dinsdag, augustus 01, 2017

Het LSA is een sterk netwerk van actieve bewonersgroepen. Wij bundelen kracht en delen kennis!

https://www.lsabewoners.nl/bewonersinitiatief-helpt-hen-die-buitenspel-staan/

dinsdag, november 22, 2016

Utrecht Krachtstation

Utrecht

Wonen in de stadsoase

Eerst klussen dan wonen, werken, beleven

http://krachtstation.com/

zondag, november 16, 2014

maandag, maart 17, 2014

zaterdag, maart 15, 2014

Vrijwilligers in bijstand doen schuldhulpverlening

In de Amsterdamse wijk Holendrecht helpen vrijwilligers hun buurtgenoten met schuldhulpverlening. “We zijn een soort voorportaal.”
Vrijwilliger Sandra helpt haar buurtgenoten in het zogenoemd Casa Jepie Makandra (CJM) in Holendrecht. Dit ‘buurthuis help elkaar’ is het centrum voor dit soort hulpverlening. Naast schuldhulpverlening, is er in het CJM ook les budgetteren, zijn er computerlessen en is er hulp bij de belastingaangifte. Verder zijn er sociale activiteiten, zoals koken, knutselen. Op maandag kan ontbeten worden voor 1 euro; het diner op donderdag kost 2,50.

Holendrecht heeft veel huishoudens met een laag inkomen, terwijl de vaste lasten hier relatief hoog zijn. Het CJM initiatief is opgezet door Juriaan Otto, die ook in het nabijgelegen Venserpolder actief is. Het project wordt ondersteund door woningcorporaties Eigen Haard en Stadgenoot en stadsdeel Zuidoost en draait hoofdzakelijk op vrijwilligers.

Schuldsanering

“We zijn is een soort voorportaal”, zegt Sandra. “Eigenlijk om voor te zijn dat cliënten ‘gedwongen’ worden via de maatschappelijke dienstverlening in de schuldsanering terecht te komen.”

Mensen met schulden melden zich vrijwillig aan voor hulp. “Bij het CJM is geen sprake van dwang en er volgt ook geen bevoogdend gesprek”, laat de vrijwilliger weten. “Dat maakt dat mensen met schuldproblemen zich hier op hun gemak vullen.” Sandra zelf is het praktijkvoorbeeld van een alleenstaande vrouw met kinderen die zich uit de schulden weet te werken.

“We verwachten wel medewerking van de cliënt”, vult haar collega Jessica aan.

“Een cliënt moet zelf meehelpen aan de oplossing.” Jessica wijst haar buurtgenoten op de grenzen van haar hulp. “Als mensen hun DigiD code kwijt zijn, kunnen ze best zelf een nieuwe aanvragen.” Alleen mensen die echt niet kunnen omgaan met internet en computers, worden ze geholpen.

Geen eigen kracht?

De mensen bij wie het overzicht totaal verdwenen is en het door psychische problemen aan kracht ontbreekt om zelf wat doen, kloppen aan bij maatschappelijke dienstverlening , waarmee het CJM goede contacten heeft. Er is overlap met werk; ook zijn er ‘grensgeval–cliënten’ die deels wel willen en deels niet kunnen.

Tijdens gesprekken met cliënten valt op dat ze graag zelf willen meedenken, maar ook dat ze veel positief bekijken en calculeren. Vakantiegeld, een vast werkcontract en opdrachten via een eigen zaak, het zijn allemaal onzekere nog niet verkregen inkomsten. Echter, veel cliënten gaan daar wel van uit. Is het een van de redenen in de schulden te raken?

Oorzaken

Schulden ontstaan hier onder meer door:

Het verlies van werk (en een lager inkomen) kan funest zijn voor mensen met hoge lasten.
Een deel van de mensen is gewend aan hoge uitgaven, uit de tijd toen ze meer geld op zakken hadden.
Verder ontbreek het aan handigheid met administratieve kwesties, of de taalbeheersing is niet voldoende om deze voor elkaar te krijgen.
Een grote groep schuldenaren kan niet of nauwelijks lezen en schrijven. Dit zijn concrete problemen, waarbij CJM hulp biedt, en die veel effect kunnen opleveren. Moeilijker wordt het als de schulden zijn veroorzaakt door drugsverslaving, alcoholisme, of als de schuld veroorzaakt is door hoge uitgaven in een manisch-depressieve periode.

Hier is zorg de eerste prioriteit, al dan niet in combinatie met schuldsanering. Bij het buurthuis komen de cliënten bewust en vanuit vrije wil. Verslaafden hebben (het woord zegt het al) een minder vrije wil. Als dit ten grondslag ligt aan schulden, is zorg en hulp van maatschappelijke dienstverlening op zijn plaats.

Deurwaarders

Het CJM, drijvend op inspanning van vrijwillige hulpverleners, mag dan ongedwongen en aardig overkomen, een tandeloze tijger is het niet. De cliënten tekenen er bijvoorbeeld voor dat de hulpverleners namens de cliënt een deurwaarder mogen aanspreken. Dit om samen een betaling of schuldsanering af te stemmen.

De hulpverlener kan ook via deurwaarders inzicht krijgen in de BKR-gegevens van cliënten. Door hun praktijkervaringen hebben de vrijwilligers geleerd in wie je energie moet steken en wie je moet doorsturen.

door Martin Lenferink 13 feb 2014

zondag, januari 12, 2014

Rotterdam film over gebiedscommissies 2014

http://vimeo.com/83599261#at=0

World Future Society

http://www.wfs.org/

Amsterdam Communities als hedendaagse vorm van burgerschap

De Indische Buurt Community,
KrachtinNL,
MOVISIE en
Pakhuis de Zwijger

maken samen dit programma over ‘communities als hedendaagse vorm van burgerschap’.

Centraal staat het perspectief van de mensen die de communities maken.

Wat zien zij als kenmerken van hun groep?

Voor welke opgaven staan ze en hoe organiseren ze zich?

Wat maakt ze duurzaam en hoe verhouden ze zich tot institutionele partijen?

Programma’s om te leren van en over communities.

Amsterdam

http://www.dezwijger.nl/77713/nl/buurtcommunities

maandag, juni 17, 2013

Mening van Klaas Mulder

‘Zelfbeheer is zinloze tijdbesteding’

Klaas Mulder wil niet meer naar bijeenkomsten over buurthuizen in zelfbeheer. Liever ziet hij meer ruimte voor burgerkracht in zorg en onderwijs en meer aandacht voor drie grote maatschappelijke vraagstukken.

Buurthuizen in zelfbeheer, een zinvolle tijdbesteding?

Ik word zeer regelmatig uitgenodigd als spreker en workshopleider op congressen over ‘de doe-het-zelf’-samenleving. De organisatoren hebben mijn kritische bijdragen op discussieplatforms als http://www.socialevraagstukken.nl gelezen en menen dat een congres meer diepgang krijgt door ten minste één dwarsdenker te laten spreken. Eerst ging ik daar nog wel eens op in, maar meestal sla ik zulke uitnodigingen af.

Participatieparasieten

Ik weet best dat het allemaal goed bedoeld is, maar ik krijg er een ongemakkelijk gevoel van, de hofnar te zijn voor een uitgelezen gezelschap van mensen die allemaal op een of andere manier uit de schatkist betaald worden voor het verhaal dat burgers – die die schatkist gevuld hebben – het allemaal heel goed zelf kunnen organiseren. Ik heb deze groep professionals wel eens de participatieparasieten genoemd: vrijgesteld van productieve arbeid liften ze mee met de laatste strohalm die nog niet gezonken is in de stroom van bezuinigingen in het welzijnswerk en het wijkgericht werken. Niet dat die mensen niet gedreven worden door idealen; in tegendeel, uit de frequentie waarmee Mao’s uitspraak over vissen en hengels wordt geciteerd mogen we afleiden dat dit overwegend uit vijftig-plussers bestaande gezelschap hoog verheven idealen over de nieuwe wereldorde heeft. Dat blijkt overigens niet altijd uit de onevenwichtige en tendentieuze manier waarop het heden en verleden van het welzijnswerk wordt afgeserveerd. Zelfs de initiator van de Canon Sociaal Werk, die toch erg goed op de hoogte is van het verleden van de sector, illustreert de behoefte aan meer Burgerkracht met incidenten uit het verleden (‘het hospitaliseren van burgerinitiatieven’) die worden gepresenteerd als ‘de gebruikelijke gang van zaken’. Beleidsmakers en adviseurs mogen graag doen alsof de burger tot nu toe in een soort luilekkerland leefde waar een vingerknip voldoende was om een legertje welzijnswerkers in beweging te brengen om bingo’s en buurtbarbecues te organiseren. Terwijl in de meeste Nederlandse buurten niet meer dan een uur of vier per week een opbouwwerker werd ingezet, en sociaal cultureel werkers zich vooral moesten toeleggen op dingen waar de buurt niet om vroeg (maar de wethouder wel) doen we nu graag alsof de welzijnsmaffia van elk buurthuis “Hotel Stoot je Hoofd Niet” had gemaakt.

Regie geven aan de burger

De voorstanders van meer zelforganisatie zullen best nobele motieven hebben: de burger weer zelf de regie geven over hun voorzieningen. Het is een beetje ongelukkig dat dit gilde het als een overwinning van de arbeidersklasse viert dat honderden laagbetaalde beheerders van buurt- en wijkhuizen in de bijstand raken omdat ijverig facturen sturende adviseurs, kwartiermakers en makelaars roepen dat de buurt prima zelf in staat is om het welzijnswerk te organiseren. Het blijft een beetje vreemd dat de Staat, die geworteld is in de wens van burgers om collectieve belangen collectief professioneel te behartigen, zichzelf steeds meer tegenover de gemeenschap zet door de burger als een klaploper weg te zetten die best zelf eens de handen uit de mouwen mag steken. Het is zorgelijk dat de vertegenwoordigers van die Staat niet doorhebben, dat de combinatie van lastenverzwaring en dienstenverschraling de kiezer uiteindelijk in de armen drijft van populistische partijen die het ongenoegen electoraal gebruiken - maar er vervolgens ook geen antwoord op hebben. En het is vreemd, dat diezelfde Staat zware accreditatietrajecten oplegt aan HBO-instellingen die sociale professionals opleiden, en vervolgens op elke straathoek uitvent dat het runnen van een effectieve buurtvoorziening prima overgelaten kan worden aan de eerste de beste amateur.

Constructief oplossen

Dat is allemaal vreemd en ongelukkig. Het leidt ertoe dat ik met buikpijn en koorts naar huis ga na elke bijeenkomst waar ministeries, kenniscentra, gemeenten of belangenorganisaties mij naartoe hebben gelokt.
Dus ga ik liever niet meer. Maar dat lost ook niet zoveel op. Ik draag liever constructief bij aan een oplossing waar Nederland iets aan heeft. En het is zeer de vraag, of het zelfbeheer van buurthuizen überhaupt wel iets oplost. Misschien is het zonde van de tijd.

Zonde van de tijd van buurtbewoners

Het is zonde van de tijd als mensen, die zich voorheen graag inzetten voor het organiseren van activiteiten voor buurtbewoners, ineens opgezadeld worden met alle taken van een gebouwenbeheerder. Dit is des te meer jammer, omdat er in Nederland veel te veel gebouwen staan. Je ziet het in Amersfoort, waar het college het sluiten van buurthuizen – maar niet het opheffen van buurtwerk – als een manier zag om de enorme desinvestering in vierkante meters terug te dringen. Nu zijn goede betrokken buurtbewoners tientallen uren per week bezig overbodige meters verhuurd te krijgen, terwijl honderden meters verderop de zaal van Boer Piet, de aula van de school en het parochiehuis leeg staan. Het maatschappelijk rendement over hun onbetaalde uren zou vele malen hoger zijn als ze zich bij die informele buurvoorzieningen zouden melden en zich daar bezig zouden houden met activiteiten voor ouderen of kinderen, in plaats van de onbetaalde zalenboer uit te hangen.

Zonde van de tijd van ambtenaren

Het is zonde van de tijd als rijksambtenaren uren maken om in een sector waar toch al zoveel werk door zo weinig mensen werd gedaan, nog net een paar uurtjes extra te bezuinigen op die vier uur opbouwwerk en die 20 uur beheer die nodig zijn om een ‘gewoon’ buurthuis te exploiteren. Aangezien de boventallig geworden professionals de bijstand in gaan, levert het de gemeente netto nauwelijks een euro aan baten op. Als je dan toch meters wilt maken met burgerkracht, doe het dan in het onderwijs of in de zorg. In het buitenland is het volstrekt normaal dat ziekenhuispatiënten aangewezen zijn op het door hun familie bereide voedsel. Daar is zo een paar miljard te scoren, niet de zielige duizendjes die verdiend worden door toch al ernstig onderbemande buurthuizen terug te geven aan de buurtbewoners. En het zelfde geldt in het middelbaar onderwijs. Als we het primaat van de gesubsidieerde docent zouden durven loslaten, en kinderen durfden toe te vertrouwen aan de bezielende lessen van buurtbewoners, ondernemers, ouders en internetaanbieders, dan zou een besparing van tien miljard op onderwijs vergezeld gaan van een verbetering van de leerprestaties van kinderen en een veel betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Drie dagen naar school en twee dagen ‘leren van anderen’ levert gelukkiger kinderen en een evenwichtiger samenleving op dan het ophokken van jonge mensen in een systeem dat de aansluiting met het heden al lang is kwijtgeraakt.

Burgerkracht in zorg en onderwijs

Maar misschien ontbreekt de politieke en professionele moed om de idealen van burgerkracht – die ik zeker onderschrijf – te bevechten aan het front van zorg en onderwijs. De weerloosheid van de zachte sector biedt bestuurders de kans om stoer te doen over de eigen verantwoordelijkheid van de burger, maar ver weg te blijven van de eigen verantwoordelijkheid bressen te slaan in de echte bastions van de verzorgingsstaat.

Vergrijzing

Maar misschien is de belangrijkste reden om geen tijd te verspillen aan het congresseren over zelfbeheer wel dat we al onze tijd nodig hebben om over andere vraagstukken op het terrein van wijken en welzijn na te denken. Dat zijn er ten minste drie. De vergrijzing – en de bezuinigingen in het meest weerloze deel van de zorg, de zorg voor demente ouderen – nopen ons ertoe, heel diep te gaan in het verkennen van nieuwe oplossingen voor ouderen waarvoor zelfstandig wonen niet meer gaat maar de weg naar verzorging en verpleging is afgesloten. We moeten heel hard aan de slag met het ontwerp van nieuwe ‘semi-murale’ voorzieningen: geen verpleeghuis, geen kwijnflat, maar iets er tussen in waar een samenspel van professionals, familie, buurtbewoners en stagiaires samen zorgen voor een volwassen levenskwaliteit voor mensen die kinds worden.

Werkloosheid

In de tweede plaats zullen de ministeries die verantwoordelijk zijn voor het welzijn in wijken zich moeten realiseren dat een werkloosheidsgroei van 1.000 mensen per dag enorme repercussies gaat krijgen voor de samenleving. Dit is geen arbeidsmarktvraagstuk, en zelfs geen scholingsvraagstuk, want er zijn 7 keer zoveel werklozen als vacatures. Gemeenten en rijk zijn er niet met 50 miljoen voor jeugdwerkloosheid en 300 miljoen voor ons allemaal, temeer niet omdat de huidige werkloosheid niet vanzelf overgaat ‘als de crisis voorbij is’. Hoge ambtenaren zijn zeer goed op de hoogte van het feit dat de vervangingsprognoses voor de arbeidsmarkt (door pensioenen komen er weer banen) nooit zijn bijgesteld.
Als er 1.000 mensen met pensioen gaan, hebben we niet duizend vacatures, maar een fractie daarvan. Bij gelijkblijvend beleid zal zich een pakkenproletariaat vormen van hoog opgeleide werklozen; of deze groep gaat lager opgeleiden op grote schaal verdringen. Voor alle Nederlandse wijken betekent dit een reële kans op spanningen tussen huishoudens waar de crisis aan voorbij gaat met buren die eerst hun baan verloren en aansluitend stranden in een hopeloze woningmarkt.

Verlorenheid

In de derde plaats zal dit alles keihard doorwerken in de relaties binnen en tussen generaties. Jongeren zullen de ‘you only live later’-boodschap van het onderwijs met steeds meer scepsis beluisteren, en je hoeft geen enorme doemdenker te zijn om er ernstig rekening mee te houden dat de lont waarmee ooit de Franse banlieus en de Engelse voorsteden werden aangestoken ook het kruitvat van onze bloemkoolwijken laat knallen. Naast vergrijzing en werkloosheid is verlorenheid van de volgende generatie de grootste uitdaging voor onze samenleving.

Twijfelen

Als het nu zo was, dat door bewoners beheerde buurthuizen substantieel bijdroegen aan het antwoord op deze vraagstukken, dan was het zeker de moeite om waard om er tijd aan te besteden. Maar precies daarover kunnen we twijfelen. Op een enkel voorbeeld na (door burgers georganiseerde dagbestedingsactiviteiten in Horst aan de Maas) lijkt de bijdrage van het buurthuiswerk aan de zelfredzaamheid van zeer kwetsbare ouderen zeer beperkt. Daar is misschien iets aan te doen, maar dan moet de focus niet liggen op ‘hoe ondersteunen we de krachtige burgers die een buurthuis willen runnen’ maar op ‘hoe zetten we die kracht in voor groepen die het zelf niet redden’.

Delen in het goede leven

Heel plat gezegd zal het ontslaan van sociale professionals de werkloosheid niet verkleinen. Wel kunnen we kijken hoe het onbetaalde werk in buurthuizen mensen helpt de competenties te ontwikkelen waarmee ze een betaalde baan kunnen verwerven. Maar misschien is het nog wel beter te zoeken naar manieren waarop het lijden aan armoede en overtolligheid verzacht kan worden doordat mensen een enigszins rijk leven in de buurt kunnen hebben. Buurtvoorzieningen kunnen ook materiële noden verzachten: de ruilwinkel, de witte boekenkast, de fruittuin of de wijkmaaltijd. Misschien kunnen sterke burgers dat voor de zwakkeren organiseren, maar is het niet veel rechtvaardiger en verstandiger als een samenleving van welvarende werkende mensen het belastingstelsel gebruikt om te zorgen dat iedereen een beetje deelt in het goede leven? Is het niet een enorme stap terug als oude en nieuwe armen weer afhankelijk wordt van de weldadige werken van hun buurtgenoten?

Jeugd

En dan de jeugd. Er zijn door jongeren zeer gewaardeerde vormen van zelfbeheer: zuipketen. Ik denk niet dat we dat bedoelen met bewonerszelfbeheer. Maar wat dan wel? Het is ongelofelijk belangrijk dat burgers hun talenten en betrokkenheid mogen gebruiken om ervaring en inzicht door te geven aan een volgende generatie, en er zijn heel veel prachtige initiatieven op buurtniveau die onze aandacht verdienen. Maar of het ‘buurthuis’ nu de plek is waar jongeren het best geholpen worden om hun leven op de rit te krijgen en te houden, dat is zeer de vraag. Zeker niet als de vrijwilligers hun tijd moeten investeren in het verhuren van zalen om de begroting rond te krijgen. Dan mag er best een jongere een computercursus helpen geven, maar zullen iets moeilijker doelgroepen ver op afstand worden gehouden door de bewoners die het buurthuis beheren.

Is het buurthuis het middel?

Het is absoluut waar dat de kracht van burgers – als familielid, als buur, als werkgever, als vrijwilliger – onmisbaar is om de opgaven van vergrijzing, werkloosheid en verlorenheid succesvol ter hand te nemen. Maar of het middel buurthuis daarbij enige importantie heeft is voor mij zeer de vraag.
Als we het er dan toch over moeten hebben, laten we dan kijken wat er nodig is om het middel effectief te benutten tegen de kwalen die we moeten bestrijden. Want het middel behouden omdat we het vroeger ook hadden – maar dan in de misschien goedkopere, maar zeker amateuristischer variant – dat lijkt me zonde van ieders tijd.

Meer info
Klaas Mulder is Docent Leren en werken in de wijk, Hogeschool Utrecht.

Voor meer artikelen en weblectures van Klaas Mulder, zie http://www.kijkopkansen.nl.

dinsdag, juni 04, 2013

Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA)

Het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA) is een landelijk platform waarbinnen bewoners samenwerken om de leefbaarheid in hun wijk te vergroten. De vereniging bestaat uit een platform van 70 bewoners, een bestuur en een secretariaat.

http://www.lsabewoners.nl/

Links
Overheid

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aandachtswijken?#ref-vrom

Dossier Aandachtswijken van de rijksoverheid

http://www.grotestedenbeleid.nl

Het grotestedenbeleid (GSB)

http://www.postbus51.nl

Publieksinformatie van de rijksoverheid.

http://www.g32.nl

Samenwerkingsverband van de 34 (!) grote steden binnen het GSB.

http://www.overheid.nl

Wegwijzer naar informatie en diensten van de overheid.

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wet-maatschappelijke-ondersteuning-wmo#ref-minvws

WMO van het ministerie van VWS.

Kennis en informatie

http://www.kei-centrum.nl

Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing.

http://www.forum.nl

Kenniscentrum voor multiculturele vraagstukken.

http://www.lpb.nl

LPB, platform voor wijkgericht werken.

http://www.movisie.nl

Movisie, kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling.

http://www.kcgs.nl

NICIS, Kenniscentrum voor grootstedelijke vraagstukken.

http://bewoners.uwpagina.nl

Startpagina met informatieve websites voor bewoners.

http://www.wijkonderneming.nl

Website van en voor mensen die in hun eigen buurt iets (willen) ondernemen.
Organisaties

http://www.aedesnet.nl

Aedes, vereniging van woningcorporaties in Nederland.

http://www.buurtalliantie.nl

Buurtalliantie, een platform voor samenwerking tussen maatschappelijke ondernemers in de buurt.

http://www.humanitas.nl

Humanitas, Nederlandse vereniging voor maatschappelijke dienstverlening en samenlevingsopbouw.

http://www.drugsoverlast.nl

Nationaal Actiecomité tegen Drugsoverlast.

http://www.woonbond.nl

Woonbond, de landelijke vereniging van huurders en woningzoekenden.

Projecten

http://www.16miljoenmensen.nl

16 miljoen mensen, verzameling van initiatieven van burgers.

http://www.kanwel.nl

Kan wel, een LSA-project om bewoners actief te maken in de wijk.

http://www.kanweljongeren.nl

Kan wel, een LSA-project om jonge bewoners actief te maken in de wijk.

http://www.webindewijk.nl

Web in de wijk, ict-project voor bewoners.

donderdag, mei 16, 2013

‘Civil society helpt niet te bezuinigen’

Het idee is: “De overheid trekt zich terug en verwacht dat het maatschappelijk middenveld opdoemt uit de mist.”

“Dat is onmogelijk”, stelt de Britse denker Phillip Blond op het Wmo-congres van Zorg + Welzijn. De politiek denker, filosoof en founding father van de Big Society pleit voor meer persoonlijke en holistische zorg in kleine verbanden. “We moeten naar een lokale gemeenschappen met meer zeggenschap.”
De Britse overheid moet voor het welzijn van haar burgers zorgen, maar faalt hierin, stelt Blond tijdens het congres. “De overheid heeft er niet voor gezorgd dat bijvoorbeeld armoede verdwenen is. Sterker nog, veel mechanismen om burgers te helpen werken averechts. Hoe dat komt? Onder meer doordat de overheid van hulp en zorg standaardiseert. Dezelfde zorg voor iedereen benadrukt juist de verschillen tussen burgers. Niemand wordt er écht mee geholpen.”

Resultaat
De dienstverlening vanuit de overheid moet daarom veel persoonlijker en holistischer, kijk naar het geheel van problemen van een persoon, zo bepleit Blond. En daarbij moeten we niet het proces belonen, hoe we de zorg organiseren en welke hulp we verlenen, maar het resultaat.

“Het belonen van het proces zorgt ervoor dat ongeacht of het gewenste resultaat behaald wordt, de hulpverlenende instantie betaald wordt. Je betaalt dus eigenlijk voor iets wat fout gaat. Dat is niet efficiënt. Het maakt niet uit hoe je iets doet, als je het doel maar behaalt. Zo is er ruimte voor innovatie.”

Zeggenschap
Blond vindt dat de Britse publieke dienstverlening hervormd moet worden, maar zegt ook dat Nederland van zijn ideaalbeeld kan leren. “Veel professionals in Nederland vertellen mij over dezelfde knelpunten als in Engeland: er moet meer zeggenschap naar de burger, de overheid is te star.” De burger moet volgens hem het recht hebben om de overheid over te nemen wanneer hij het beter kan. Een voorbeeld daarvan zag Blond in Liverpool.

“Een buurtcentrum in handen van de wijkbewoners werd helemaal gerenoveerd. Doordat de burgers na de overname de overhead en bureaucreatie van de overheid konden schrappen, bleef er geld over voor de renovatie. Het liep er geweldig.”

Big Society
Het versterken van lokale gemeenschappen en de hervorming van de publieke dienstverlening zijn onderdeel van de Big Society, het gedachtengoed van Blond. Daarin past ook een grotere zeggenschap van de burgers. Dat vraagt om een bepaalde inzet en zet burgers vanzelf in hun kracht, aldus de filosoof. Blond presenteerde zijn ideeën aan verschillende overheden: in China, de Verenigde Staten en de EU.

http://media.smh.com.au/news/national-times/blond-on-blond-3563355.html

donderdag, april 25, 2013

Onderzoek Vasco Lub

Wijkenbeleid is te vaak symbolisch

VASCO LUB 24 APRIL 2013

Nederlandse achterstandswijken zijn de laatste jaren overspoeld met sociale projecten die de leefbaarheid moeten verbeteren, zoals wijksport en straatcoaches. Menig wethouder kon er goed mee scoren. Maar werken ze ook? Vasco Lub schetst een ontnuchterend beeld.

Sociale leefbaarheidsprojecten zijn doortrokken van als vanzelfsprekend aangenomen assumpties over ‘wat werkt’. De argumentatie achter deze interventies en de causale verbanden die daarbij worden verondersteld, klinken vaak aannemelijk. Maar daarmee zijn ze nog niet per definitie waar. In een recent afgeronde studie confronteer ik de meest dominante sociale buurtaanpakken met wetenschappelijke inzichten. Het onderzoek richtte zich op vijf beleidsthema’s: stimuleren van bewonerscontacten (1), burgerbestuur en buurttoezicht (2), de inzet van straatcoaches (3), gebiedsgebonden gedragscodeprojecten (4), en sport en spel in de wijk (5). Voor elk thema zijn zogenaamde ‘interventietheorieën’ gereconstrueerd, dat wil zeggen ideaaltypische aannames over hoe een bepaalde maatregel zou moeten bijdragen aan de buurtleefbaarheid. Ter toetsing analyseerde ik meer dan 300 (inter)nationale studies. Uit de confrontatie met wetenschap kristalliseert zich een informatief, maar ook een ontnuchterend beeld van de houdbaarheid van populaire buurtassumpties.

De belangrijkste uitkomsten:

Meer sociale cohesie leidt niet per se tot veilige wijk
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat frequentere en hechtere contacten tussen bewoners in achterstandswijken meer sociale controle opleveren en daardoor een gunstige invloed uitoefenen op de buurtleefbaarheid. Uit literatuuronderzoek blijkt weliswaar dat deze zaken met elkaar samenhangen, maar een causaal verband is niet aangetoond. Veel wetenschappelijk onderzoek wijst er zelfs op dat sociale cohesie eerder het gevolg is van een veilige leefomgeving dan de oorzaak ervan. Dit roept vragen op over de talloze leefbaarheidsinitiatieven rond bewonerscontacten. Bovendien blijkt dat het versterken van sociale netwerken geen strikte voorwaarde vormt voor bewonersactivisme. Individuele motivatie en de aard van de overlastsituatie c.q. het buurtprobleem zijn veel bepalender in de bereidheid tot actieve sociale controle dan sociale steun van buurtgenoten. Ook de aanwezigheid van actieve bewonersgroepen en rugdekking van professionals, blijken belangrijke voorwaarden voor mensen om anderen aan te spreken op normoverschrijdend gedrag.

Impact burgerinspraak op buurtleefbaarheid beperkt
Ook het potentieel van ‘burgerkracht’ in lokaal veiligheidsbeleid moet vanuit wetenschappelijk oogpunt worden gerelativeerd. Bewonersplatforms die zich richten op meervoudige leefbaarheidsproblematiek dragen beperkt bij aan de oplossing van buurtproblemen. Soms neemt door de communicatie over en weer met overheidsdiensten het veiligheidsgevoel van bewoners toe. Maar feitelijke verbeteringen van de buurtleefbaarheid (afname van criminaliteit, verloedering etc.) worden zelden geregistreerd. Dit lijkt vooral te worden veroorzaakt door botsende logica’s tussen de burgerpanels en professionele instanties. Ook zijn wijkbewoners niet altijd vanzelfsprekende ‘ogen en oren’ van de straat. Bewoners interpreteren wijkproblemen vaak uiteenlopend. Dit bemoeilijkt een effectieve bijdrage van burgers aan lokaal veiligheidsbeleid via inspraakorganen, omdat zij vaak nauwelijks met één stem kunnen spreken.

Onvoldoende bewijs dat gedragscodeprojecten overlast tegen gaan
Gebiedsgebonden gedragscodeprojecten – de projecten die op straat– of buurtniveau collectieve leefregels beogen vast te stellen – weten slechts een beperkt aantal bewoners te bereiken. Het beeld dat uit verschillende onderzoeken ontstaat, is dat van een kleine bewonersgroep die zich in haar buurtgebruik sterker dan gemiddeld richt op de directe woonomgeving, en zich daarbij aangetrokken voelt tot een specifiek soort sociale normering (‘Wij groeten elkaar!’). Voor deze bewoners hebben de straatafspraken waarschijnlijk een extra bindend effect. Maar het is onwaarschijnlijk dat hiermee een wijdere kring van bewoners wordt bereikt die zich vervolgens committeert aan de vastgestelde regels. Sociaalwetenschappelijke inzichten laten daarbij zien dat een buurt of straat nauwelijks een collectief vormt waarin effectief groepsnormen kunnen worden afgedwongen. Sociale normen zijn altijd groep-specifiek, wat inhoudt dat gedrag dat wordt ervaren als ‘onbeschaafd’, niet dezelfde betekenis heeft voor verschillende sociale groepen. Het overlegproces tussen lokale bewoners kan daardoor zelfs tot tegengestelde effecten leiden, zoals fricties tussen bewoners of tussen instanties en bewoners.

Impact van straatcoaches twijfelachtig
De inzet van straatcoaches vertaalt zich niet in een grotere objectieve of subjectieve veiligheid in probleemgebieden. Uit een synthese van Nederlandse evaluaties van straatcoaches blijkt hun impact op overlast en criminaliteit op zijn best twijfelachtig. Geen van de verzamelde stedelijke evaluaties kan hardmaken dat de inzet van de coaches daadwerkelijk leidt tot een afname van (jeugd)overlast. Daarvoor zijn de resultaten in verschillende steden te gemengd en overlast- en aangifteontwikkelingen in de periode dat de coaches actief waren, te zeer overeenkomstig met cijfers in gebieden met vergelijkbare overlast. In Utrecht laten sommige wijken zelfs een toename zien van geregistreerde jongerenoverlast sinds de inzet van de coaches. Of de coaches zelf nu zoveel ‘coachender’ zijn dan politieagenten of stadswachten blijft onduidelijk. Geen van de evaluaties baseert zich op onafhankelijke observaties of op gesprekken met jongeren (enkel op dagrapportages van de coaches zelf), waardoor bovendien onbekend blijft of de straatcoaches jongeren daadwerkelijk gericht aanspreken op ongepast gedrag.

Wijksport: pedagogisch aanknopingspunt, maar geen gedragsveranderaar
Sport is wellicht de meest populaire sociale wijkinterventie van dit moment. In vrijwel elke achterstandsbuurt organiseren het lokale jeugdwerk of sportbuurtwerkers voetbaltoernooien, vechtsportlessen of sportieve pleinactiviteiten. Wijksport kan dienen als pedagogisch aanknopingspunt voor risicojongeren, maar is op zichzelf geen gedragsveranderaar. Uit onderzoek blijkt dat het niet zozeer de sportbeoefening zélf is die tot socialer gedrag aanzet, maar het sporten in combinatie met morele educatie en een activiteitenbegeleiding gericht op de pedagogische vorming van jongeren. In die zin kan sport dus van waarde zijn om ‘risicojongeren’ in achterstandswijken te bereiken en in sociale zin toe te rusten. Tegelijkertijd moet de vermeende intrinsieke kracht van sport niet worden veralgemeniseerd. Sport is geen sociaal wondermiddel. Uit Scandinavisch en Amerikaans onderzoek blijkt bovendien dat disciplines met een hoog masculien gehalte zoals vechtsporten en boksen, gewelddadig en antisociaal gedrag van jongens eerder aanwakkeren dan dat ze deze beperken.

Sterk bewijs dat burgerwachten leefbaarheid verbeteren
De hoop dat surveillance door burgerwachten (buurtpreventieteams) een gunstige invloed heeft op de buurtleefbaarheid wordt grotendeels bevestigd door wetenschappelijke inzichten. Hoewel Nederland geen resultaatmetingen naar burgerwachten kent, laat buitenlands onderzoek een positief beeld zien van de aanpak. De meerderheid van internationale evaluaties rapporteert een grotere reductie of kleinere toename in criminaliteit ten opzichte van vergelijkbare wijken waar geen burgerwachten actief zijn. Bovendien blijkt bij de positieve evaluaties de impact van surveillerende vrijwilligers op de wijkveiligheid aanzienlijk. Waarom burgerwachten veelal een positieve uitwerking hebben, blijft echter onduidelijk. Ook over de morele kant van hun inzet (sociale controle van burgers door burgers) is nog weinig empirisch onderzoek beschikbaar.

Conclusie: wijkenbeleid tussen symboliek en effectiviteit
Slechts een klein deel van de projecten is dus gebaseerd op aannames die wetenschappelijk houdbaar zijn. Van het merendeel van de onderzochte beleidsinterventies is het twijfelachtig tot ronduit ongeloofwaardig dat zij hun gestelde doelen bereiken. Is dat erg? Wellicht hebben de maatregelen namelijk wel een belangrijke symbolische of rituele functie die indirect tot positieve bijvangsten leidt. Een wethouder kan via het organiseren van sportactiviteiten in aandachtswijken laten zien dat zij de ontwikkeling van kansarme jeugd belangrijk vindt, wat voor die jeugd wellicht ‘empowerend’ werkt. En met het optuigen van een burgercomité straalt de gemeente uit dat de stem van bewoners meetelt in de aanpak van verloedering en veiligheid. En mogelijk leidt dat weer tot een groter vertrouwen van burgers in de lokale overheid. Kortom, de symbolische functie van beleid is toch minstens zo belangrijk als diens instrumentele doelmatigheid?

Om drie redenen plaats ik kanttekeningen bij deze gedachtegang.
Ten eerste overschaduwen symbolische maatregelen veel nuttig, maar minder zichtbaar werk van sociale beroepskrachten. Probleem is dat het dagelijkse werk van die beroepskrachten weinig ‘sexy’ is. Het is bovendien minder visueel te maken dan een buurtbarbecue of sportactiviteit. Gevolg: terwijl de gemiddelde jongerenwerker door kostenbesparing tot achter de komma zijn handelen moet verantwoorden, worden met het grootste gemak voor veel geld sporthallen afgehuurd om ‘risicojeugd’ te laten taekwondo-en. Natuurlijk zijn de handelingen van die sociale beroepskrachten ook niet altijd bewezen effectief. Maar hun dagelijkse geploeter in probleemwijken met probleemgroepen is in elk geval relevanter dan dergelijke eenmalige window-dressing events.

Ten tweede beseffen overheidsorganen vaak onvoldoende dat burgers zelf weinig boodschap hebben aan beleid als ritueel, vooral waar het gaat om leefbaarheids- en veiligheidsissues. Wanneer bewoners bijvoorbeeld deelnemen aan een buurtbeheergroep, willen zij dat hun signalen serieus worden genomen. Dit vraagt flexibiliteit van instanties en een professioneel kader dat gemandateerd is om leefbaarheidsprioriteiten om te zetten in actie. Wordt hier niet aan voldaan, dan leidt dit eerder tot een afname van bewonersactivisme. Met andere woorden: een groter vertrouwen van burgers in de overheid via bewonersinspraak is leuk, maar dit wordt alleen bereikt als die overheid zich ook houdt aan haar part of the bargain.

Tot slot kunnen ook goedbedoelde projecten negatieve gevolgen hebben. Uit de Verenigde Staten zijn talloze voorbeelden bekend van sociale initiatieven die de beste bedoelingen hadden, maar zorgbarende uitkomsten lieten zien (het beste voorbeeld is misschien wel het Scared Straight Program). In ons land zijn de vechtsporten een treffende illustratie van een aanpak die symbolisch gezien aanspreekt, maar instrumenteel gezien averechtse effecten kan sorteren. Het Nederlandse wijkenbeleid zal zich altijd wel blijven bewegen tussen de krachten van symboliek en effectiviteit. Maar gelet op de uitkomsten van mijn studie mag die balans in de toekomst vaker doorslaan naar het laatste.

Vasco Lub werkt bij zijn eigen Bureau voor Sociale Argumentatie en is daarnaast verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek in opdracht van MOVISIE. Op 25 april presenteert Lub hierover zijn boek ‘Schoon, heel en werkzaam? Een wetenschappelijke beoordeling van sociale interventies op het terrein van buurtleefbaarheid’ (Boom-Lemma Uitgevers), in debatcentrum Arminius in Rotterdam.

http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/04/24/wijkenbeleid-te-vaak-symbolisch/

zondag, augustus 12, 2012

donderdag, november 17, 2011

woensdag, november 16, 2011

Repair-cafes in opkomst

www.repaircafe.nl

This is the first day of the rest of your life