zondag, juni 24, 2012

Rotterdam Zuid

13 juni 2012 - Rotterdam-Zuid kent eigen problemen en uitdagingen. In gesprek met Marco Pastors onderstreept Jasper Tuytel, gisteren geridderd, nog een keer de cruciale rol van zijn hogeschool in die wijk. “Ik zeg altijd over Zuid: Als je blijft hangen op wat er níet goed gaat, dan kom je er nooit doorheen.”

Speciaal voor de publicatie ‘Zichtbaar Zuid’ heeft de Hogeschool Rotterdam de activiteiten die zij sinds 2007 in de Rotterdamse wijk onderneemt met studenten, docenten en onderzoekers gebundeld. Marco Pastors, sinds kort directeur van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid ging in gesprek met collegevoorzitter Jasper Tuytel over deze wijk en wat de hogeschool daarvoor betekent.

De eerste kennismaking met Zuid

Pastors: ‘Ik ben in 1983 gaan studeren in Rotterdam. De enige reden waarom je als student aan de Erasmus Universiteit op Zuid komt, is om examens te maken in Ahoy. Ik raakte toen altijd de weg kwijt op Zuid.’

Tuytel: ‘Ik ben een Hagenees, mijn vader was een fervent voetballiefhebber en nam mij vaak mee naar De Kuip. De weinige keren dat ADO won van Feyenoord bestond er voor mijn vader geen groter plezier dan met zijn groen-gele sjaal om een kroeg in Feijenoord in te stappen om de Rotterdammers te stangen.’

Pastors: ‘Dat was wel heel gewaagd!’

Tuytel: ‘Op enig moment ontstond er altijd wel bonje, maar tegen die tijd was hij al verdwenen.’

“Ik raakte altijd de weg kwijt op Zuid”

Marco Pastors

Go & No-Go areas in Zuid

Pastors: ‘Ik woon op Zuid. Als ik ‘s avonds ergens naartoe moet, dan doe ik het. Maar veel straten voelen toch wat ongemakkelijk aan. Dat ervaren veel mensen zo. Ouderen laten bijvoorbeeld ‘s avonds hun hondje niet meer uit. De kans op onaangename ervaringen is op veel plekken best groot.

In woongebieden zou je een rustige sfeer willen, met wat groen, rijtjeshuizen. Zuid is meer gestapeld, mensen binnen hebben weinig zicht op wat er op straat gebeurd. Daar komt bij dat veel wijken een enorm verloop kennen. In slechtere straten zit het aantal verhuizingen boven de dertig procent. Daardoor is er veel minder samenhang en sociale controle. Van de nieuwkomers is het gemiddelde inkomen nog lager dan het toch al lage gemiddelde inkomen. Het is echt niet zo dat die mensen zich 24 uur per dag misdragen, maar ze komen er niet aan toe om net even dat beetje extra te doen om ervoor te zorgen dat hun wijk een mooie, leefbare omgeving wordt.’

Tuytel: ‘In mijn jonge jaren heb ik veel gereisd en in grote steden rondgelopen waar het honderd keer erger was, dus ik heb geen angst om ‘s avonds op Zuid te komen. Het is vaak meer een gevoel van onveiligheid dan dat er werkelijk constant mensen overhoop gestoken worden. Er zijn delen waar je prima een avondwandeling kunt maken, de tuinsteden bijvoorbeeld.’

Pastors: ‘Klopt, dat zijn prima buurten. Maar goed, je kunt wel zeggen: “Vergeleken bij steden ver weg valt het reuze mee”, maar voor Nederlandse begrippen slaan alle meters naar de negatieve kant uit. Je moet het niet teveel relativeren.’

Tuytel: ‘Zeker, de concentratie van problemen is op Zuid voor Nederlandse begrippen ongehoord groot.’

Pastors: ‘Mooie plekken zijn er natuurlijk ook. Neem Katendrecht, met de brug, de appartementen erachter, en dan ook nog zo’n beroemdheid als de SS Rotterdam ervoor. Het uitzicht vanaf de punt is geweldig. Aan de zuidkant de industrie, tegenover de Euromast, het Park. Noem een Rotterdamselandmarken je ziet hem vanaf die plek.’

Tuytel: ‘Heijplaat is ook zo’n wijk met veel potentie. Het is een prachtige omgeving, alleen was het helemaal verlaten en er was geen verbinding met het centrum, totdat wij er in 2007 aan de slag gingen.’

Pastors: ‘Ik heb gisteren voor het eerst een bezoek gebracht aan de RDM Campus. Bijzonder indrukwekkend hoor, echt ongelofelijk.’

Tuytel: ‘Mooi! Ja, RDM is echt mijn kindje. Ik zeg altijd over Zuid: Als je blijft hangen op wat er níet goed gaat, dan kom je er nooit doorheen. Je moet laten zien wat wél kan. RDM was ooit een succesvol bedrijf waar duizenden mensen hun brood verdienden. In 2007 was alles weg, een verlaten en failliete bedoening. De bewoners van Heijplaat voelden zich in de steek gelaten. Nu is er een vaarverbinding en een geweldige dynamiek door de campus en de studenten. En er kan nog veel meer ontwikkeld worden op Heijplaat, daar ben ik van overtuigd.

Het verleden van Rotterdam is voorbij, maar we kunnen met elkaar ook weer iets nieuws maken. De Creative Factory is ook een goed voorbeeld van zo’n parel op Zuid. Je lost daarmee niet alle problemen op, maar je maakt een wijk wel aantrekkelijker voor jonge, creatieve, hoogopgeleide mensen om er te komen wonen. Dat is het begin van de omslag.’

Pastors: ‘Dat klopt helemaal. Er moeten andere groepen bijkomen op Zuid: midden- en hogere inkomens, creatieve ondernemers. Maar let op: Zuid is wel héél groot, er wonen 200.000 mensen. Een overzichtelijke wijk kun je hip maken met mooie appartementen en cultuur, dan kan er iets ontstaan. Zuid is net zo groot als Eindhoven. Dan ga je dus Eindhoven hip maken… dat lukt je niet.

Het creëren van voorzieningen en mogelijkheden op Zuid leidt tot nu toe veel minder dan verwacht tot resultaten wat betreft het tegengaan van schooluitval, verbeteren van opleidingsniveau en arbeidsparticipatie.

Mensen moeten overdag zinvolle dingen te doen hebben. School of werk, dat is de sleutel. Als je overdag werkt, heb je een gezonder leven. Je hebt geen tijd om onregelmatig te eten en op de bank te zitten. Als je je beter voelt, ga je je beter gedragen, krijg je meer zelfvertrouwen, ga je beter voor je kinderen zorgen en gaan je kinderen ook anders met jou om. Dan kom je in een opwaartse spiraal terecht.´

HBO’ers op Zuid

Tuytel: ‘De filosofie van de HR is binding met de stad.Er lopen 3000 studenten van de HR rond in Zuid en die zijn op allerlei gebieden actief.Dit levert leuk onderwijs op én het levert wat op voor de samenleving. Een mooi voorbeeld vind ik bijvoorbeeld de projecten rondom zorg voor oudere bewoners in Zuidwijk.

Wij hebben een paar jaar geleden geprobeerd om samen met partners als Vestia, de TU Delft en Achmea ouderen met behulp van moderne technologie meer zelfstandigheid en sociale controle te bieden. Door omstandigheden is het project toen niet van de grond gekomen. Ik zou het graag aan Marco mee willen geven als idee voor de toekomst.’

“Precies. De haven is oud en grijs en Zuid is jong en zwart”

Jasper Tuytel

Pastors: ‘Dat mag. De verbindingen tussen stad en hogeschool zijn erg goed. Ik vind wel in de eerste plaats dat de studententijd een bijzondere tijd is, een soort verlengde puber-tijd waar je vooral van moet genieten. Zorg ervoor dat je echt wat leert tijdens je studie, dat is bepalend voor de rest van je leven. Een groot deel van de maatschappelijke bijdrage komt pas later, als je ergens gaat werken.

Wat de hogeschoolstudenten doen bij Bureau Frontlijn, dat vind ik echt helemaal fantastisch. De reguliere hulp blokkeert door bureaucratie en wachtlijsten. De aanpak van Bureau Frontlijn is effectief en direct: Wat kunnen we doen voor mensen met veel problemen die de vaardigheden missen om hun leven weer op orde te krijgen?

En dat voeren ze dan direct uit. Zo’n organisatie gecombineerd met de hulp van slimme studenten, daarmee bouw je echt wat op.’

Tuytel: ‘Zo’n aanpak is goed. Je gaat dwars door de gevestigde orde heen.’

Crisis

Pastors: ‘De afgelopen jaren is er veel geld in Zuid gepompt, maar de resultaten vielen tegen. Meer geld is niet de oplossing voor Zuid. Dat er nu minder geld is, geeft ons de gelegenheid de zaken anders en efficiënter aan te pakken. Iedereen moet wat doen voor zijn geld, een uitkering is niet vanzelfsprekend meer. Dat is goed. Natuurlijk zijn er nadelen, mensen bij de gemeente verliezen hun baan, de fysieke ontwikkeling van Zuid zal vertragen. Maar toch, gevoelsmatig heb ik er moeite mee om somber te zijn over de crisis.’

Tuytel: ‘Toen er geen crisis was, had Zuid problemen en nu er wel een crisis is heeft Zuid nog steeds problemen. Die enorme projectencarrousel met al die deelgemeentes die er ook wat van vinden…ik werd er altijd een beetje moedeloos van. Wat vooral nodig is, is goede aansturing en het mobiliseren van enthousiasme. Wat wij doen met onze studenten, kost niks.’

De haven

Tuytel: ‘De haven is erg wit.’

Pastors:’Ja, en grijs.’

Tuytel: ‘Precies. De haven is oud en grijs en Zuid is jong en zwart.’

Pastors: ‘Daar zou ik graag wat aan willen veranderen. Hier ligt een taak voor het onderwijs. Op het vmbo moeten docenten inschatten welke jongens en meisjes goed zijn in techniek, met de handen werken. Kinderen kiezen veel te vaak voor schone-handen-beroepen in de administratie of ict met allemaal doctorandussen in de directie.

Zij worden vervolgens middelmatige werknemers met weinig groeikansen, terwijl ze uitblinkers hadden kunnen zijn als ze iets anders hadden gekozen. Als je succesvol wilt met zijn een mbo-diploma, dan heb je juist in de technische beroepen kansen. Scholen moeten daar veel meer op sturen en kinderen en hun ouders gezaghebbend infomeren. Laat ze zien waar het om gaat, wat de kansen zijn!’

Tuytel: ‘Dat geldt ook voor het hbo. Je moet laten zien dat zorg en techniek ook leuk zijn en dat je er heel veel mee kan. Innoveren, spannende dingen doen. Dat proberen wij op RDM, door studenten te laten meedenken en werken aan innovaties in bijvoorbeeld de mobiliteit of woningbouw.’

Pastors: ‘Omdat er in heel Nederland een tekort is aan technische mensen, is dat een enorme kans voor Zuid. In de toekomst moeten de loodgieterbusjes elke ochtend Zuid uitrijden om in de Randstad aan het werk te gaan.’

Begin en eind

Pastors: ‘Het nationaal programma heeft een looptijd van twintig jaar. Mijn taak is om rust te creëren en de lange termijn-focus te houden. School en werk zijn de eerste jaren de speerpunten. Dat is het allerbelangrijkste.’

Tuytel: ‘Ik hoop dat ik na mijn afscheid in juni actief kan blijven in relatie tot de stad en Zuid. Als Marco af en toe een ingewikkeld klusje heeft, dan kom ik graag helpen.’

Dit interview van Sabine Schipper verschijnt ook in de publicatie van Hogeschool Rotterdam ‘Zicht op Zuid’. Voor meer informatie over de bijdragen van de Hogeschool aan Rotterdam-Zuid kunt u contact opnemen met n.m.fabries@hr.nl

zondag, maart 27, 2011

Verslag Kansrijk Verbinden in Zuid november 2010

Pact op Zuid

wil de kansen voor de jeugd van Zuid op de onderwijs- en arbeidsmarkt vergroten door hen een kansrijke studiekeuze aan te reiken, die aansluit bij de kansrijke sectoren van de Stadsvisie van de gemeente Rotterdam. Pact op Zuid verbindt zich met de reguliere spelers om zo de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren, samen met hen een
gezamenlijke strategie te ontwikkelen en de implementatie daarvan te realiseren. Belangrijk is dat de 3 O’s (onderwijs, ondernemers en overheid) goed samenwerken en dat zowel onderwijs, ondernemers en overheid gebundeld stappen kunnen zetten.

Huidige situatie
Hoe kunnen bedrijven elkaar versterken bij het vinden van geschikt personeel? Op dit onderdeel gaf Jean Paul Sosef, vestigingsdirecteur van Wolter & Dros, een toelichting. Er is 12% werkloosheid, waarvan 4% moeilijk plaatsbaar is. Dat betekent dat 8% arbeidspotentie heeft. Door mensen in de juiste richting op te leiden en talenten te stimuleren kunnen de vacatures opgevuld worden. In de regio is het werk (Maasvlakte), in de stad zitten de werklozen. De afstand is fysiek niet ver, mentaal wel. Op sociaal gebied is er vaak geen match en moeten werklozen op het werk veel begeleid worden. De uitval is te hoog en het niveau te laag. Wanneer het mogelijk is leerlingen twee niveaus op te schalen, zijn ze wel geschikt voor het bedrijfsleven. Ondernemers zijn enthousiast en willen investeren, maar komen niet verder.

Het onderwijs heeft ook te kennen gegeven dat de huidige technische opleidingen door het teruglopend aantal studenten ook voor hen niet meer rendabel zijn. Bedrijven geven het belang aan om de scholen in een bedrijfsomgeving (liefst op een bedrijventerrein grenzend aan een woongebied) te vestigen om daar een brede techniekopleiding aan te bieden.

Mogelijke strategie
Als aard van het ontstane probleem wordt genoemd dat techniek uit het normale straatbeeld is verdwenen. Jongeren hebben geen idee meer wat er allemaal gebeurt in de techniek sector. Om het verloren terrein te heroveren moet op een aantal aspecten ingezet worden:

1. techniek weer zichtbaar en aantrekkelijk maken
(verleidingsaspect), negatieve vooroordelen (vuil, zwaar werk) wegnemen en relatie leggen met innovatie (techniek is mooi en sexy);

2. twee technische vakscholen in Rotterdam die het toonbeeld zijn van de technieksector en het beroepsonderwijs;

3. werkzoekenden opleiden binnen technische bedrijven; bedrijven willen zich daarvoor inzetten. Belangrijk is om de belangstelling bij jongeren en hun ouders al vroeg aan te wakkeren, al op de basisscholen. Dat gebeurt al wel met de brandweer en politie.

Ervaringen uit de praktijk

1. KMR
Stichting KMR (Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam) is een samenwerkingsverband van het regionale bedrijfsleven (haven en industrie), de regionale onderwijsinstellingen en lokale overheden. Zij heeft tot doel de economische structuur te versterken middels innovatie in de kennisinfrastructuur. Belangrijk onderdeel daarbij is om structuur aan te brengen in alle initiatieven die op dit gebied langs elkaar heen werken. Door middel van publiekprivate samenwerking werkt KMR (als intermediaire partij) aan optimalisatie en vernieuwing van een kennisinfrastructuur (onderwijs en onderzoek) die nauw aansluit bij en meegroeit met de kennisbehoeften van het betrokken bedrijfsleven. Binnen deze missie richt de kern van de activiteiten van KMR zich op het terrein van het technisch-economisch onderwijs in de regio Rotterdam/Rijnmond/Drechtsteden.

Vanuit de aanwezigen werd het KMR aangewezen als de spil waar het gaat om het verder uitwerken van een strategie. Centraal in de strategie staan het onderwijs en bedrijfsleven die samen de studiekeuze van jongeren (met name van Zuid) kunnen beïnvloeden. De verwachting is dat deze jongeren meer voor techniek kiezen wanneer zij op de hoogte zijn van de aantrekkelijke marktmogelijkheden. Mary Dotsch van KMR pakte deze rol voor haar organisatie direct van harte op.
De aanpak van KMR kenmerkt zich door samenwerking met het onderwijs, maar dat gaat nog moeizaam. KMR vraagt om het bundelen van geldstromen, een gezamenlijk verhaal en een gedeelde strategie.

Manifest VMBO-T
“Er moet zowel op Noord als op Zuid een technische school komen.”
Dat is het doel dat gesteld is in het manifest “Wie redt het VMBO Techniek in de stad Rotterdam” dat is ingediend in maart 2010 door KMR en 80 bedrijven. Er is nu te weinig instroom in VMBO Techniek terwijl er steeds meer vacatures ontstaan. Als dit daadwerkelijk gerealiseerd wordt, gaat het bedrijfsleven daarvan profiteren.

2. Arbeidsmarktgericht opleiden

We moeten nadenken over mogelijkheden voor arbeidsmarktgericht opleiden. Een goede stap zou zijn om beroepsprofielen vanuit het bedrijven af te zetten tegen de onderwijsprofielen. Het beeld is nu dat scholen vooral doen waar ze voor betaald krijgen: zoveel mogelijk diploma’s afgeven. Rob van Engelenburg, FME, opperde het idee om scholen bijvoorbeeld te gaan belonen voor het aantal arbeidscontracten bij het einde van opleiding. Dat is een alternatief voor de huidige prikkel, waarbij scholen moeten gaan nadenken over het vergroten van de marktkansen van hun studenten. Of nieuwe mengvormen van onderwijs/werken: 50% leren op school, 50% leren in het bedrijf. Het gaat immers om de waarde van mensen.
Kanttekening: het breed opleiden voor de maatschappij is de taak van school. Een arbeidscontract klinkt aantrekkelijk, maar het behalen van een diploma waarmee ze kunnen doorstromen naar hoger onderwijs is dat ook. Het onderwijs wil zoveel mogelijk mensen in de techniek hebben. Albeda heeft al een vakcollege op Zuid. Cile Reniers van Albeda gaf aan dat zij er voorstander van zijn dat de opleidingen dicht bij huis aangeboden worden. Het starten van een gezamenlijke technische school is een goed idee, maar dan wel liefst midden in de wijk, omdat veel jongeren tot 16/17 jaar veelal niet buiten hun eigen wijk komen. Heleen de Haan, Nieuw Zorgbeheer, heeft ervaring met peercoaching en benadrukte om vooral snel concreet te worden, anders verliezen we weer een kostbaar jaar.

3. Succesvolle initiatieven

Als er nu niets gebeurt zakt het aantal leerlingen in het techniek onderwijs onder de minimale aantallen die noodzakelijk zijn om opleidingen in stand te kunnen houden. Scholen stoppen dan met deze opleidingen, terwijl het aantal vacatures (mede door de vergrijzing) alleen maar toeneemt. Dat moet gekeerd worden. De praktijk leert dat dat ook kan. Rob van Engelenburg, FME, noemde initiatieven waarmee goede resultaten behaald zijn: Nieuwkoop, Delft, Terborg, Enschede. Deze regionale bedrijfsvakopleidingen hebben een aanzuigende werking, waardoor weer meer leerlingen voor techniek kiezen. Het aantal leerlingen nam toe van 0 tot 40. Best practices waarvan te leren valt.

4. Coördinatiepunt

Chantal van Dord regt, deelgemeente Charlois, opperde het idee van een coördinatiepunt voor beroeps- en studiekeuzeprogramma’s. Er gebeurt in Rotterdam al heel veel op dit gebied, waarvan anderen kunnen leren. Een punt waarin die kennis en ervaring wordt verzameld kan helpen om nog effectievere programma’s te ontwikkelen. Frank Coomans, OBR Economie, bood aan om in samenwerking met KMR, Deltalinqs en EEC te bekijken of er zo’n fysiek punt kan komen.

5. Cultuurspecifieke aanpak

Hoe kunnen we de culturen op Zuid mee laten participeren in de oplossingen? Harry van der Voorn, Zadkine, adviseerde rond dit vraagstuk een integrale business case te ontwikkelen. Onderdeel daarvan zouden acties moeten zijn gericht op ouders, als de belangrijkste beïnvloeders van de studiekeuze van hun kinderen.
Binnen veel culturen is een sterke voorkeur voor kantoorbanen in de administratie en handel. Er leven achterhaalde denkbeelden over de technieksector. Hoe kunnen we ook
in de beeldvorming van ouders de kansen in de techniek aantrekkelijk maken? Bijvoorbeeld door ze het zelf te laten ervaren, door ze mee te nemen in bedrijven en ze te laten zien wat er allemaal mogelijk is. En misschien moet er ook wel gesproken worden met imam’s of buurtvaders om een cultuuromslag te bereiken.

6. West-Europese samenwerking

Tirza Kouwenberg, SoZaWe, gaf aan dat zij ook in West-Europees verband zoekt naar samenwerking met steden en regio’s met een soortgelijke problematiek, en op basis daarvan nagaat welke mogelijkheden er zijn voor gedeeltelijke subsidiëring van de ontwikkelingskosten van de strategie en de uitvoering van enkele implementatiemaatregelen.

Vervolg
Tijdens de brainstormsessie is de volgende initiatiefgroep geformeerd:
- Mary Dotsch - KMR
- Cile Reniers – Albeda
- Harry van den Voorn - Zadkine
- Willem Sulsters & Hidde van de Veer - IkZitopZuid
- Jeroen den Uyl – Twijnstra Gudde
- Chantal van Dordregt – deelgemeente Charlois
- André de Groot – Pact op Zuid

Zij gaan zich bezig houden met de verdere ontwikkeling van de strategie om te komen tot meer mogelijkheden voor “marktgericht onderwijs”. Uiteraard zullen in de verdere uitwerking ook andere aanwezigen betrokken worden en zal de voortgang teruggekoppeld worden.

Input voor de “marktgericht opleiden” strategie:
- leren van succesvolle voorbeelden;
- techniek tussen de oren van kinderen en ouders; - starten op basisscholen;
- basisscholen en middelbare scholen betrekken bij de strategie;
- samenwerking tussen publiek en privaat;
- concrete doelen stellen: bijv. over 4 jaar 100% meer leerlingen techniek en 2 techniekscholen in Rotterdam;
- onderscheid tussen acties op de lange en vooral ook resultaten op korte termijn;
- verschillende culturen vragen verschillende aanpakken; - een fysiek coördinatiepunt is wenselijk.

Achtergrond
Kansrijk Verbinden sessies

André de Groot, procesmanager Economie en Arbeidsmarktparticipatie voor het Pact op Zuid, heeft deze brainstormsessie georganiseerd. Daarvoor waren representanten vanuit onderwijs, bedrijfsleven, brancheorganisaties en intermediaire organisaties uitgenodigd. Onder leiding van Ton Legerstee, JOS, werd naar mogelijkheden gezocht om “kiezen voor techniek en technische opleidingen” voor de jeugd weer aantrekkelijk te maken.
Aan de brainstorm deden ruim 40 deskundigen op het gebied van aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt mee. De nadruk lag vooral op de mogelijkheden om de voortdurend dalende belangstelling bij de jeugd voor opleidingen in de sector techniek en technische beroepen te keren. Juist omdat in de techniek door vergrijzing en nieuwe marktkansen er veel baanopeningen ontstaan op alle niveaus. Vacatures die niet met het eigen arbeidspotentieel ingevuld kunnen worden, omdat hun studies niet aansluiten bij wat deze markt aan kwaliteiten en competenties vraagt.

De brainstorm sluit goed aan bij het Manifest VMBO-T waarin het bedrijfsleven oproept tot een bundeling van het technisch onderwijs. Eén krachtige opleiding aan de noordkant en één aan de zuidzijde van Rotterdam. Ook sluit het aan op de bijeenkomst die het college van B&W de week ervoor rond dit thema heeft georganiseerd.
In deze sessie stonden de kansen in de sector techniek centraal. Voor de zorg wordt een afzonderlijk traject gestart.

Doelen Pact op Zuid

Pact op Zuid wil samen met partners uit o.a. het onderwijs en het bedrijfsleven vooral de goede arbeidsmarktkansen aanreiken aan de jeugdige populatie van Zuid. Hoe? Door hen en hun ouders zo vroeg mogelijk te laten zien hoe aantrekkelijk een studiekeuze voor techniek en zorg kan zijn. Dat geven we als volgt vorm:
- beroepsoriëntatieprogramma’s voor de sectoren techniek en zorg; - doorlopende leerlijnen voor techniek en zorg;
- additioneel bestek bij aanbestedingen, waarin extra kansen gecreëerd worden voor scholing en werk voor jongeren (o.a. verbreden en verdiepen van de 5%-regeling ofwel eigen verklaringen voor invulling sociaal programma);
- integrale business cases die IkZitopZuid (het verenigd bedrijfsleven van Zuid) samen met Pact op Zuid vormgeeft met het doel de ruimtelijke economische structuur van Zuid en regio te versterken en daarin kansen te scheppen voor het arbeidspotentieel van Zuid.

Tenslotte ging Ton Legerstee nog langs de conclusies en aanbevelingen die Noortje van de Burgt had gedaan naar aanleiding van haar afstudeeropdracht aan de EUR.
Daarin heeft ze gekeken naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt voor technische beroepen, in het bijzonder midtech, en de kansen voor de jeugd van Zuid om daarop aan te haken. Bij deze studie heeft zij intensief samengewerkt met IkZitopZuid, een vereniging van grote bedrijven van Zuid. Zij hebben zich als private partijen ten doel hebben gesteld om een kansrijk ruimtelijk economisch perspectief voor Rotterdam Zuid en regio aan te geven en het commitment daaraan ook te concretiseren door kansrijke business cases te ontwikkelen en daarin te participeren.


zondag, maart 06, 2011

woensdag, maart 02, 2011

Rotterdam Zuid moet vooruit!

Film over Rotterdam Zuid situatie 2011

Roteb Lease en Albeda samenwerking op Techniek

Samenwerking op Techniek

Luc Manders opent bedrijf op Zuid

Mooi wijkbedrijf

zondag, februari 27, 2011

Rol van Andre de Groot bij Pact op Zuid

Kansrijk verbinden van publieke en private partners staat in mijn functie als procesmanager bij Pact op Zuid centraal.

Pact op Zuid is een programma-organisatie van de gemeente Rotterdam, de deelgemeenten Feijenoord, Charlois en IJsselmonde, de woningcorporaties Vestia, Com.Wonen, Woonbron en Woonstad die samenwerkt aan de sociaal-economische stijgingsopgave voor Rotterdam-Zuid. Rotterdam Zuid telt 190.000 inwoners, 30% onder de 23 jaar, een enorm en belangrijk arbeidspotentieel. Belangrijk is dat deze jongeren goed aanhaken op de arbeidsmarkt nu en in de toekomst. Veel jongeren verkeren echter in een achterstandssituatie. Daarom vraagt dat inzet van vele betrokken partners.

Ik focus met het thema Economie en Arbeidsmarktparticipatie vooral op de voor Rotterdam en regio kansrijke economische sectoren, die de banenmotor van de Rotterdamse economie zijn: de techdelta bedrijvigheid en de zorgsector.
Het bevorderen van de aansluiting van de jeugd op de kansen in deze sectoren doen we vanuit Pact op Zuid door samen met ondernemers, onderwijs en kennisinstellingen in te steken op doelgroepspecifieke:
- beroepsoriëntatieprogramma’s voor techniek en zorg
- doorlopende leerlijnen voor techniek en zorg
- toepassen van de 5%-regeling of eigen verklaringen bij aanbestedingen (publiek/privaat), waarmee extra kansen ontstaan voor jongeren uit Zuid in werk-/leertrajecten
- samen met o.a. ondernemers verenigd in Ik Zit op Zuid (zie http://www.ikzitopzuid.nl) realiseren van regionaal economische structuurversterking, nieuwe bedrijvigheid en nieuwe werkgelegenheid voor Zuid met de zogenaamde integrale business case benadering als basis.

Economische kansen in Zuid zelf liggen in de verdere ontwikkeling van:
- Stadionpark (programma rond Feijenoordstadion en sportopleidingscentrum)
- Hart van Zuid (doorontwikkeling van Zuidplein/Ahoy/Motorstraatgebied)
- Maasstadziekenhuis / Zorgboulevard
- Stadshavens, herontwikkeling 1600 ha binnenstedelijk haventerrein
- Wilhelminapier e.o.

aanbevelingen Rotterdam Zuid Deetman/Mans

Aanbevelingen pijler 1: talentontwikkeling

Werkwerken taalachterstanden: Partij
• Uitwerken maatregel vroeg- en voorschoolse educatie: OC&W
• Substantieel uitbreiden uren taalonderwijs op basisscholen en verlenging van de onderwijsperiode op basisscholen: OC&W, onderwijsinspectie, schoolbesturen
• Opzetten van een sluitend kindvolgsysteem: OC&W, CJG, scholen
• Vergroten betrokkenheid ouders bij school: Schoolbesturen
• Uitwerking van het programma ‘Leerkracht van Nederland’: OC&W, schoolbesturen

Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
• Verbeteren aansluiting tussen de verschillende onderwijsvormen, betere beroepsoriëntatie: Schoolbesturen, bedrijfsleven
• Voorstel voor betere matching onderwijsaanbod en arbeidsvraag: Havenbedrijf Rotterdam, toonaangevende ondernemers, schoolbesturen
• Afspraken maken over voortzetting vak-, wijk- en werkscholen en plusvoorzieningen op Zuid: OC&W

Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking
• Ontwikkelen ‘soft skills’ in opleidingen: Schoolbesturen
• Ontwikkelen ‘soft skills’ uitkeringsgerechtigden: Gemeente Rotterdam

Aanbevelingen pijler 2: economie

Stimuleren bedrijvigheid in de wijk: Partij
• Aanwijzen specifieke locaties op Zuid die geschikt zijn om lokaal ondernemerschap mogelijk te maken: Gemeente Rotterdam
• Ontwikkelen wijkspecifieke strategie stimuleren wijkeconomie: Ondernemershuis, ondernemers- verenigingen, Kamer van Koophandel
• Versnellen ontwikkelen businesscases Ik Zit op Zuid: IZoZ, gemeente Rotterdam
• Verbinden initiatieven RCI, impuls wijkeconomie en initiatief Eneco/WNF: Gemeente Rotterdam, Eneco, WNF
• Continueren kansenzones en stimuleren vestigingsklimaat ondernemers op Zuid: EL&I, gemeente Rotterdam
• Uitbreiden leerwerktrajecten op Zuid: Gemeente Rotterdam, grote ondernemers op Zuid

Concretiseren nieuwe economische dragers
• Uitwerken economische strategie Rotterdam voor komende 20-30 jaar: EL&I, gemeente Rotterdam, IZoZ, grote ondernemers
• In kaart brengen versterking investeringsklimaat bedrijfsleven: Gemeente Rotterdam, grote ondernemers
• Doorzetten VIP-projecten en doorzetten kwaliteitsimpuls OV op Zuid: Rijkspartners, gemeente Rotterdam

Aanbevelingen pijler 3: Fysieke kwaliteitsverbetering

Onderhouden basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’: Partij
• Inzet op structureel hoogwaardig basisniveau ‘schoon, heel en veilig’ voor de wijken op Zuid: Gemeente Rotterdam
• Consistente uitvoering en handhaving op dat niveau: Gemeente Rotterdam
• Afspraken maken met bewoners over hun bijdrage aan het op orde brengen en houden van hun wijk. Ondersteun als gemeente initiatieven vanuit de bewoners: Gemeente Rotterdam

Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit.
• Samenwerken met welwillende huiseigenaren in investeren onderhoudsniveau woningen: Gemeente Rotterdam
• Inzet op uitbreiding beheersarrangementen. Stimuleren blokaanpak: Gemeente Rotterdam, Corporaties
• Inventarisatie financiële incentives onderhoud woningen: Financiën, BZK, gemeente Rotterdam, Corporaties
• Stimuleren samenvoegen woningen op Zuid: Gemeente Rotterdam

Herstructurering deel van de (particuliere) woningvoorraad
• Op korte termijn inventariseren van de fysieke opgave in de andere wijken op Zuid als basis voor mogelijke private investeringen: Corporaties
• Financiering herstructureringsopgave uit de heffingsbijdrage van 4.000 woningen in de wijken Bloemhof, Hillesluis, Afrikaanderwijk, Feijenoord, Tarwewijk, Carnisse en Oud-Charlois (het middengebied), met een nadruk op de particuliere woningvoorraad in de wijken Carnisse, Tarwewijk, Oud-Charlois: Centraal Fonds, Financiën, BZK, Corporaties, gemeente Rotterdam

Advies voor Rotterdam-Zuid van Deetman en Mans 2011

Acht perspectieven voor substantiële doorbraken Het advies van team Deetman/Mans heeft betrekking op drie pijlers: talentontwikkeling, economische versterking en fysieke kwaliteitsverbetering.
Evenwichtige inzet op deze drie pijlers is nodig als fundament voor een stevige en stabiele ontwikkeling van Zuid, Daarmee worden de voorwaarden gecreëerd voor de noodzakelijke sociale stijging van Zuid.

Dat heeft een versterkend effect voor de positie van de stad Rotterdam en de regio.

Het team wijst in dit verband op het advies van de VROM Raad van oktober 2006. De VROMRaad bepleit in dat advies om de ambities van bewoners als vertrekpunt voor het stedelijke vernieuwingsbeleid te kiezen. In de huidige stedelijke vernieuwing domineren projecten van fysieke ‘upgrading’ van vastgoed en initiatieven gericht op verbetering van leefbaarheid en sociale cohesie. Met deze invulling hebben - aldus de VROMRaad - bestuurders en beleidsmakers de wens van bewoners om vooruit te komen (sociale stijging) te veel uit het oog verloren.

Het belang van sociale stijging voor steden is groot. Dat is niet alleen zo vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt, omdat er een grote groep achterblijvers is in de stad, maar ook vanuit economisch oogpunt: de economie heeft deze sociale stijgers nodig. Een stad is pas succesvol als zij in staat is om de sociale stijging te faciliteren en het deel van de sociale stijgers met een stedelijke woonvoorkeur aan de stad te binden. Het stimuleren van sociale stijging en het binden aan de stad is een dynamisch en doorgaand proces dat met kleine stapjes gaat. Hierop hebben de G4 in het kader van het beleid voor de grote streden al eerder nadrukkelijk gewezen.

Binnen de drie eerdergenoemde pijlers onderscheidt het team acht prioriteiten om doorbraken te realiseren. Het team legt daarbij specifiek de nadruk op investeringen in talentontwikkeling en economische versterking. Fysieke kwaliteitsverbetering is nodig om de sociale stijging die daaruit voortkomt te faciliteren op Zuid.

A. Talentontwikkeling
1. Wegwerken taalachterstanden
2. Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
3. Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking

B. Economische versterking
4. Stimuleren bedrijvigheid in de wijk
5. Concretiseren nieuwe economische dragers

C. Fysieke kwaliteitsverbetering.
6. Onderhouden basisniveau ‘schoon, heel en veilig’
7. Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
8. Herstructurering deel van de particuliere woning- voorraad

Het team is ervan overtuigd dat gebundelde en samenhangende inzet van publieke en private partijen op deze prioriteiten kan leiden tot de gewenste kwaliteitssprong voor Zuid. Juist op de verbindingen tussen deze acht punten liggen grote kansen om doorbraken te realiseren. Als goede - nog te realiseren - voorbeelden noemt het team het gericht en selectief slopen van woningen om ruimte te creëren in bepaalde buurten voor de bouw van wijk- en vakscholen en het faciliteren van ruimte voor daaraan verbonden bedrijvigheid. Daarnaast wijst het team op afspraken tussen de gemeente en Vestia voor gebiedsconcessies voor het ontwikkelen van kindvoorzieningen op Zuid. Daarmee wordt een stevige impuls gegeven aan de wijkontwikkeling in brede zin.
Een laatste voorbeeld betreft het verbinden van doelstellingen in het kader van het Rotterdam Climate Initiative met het verduurzamen van woningen op Zuid. Dat lokt nieuwe bedrijvigheid uit op Zuid. Het voorstel4 van Eneco en het Wereldnatuurfonds om een wijk als Charlois klimaatneutraal te maken past daar prima bij. Juist deze kruisbestuivingen zorgen ervoor dat het mes aan meerdere kanten snijdt. Verbindende criteria dienen de komende jaren leidend te zijn in de ontwikkeling van Zuid.


Pijler 1: Talentontwikkeling
Zuid kampt met een grote sociale problematiek. Op verschillende manieren wordt gewerkt aan ondermeer het verbeteren van de leefbaarheid in wijken, het oplossen van problemen ‘achter de voordeur’, het bevorderen van sociale binding en het verbeteren van ‘soft skills’ bij jongeren. Het team onderstreept het belang van de inzet van bijvoorbeeld de sociale teams, de GGD, het Centrum voor Jeugd en Gezin, Bureau Frontline en de aanpak tegen voortijdig schoolverlaten. Het team roept betrokken partijen op om zoveel mogelijk de krachten te bundelen, gebruik te maken van elkaars expertise en succesvolle initiatieven voort te zetten.
Het team Deetman/Mans ziet de echte doorbraak op sociaal terrein in het benutten van de kwaliteiten van de jongeren op Zuid. Elk kind heeft unieke kwaliteiten. Dat geldt ook voor de jongeren op Zuid. Een belangrijke belemmering in het tot ontwikkeling brengen van die kwaliteiten is het ontbreken van voldoende kennis van de Nederlandse taal. De komende decennia heeft Rotterdam het grote potentieel aan jongeren dringend nodig voor de arbeidsmarkt. En andersom verdie
nen de jongeren op Zuid het om een plek op de arbeidsmarkt te vinden. Daarvoor is een passende aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven cruciaal. Het wegwerken van de taalachterstanden en het zorgen voor doorlopende leerlijnen zijn elementair om de jongeren op Zuid de gewenste kwaliteitssprong te laten maken. De inspanningen die op deze terreinen worden gepleegd, zijn op dit moment niet voldoende. Daarnaast pleit het team voor investeren in het verbeteren van de ‘soft skills’ van jongeren. Bij een aantal bedrijven in de regio kwam dit naar voren als een belangrijke reden om jongeren van Zuid af te wijzen.

Binnen de pijler talentontwikkeling ziet het team Deetman/ Mans drie kansrijke perspectieven voor doorbraken:
1. Wegwerken taalachterstanden
2. Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
3. Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking

Ad 1) Wegwerken taalachterstanden
• Het is noodzakelijk dat de gemeente Rotterdam, de scholen op Zuid en het ministerie van OC&W
afspraken maken over de uitwerking van de maatregel uit het Regeerakkoord om “kinderen met een grote taalachterstand met dwang en drang te laten deelnemen aan vroeg- en voorschoolse educatie” en te investeren
in het verbeteren van de kwaliteit van de vroeg- en voorschoolse educatie.
• Het ministerie van OC&W en de Onderwijsinspectie dienen het mogelijk te maken om het aantal uren taalonderwijs op basisscholen op Zuid substantieel uit te breiden en daarnaast serieus te overwegen of verlenging van de onderwijsperiode op basisscholen mogelijk is. Het ministerie, de gemeente en de schoolbesturen dienen daarover bindende afspraken te maken.
• Problemen met jeugd en jongeren dienen in een vroegtijdig stadium te worden gesignaleerd, zodat scholen, zorginstellingen en hulpverleners direct kunnen reageren. Dit voorkomt dat een aantal probleemkinderen de leerprestaties van een grotere groep kinderen negatief beïnvloedt. Het team is van mening dat daarvoor een sluitend kindvolgsysteem dient te worden opgezet. Gegeven de voorgenomen inzet van het Kabinet is het verstandig dit samen met het ministerie van OC&W uit te werken. Het CJG heeft een belangrijke taak in de coördinatie.
• De betrokkenheid van ouders bij de ontwikkelingen op school is zeer beperkt. Het is nodig dat besturen van scholen op Zuid samen met de gemeente concrete afspraken maken om de ouderbetrokkenheid structureel te vergroten. Daarbij moet ook aandacht zijn voor taalverwerving van ouders zelf en beroepsoriëntatie. Ouders zijn (financieel) te prikkelen op de toekomst van hun kind. Als ouders weten wat er met hun kind op school gebeurt, kunnen zij het kind daar ook thuis op aanspreken. Daarmee vermindert de kloof tussen onderwijs en thuissituatie.
• Het ministerie van OC&W, de gemeente Rotterdam en de besturen van scholen op Zuid dienen gezamenlijk afspraken te maken over versterking van de kwaliteit en positie van leraren (uitwerking van het programma ‘Leerkracht van Nederland’).


Ad 2) Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
• De scholen op Zuid (basisscholen, voortgezet onderwijs, VMBO- en MBO-instellingen) dienen de aansluiting tussen de verschillende onderwijsvormen te verbeteren. De inzet moet gericht zijn op het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen met als resultaat het structureel verminderen van schooluitval en het behalen van een startkwalificatie.
• Het beroepsonderwijs moet zich veel meer richten op aansluiting op de vraag uit de markt en die vraag uit de markt ook veel zichtbaarder maken in de opleidingen, met name in de beroepsrichtingen techniek en zorg. De aansluiting op de vraag uit de markt (startkwalificatie) en zichtbaarheid van beroeps¬mogelijkheden (beroepsoriëntatie) zijn cruciaal om nu en in de toekomst een betere match tussen onderwijsaanbod en arbeidsvraag op Zuid te realiseren. De gezichtsbepalende ondernemers op en rond Zuid zijn aan zet om te schetsen wat de vraag is vanuit de markt. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft aangegeven in samenspraak met Deltalinqs een initiërende rol te willen spelen in het uitwerken van een voorstel. Het team juicht dit initiatief toe. Volgens het Havenbedrijf kan KMR (Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam) hierin een belangrijke rol vervullen. Het team verwacht verder van de betreffende scholen een coöperatieve houding om samen met het bedrijfsleven jongeren meer vraaggericht op te leiden.
• Het is van groot belang dat de gemeente Rotterdam en het ministerie van OC&W en andere betrokken rijkspartners structurele afspraken maken over voortzetting van de vak-, wijk- en werkscholen en plusvoorzieningen op Zuid.

Ad 3) Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking
• Scholen in het voorgezet onderwijs dienen in de opleidingen meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van ‘soft skills’ van jongeren. Het gaat dan om zaken als op tijd komen, doorzettingsvermogen, netheid, omgangsvormen, luisteren, organiseren en effectiviteit.
• De gemeente Rotterdam moet meer inzetten op het ontwikkelen van ‘soft skills’ bij uitkeringsgerechtigde jongeren op Zuid.

Pijler 2: Economische versterking
Investeren in talentontwikkeling van kinderen en jongeren is essentieel om hen perspectief te bieden op economische zelfstandigheid en om zelfredzaamheid te kunnen ontwikkelen. Een bloeiende en zichtbare lokale economie is een belangrijke voorwaarde voor jongeren om te werken aan
perspectief op arbeid. Dit blijkt onder meer uit onderzoek van Bureau Buiten. Het onderzoek geeft tevens aan dat de eco-nomische meerwaarde van lokaal ondernemerschap wellicht beperkt is, maar dat het juist vanuit sociaal en ruimtelijk per-spectief een flinke bijdrage kan leveren aan een aantrekkelijk leefklimaat. Het belang van de wijk als broedplaats voor nieuw ondernemerschap mag niet worden onderschat. Op Zuid heeft het team hier mooie voorbeelden van gezien. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ‘creative factory’ en de initiatieven in de Piekstraat en de Motorstraat. Er is alle aanleiding om dergelijke ontwikkelingen voluit door te zetten en verder te stimuleren. De aanwezigheid van het Ondernemershuis op Zuid heeft al laten zien dat wordt ingespeeld op vragen en behoeften van (startende) ondernemers.
Het eerder genoemde onderzoek waarschuwt voor te hoge verwachtingen over de verbinding tussen de wijkeconomie en de wijkarbeidsmarkt. De arbeidsmarkt werkt niet op dit beperkte schaalniveau. Om het grote arbeidspotentieel op Zuid perspectieven te bieden is daarom meer nodig. Het Rotterdam Climate Initiative, de VIP-projecten en de aanwezigheid van grote bedrijven in de regio, waaronder de Haven en de Greenery, kunnen kansen bieden voor de jeugd op Zuid.
Dit is echter geen vanzelfsprekendheid en het moet nog maar blijken of de intenties van nu leiden tot werk in de nabije toekomst. Om over 10-20 jaar te kunnen spreken van succesvolle ontwikkelingen waar de jongeren op Zuid van profiteren, moeten nu keuzes gemaakt worden. Keuzes die laten zien waar de toekomst van Zuid ligt en wat er voor nodig is om die toekomstperspectieven werkelijkheid te laten worden.

Binnen de economische pijler ziet team Deetman/Mans twee kansrijke perspectieven voor doorbraken:
1. Stimuleren bedrijvigheid in de wijk.
2. Concretiseren nieuwe economische dragers.

Ad 1) Stimuleren bedrijvigheid in de wijk
De gemeente Rotterdam moet op Zuid specifieke locaties op Zuid aanwijzen die geschikt zijn om lokaal ondernemerschap mogelijk te maken. Carnisse-punt, de westelijke strook van Oud-Charlois en het Noordelijk deel van de Eilandenbuurt zijn potentiële locaties waar aansluiting op bestaande bedrijvigheid of voorzieningen mogelijk is. Betrek daarbij de mogelijkheden om locaties te ontwikkelen voor de combinatie wonen-werken.
• Het Ondernemershuis Rotterdam-Zuid dient samen met de gemeente, ondernemersverenigingen, de Kamer van Koophandel en andere betrokkenen een wijkspecifieke strategie te ontwikkelen om bedrijvigheid in de wijk te stimuleren die aansluit bij de karakteristieken van de wijk. Denk hierbij in het bijzonder aan aansluiting bij de creative factory en het ambacht in de wijken op Zuid.
• Het is belangrijk om de business cases waar Ik Zit op Zuid (IZoZ) momenteel aan werkt - variërend van een binnenstedelijke werkplaats, tot rolmodellen in vakmanschap, kosmopolitisch ondernemen in de Afrikaanderwijk en een leer-werk-park in Hart van Zuid - met kracht door te ontwikkelen. Het team roept de bedrijven in IZoZ op om op korte termijn aan te geven welke condities leiden tot een snelle en succesvolle ontwikkeling.
• Het team ziet een belangrijke impuls voor de wijkeconomie op Zuid in het verbinden van initiatieven rond het Rotterdam Climate Initiative met het verduurzamen van woningen op Zuid. Dat levert niet alleen een bijdrage op aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Rotterdam, maar kan tevens zorgen voor een krachtige impuls aan zichtbare wijkeconomie en werkgelegenheid op Zuid. De gemeente Rotterdam, RCI, de woningcorporaties, Rijkspartners en energiebedrijven (zie ook het initiatief van Eneco en WNF) dienen gezamenlijk een businesscase te maken voor het klimaatneutraal maken van bijvoorbeeld Charlois. Daarbij dient een koppeling te worden gemaakt met de opgave om het onderhoudsniveau van woningen op Zuid te verbeteren (zie pijler 3).
• Maak het voor (startende) ondernemers aantrekkelijk om zich op Zuid te vestigen. De kansenzones dienen te worden gecontinueerd. Verder roept het team de gemeente en het ministerie van EL&I op om te doordenken welke maatregelen voor Zuid kunnen worden genomen om het vestigingsklimaat op Zuid (tijdelijk) aantrekkelijker te maken.

• Initiatieven van bijvoorbeeld Albert Heijn en de ROTEB om samen met scholen op Zuid leerwerktrajecten te ontwikkelen verdienen alle support. De gemeente moet ook andere bedrijven op Zuid erop aanspreken om
dergelijke initiatieven op te zetten en over langere tijd vast te houden.

Ad 2) Concretiseren nieuwe economische dragers
• Het team ziet veel kansen voor Zuid in de ontwikkeling van het unieke gebied Stadshavens. Op alle niveaus biedt Stadshavens op termijn werkgelegenheid die passend kan zijn voor de beroepsbevolking op Zuid. Bij de gemeente en het bedrijfsleven ligt de taak om in de komende jaren voortdurend samen met de onderwijsinstellingen op Zuid op te trekken in het doordenken van opgaven en het benutten van kansen. Met elkaar moeten afspraken gemaakt worden over bijvoorbeeld minimum aantallen leerwerkplaatsen en voorrang van vestiging van bedrijven die gebruikmaken van werkgelegenheid op Zuid.
• In de verkenning van de economische kansen voor Zuid komen veelvuldig termen als ‘klimaatadaptatie’, ‘cleantech’, ‘midtech’ en ‘deltatechnologie’ voorbij. Velen geven aan dat hier grote kansen liggen voor Zuid in de ontwikkeling van een uniek economisch cluster. Tegelijkertijd constateert het team dat nog onvoldoende duidelijk is wat de begrippen precies inhouden en waar Rotterdam nu precies op moet inzetten. Het team dringt er bij de partners (het Havenbedrijf, het gerelateerde bedrijfsleven, regionale kennisinstellingen als de TU Delft, gemeente en Rijk) op aan om snel meer invulling te geven aan de economische strategie voor Rotterdam voor de komende 20-30 jaar. Het essay van professor Pieter Tordoir kan hiervoor als uitgangspunt gebruikt worden. De volgende vragen dienen in de uitwerking beantwoord te worden: Wat worden de nieuwe economische dragers, welke (havengerelateerde) clusters bieden economisch veel perspectief? Wat is er voor nodig om deze clusters tot volle bloei te laten komen? Wie staan hiervoor aan de lat? Hoe kan de ontwikkeling van deze clusters worden verbonden met de opgaven op Zuid?
• Daarnaast is het van belang dat de gemeente Rotterdam in kaart brengt hoe het investeringsklimaat in Rotterdam kan worden versterkt. Daartoe dient Rotterdam in gesprek te gaan met de grote bedrijven in de Rotterdamse regio. De hernieuwde aandacht van het college van B&W voor accountmanagement sluit daarop aan.

• Het team vindt de overige VIP-projecten op Zuid belangrijk; deze dienen met kracht te worden doorgezet. Deze projecten hebben in potentie een grote icoonwerking voor Zuid. Per VIP-project moet scherper in beeld worden gebracht hoe het economisch rendement zo groot mogelijk kan zijn voor Zuid. Daarnaast is het essentieel om clustervorming van economische bedrijvigheid rond de VIP-projecten te stimuleren.

Pijler 3: Fysieke kwaliteitsverbetering
In de woningmarktbijeenkomst met de belangrijkste betrokken partijen op Zuid op 23 september 2010 heeft Rotterdam de basis gelegd voor een agenda van fysieke maatregelen voor de fysiek zwakste wijken op Zuid met veel particulier bezit: Oud-Charlois, Tarwewijk en Carnisse. Het team onderschrijft dat in die wijken de belangrijkste fysieke verbeteropgaven voor Zuid liggen.
De fysieke verbeteropgave, ontwikkelrichtingen en fasering zijn voor deze drie wijken op buurtniveau in kaart gebracht. Er is onder andere onderscheid gemaakt naar gebieden met (veel) ontwikkelpotentie en gebieden met weinig of geen ontwikkelpotentie. In de wijken en buurten met ontwikkelpotentie moet gericht geïnvesteerd worden om stijgers te kunnen vasthouden. Dat kan door het bieden van een aantrekkelijker en gedifferentieerder woningaanbod, kwalitatief goede buitenruimte en hoogwaardige (onderwijs)voorzieningen (zie ook het initiatief van Vestia en de gemeente). Voor die investeringen wordt samenwerking gezocht met marktpartijen en particuliere investeerders.
In gebieden in deze drie wijken met weinig ontwikkelpotentie is herstructurering noodzakelijk. Daarbij wordt vooral gekeken naar de slechte technische staat van woningen, mate van eenvormigheid, de geringe woningomvang en stedenbouwkundige beperkingen. Op basis daarvan is becijferd dat voor ongeveer 4.000 particuliere woningen sloop binnen afzienbare tijd noodzakelijk is. Dat is ongeveer 11% van de totale kwetsbare particuliere woningvoorraad in Rotterdam. In afwachting van (gefaseerde) herstructurering wordt ingezet op intensief beheer.

De ambitie is om de herstructureringsopgave van 4.000 woningen voor de drie wijken in een periode van ongeveer 10 jaar uit te voeren. In de plaats van deze woningen worden betere en grotere woningen teruggebouwd (verdunning) en kan ruimte worden gegeven aan verbetering van het voorzie¬ningenniveau en economische ontwikkeling. De gemeente Rotterdam heeft becijferd dat aan de herstructureringsopgave van 4.000 woningen een financiële opgave hangt van € 400 miljoen in 10 jaar (€ 100.000 per woning). Het team doet geen uitspraak over de juistheid van de financiële omvang als zodanig, maar herkent deze bedragen uit andere fysieke herstructureringsopgaven, zoals Parkstad Limburg.

Het team Deetman/Mans onderschrijft het belang van inves¬teren in wijken met potentie en de aanwezige herstructure-ringsopgave van 4.000 woningen.
Het team wijst verder op het feit dat een structureel hoog-waardig basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’ voor heel Zuid een noodzakelijke voorwaarde is voor verdere fysieke ontwikkeling van Rotterdam-Zuid. Uit recent onderzoek
blijkt dat dit een significant dempend effect heeft op negatief gedrag en omgekeerd, dat een vervuilde omgeving ook tot ander normoverschrijdend gedrag leidt.Uit de probleemanalyse die is vastgesteld in het BO MIRT van mei 2010 blijkt dat sprake is van knelpunten op het gebied van betrouwbaarheid en bereikbaarheid in het OV-systeem vooral van, naar en op Rotterdam-Zuid. Vrijwel alle verbin¬dingen zijn radiaal gericht op het centrum van Rotterdam. Tangentverbindingen ontbreken en het aantal rivierkruisin¬gen is beperkt. De probleemanalyse geeft aan dat een aantal geplande grote gebiedsontwikkelingen (binnenstad, Stadshavens en Stadionpark) de druk op het OV-systeem na 2020 verder opvoeren.

Rijk en regio hebben in het BO MIRT het ruimtelijk en sociaal-economisch belang onderstreept van een kwaliteitsimpuls van het OV op Zuid. Hierbij gaat het zowel om de wijken waarin
het perspectief op werk en inkomen het laagst is, als om de (toekomstige) economische kerngebieden Stadshavens, Hart van Zuid en Stadionpark. Investeren in betere tangentiale OV- verbindingen op Zuid is volgens het team op termijn noodzakelijk als randvoorwaarde om de liftfunctie op Zuid mogelijk te maken. Het team wijst er op dat de fysieke ingrepen die daarvoor op termijn nodig zijn, moeten worden verbonden
met de fysieke opgave rond bestaande woningen op Zuid.

Binnen de fysieke pijler ziet het team Deetman/Mans de volgende kansrijke perspectieven voor doorbraken:
1. Onderhouden basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’
2. Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
3. Herstructurering deel van de (particuliere) woningvoor-raad

Ad 1) Onderhouden basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’
• Zet als gemeente in op een structureel hoogwaardig basisniveau ‘schoon, heel en veilig’ voor de wijken op Zuid. Differentieer zo nodig naar wijken.
• Zorg als gemeente voor een consistente uitvoering en handhaving op dat niveau.
• De gemeente moet met bewoners afspraken maken over hun bijdrage aan het op orde brengen en houden van hun wijk. Ondersteun als gemeente initiatieven vanuit de bewoners.

Ad 2) Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
• Werk als gemeente Rotterdam actief samen
met welwillende huiseigenaren en particuliere verhuurders om te investeren in verbetering van het onderhoudsniveau van de woningen. Het huidige ongedifferentieerde repressieve beleid leidt vooral tot een verdere verslechtering van de situatie.
• Zet nog steviger in op het bieden van beheersarrangementen voor VVE’s in de fysiek zwakste wijken op Zuid door VVE 010 en de adoptiecorporaties. Het team verwacht veel van de zogenaamde ‘blokaanpak’ in de Mijnkintbuurt.
• Het team adviseert de gemeente om samen met Rijkspartners na te gaan welke financiële incentives mogelijk zijn om verbetering van het onderhoudsniveau van particuliere woningen te stimuleren. Het team geeft als suggestie mee het onder strikte voorwaarden inzetten van de overdrachtbelasting voor investeringen in meerjarig onderhoud.
• De gemeente dient het samenvoegen van kleine wooneenheden aantrekkelijker te maken door het geven van een vrijstelling van de woningontrekkingsvergunning.

Ad 3) Herstructurering deel van de (particuliere) woningvoorraad
• Voor de wijken Carnisse, Tarwewijk en Oud-Charlois is de herstructureringsopgave in grote lijnen bekend. Het team acht het noodzakelijk dat corporaties en gemeente op korte termijn inventariseren wat de opgave is in de andere wijken op Zuid. Dit is nodig om in gesprek te gaan met private financiers over mogelijke investeringen op Zuid.
• Het team acht het daarnaast noodzakelijk om de financiële middelen te vinden voor realisatie van de eerder genoemde herstructureringsopgave van 4.000 particuliere woningen in de drie wijken Carnisse, Tarwewijk en Oud Charlois. Daarvoor moeten volgens het team afspraken worden gemaakt over het inzetten van de heffingsbijdrage van de Rotterdamse corporaties voor de fysieke opgaven op Zuid. Rijk, het Centraal Fonds en de corporaties zijn aan zet. Het gaat om ongeveer € 40 miljoen per jaar vanaf 2015. In het verlengde daar¬van dienen voorstellen te worden gedaan om eerder dan 2015 aan de slag te kunnen gaan.

Bestuurlijk commitment
Bundeling van krachten

De opgaven om verbetering te krijgen op Zuid zijn omvangrijk en complex en vragen om een gerichte en intensieve bunde¬ling van krachten en langjarig commitment van betrokken partijen. Gerichte betrokkenheid en inzet van velen - lokaal, regionaal en nationaal - is nodig om het tij te keren. Het team Deetman/Mans vindt dat er een krachtige bestuurlijke coalitie nodig is tussen Rijk, gemeente en een aantal lokale partners die met visie en lef aan de slag gaat. Gezamenlijke inzet, doorzettingsmacht, mandaat en gezag zijn daarin sleutelwoorden.

Nationaal programma ‘Kwaliteitssprong Zuid’Er ligt een brede verantwoordelijkheid voor de aanpak van de opgaven op Zuid. Het team onderstreept dat het gaat om een “zaak van nationaal belang.“ Directe en brede betrokkenheid vanuit het Rijk is essentieel; Rotterdam kan het niet alleen. De omvang en complexiteit van de opgaven vraagt om een Nationaal Programma ‘Kwaliteitssprong Zuid’, waarin de aanpak van grote steden problematiek (2010). lijnen van dit advies samenkomen. Er ligt - naast een opgave voor de lokale partijen - een rijksbrede opgave die ambtelijk en bestuurlijk moet worden geborgd. Het team adviseert een bestuurlijke stuurgroep in te stellen die jaarlijks tenminste eenmaal bijeen komt. De stuurgroep bestaat uit het voltallige College van Rotterdam en de meest betrokken bewindspersonen bij het Rijk. De stuurgroep stuurt op de uitvoering van het programma,

Organiseer krachtige uitvoering
Programmamanager met gezag en doorzettingsmacht Een essentiële schakel in de uitvoering van de ‘Kwaliteits¬sprong Zuid’ is het aanstellen van een programmamanager die verantwoordelijk is voor het gehele programma en met
gezag en mandaat van de betrokken partijen het programma in uitvoering brengt. Draagvlak voor de rol en positie van
de programmamanager is cruciaal. Een ‘zwaargewicht’ is nodig om partijen te binden, op hun verantwoordelijkheden te kunnen aanspreken, slagkracht te kunnen mobiliseren en van gebaande paden af te wijken om doelen te realiseren. Onorthodox en doelgericht.
Krachtige uitvoeringsteam met projectleiders en gebiedsmanagers
Het team Deetman/Mans stelt voor onder de programmamanager een aantal projectleiders verantwoordelijk te maken voor de uitwerking en realisatie van specifieke programmaonderdelen. Ook het programma Pact op Zuid kan hierin worden ondergebracht. Daarnaast pleit het team voor het aanstellen van gebiedsmanagers voor elk van de zeven aandachtswijken in Zuid. Deze gebiedsmanagers werken nauw samen met de projectleiders en de programmamana¬ger om de doelen uit het programma ‘Kwaliteitssprong Zuid’ te realiseren. Het is de taak van de gebiedsmanagers om de doelen uit het programma te vertalen naar een meerjarige aanpak per wijk/buurt. Betrokkenheid van deelgemeente, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en bewoners in krachtige uitvoeringsteams is daarin van essentieel belang.

Meerjarig en ontschot budget

Tot slot wijst het team op het belang van bundeling van middelen van verschillende betrokken partijen. Het team spreekt hier alle partijen indringend op aan. Geen projectfinanciering voor een jaar, maar een ontschot programmabudget voor meerdere jaren.

zondag, februari 20, 2011

Aanpak Ik Zit op Zuid

Rotterdam, maatschappelijk organisaties en Rijk komen voor 1 september 2011 met een plan voor verbetering van de leefbaarheid op Rotterdam-Zuid.

Aboutaleb, Donner en Deetman bij Kwaliteitssprong Rotterdam

Zo komen er afspraken over de verbetering van de woningvoorraad, de verhoging van de onderwijsprestaties, de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het versterken van de lokale economie. Voor de verbetering van de woningvoorraad gaan het Rijk en de gemeente samen met onder andere corporatiekoepel Aedes, het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en een pensioenuitvoerder een alternatieve manier van financiering onderzoeken. Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam en minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben daartoe in Rotterdam een intentieovereenkomst ondertekend. 

Kwaliteitssprong
Met de ondertekening van de ‘Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid’ geven gemeente en Rijk een eerste uitwerking van het gelijknamige advies dat de commissie Deetman/ Mans in opdracht van het Rijk opstelde. De commissie stelde vanochtend dat Zuid de wijkenaanpak en het Pact op Zuid er slechter voor had gestaan, maar dat een structurele verbetering vraagt om een krachtige bestuurlijke coalitie van Rijk, gemeenten en lokale partners. Die moeten een langjarig commitment aangaan. De gemeente blijft bij de uitvoering als eerste aan zet, maar de ernst van de problemen rechtvaardigt ook extra inzet op nationaal niveau, aldus heer Deetman en de heer Mans in hun advies. 

Jongeren en talentontwikkeling
Het Rijk en de gemeente omarmen de conclusie dat de doorbraak op sociaal terrein zit in het goed benutten van de kwaliteiten van jongeren. Om de talentontwikkeling naar een hoger plan te tillen, gaan zij met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven de aanbevelingen van Deetman verder uitwerken. Het Rijk komt met een extra inzet op het wegwerken van taalachterstanden door betere voor- en vroegschoolse educatie en een betere aansluiting daarvan op het basisonderwijs. Het vasthouden van de ‘sociale stijgers’ op Zuid vergt naast goed onderwijs en werk ook een moderne woningvoorraad. 

Extra geld
Het ministerie van EL&I zet met extra geld nationaal in op versterking van 9 eerder aangewezen topsectoren waaronder de voor Rotterdam-Zuid belangrijke logistieke sector. Daarbij gaat het ook om het afstemmen van de beroepsopleidingen op de behoefte van het bedrijfsleven. Rijk en regio nemen verder de OV-verbindingen op Rotterdam-Zuid en de Stadshavens onder de loep. Rijk en de gemeente Rotterdam komen deze zomer met een uitwerking van alle acties. Voor 1 september moet het nationaal programma voor Rotterdam-Zuid zijn vastgesteld. 

This is the first day of the rest of your life