer mogelijkheden tot excellentie in hbo en wo. Versnippering van het aanbod aan opleidingen moet daarentegen worden teruggedrongen. Dit zijn enkele aanbevelingen uit het advies Strategische Agenda Hoger Onderwijs Onderzoek en Wetenschap dat de SER vanochtend unaniem heeft vastgesteld.

Namens de vakcentrales voerde MHP-voorzitter Richard Steenborg het woord. “Onze ambitie is om in de top vijf van kenniseconomieën te komen. De kern van dit SER-advies is dat talent zo hoog mogelijk moet worden opgeleid,” aldus Steenborg. Investeringen in het onderwijs vindt Steenborg noodzakelijk. Deze investeringen verdienen zich volgens hem dubbel en dwars terug.

Om de toegankelijkheid het onderwijs te waarborgen, is het volgens Steenborg van belang dat studenten niet tegen financiële drempels aanlopen. De toegankelijkheid wordt ook beter als instellingen in het hoger onderwijs zich meer gaan specialiseren en gaan concurreren op kwaliteit en reputatie. Steenborg: “We hebben een wildgroei aan studierichtingen. De student lijdt aan keuzestress, het zorgt voor meer studieuitval.”

LTO-Nederland-voorzitter Albert Jan Maat onderstreepte namens alle werkgevers het grote belang van het hoger onderwijs voor onze kenniseconomie. Het SER-advies onderschrijft de constatering van de Commissie Veerman dat het huidige hoger onderwijsstelsel niet toekomstbestendig is: grote studie-uitval, te weinig differentiatie en een te versnipperd onderwijsaanbod.
Volgens hem komt dit doordat niet wordt afgerekend op prestaties en kwaliteit, maar op studentenaantallen. Het bedrijfsleven zou als grootste afnemer meer betrokken moeten worden bij het hoger onderwijs. Het advies bepleit hierbij aansluiting te zoeken met de negen topsectoren die het ministerie van EL&I heeft aangewezen. Ook onderschreef hij het pleidooi voor het instellen van de associate degree, een tweejarige hbo-opleiding. Vooral bij het midden- en kleinbedrijf is daar een grote behoefte aan.

Ook de kroonleden onderschrijven de conclusies van het advies, aldus het kroonlid Leo Stevens. Zo moet de basiskwaliteit van het hoger onderwijs omhoog. Daartoe moet de kwaliteit van de docenten worden verbeterd, vooral in het hbo. Met een betere basiskwaliteit kunnen excellentieprogramma’s zich richten op toptalent. Maar het gaat uitdrukkelijk niet alleen om toptalent, het gaat erom het beste te halen uit alle studenten. Ze moeten worden gestimuleerd, geïnspireerd en geënthousiasmeerd. Hij relativeerde het risico van keuzestress. Een verkeerde studiekeuze en studiewisseling kunnen ook een vormende waarde hebben, vond hij. Ook riep hij de hoger onderwijsinstellingen op zich meer extravert op te stellen en mekaar te inspireren en te versterken.

De voorzitter van de commissie van voorbereiding, het kroonlid Peter Ester, gaf aan dat dit advies in een ongekend korte tijd tot stand is gebracht, namelijk binnen een maand.

zondag, april 10, 2011

Week van het Ambacht trapt af in Kyocera (ADO) Stadion Den Haag

Jeannette Noordijk (Ministerie van Onderwijs): ‘Vraag naar vakmensen zal de komende jaren enorm zijn’

De ambachtseconomie heeft tot 2020 ruim een kwart miljoen nieuwe vakmensen nodig om aan de vervangings- en uitbreidingsvraag te kunnen voldoen, zo blijkt uit EIM onderzoeksresultaten. Een actieve promotie van de ambachtseconomie is daarom nodig. Dit bevestigt ook Jeannette Noordijk, directeur Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie van het Ministerie van Onderwijs tijdens haar voordracht op de officiële kick-off van de Week van het Ambacht in het Kyocera (ADO) Stadion in Den Haag op donderdag 7 april. Zij noemde het belang van de ambachtseconomie één van de best bewaarde geheimen van Nederland. “We moeten meer focussen op vakmanschap. De vraag naar vakmensen zal de komende jaren enorm zijn.”

Ruim 250 genodigden vanuit diverse ambachtelijke sectoren, kenniscentra en brancheorganisaties beleefden een gevarieerd programma. Ook Elrie Bakker, voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) sprak passievol over het belang van de ambachtseconomie en ondersteunde haar betoog met harde cijfers: “Circa 1 miljoen vakmensen werken in de ambachtseconomie, we zijn goed voor bijna 110 miljard omzet op jaarbasis.”
Maar, zei Bakker, “de vergrijzing en ontgroening hangen als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Kennis dreigt te verdwijnen en er is te weinig instroom.” Alle hens aan dek daarom, met als kernboodschap dat het ambacht en kiezen voor een loopbaan of opleiding in het ambacht, aantrekkelijk is.

Dat er gelukkig nog jonge vakmensen zijn, bleek wel tijdens de kick-off. Femina Fransman, hoofd arbeidsmarkt en scholing bij het HBA, zette samen met gespreksleider Frits Wester enkele jonge vaktoppers in de schijnwerpers die zich onderscheiden in hun ambacht. Zoals de prijswinnende stukadoor en de ondernemende goud- en zilversmid met meestertitel die een fraaie zilveren schaal toonde. Via korte vraaggesprekjes met Jeannette Noordijk vertelden zij over hun passie.

Na een symbolische presentatie op de catwalk van tientallen ambachtelijke sectoren, verhuisde de actie naar de middenstip van het Kyocera (ADO) Stadion. Daar verrichtte Elrie Bakker, samen met André Timmermans (directeur van UWV WERKbedrijf) en Jan van de Kant (voorzitter Bedrijfschap Afbouw), de letterlijke aftrap in een symbolisch één-twee-drietje. Tegelijkertijd schoten de catwalkmodellen hun confetti-shooters af, waarmee de Week van het Ambacht officieel geopend was.

De Week van het Ambacht vindt plaats van 8 t/m 16 april met regionale events in heel Nederland. Het eerste event is op vrijdag 8 april, ook in het Kyocera (ADO) Stadion, Den Haag. Daarna volgen de regio Utrecht, Twente, Drenthe, Eindhoven en Zuid-Holland Zuid. Daar kunnen (vmbo-) scholieren en werkzoekenden terecht voor een nadere kennismaking, via beroepentesten, demonstraties, prijsvragen en andere activiteiten. En voor informatie over opleidingen en beroepsmogelijkheden in de ambachtseconomie. Bezoekers kunnen er van alles zien, doen en beleven (zie bijlage). Tijdens de week zijn er verder door het hele land activiteiten, zoals de mogelijkheid om bedrijven te bezoeken.

De ‘Week van het Ambacht’ is een initiatief van het HBA en UWV WERKbedrijf met Servicepunt Ambachten waarin het Bedrijfschap Afbouw participeert. Het HBA staat voor de belangen van de ondernemers en werknemers die hun brood verdienen met vakkundig handwerk. Tientallen ambachtelijke branches zijn bij het HBA aangesloten. Het Servicepunt Ambachten is een informatiepunt binnen de Werkpleinen. Zij geven voorlichting over ambachtelijke beroepen, opleidingen, ondernemerschap en werkgelegenheid.

vrijdag, april 01, 2011

Zuidvleugel toekomst visie

Visie 2010-2020

donderdag, maart 31, 2011

zondag, maart 27, 2011

Verslag Kansrijk Verbinden in Zuid november 2010

Pact op Zuid

wil de kansen voor de jeugd van Zuid op de onderwijs- en arbeidsmarkt vergroten door hen een kansrijke studiekeuze aan te reiken, die aansluit bij de kansrijke sectoren van de Stadsvisie van de gemeente Rotterdam. Pact op Zuid verbindt zich met de reguliere spelers om zo de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren, samen met hen een
gezamenlijke strategie te ontwikkelen en de implementatie daarvan te realiseren. Belangrijk is dat de 3 O’s (onderwijs, ondernemers en overheid) goed samenwerken en dat zowel onderwijs, ondernemers en overheid gebundeld stappen kunnen zetten.

Huidige situatie
Hoe kunnen bedrijven elkaar versterken bij het vinden van geschikt personeel? Op dit onderdeel gaf Jean Paul Sosef, vestigingsdirecteur van Wolter & Dros, een toelichting. Er is 12% werkloosheid, waarvan 4% moeilijk plaatsbaar is. Dat betekent dat 8% arbeidspotentie heeft. Door mensen in de juiste richting op te leiden en talenten te stimuleren kunnen de vacatures opgevuld worden. In de regio is het werk (Maasvlakte), in de stad zitten de werklozen. De afstand is fysiek niet ver, mentaal wel. Op sociaal gebied is er vaak geen match en moeten werklozen op het werk veel begeleid worden. De uitval is te hoog en het niveau te laag. Wanneer het mogelijk is leerlingen twee niveaus op te schalen, zijn ze wel geschikt voor het bedrijfsleven. Ondernemers zijn enthousiast en willen investeren, maar komen niet verder.

Het onderwijs heeft ook te kennen gegeven dat de huidige technische opleidingen door het teruglopend aantal studenten ook voor hen niet meer rendabel zijn. Bedrijven geven het belang aan om de scholen in een bedrijfsomgeving (liefst op een bedrijventerrein grenzend aan een woongebied) te vestigen om daar een brede techniekopleiding aan te bieden.

Mogelijke strategie
Als aard van het ontstane probleem wordt genoemd dat techniek uit het normale straatbeeld is verdwenen. Jongeren hebben geen idee meer wat er allemaal gebeurt in de techniek sector. Om het verloren terrein te heroveren moet op een aantal aspecten ingezet worden:

1. techniek weer zichtbaar en aantrekkelijk maken
(verleidingsaspect), negatieve vooroordelen (vuil, zwaar werk) wegnemen en relatie leggen met innovatie (techniek is mooi en sexy);

2. twee technische vakscholen in Rotterdam die het toonbeeld zijn van de technieksector en het beroepsonderwijs;

3. werkzoekenden opleiden binnen technische bedrijven; bedrijven willen zich daarvoor inzetten. Belangrijk is om de belangstelling bij jongeren en hun ouders al vroeg aan te wakkeren, al op de basisscholen. Dat gebeurt al wel met de brandweer en politie.

Ervaringen uit de praktijk

1. KMR
Stichting KMR (Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam) is een samenwerkingsverband van het regionale bedrijfsleven (haven en industrie), de regionale onderwijsinstellingen en lokale overheden. Zij heeft tot doel de economische structuur te versterken middels innovatie in de kennisinfrastructuur. Belangrijk onderdeel daarbij is om structuur aan te brengen in alle initiatieven die op dit gebied langs elkaar heen werken. Door middel van publiekprivate samenwerking werkt KMR (als intermediaire partij) aan optimalisatie en vernieuwing van een kennisinfrastructuur (onderwijs en onderzoek) die nauw aansluit bij en meegroeit met de kennisbehoeften van het betrokken bedrijfsleven. Binnen deze missie richt de kern van de activiteiten van KMR zich op het terrein van het technisch-economisch onderwijs in de regio Rotterdam/Rijnmond/Drechtsteden.

Vanuit de aanwezigen werd het KMR aangewezen als de spil waar het gaat om het verder uitwerken van een strategie. Centraal in de strategie staan het onderwijs en bedrijfsleven die samen de studiekeuze van jongeren (met name van Zuid) kunnen beïnvloeden. De verwachting is dat deze jongeren meer voor techniek kiezen wanneer zij op de hoogte zijn van de aantrekkelijke marktmogelijkheden. Mary Dotsch van KMR pakte deze rol voor haar organisatie direct van harte op.
De aanpak van KMR kenmerkt zich door samenwerking met het onderwijs, maar dat gaat nog moeizaam. KMR vraagt om het bundelen van geldstromen, een gezamenlijk verhaal en een gedeelde strategie.

Manifest VMBO-T
“Er moet zowel op Noord als op Zuid een technische school komen.”
Dat is het doel dat gesteld is in het manifest “Wie redt het VMBO Techniek in de stad Rotterdam” dat is ingediend in maart 2010 door KMR en 80 bedrijven. Er is nu te weinig instroom in VMBO Techniek terwijl er steeds meer vacatures ontstaan. Als dit daadwerkelijk gerealiseerd wordt, gaat het bedrijfsleven daarvan profiteren.

2. Arbeidsmarktgericht opleiden

We moeten nadenken over mogelijkheden voor arbeidsmarktgericht opleiden. Een goede stap zou zijn om beroepsprofielen vanuit het bedrijven af te zetten tegen de onderwijsprofielen. Het beeld is nu dat scholen vooral doen waar ze voor betaald krijgen: zoveel mogelijk diploma’s afgeven. Rob van Engelenburg, FME, opperde het idee om scholen bijvoorbeeld te gaan belonen voor het aantal arbeidscontracten bij het einde van opleiding. Dat is een alternatief voor de huidige prikkel, waarbij scholen moeten gaan nadenken over het vergroten van de marktkansen van hun studenten. Of nieuwe mengvormen van onderwijs/werken: 50% leren op school, 50% leren in het bedrijf. Het gaat immers om de waarde van mensen.
Kanttekening: het breed opleiden voor de maatschappij is de taak van school. Een arbeidscontract klinkt aantrekkelijk, maar het behalen van een diploma waarmee ze kunnen doorstromen naar hoger onderwijs is dat ook. Het onderwijs wil zoveel mogelijk mensen in de techniek hebben. Albeda heeft al een vakcollege op Zuid. Cile Reniers van Albeda gaf aan dat zij er voorstander van zijn dat de opleidingen dicht bij huis aangeboden worden. Het starten van een gezamenlijke technische school is een goed idee, maar dan wel liefst midden in de wijk, omdat veel jongeren tot 16/17 jaar veelal niet buiten hun eigen wijk komen. Heleen de Haan, Nieuw Zorgbeheer, heeft ervaring met peercoaching en benadrukte om vooral snel concreet te worden, anders verliezen we weer een kostbaar jaar.

3. Succesvolle initiatieven

Als er nu niets gebeurt zakt het aantal leerlingen in het techniek onderwijs onder de minimale aantallen die noodzakelijk zijn om opleidingen in stand te kunnen houden. Scholen stoppen dan met deze opleidingen, terwijl het aantal vacatures (mede door de vergrijzing) alleen maar toeneemt. Dat moet gekeerd worden. De praktijk leert dat dat ook kan. Rob van Engelenburg, FME, noemde initiatieven waarmee goede resultaten behaald zijn: Nieuwkoop, Delft, Terborg, Enschede. Deze regionale bedrijfsvakopleidingen hebben een aanzuigende werking, waardoor weer meer leerlingen voor techniek kiezen. Het aantal leerlingen nam toe van 0 tot 40. Best practices waarvan te leren valt.

4. Coördinatiepunt

Chantal van Dord regt, deelgemeente Charlois, opperde het idee van een coördinatiepunt voor beroeps- en studiekeuzeprogramma’s. Er gebeurt in Rotterdam al heel veel op dit gebied, waarvan anderen kunnen leren. Een punt waarin die kennis en ervaring wordt verzameld kan helpen om nog effectievere programma’s te ontwikkelen. Frank Coomans, OBR Economie, bood aan om in samenwerking met KMR, Deltalinqs en EEC te bekijken of er zo’n fysiek punt kan komen.

5. Cultuurspecifieke aanpak

Hoe kunnen we de culturen op Zuid mee laten participeren in de oplossingen? Harry van der Voorn, Zadkine, adviseerde rond dit vraagstuk een integrale business case te ontwikkelen. Onderdeel daarvan zouden acties moeten zijn gericht op ouders, als de belangrijkste beïnvloeders van de studiekeuze van hun kinderen.
Binnen veel culturen is een sterke voorkeur voor kantoorbanen in de administratie en handel. Er leven achterhaalde denkbeelden over de technieksector. Hoe kunnen we ook
in de beeldvorming van ouders de kansen in de techniek aantrekkelijk maken? Bijvoorbeeld door ze het zelf te laten ervaren, door ze mee te nemen in bedrijven en ze te laten zien wat er allemaal mogelijk is. En misschien moet er ook wel gesproken worden met imam’s of buurtvaders om een cultuuromslag te bereiken.

6. West-Europese samenwerking

Tirza Kouwenberg, SoZaWe, gaf aan dat zij ook in West-Europees verband zoekt naar samenwerking met steden en regio’s met een soortgelijke problematiek, en op basis daarvan nagaat welke mogelijkheden er zijn voor gedeeltelijke subsidiëring van de ontwikkelingskosten van de strategie en de uitvoering van enkele implementatiemaatregelen.

Vervolg
Tijdens de brainstormsessie is de volgende initiatiefgroep geformeerd:
- Mary Dotsch - KMR
- Cile Reniers – Albeda
- Harry van den Voorn - Zadkine
- Willem Sulsters & Hidde van de Veer - IkZitopZuid
- Jeroen den Uyl – Twijnstra Gudde
- Chantal van Dordregt – deelgemeente Charlois
- André de Groot – Pact op Zuid

Zij gaan zich bezig houden met de verdere ontwikkeling van de strategie om te komen tot meer mogelijkheden voor “marktgericht onderwijs”. Uiteraard zullen in de verdere uitwerking ook andere aanwezigen betrokken worden en zal de voortgang teruggekoppeld worden.

Input voor de “marktgericht opleiden” strategie:
- leren van succesvolle voorbeelden;
- techniek tussen de oren van kinderen en ouders; - starten op basisscholen;
- basisscholen en middelbare scholen betrekken bij de strategie;
- samenwerking tussen publiek en privaat;
- concrete doelen stellen: bijv. over 4 jaar 100% meer leerlingen techniek en 2 techniekscholen in Rotterdam;
- onderscheid tussen acties op de lange en vooral ook resultaten op korte termijn;
- verschillende culturen vragen verschillende aanpakken; - een fysiek coördinatiepunt is wenselijk.

Achtergrond
Kansrijk Verbinden sessies

André de Groot, procesmanager Economie en Arbeidsmarktparticipatie voor het Pact op Zuid, heeft deze brainstormsessie georganiseerd. Daarvoor waren representanten vanuit onderwijs, bedrijfsleven, brancheorganisaties en intermediaire organisaties uitgenodigd. Onder leiding van Ton Legerstee, JOS, werd naar mogelijkheden gezocht om “kiezen voor techniek en technische opleidingen” voor de jeugd weer aantrekkelijk te maken.
Aan de brainstorm deden ruim 40 deskundigen op het gebied van aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt mee. De nadruk lag vooral op de mogelijkheden om de voortdurend dalende belangstelling bij de jeugd voor opleidingen in de sector techniek en technische beroepen te keren. Juist omdat in de techniek door vergrijzing en nieuwe marktkansen er veel baanopeningen ontstaan op alle niveaus. Vacatures die niet met het eigen arbeidspotentieel ingevuld kunnen worden, omdat hun studies niet aansluiten bij wat deze markt aan kwaliteiten en competenties vraagt.

De brainstorm sluit goed aan bij het Manifest VMBO-T waarin het bedrijfsleven oproept tot een bundeling van het technisch onderwijs. Eén krachtige opleiding aan de noordkant en één aan de zuidzijde van Rotterdam. Ook sluit het aan op de bijeenkomst die het college van B&W de week ervoor rond dit thema heeft georganiseerd.
In deze sessie stonden de kansen in de sector techniek centraal. Voor de zorg wordt een afzonderlijk traject gestart.

Doelen Pact op Zuid

Pact op Zuid wil samen met partners uit o.a. het onderwijs en het bedrijfsleven vooral de goede arbeidsmarktkansen aanreiken aan de jeugdige populatie van Zuid. Hoe? Door hen en hun ouders zo vroeg mogelijk te laten zien hoe aantrekkelijk een studiekeuze voor techniek en zorg kan zijn. Dat geven we als volgt vorm:
- beroepsoriëntatieprogramma’s voor de sectoren techniek en zorg; - doorlopende leerlijnen voor techniek en zorg;
- additioneel bestek bij aanbestedingen, waarin extra kansen gecreëerd worden voor scholing en werk voor jongeren (o.a. verbreden en verdiepen van de 5%-regeling ofwel eigen verklaringen voor invulling sociaal programma);
- integrale business cases die IkZitopZuid (het verenigd bedrijfsleven van Zuid) samen met Pact op Zuid vormgeeft met het doel de ruimtelijke economische structuur van Zuid en regio te versterken en daarin kansen te scheppen voor het arbeidspotentieel van Zuid.

Tenslotte ging Ton Legerstee nog langs de conclusies en aanbevelingen die Noortje van de Burgt had gedaan naar aanleiding van haar afstudeeropdracht aan de EUR.
Daarin heeft ze gekeken naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt voor technische beroepen, in het bijzonder midtech, en de kansen voor de jeugd van Zuid om daarop aan te haken. Bij deze studie heeft zij intensief samengewerkt met IkZitopZuid, een vereniging van grote bedrijven van Zuid. Zij hebben zich als private partijen ten doel hebben gesteld om een kansrijk ruimtelijk economisch perspectief voor Rotterdam Zuid en regio aan te geven en het commitment daaraan ook te concretiseren door kansrijke business cases te ontwikkelen en daarin te participeren.


This is the first day of the rest of your life