dinsdag, januari 22, 2019

OVER FLEXIBILISERING VAN DE ARBEIDSMARKT

In Nederland hadden we vorig jaar ruim 8 miljoen banen, variërend van 5 tot 50 uur per week. Bij 60 % van die banen ging het om vaste contracten, 40 % betreft flexibele arbeidscontracten. Kijken we naar de werkgelegenheid bij jonge werknemers tot 40 jaar, dan werken 60 % van de jongeren op flexibele basis en zal de trend naar flexiwerk verder voortgaan. Parallel aan de toename van flexiwerk is de tendens naar lage lonen van flexwerkers. Leidt flexibilisering van de arbeidsmarkt tot uitbuiting?

Soorten flexiwerk.
Het meest bekend zijn de ruim 1 miljoen zelfstandigen zonder personeel, vaak aangeduid ook als zelfstandigen zonder poen. Het betreft in het merendeel ex werknemers die o.a. hun oude werkgever als opdrachtgever hebben. Van werkgever naar opdrachtgever is trouwens essentieel voor de meeste flexiwerkers; in de volgende alinea’s wordt dit nader aangeduid. Sommige werknemers zijn uit zichzelf begonnen als zzp-er. Zij kozen bewust voor het ondernemerschap, vaak na eerst jaren ervaring te hebben opgedaan bij een werkgever.

Ruim 2 miljoen mensen zijn niet zelfstandigen maar ook geen werknemers met vaste contracten. Het meest bekend sinds de jaren ‘50 zijn uitzendkrachten, maar thans hebben velen nul-urencontracten, zij werken op afroepbasis, worden gedetacheerd of werken onder een payroll constructie. Nederland kent veel werkenden met een deeltijdbaan, echter wel met een vast contract. Indien mensen werken op oproepbasis zonder dienstverband, is er weer sprake van opdrachtgever i.p.v. werkgever.

Flexiwerk door veranderingen in organisaties.
De lezers van mijn artikelen in de RoSA! Nieuwsbrief kennen mij als econoom. Toch zou ik na mijn afstuderen als werknemer bij de Faculteit Bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit, ook ingewijd worden in de bedrijfskunde (post doctorale opleiding bij de Rotterdam School of Management). Zo leerde ik kennismaken met het verschijnsel organisatie en het organiseren van organisaties, zoals bedrijven.

Midden jaren ‘80 waren bureaucratisch georganiseerde concerns nog model voor het Westerse en Japanse kapitalisme. Miljoenen mensen hadden daarin hun loopbaan (carrière) voor het leven en konden door hun werkgever rekenen op sociale zekerheid in de vorm van doorbetaling bij ziekte, verlof en vakantie, en pensioen. Sterke vakbonden kwamen op voor de belangen van werknemers in een geordend overleg met werkgevers in bedrijven en binnen stelsels van arbeidsverhoudingen zoals in het Nederlandse poldermodel. Sterk, omdat de vakbonden veel leden hadden in concerns en bij de overheidsbureaucratieën.

Midden jaren ‘80 was echter een overgang te zien van Fordisme met bureaucratisch georganiseerde productie naar gedecentraliseerde productie door kleine bedrijven. Bij bureaucratische organisaties was het gebruikelijk om diverse functies intern te vervullen i.p.v. deze te kopen op een markt. Van schoonmaak en beveiliging, kantine tot en met wetenschappelijk onderzoek. Vanaf de jaren ‘80 nam ont bureaucratisering, bekend als ‘outsourcing’ van taken en functies toe, op weg naar platte of slanke organisaties. Was dit een modegril, blijkend uit het toenmalige management jargon, of een gevolg van rechtse politiek?

Nee, het was een gevolg van globalisering van de productie en door technologische ontwikkelingen. Door nieuwe mogelijkheden op het gebied van computergebruik werd flexibele specialisatie van de productie mogelijk (Zie Piore, Sabel, 1984) en kon afstand worden gedaan van massa fabricage als zijnde goed en goedkoop. Globalisering van productie en handel werd bevorderd door steeds lagere transportkosten. 10 jaar later, met de komst van het internet, werd het ook makkelijker om delen van productieprocessen te verplaatsen naar lage lonen landen, zoals administratie en call centra naar India. Industrie- arbeid werd verplaatst naar lage lonen gebieden, zoals taxfree zones in China.

Flexiwerk door verandering in de organisatie van werk.
In bureaucratische organisaties is het bekend dat taken en rollen, dus functies, geordend zijn in een vrij stabiele vaste organisatiestructuur. Saai en stabiel, maar ook zeker voor werknemers, zeker van werk, inkomen, loopbaantrajecten en tenslotte pensioen. Weinig uitdagend en mogelijk ook niet kansrijk voor degenen die meer wilden dan zo’n keurslijf… maar afhankelijk van beroepstype kon niet iedereen makkelijk voor zichzelf beginnen, een bouwvakker wel, of een boekhouder, een lopende band werknemer niet.

In niet meer bureaucratische organisaties is een verschuiving te zien van vaste taken en rollen naar projectmatig werken. Werknemers worden per project ingezet als lid van een tijdelijk team. Zodra sommige werknemers tijdelijk geen opdracht hadden, werden zij doorbetaald door de organisatie, omdat ontslag en wederom aannemen meer tijd en geld kostte. Maar intussen nam het ‘mean and lean’ type organisatie in aantal toe, bestaande uit een kleine directie en enkele kernafdelingen zoals ontwerp, marketing en verkoop. Alle overige werkzaamheden worden uitbesteed, vaak op globaal niveau. Het personeel bestaat dus uit een kleine groep van vaste werknemers en een grote schil van flexiwerkers op losse contractbasis. Overigens moet niet teveel waarde gehecht worden aan het begrip vaste banen. Veel organisaties worden door fusies, overnames of reorganisaties totaal anders dan de oude organisatie en kunnen bepaalde werknemers niet meer gebruiken, i.h.b. ouderen.

Opkomst van een precariaat.
In 2000 schreef de bekende Amerikaanse socioloog Senett over de opkomst van de flexibele mens (corrosion of character). In toenemende mate werden organisaties veranderlijke of tijdelijke netwerken van (projectmatige) activiteiten. Werknemers moeten steeds meer gericht zijn op korte termijn doelen en veranderlijke taken en rollen. Tegenwoordig wordt dat in jeuktaal op kantoor ‘agility’ genoemd, een behendigheid om snel in te spelen op veranderlijke situaties. Vaste werknemers met trouw voor de organisatie of hart voor het bedrijf zijn passé.

Flexiwerkers zijn geen lid van een organisatie maar tijdelijke deelnemers, meestal zolang als een project duurt. In werkloze tussentijden worden zij niet betaald zodat zij of wel steeds moeten teren op hun financiële reserves of een uitkering moeten aanvragen. Voorzover dat in hun land mogelijk is, zullen zij een beroep moeten doen op bijstands type regelingen. Zij komen niet in aanmerking voor werkloosheidsregelingen die geldig zijn voor vaste werknemers na een bepaalde werkperiode. In geval van een conjuncturele crisis zullen dus vele flexwerkers in de bijstand terechtkomen of moeten leven van het inkomen van hun partner. Kortom een groot gevaar op armoede, dat vele flexwerkers evenzo treft wegens lage betaling voor hun opdrachten. Ze zijn bekend als werkende armen.

Gevolgen van flexwerk.
Senett beschreef hoe langdurige onzekerheid inwerkt op het karakter van mensen alles wat ze hebben en doen is precair geworden. Maar die individuele onzekerheid slaat ook terug op de maatschappij, waarin het begrip sociale zekerheid wordt uitgehold, net als een systeem van arbeidsverhoudingen,dat was gebaseerd op vaste werknemers in min of meer vaste organisaties. Toen in 1999 de Flexwet werd aangenomen in Nederland, reageerde de vakbeweging er lauw op; men verdedigde vooral de belangen van mensen met vaste banen, vaak ouderen die overigens ook werden bedreigd door ontslag en daarmee verlies van pensioensopbouw. Mogelijk eén van de redenen dat de vakbeweging de aansluiting miste bij (jonge) flexwerkers die niet eens een pensioen opbouwen tenzij zij rijk genoeg worden om dat te kunnen opsparen.

De toekomst.
Ik vermoed dat flexwerk een blijvende trend wordt, men solliciteert niet meer naar een baan maar probeert opdrachten binnen te halen of start zelf projecten op. Zo dit de toekomst wordt van ‘de’ arbeidsmarkt, is het nodig om een stelsel van basisinkomens in te stellen omdat anders de financiële ellende niet is te overzien als mensen steeds van tijdelijk werk naar tijdelijke uitkeringen moeten hiphoppen omdat continuïteit van werkzaamheden vaak het grote probleem is bij flexwerk. Zoals in mijn eerdere artikelen over basisinkomens is zo’n regeling ideaal voor kleine ondernemers, artiesten en ook studenten, mits dit inkomen ongeveer op bijstandsniveau netto is, dus 1.000 euro per maand inclusief ziektekostenverzekering. Op dit moment is het moeilijk om een betaalbare verzekering voor arbeidsongeschiktheid te regelen. Willen wij flexwerk zien als de norm, dan zou het ook goed zijn als de overheid een regeling treft in geval arbeidsongeschiktheid, die thans vrijwel alle flexwerkers op termijn de armoede injaagt. Over pensioenopbouw voor flexwerkers wordt nog nagedacht. De politiek heeft er moeite mee dit verplicht te stellen, en flexwerkers allicht ook zolang hun inkomen geen of weinig spaarmogelijkheden biedt.

De vraag in hoeverre flexwerk kan leiden tot uitbuiting hangt vooral af van individuele kwaliteiten van enkelen of gebrek aan collectieve organisatie door de meesten met flexwerk. Hoogopgeleide specialisten, vaak met eerdere werkervaring binnen organisaties, maar ook bekend geworden flexwerkers in hun sector, kunnen eisen stellen met betrekking tot hun tarieven. Veel overige flexwerkers moeten het hebben van collectieve organisatie, dus nieuwe vakbonden. De socioloog Marguerite van den Berg stelde dat het precariaat wel massa heeft, maar geen collectief, waardoor zij geen looneisen op tafel kunnen leggen en zelfs politieke macht kunnen hebben, zoals wel de vakbeweging in het verleden.

door Tjeerd de Boer

STAND VAN ZAKEN AMSTERDAMS EXPERIMENT VERDIENEN MET EEN DEELTIJDBAAN NAAST JE UITKERING

De gemeente heeft besloten, het experiment verdienen met een deeltijdbaan naast je uitkering uit te breiden.
Begin januari zijn 35.000 brieven de deur uitgegaan gericht aan de Amsterdamse bijstandsgerechtigden met de mededeling dat inschrijving voor het experiment opnieuw wordt opengezet.
Van 1 januari 2019 tot 1 maart 2019 kunnen mensen zich opnieuw aanmelden.

Er zijn tot nu toe 3000 huishoudens die zich in de vorige ronde hebben aangemeld.
Het aantal individuen ligt dus hoger.
Het gaat om ca 2500 lopende uitkeringen in het kader van de Participatiewet.
500 deelnemers zijn sinds de vorige aanmeldperiode inmiddels uitgestroomd.
Zij blijven echter gevolgd worden, omdat ze kunnen terugkeren in de uitkering en dan weer meedoen.
Van de deelnemers aan het experiment heeft ongeveer 60% deeltijdwerk of kortdurende inkomsten gehad uit arbeid.

Het onderzoek wordt verlengd omdat de nulmeting met interviews niet op tijd was afgerond.
Daardoor zou voor het wetenschappelijk onderzoek maar 1 jaar beschikbaar zijn in plaats van twee jaar.
In overleg met de wethouder is besloten, het onderzoek te verlengen om voldoende tijd voor het wetenschappelijk onderzoek te hebben en het wetenschappelijk onderzoek uit te breiden naar welke effecten het vrijlaten van de premie heeft.
Bovendien wil men nieuwe instromers in de bijstand de kans geven aan het experiment mee te doen.

1672 mensen die zich bij de vorige inschrijfperiode hebben aangemeld hebben in november de tweede premie ontvangen.
Daaraan is 1,7 miljoen euro besteed.
Over de verstrekking van de premie is tot op heden maar 1 klacht binnengekomen.
Vaak was het mensen niet duidelijk, dat als een maand boven de bijstandsnorm zit, en geen uitkering ontvangt, je ook geen premie krijgt over die maand.
Volgens rapportages van de helpdesk die vragen binnen krijgen van het gemeentelijk call-center zijn er in totaal 120 vragen over de premie binnengekomen.
De piek was in december, na de uitbetaling in november, toen er 25 vragen zijn gesteld.

Naast de mensen die meedoen aan het experiment en die vaak een deeltijdbaan hebben, permanent of tijdelijk, zijn er ca 1400 mensen die parttime werk hebben en die niet meedoen.
Er zal in het kader van het wetenschappelijk onderzoek een apart kwalitatief onderzoek komen naar deze mensen
Zij zullen dan worden geïnterviewd.

In 2016 had 6,6% van het aantal bijstandsgerechtigden een deeltijdbaan.
Dit is in 2017 gestegen naar 7,1%.
Een groot deel van de parttime werkenden zit in trede 2.

ZZP-ers die in de bescheiden schaal regeling vallen doen ook mee aan het experiment.
IOAW en IOAZ en BBZ-uitkeringen zijn uitgesloten van het experiment.
Mensen in die uitkeringen mogen geen incentives ontvangen.
Zij mogen geen uitstroompremie hebben.
De wet staat dit type experimenten alleen toe voor klanten die een Participatiewet uitkering hebben.
Alleen als er dus een IOAW- of IOAZ-uitkering is met een aanvullende P-wet-uitkering is deelname mogelijk.

Aan het experiment doen ook mensen mee die urenbeperkt zijn (dit kan gevolg zijn vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking).
Ongeveer de helft van de Pantar medewerkers doen mee met het experiment.

Mijn eerste opmerkingen:
Het zou interessant zijn eens te onderzoeken, in hoeverre het fenomeen van in Amsterdam ongeveer 4.000 bijstandsgerechtigden die part-time werken met een uitkering de flexibilisering van de arbeid bevordert,
dwz dat werkgevers zich niet hoeven in te spannen om banen te creëren waarvan je kunt rondkomen, en banen kunnen creëren voor bijvoorbeeld piekproductie waarvan je niet kunt leven waarbij aanvullende eisen worden gesteld, die je de hele week binden.

Voorbeeld zijn sommige postbezorgers bij Post.nl, die maar ongeveer 20 uur in de week werk hebben en loon, waarbij de eis gesteld wordt dat ze de hele week oproepbaar/beschikbaar zijn.
Je kunt er dan dus geen andere deeltijdbaan naast nemen en als je met het aantal uren dat je bij post.nl werkt beneden de bijstandsnorm blijft, moet je een bijstandsuitkering aanvragen.
Daarvoor zouden de sectoren/bedrijven waar de mensen werken bekend moeten zijn en de voorwaarden die die bedrijven stellen, zoals post.nl.
En of veel bijstandsgerechtigden op basis van oproepcontracten werken, waarbij je voortdurend beschikbaar moet zijn.
Natuurlijk zijn er in dit verband nog andere vijvers waaruit Post.nl kan vissen, mensen met andere uitkeringen of gehuwden waarvan een partner een stabiel volledig inkomen heeft en de ander er zo’n flexibel deeltijdbaantje bijneemt.

In het verlengde daarvan ligt de vraagstelling in hoeverre de Participatie wet en eventuele andere uitkeringen werken als smeermiddel op de arbeidsmarkt, dwz de bevordering van goedkope, flexibele arbeid en zorgen dat daar voldoende arbeidskrachten voor beschikbaar zijn.
In dit verband moeten we ook denken aan flextensieconstructies en het werken met behoud van uitkering.

Dit zijn de schattingen van de FNV. Het gaat alleen al bij werken met behoud van uitkering om ongeveer 20 duizend arbeidsplaatsen (voltijdse werkweek).
Maar aangezien de mensen gemiddeld 20 uur per week werken, gaat het om minstens 40.000 bijstandsgerechtigden.
Als je rekent dat de tewerkstelling gemiddeld een half jaar duurt, gaat het om 80.000 bijstandsgerechtigden die korter of langer durend met behoud van uitkering werken gerekend over een heel jaar van de 400.000 die er in Nederland zijn.

De FNV komt tot deze schatting op basis van CBS gegevens dat er 160 duizend voorzieningen zijn afgegeven in 2016.
Helaas houd het CBS niet bij wat een voorziening precies is maar als de helft met werk te maken heeft dan blijven 80 duizend over.
Gemiddeld 20 upw dus halve werkweek.
Is 40 duizend. 6 maanden gemiddeld dus 20 duizend arbeidsplaatsen per jaar.

Ik denk dat deze effecten van experimenten zoals in Amsterdam en in het verlengde daarvan misschien de invoering van een partieel basisinkomen moeten worden onderzocht.

Piet van der Lende

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam
info@bijstandsbond.org

zondag, januari 20, 2019

Beursvloer Barendrecht

Op 7 maart 2019 om 16.30 uur geeft burgemeester Van Belzen het startschot voor wederom een krachtige beursvloer. De beursvloer is DE plek waar bedrijven, scholen en stichtingen elkaar vinden in vraag en aanbod, zonder dat er een cent wordt uitgewisseld, aldus Sanders van de Barendrechtse Uitdaging.

Op de maatschappelijke Beursvloer bieden we maatschappelijke organisaties en bedrijven de kans om iets voor elkaar te betekenen. Knelpunten van verenigingen en stichtingen op het gebied van Menskracht, Materialen en Middelen worden door het bedrijfsleven opgelost met gesloten beurs. In één of twee uur tijd onderhandelen ze samen over vraag en aanbod. Verenigingen en stichting bieden op hun beurt een tegenprestatie die past bij het karakter van hun vereniging en de match met het betreffende bedrijf.

http://barendrechtseuitdaging.nl/activiteiten/beursvloer/

woensdag, december 26, 2018

Stedelijke denktank armoede

Stedelijke denktank armoede

Al vele jaren is bij vertegenwoordigers vanorganisaties, die de armoede en schulden bestrijden dewens dat, net zoals al twintig jaar in Prins Alexanderin alle gebiedsdelen van Rotterdam (de voormaligedeelgemeenten) een structuur van overleg komt tussenberoepskrachten, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen.

Vertegenwoordigers vanuit de initiatiefgroep van RoSA!bezoeken regelmatig bijeenkomsten om de ontwikkelingendaarvan op de voet te volgen. Fia is een afgevaardigdevan RoSA! in APPA (ArmoedePlatform Prins Alexander),Chris en Hans bezoeken het Platform Charlois en hetPlatform IJsselmonde. Hans stond mede aan de basis voorhet oorspronkelijk idee van het Platform Delfshaven.

De initiatiefgroep van de Rotterdamse Sociale Alliantiewas zeer blij met een initiatief van het Centrum voorDienstverlening om op donderdag 6 december dezeplatforms bij elkaar te roepen in de Nieuwe Gaffel inhet Oude Westen. Onder de titel “Uitnodiging voor eenStedelijke denktank armoede”. Met als doel om om armoedein de stad onder de aandacht te brengen en de effectenervan te verzachten en te verminderen met innoverende encreatieve ideeën. Een welkome aanvulling op het werkwaar RoSA! al meer dan elf jaar mee bezig is.

Niet alleen de genoemde vier platforms waren aanwezig,ook vertegenwoordigers van de RotterdamseArmoedebestrijdings Beweging, een vertegen woordiger vanWarm Rotterdam (Pauluskerk), twee vertegenwoordigers vanhet voormalig Armoede Platform Hoogvliet, Vanessa Umbohvan “Stem zonder gezicht”, twee studenten van deHogeschool Rotterdam en een ruime vertegenwoordiging vanRoSA! Bij elkaar een gezelschap van ongeveervijfentwintig mensen.

Wat voegen de platforms en de stedelijk denktank armoedetoe, was de vraag. Genoemd werd denkkracht,berikbaarheid voor bewoners om hulp te vragen, eenlaboratorium voor oplossingen, meer betrokkenheid,richting aangeven aan de politiek en initiatieven vanuitde wijk.

Vervolgens werden per persoon een aantal direct in hetoog springende activiteiten opgenoemd. Zoals een"zoekmachine naar beter leven in de wijk”. De hiaten enwitte plekken opsporen in de bestrijding van armoede.Het agenderen van armoede teneinde empowerment tebevorderen. Het oplossen of het verzachten van armoede.Hoe win je vertrouwen en zelfvertrouwen terug. Aanpakkenvan de kostendelersnorm, die zoveel persoonlijk engezinsleed tot stand brengt. En het ideevan een armoedeweek door de gehele stad, met eendemonstratie. Rondom 17 oktober, de Werelddag tegen Armoede.

Een enerverende bijeenkomst, waarna nog lang nagepraatwerd en onderling zaken werden uitgewisseld. Een kleine groep gaat injanuari een bijeenkomst in februari voorbereiden, metals onderwerp “de complexiteit van de armoede”.

Voor nadere informatie: snederstigt@cvd.nl.

zaterdag, oktober 27, 2018

Peter Hinssen: ‘Het onderwijs is niet aangepast aan deze tijd.’

https://www.youtube.com/watch?v=ieTQs6Og3fA

zaterdag, juni 23, 2018

Kennisontwikkeling, innovatie en professionalisering schuldhulp

https://www.schouderseronder.nl/schouders-eronder

woensdag, juni 06, 2018

Film over wijkzorg in Rotterdam

https://www.youtube.com/watch?v=G6y5UWKNMnk

maandag, mei 28, 2018

Mobility Mentoring®

Hoe inzichten uit de hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden
Auteur Nadja Jungmann en Peter Wesdorp

Mensen die in armoede leven of schulden hebben en daar niet snel uitkomen, krijgen al gauw het verwijt dat ze onverstandig zijn. Inzichten uit de hersenwetenschap laten zien waarom: chronische stress door schulden en armoede, verandert de ‘bedrading’ van het brein van mensen. Dat beïnvloedt het geheugen negatief en maakt dat mensen geen overzicht kunnen krijgen en niet goed meer in staat zijn om doelgericht en probleemoplossend te handelen.

De Amerikaanse social work-organisatie EMPath ontwikkelde in nauwe samenwerking met Harvard University, een aanpak die uitgaat van Mobility Mentoring®. Deze aanpak combineert het onderwerp armoede met de laatste inzichten vanuit de hersenwetenschap over de effecten van schaarste en armoede en de ontwikkelbaarheid van hersenfuncties. Deze aanpak is inzetbaar bij de begeleiding van mensen die hun financiële en sociale problemen willen oplossen.

In de Amerikaanse stad Boston werd onderzocht hoe Mobility Mentoring® werkt voor mensen met armoede en schulden. Onderzoekers beschreven onder meer hoe die ondersteuning eruit ziet: welke basisprincipes liggen eronder, wat is bijzonder aan deze begeleiding en welke instrumenten worden gebruikt. Ook in Nederland kan Mobility Mentoring® bijdragen aan de doorontwikkeling van de dienstverlening door wijkteams en de brede integrale intakes bij gemeenten.

Deze publicatie beschrijft de resultaten van de verkenning en maakt een eerste vertaling naar de Nederlandse praktijk. Daarmee ligt deze publicatie aan de basis voor de beweging die De Hogeschool Utrecht en Platform31 op gang brengen om de theoretische inzichten en instrumenten, mentoring en dienstverleningsprincipes ook in Nederland in te zetten en de resultaten verder te monitoren en evalueren.

Kennisdossier Schulden en armoede

Meer informatie over Mobility Mentoring, actualiteiten, leestips en best en (worst) practices vindt u in het kennisdossier Schulden en armoede.

https://www.platform31.nl/wat-we-doen/kennisdossiers/schulden-en-armoede

donderdag, mei 24, 2018

Cybercrime vormt wellicht de grootste wereldwijde bedreiging van 2018

AUTEUR RICHARD VAN HOOIJDONK

• Toenemende complexiteit en professionaliteit
• Noord-Koreaanse en Russische overheidssponsoring is een groot probleem
• Hoe ziet de toekomst van cybercrime eruit?
• Wat kunnen we doen?

“Cybercrime is meedogenloos, gaat onverminderd door en is waarschijnlijk niet te stoppen. Het is gewoon te eenvoudig en het levert veel op. Bovendien beschouwt men de kans om gepakt en gestraft te worden als klein”. Dat is een vrij directe waarschuwing van James Lewis, directeur en senior fellow van het Technology and Public Policy Program in het Center for Strategic and International Studies. En helaas heeft hij gelijk.

2017 was een uitzonderlijk jaar voor de bad guys. Volgens global cloud advisory & implementation services bedrijf Alcor was ransomware als NotPetya/ExPetr, WannaCry en Bad Rabbit een serieus probleem. Josh Fruhlinger, een veiligheidsexpert die voor het CSO schrijft, legt uit: “Ransomware is een vorm van kwaadaardige software (of malware) die je, zodra het je computer heeft overgenomen, bedreigt met schade, meestal door je de toegang tot je bestanden te ontzeggen. De aanvaller eist losgeld en belooft – niet altijd naar waarheid – om je na betaling weer toegang tot je bestanden te geven”. Al is dit maar één vorm van cybercrime, het is wel het type dat steeds meer populariteit geniet. We voorzien dan ook dat dit de grootste cyberdreiging van 2018 zal worden.
Het CSIS/McAfee-rapport maakt dit op zorgwekkende wijze duidelijk. “We schatten dat van tweederde van de mensen – meer dan twee miljard individuen – persoonlijke informatie is gestolen of gecompromitteerd”. En verder: “Uit een enquête bleek dat 64 procent van de Amerikanen het slachtoffer was geworden van frauduleus creditcardgebruik of verlies van persoonlijke informatie. Cybercrime is voorpaginanieuws omdat iedereen slachtoffer kan worden”.

Toenemende complexiteit en professionaliteit

Het is ook wel te begrijpen waarom het zo populair is onder hightech criminelen. Lewis schrijft: “Als het gaat om de ‘risk-to-payoff-ratio’ staat cybercrime aan kop. Het is een misdrijf met een laag risico en een hoog rendement. Een slimme cybercrimineel kan honderdduizenden, zelfs miljoenen dollars verdienen met bijna geen kans op arrestatie of gevangenisstraf”. Dat komt omdat deze criminelen steeds geraffineerder te werk gaan en via wereldwijde netwerken en ‘cybercrimecentra’ samenwerken, zoals bijvoorbeeld Noord-Korea en Rusland. En omdat ze toegang hebben tot geanonimiseerde, veilige betaalsystemen als Bitcoin is het erg moeilijk om ze op te sporen. “Bitcoin is al lange tijd de favoriete munteenheid voor marktplaatsen op het Darknet. Cybercriminelen profiteren van de pseudonieme aard en gedecentraliseerde organisatie om illegale transacties uit te voeren, slachtoffers af te persen en de opbrengsten van hun misdaden wit te wassen,” zegt Lewis.
En helaas kun je met cybercrime als ransomware veel geld verdienen. Ook al gaat het bij corruptie en drugshandel om grotere geldbedragen, wat cybercriminelen binnenslepen is zeker ook niet te versmaden. Volgens het CSIS/McAfee-rapport “kost cybercriminaliteit de wereld nu bijna 600 miljard dollar – 0,8% van het wereldwijde bbp”.

Lewis schrijft: “Als het gaat om de ‘risk-to-payoff-ratio’ staat cybercrime aan kop. Het is een misdrijf met een laag risico en een hoog rendement.

Noord-Koreaanse en Russische overheidssponsoring is een groot probleem

Dat zijn serieuze cijfers. En het wordt nog erger. In sommige gevallen werken deze cybercriminelen namelijk niet alleen, maar worden ze zelfs door de staat gesponsord. Dit maakt de kans dat ze opgespoord en vervolgd worden minimaal. Daar komt nog eens bij dat ze ondersteund worden met overheidsmiddelen en in contact komen met experts, waardoor deze aanvallen nog eens extra verlammend kunnen werken.

Voor landen als Noord-Korea, dat al een pariastaat is en er alles aan doet om de in elkaar stortende economie overeind te houden, is het best wel aantrekkelijk om een graantje mee te pikken van wat cybercrime oplevert. Vooral nu met de economische sancties kunnen professionele aanvallen met de steun van de overheid het broodnodige geld binnenhalen. Dorothy Denning, een erkend expert in veiligheid en analyse, merkt op dat het – in een land dat de toegang tot internet beperkt tot de elite – “onwaarschijnlijk is dat het land hackers heeft die onafhankelijk van de overheid opereren”. Hun aanvallen zijn gecoördineerd, georganiseerd en door de staat gesponsord: deze hackers “werken voornamelijk voor het General Bureau of Reconnaissance of de General Staff Department of the Korean People’s Army”, schrijft ze. En hoewel ze soms onzorgvuldig zijn, is het aantal aanvalspogingen uit die contreien onthutsend. In 2016, bijvoorbeeld, “heeft het regime via het wereldwijde SWIFT-netwerk ongeveer $951 miljoen van de Bangladesh Central Bank gestolen”, aldus Denning.

Bijna een miljard dollar – dat is een sterk motief om cybercrime te sponsoren. Maar dat is niet de enige reden waarom overheden ransomware en Denial of Service (DOS)-aanvallen ondersteunen. Geopolitieke gevechten worden in toenemende mate digitaal en met ‘plausibele ontkenning’ gevoerd, waardoor cybercrime een frontwapen wordt. Rusland wordt ervan verdacht steun te hebben verleend aan verschillende aanvallen in Oekraïne. Deze aanvallen waren bedoeld om de aanhang van de Oekraïense leiders te verzwakken en de openbare diensten te verstoren. De recente ransomware- en gedistribueerde Denial of Service (DDOS)-aanvallen op de Oekraïense nationale postdienst Ukrposhta is daar een voorbeeld van. Deze leken opvallend veel op de hack van het elektriciteitsnet van Kiev in 2015, een gecoördineerde aanval gelinkt aan Russische IP-adressen – wat suggereert dat deze door de staat werd gesponsord. En waar veiligheidsexperts als Robert Lee zich zorgen over maken is dat “ze niet specifiek voor Oekraïne ontwikkeld zijn… Ze hebben een platform gebouwd waarmee ze in de toekomst meer aanvallen kunnen uitvoeren”. Iedereen is een potentieel doelwit.

Hoe ziet de toekomst van cybercrime eruit?

Ransomware is zeker niet de enige vorm van cybercrime, maar vanwege de lucratieve aard wel de snelst groeiende. En nu Ransomware-as-a-Service (RaaS) een opmars maakt – een angstaanjagende trend waarin hightech criminaliteit als dienst verkocht wordt – wordt het big business. Lewis legt uit: “In plaats van dat een enkele crimineel of groep ransomware schrijft en zelf distribueert, biedt het RaaS-model de mogelijkheid om platforms op te zetten die ‘affiliates’ voor hun eigen doelwitten kunnen gebruiken. De ontwikkelaars nemen dan een deel van het losgeld, berekenen vooraf een tarief of verkopen een tijdsblok waarbinnen de koper toegang heeft tot bepaalde servers”.

Ransomware is zeker niet de enige vorm van cybercrime, maar vanwege de lucratieve aard wel de snelst groeiende.
Swati Khandelwal schrijft voor The Hacker News: “Nieuwe RaaS-bedreigingen zijn schokkend goedkoop. Een nieuw type malware dat credentials steelt en zich voornamelijk op webbrowsers richt wordt voor maar $7 aan Russischtalige webfora verkocht. Hiermee kun je – zelfs met gelimiteerde technische kennis – zoveel computers hacken als je maar wilt. Deze Ovidiy Stealer malware verscheen vorige maand voor het eerst maar wordt regelmatig bijgewerkt door de Russischtalige auteurs en actief door cybercriminelen gebruikt”. Het is een angstaanjagende gedachte dat iedereen het zich kan veroorloven om voor een schijntje ransomware te verspreiden.
We verwachten in 2018 dan ook een sterke toename van het aantal ransomware-aanvallen.

Wat kunnen we doen?

Volgens deskundigen kunnen vrij basale maatregelen al een verschil maken. De meeste ransomware-aanvallen zijn niet erg geavanceerd. De slachtoffers geven zich haast vrijwillig bloot. Ze openen en downloaden verdachte bestanden, reageren op phishing of nemen andere onnodige risico’s. Zelfs het updaten van je besturingssysteem en browser kan al helpen. Lewis merkt op: “Om jezelf tegen cybercrime te beschermen heb je in de meeste gevallen echt geen geavanceerde beveiliging nodig”.
Maar internationale samenwerking is ook van kritiek belang. Staatssponsors moeten worden gestraft en er moet meer gedaan worden om een einde te maken aan “staatssheiligdommen” voor cybercriminelen. Omdat dat waarschijnlijk niet snel zal gebeuren kun je het best je persoonlijke beveiliging aanscherpen en ervoor zorgen dat je alleen bestanden van vertrouwde bronnen opent en downloadt.

We hopen dat we het met betrekking tot cybercrime in 2018 bij het verkeerde eind hebben. We houden het in ieder geval goed in de gaten.

mei 18, 2018

https://www.richardvanhooijdonk.com

maandag, mei 21, 2018

Rotterdamse Sociale Alliantie

COLLECTIEVE ARMOEDE

DOOR TJEERD DE BOER
We verdienden vorig jaar als Nederland BV totaal 733 miljard euro, een record bnp en een bewijs dat we de crisis van 2008 te boven zijn gekomen. Toch overheersen in het nieuws berichten dat er geen geld is, voor achterstallig onderhoud, voor extra personeel, bijvoorbeeld in het onderwijs, de zorg, defensie en politie. Vele wegen en bruggen verkeren in een slechte staat. Lonen en uitkeringen nemen netto gezien nauwelijks toe. Vreemd als tegelijk wordt gezegd dat het geld weer tegen de plinten klotst en de nieuwe regering Rutte 3 minstens 10 miljard extra te besteden had. In dit artikel wordt uitgelegd dat Big Business, Banking en Beleggers zo machtig zijn geworden ten opzichte van nationale regeringen, dat zij in toenemende mate hele staten leegzuigen. Belastingontwijking is nog moeilijk aan te pakken en kan ten koste gaan van de welvaartsstaten van weleer.

Eind van de welvaartsstaat?. In artikel nr. 106 legde ik uit wat een verzorgingsstaat is. Het betreft staten met stelsels van sociale zekerheid. Een definitie van verzorgingsstaten in ruime zin betreft ook stelsels van collectief geregelde gezondheidszorg en een geheel van subsidies aan burgers die zonder dat niet of moeilijk bepaalde diensten of goederen kunnen betalen, zoals de huursubsidie. Een welvaartsstaat betreft alle collectieve regelingen en investeringen door de overheid, in de ruime definitie kunnen ook alle organisaties van het maatschappelijk middenveld worden gerekend, zoals voorheen de bedrijfsverenigingen in Nederland. Nederland was model van een corporatistische staat tot de privatiseringen in de jaren ‘90 en later. Organisaties van werknemers en werkgevers waren verantwoordelijk voor de uitvoering van veel socialezekerheidsregelingen, de politiek stelde de regels en condities vast voor de werknemersverzekeringen.

Door rechtse (neoliberale) politieke partijen wordt de overheid graag voorgesteld als een miljarden verslindend monster op kosten van de belastingbetaler. In de praktijk is een tegenstelling tussen overheid en bedrijfsleven allerminst zo scherp te stellen, er is juist vaker sprake van publieke- private partnerschappen. Bijvoorbeeld de aanleg van snelwegen vanaf de jaren ‘50 was een initiatief van de overheid die daarvoor gelden beschikbaar stelde maar vele particuliere aannemers voerden het werk uit. Uiteraard werd het bnp daardoor vergroot als ook het draagvlak voor belastinginkomsten.

De belastingbetaler in de hoedanigheid van kiezer bepaalt hoeveel of hoe weinig overheid men wil. In de landen van het Scandinavische model koos men voor een grote overheid; meer dan 60 % van het bnp wordt besteed aan collectieve uitgaven. In Amerika daarentegen zijn genoeg voorstanders van een minimale overheid, geïnspireerd door o.a. Ayn Rand. In de 19de eeuw bekend geweest als de nachtwakersstaat die enkel verantwoordelijk was voor de openbare orde en defensie.

De vorige eeuw werd bekend als het tijdperk van de grote ideologieën. Communisme en fascisme propageerden een grote overheid waaraan het bedrijfsleven ondergeschikt moest zijn. Gedreven door economische problemen waren velen ontvankelijk voor deze ideologieën met de vlaggen hoog en de rijen gesloten, enthousiast gemaakt ook door schitterende toekomstperspectieven. Gelukkig was het relatief snel gedaan met fascistische experimenten zowel in Duitsland, Italië als Japan tussen 1933 en 1945. Het communisme als experiment kon worden afgeschreven na 1989 onder meer als gevolg van bureaucratische verkalking van de economie door de centrale overheid. In China begon ironisch genoeg na datzelfde jaar een kapitalistisch communisme zonder weerga. In het Westen was men echter in euforie over het einde van ideologieën, behalve de neoliberale leer… We vergaten dat juist China éen alternatief kon zijn in tegenstelling tot ‘There Is No Alternative’ voor neoliberalisme.

Neoliberalisme als politieke keuze. Al eerder gaf ik aan dat de rechtse omslag in de politiek vanaf 1980 deels te verklaren was door een stagnerende economie in de jaren ‘70. Tegenstanders van links verklaarden die stagnatie als gevolg van een te grote overheid en dito belasting- en premiedruk op productie en inkomens. Het bedrijfsleven zat in de knel aldus rapporten van de Commissie Wagner en Berenschot, eind jaren ‘70, het werd tijd voor een terugtredende overheid. Ik duidde in eerdere artikelen aan dat door de economische crisis tussen 1979-1987 een topzware overheid moeilijk meer was te betalen voor burgers en bedrijven, mede omdat bijna 1 miljoen mensen werkloos was naast bijna een miljoen arbeidsongeschikten. Ondanks kritiek en verzet werd later gesteld dat Lubbers met zijn kabinetten in de jaren ‘80 een grote macro economische prestatie leverde met zijn ombuigingen, zoals het terugdringen van een tekort op de lopende rekening van 10 % in 1983 en het sluiten van het Akkoord van Wassenaar met vakbonden en werkgeversorganisaties. Het Poldermodel werd niet aangetast als ook de vele corporatistische organisaties van het maatschappelijk middenveld, zoals GAK en GMD als uitvoeringsorganen voor WW, Ziektewet en WAO door vakbonden en werkgeversorganisaties. Nederland bleef lid van het Rijnlandse model, terwijl Engeland onder het rauwe beleid van Thatcher richting neoliberale USA-model ging.

Afbraak van de welvaartsstaat. Uiteraard is bij velen de afbraak van de verzorgingsstaat bekend, te herkennen aan het minimaliseren van alle uitkeringen naar bijstandsniveau, het stopzetten van de koppeling tussen lonen en uitkeringen voor inflatie en het verscherpen van toekenningscriteria i.h.b. bij ziekte en arbeidsongeschiktheid op langere termijn. Deze afbraak begon in de jaren ‘90, nota bene door de links-liberale (’Paarse’wink kabinetten van Kok. Maar intussen werden vele organisaties van het maatschappelijk middenveld eerst verguisd en vervolgens afgeschaft, zoals de GAK en GMD-en. Het betrof hier de afbraak van de verzuilde, bureaucratische organisaties van het Rijnlandse model die juist als initiatieven van burgers tot stand waren gekomen en de overheid veel beleidsuitvoerend werk bespaarden.

De politiek was in de ban van de neoliberale toverformule PRIVATISERING+ DEREGULERING+ INDIVIDUALISERING+ GLOBALISERING= WELVAART EN WERKGELEGENHEID.

Bij globalisering ging het uiteraard om de ontwikkeling van wereldmarkten voor productie en handel maar in feite ging het om globalisering van het neoliberale model van totale concurrentie. Alle factoren die concurrentie belemmerden, van handelsrestricties tot en met vakbonden moesten worden geëlimineerd. Concreet betekende dit een race naar de bodem omdat die bedrijven met de laagste productiekosten kunnen winnen op globale markten. Er ontstond m.a.w. een tendens naar minimalisatie van loonkosten, ook voor bedrijven die enkel voor een binnenlandse markt leveren. Daar waar het niet lukte om loonkosten te drukken, werd werkgelegenheid verplaatst naar laagste lonenlanden dan wel belastingvrije zones in ontwikkelingslanden.

BIG BUSINESS + BANKING + BELEGGERS = WERELDMACHT =POWER ELITE

Milton Friedman droomde ooit over ‘let business free to govern the world’. Welnu, zijn droom is nagenoeg uitgekomen. Een belangrijke voorwaarde werd de toenemende dominantie van het neoliberale denken in politiek en maatschappij van de meeste ontwikkelde landen, of wel afstand doen van de dominantie van de politiek over het bedrijfsleven. Andere belangrijke verklaringen zijn te vinden bij nieuwe technologische en institutionele ontwikkelingen die enorm versterkend werkten voor globalisering van handel en productie: internet, lage transportkosten, vrijhandelsverdragen en verdergaande automatisering van productie zoals in de autofabricage.

In toenemende mate ging Big Business domineren over de politiek, concerns hadden meer macht dan nationale regeringen en hun overkoepelende samenwerkingsverbanden zoals de EU. Concerns zoals Microsoft bereikten een bijna monopolypositie, anderen vormden wereldconglomeraten. De gedroomde vrije werking van markten conform het model van Adam Smith: kleine aanbieders die niet anderen kunnen overheersen, is een valse droom van de neoliberalen als zij ontkennen dat het nu gaat om de vrije werking van concerns i.p.v. markten!

Vanaf 1998, toen Clinton de Bliley act tekende die alle vrijheid gaf aan banken en bellegers, was een ontketening van de globale financiële sector mogelijk. In eerdere artikelen schreef ik over de handel in termen van 1000-den miljarden van financiële producten wereldwijd. De omvang van die handel overtrof die van de reële economie met een factor 20. Secutarisatie was het toverwoord om van alles, maar vooral diverse schulden, te bundelen en vervolgens op de markt te zetten als een vermogensproduct voor beleggers. Big Banking sloot zich in de jaren nul aan bij Big Business als wereldmacht, die lak hebben aan nationale regeringen met hun regeltjes en belastingen. Tezamen vormen beiden als aangeduid in respectievelijk artikel nr. 88 en 95 een Power Elite die het publiek kent uit de jaarlijkse conferenties in Davos, inclusief Bekende Wereld Mensen als Bono van U2.

De geest is dus uit de fles in de zin dat Big Business, Banking en Beleggers een wereldmacht vormen, niet van zins om zich te onderwerpen of te schikken naar politieke machten van staten en hun samenwerkingsorganen. Nationale welvaartsstaten worden steeds meer bedreigd door ontwijking van regels en belastingen door concerns en ook superrijke individuen. Mogelijk is een wereldregering nodig om een tegenmacht te vormen, maar vooralsnog zit dat er niet in. Hans en ik waren onlangs op een conferentie in Brussel waar werd gewezen op de moeilijkheden om nationale belastingstelsels te coördineren in politieke en juridische zinnen. Geschat wordt echter dat de EU jaarlijks 600 tot 1000 miljard euro aan belastinginkomsten derft. Alleen al Starbucks zou een voorlopige aangifte van 13 miljard kunnen hebben gekregen… Wereldwijd wordt geschat dat ontwikkelde landen 12.000 euro per jaar verliezen aan belastingontwijking. Concerns zoals Shell en Unilever kunnen eisen stellen aan te vormen regeringen en regeer akkoorden, zoals het afschaffen van dividendbelasting twv 1.4 miljard euro: Rutte 3 Helpt…

Er zou dus genoeg geld kunnen zijn voor onderhoud en behoud van welvaartsstaten ware het niet dat het geld stroomt boven en buiten die staten waar het om gaat. Collectieve armoede wordt het gevolg, te zien of te bewijzen met slecht onderhouden wegen, scholen en diverse voorzieningen. Een tegenstelling tussen private rijkdom en collectieve armoe…

maandag, mei 07, 2018

woensdag, mei 02, 2018

Dutch Health Network

Beste lezer,

Dutch Health Network bestaat niet alleen uit de Mastergroep met bijna 70.000 leden. Naast deze grootste aan de zorg gerelateerde netwerk groep behoren ook 20 DHN LinkedIn doelgroepen tot het DHN Platform.

Deze doelgroepen zoals: Vitaliteit, Patiënten, Mantelzorg, Duurzaam ondernemen, Het Nieuwe Werken, ICT, Zorginnovatie, Co-creatie, Coaching, Educatie, Social Media, Zorgmarketing, Kennis, Kwaliteit, Recruiting, Human Resources, Financiën, Schadelastbeheersing, Fraude, Freelancers, ZZP´ers, Interimmers, Studenten, Zorginkopers en Lean Six Sigma vormen samen de gespecialiseerde vertakkingen van ons platform.

Via de link:

http://bit.ly/DHN-LinkedIn-Bereik

kunt u ze bekijken en u desgewenst aanmelden voor een interessante DHN gespecialiseerde doelgroep.

Overkoepelend functioneert de website van DHN (https://dutchhealthnetwork.nl/) als kapstok waaraan ons totale sociale media netwerk is “opgehangen”. Hier vind u ook onze social media kanalen op Twitter, Facebook, Google+, Pinterest, YouTube en Slideshare (https://dutchhealthnetwork.nl/over-ons/links/). Bekijk ze en meld u aan om onze berichten te ontvangen, “retweeten”, “liken” delen en “interessant” te vinden.

Last but not least kunt u zich inschrijven voor de DHN digitale nieuwsbrief (http://bit.ly/Inschrijven_DHN_Nieuwsbrief) zodat u helemaal op de hoogte blijft van de razendsnelle ontwikkelingen in de zorg.

Wij zijn er trots op u nu hier te kunnen melden dat het totale bovenstaande bereik van het Dutch Health Netwerk inmiddels de 150.000 professionals, instellingen, bedrijven en geïnteresseerden heeft bereikt.

Dit was zonder uw steun en inbreng niet mogelijk geweest en wij wilden dan ook onze waardering laten blijken. Samen met u zal het DHN netwerk doorgroeien als platform en een al niet meer weg te denken plaats blijven innemen m.b.t. de informatievoorziening in de zorg.

DHN “ZORG(T) VOOR UW BETROKKENHEID”

Met vriendelijke groet,

Rob Bergers en Mario van Gool

Dutch Health Network

vrijdag, april 27, 2018

woensdag, april 25, 2018

Blockchain info

Een (commercieel) filmpje over een eerste toepassing door de Rabobank: We Trade.

https://youtu.be/9VmK43OxI20

Een (diepgaand inhoudelijk) interview over blokchain:

https://www.youtube.com/watch?v=mSnrjWdR2SY

Een advies van de Rabobank over blockchain.

https://www.rabobank.nl/bedrijven/cijfers-en-trends/wat-kunnen-ondernemers-met-blockchain/

This is the first day of the rest of your life